Sociale Monitor; 1990-2011
| Geslacht | Perioden | Mobiliteit Vervoerwijze: auto (% verplaatsingen per persoon per dag) | Mobiliteit Vervoerwijze: openbaar vervoer (% verplaatsingen per persoon per dag) |
|---|---|---|---|
| Totaal personen/huishoudens | 2011 | . | . |
| Mannen | 2011 | . | . |
| Vrouwen | 2011 | . | . |
| Bron: CBS. | |||
Tabeltoelichting
De Sociale Monitor is een handzame selectie van relevante gegevens over het
dagelijks leven van de Nederlandse bevolking. Deze selectie bestaat uit een
vijftiental centrale aspecten uit het leven van Nederlanders en hoe deze
veranderden in de tijd.
De Sociale Monitor kan van belang zijn voor beleidsorganen en
maatschappelijke belangengroepen. Daarnaast kan de publicatie van nut zijn
voor onder andere scholieren/studenten en voor journalisten.
De vijftien onderscheiden aspecten zijn:
1. Demografie
2. Wonen
3. Woonomgeving
4. Criminaliteit
5. Onderwijs
6. Positie op de arbeidsmarkt
7. Arbeidsomstandigheden
8. Mobiliteit
9. Inkomen
10. Consumptie
11. Sociale relaties
12. Besteding vrije tijd
13. Gezondheid
14. Politieke en godsdienstige participatie
15. Onbetaalde arbeid
Voor elk van de vijftien onderscheiden aspecten zijn enige (veelal vijf)
kerncijfers geselecteerd. Daarnaast publiceert het CBS op Statline nog een
groot aantal andere gegevens over elk van die vijftien aspecten.
Waar mogelijk wordt daarbij een onderscheid gemaakt naar geslacht.
Gegevens beschikbaar: vanaf 1990
Frequentie: jaarlijks
Wanneer komen de nieuwe cijfers?
De tabel is stopgezet vanwege een revisie.
Toelichting onderwerpen
- Mobiliteit
- Aantal verplaatsingen, Afgelegde afstand, Vervoerwijze auto, Vervoerwijze
openbaar vervoer.
Sinds 1978 wordt door het Centraal Bureau voor de statistiek (CBS)
jaarlijks de enquête Onderzoek Verplaatsingsgedrag uitgevoerd. Per 1
januari 1999 is de onderzoeksmethodiek voor de tweede keer gewijzigd.
De doelstelling van het Onderzoek Verplaatsingsgedrag is het
mobiliteitspatroon van de Nederlandse bevolking te beschrijven. Concreet
houdt dit in dat bij verplaatsingen informatie wordt verzameld over de
plaats van herkomst en bestemming, tijdstip van vertrek en aankomst,
welke vervoermiddelen worden gebruikt en met welk motief de verplaatsingen
worden gemaakt. Daarnaast wordt ruime aandacht geschonken aan verklarende
factoren voor het verplaatsingsgedrag.
Personen verblijvend in tehuizen zijn niet in de steekproef opgenomen.
Verder ontbreekt de vakantiemobiliteit. Daarnaast is alleen de mobiliteit
van de Nederlandse bevolking binnen Nederland gemeten.
Verplaatsingen die in het buitenland worden gemaakt ontbreken derhalve.
Bij grensoverschrijdende verplaatsingen geldt alleen de afstand die in
Nederland is afgelegd.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1985; frequentie: jaarlijks.
Een verplaatsing is gedefinieerd als een reis of een gedeelte van een reis
met een motief, waarbij het overgaan op een andere vervoerwijze niet als
nieuwe verplaatsing geldt. Bij de berekening van verplaatsingen is gebruik
gemaakt van de hoofdvervoerwijze. De hoofdvervoerwijze van een
verplaatsing is die vervoerwijze die aan een verplaatsing welke uit meer
dan een rit bestaat wordt toegekend. De toekenning geschiedt volgens een
vooraf bepaalde prioriteitenvolgorde. Het begrip hoofdvervoerwijze komt
voor in de tabellen over aantallen verplaatsingen en reistijd. De
gehanteerde prioriteitenvolgorde is als volgt:
- Trein
- Bus/tram/metro
- Autobestuurder
- Autopassagier
- Taxi
- Motor/scooter
- Bromfiets
- Snorfiets
- Fiets
- Bij iemand op de fiets
- Overig
- Lopen
- Onbekend.
·
Verkeersslachtoffers.
Gebruikte bronnen buiten het CBS:
- overlijdensverklaring arts
- dossier Officieren van Justitie
- verkeersongevallenregistratie Ministerie van Verkeer en Waterstaat
- bedrijfsongevallenregistratie Arbeidsinspectie van Ministerie van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.- Vervoerwijze: auto
- Percentage verplaatsingen per persoon per dag met de auto (bestuurder en
passagiers).
- Vervoerwijze: openbaar vervoer
- Percentage verplaatsingen per persoon per dag met trein, bus, tram of
metro.