Sociale Monitor; 1990-2011
| Geslacht | Perioden | Gezondheid Levensverwachting bij geboorte (jaar) | Gezondheid Ervaren gezondheid (% v.d. bevolking van 0 jaar en ouder) | Gezondheid Lichamelijke beperkingen (% v.d. bevolking van 16/12 jaar en ouder) | Gezondheid Roken (% v.d. bevolking van 16/12 jaar en ouder) | Gezondheid Overgewicht (% v.d. bevolking van 20 jaar en ouder) | Gezondheid Psychische gezondheid (score) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal personen/huishoudens | 2011 | . | . | . | . | . | . |
| Mannen | 2011 | . | . | . | . | . | . |
| Vrouwen | 2011 | . | . | . | . | . | . |
| Bron: CBS. | |||||||
Tabeltoelichting
De Sociale Monitor is een handzame selectie van relevante gegevens over het
dagelijks leven van de Nederlandse bevolking. Deze selectie bestaat uit een
vijftiental centrale aspecten uit het leven van Nederlanders en hoe deze
veranderden in de tijd.
De Sociale Monitor kan van belang zijn voor beleidsorganen en
maatschappelijke belangengroepen. Daarnaast kan de publicatie van nut zijn
voor onder andere scholieren/studenten en voor journalisten.
De vijftien onderscheiden aspecten zijn:
1. Demografie
2. Wonen
3. Woonomgeving
4. Criminaliteit
5. Onderwijs
6. Positie op de arbeidsmarkt
7. Arbeidsomstandigheden
8. Mobiliteit
9. Inkomen
10. Consumptie
11. Sociale relaties
12. Besteding vrije tijd
13. Gezondheid
14. Politieke en godsdienstige participatie
15. Onbetaalde arbeid
Voor elk van de vijftien onderscheiden aspecten zijn enige (veelal vijf)
kerncijfers geselecteerd. Daarnaast publiceert het CBS op Statline nog een
groot aantal andere gegevens over elk van die vijftien aspecten.
Waar mogelijk wordt daarbij een onderscheid gemaakt naar geslacht.
Gegevens beschikbaar: vanaf 1990
Frequentie: jaarlijks
Wanneer komen de nieuwe cijfers?
De tabel is stopgezet vanwege een revisie.
Toelichting onderwerpen
- Gezondheid
- Levensverwachting bij geboorte.
De waarnemingen zijn gebaseerd op informatie die het CBS ontvangt uit de
Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA). Deze gegevens
hebben betrekking op alle personen die in de GBA zijn opgenomen (de 'de
jure' bevolking). In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in
Nederland woonachtig is, opgenomen in de basisadministratie van de
gemeente waar de nachtrust hoofdzakelijk wordt genoten (woongemeente).
Personen die 'de jure' tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor
wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in de
basisadministratie van de gemeente 's-Gravenhage.
De cijfers over de levensverwachting zijn afkomstig uit de
periode-overlevingstafels voor mannen en vrouwen.
·
Ervaren gezondheid, Psychische gezondheid, Lichamelijke beperkingen,
Roken en Overgewicht.
De gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op het Permanent Onderzoek
Leefsituatie (POLS) van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het POLS is een steekproefonderzoek onder personen die in Nederland wonen,
met uitzondering van personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen
(institutionele bevolking). In de populatietotalen die voor de ophoging
worden gebruikt, is de institutionele bevolking dan ook niet opgenomen.
In POLS, dat vanaf 1997 operationeel is, zijn de vroegere afzonderlijk
gehouden enquêtes rondom de verschillende onderwerpen van de leefsituatie
samengesmeed tot een geïntegreerd systeem van leefsituatie-onderzoeken. In
de basisvragenlijst worden kernvragen gesteld over belangrijke
leefsituatie aspecten, terwijl in de deelmodules dieper wordt ingegaan op
afzonderlijke thema's. Omdat de cijfers zijn gebaseerd op
steekproefonderzoek hebben ze een onnauwkeurigheidsmarge. Bij de
interpretatie van de gegevens dient hier rekening mee gehouden te worden.
De deelmodules hebben betrekking op:
- gezondheid en arbeid
- recht en milieu
- recht en participatie
- tijdsbesteding (2-jaarlijks)
- woningbehoeftenonderzoek
- jongeren (2-jaarlijks).
De gegevens over de gezondheidssituatie van de bevolking in de periode
vóór 1997 zijn afkomstig uit de continue Gezondheidsenquête die sinds 1981
door het CBS werd gehouden.
·
Met ingang van 2001 zijn gezondheidsonderdelen van de POLS-module
'gezondheid en arbeid' gereviseerd. Doelstelling van de revisie was de
deels verouderde gezondheidsvragen dusdanig aan te passen dat ze beter
aansluiten bij internationale standaarden en actuele wetenschappelijke
inzichten. Vanaf 2001 zijn de gereviseerde gezondheidsvragen in het veld.
Het spreekt vanzelf dat de revisie tot trendbreuken heeft geleid. In deze
publikatie betreft dit gegevens over 'Psychische gezondheid en 'Roken'.- Levensverwachting bij geboorte
- Gemiddeld te verwachten levensjaren bij geboorte.
·
De cijfers over de levensverwachting zijn afkomstig uit de
periode-overlevingstafels voor mannen en vrouwen.
- Ervaren gezondheid
- Percentage personen met minder dan goede gezondheid.
- Lichamelijke beperkingen
- Percentage personen met problemen bij één of meer OECD-items.
·
Lichamelijke beperkingen worden met behulp van een OECD-indicator gemeten.
Tot 2001 hadden de waarnemingen betrekking op personen van 16 jaar en
ouder. Vanaf 2001 op personen van 12 en ouder, daardoor zijn de gegevens
wat minder goed vergelijkbaar met voorgaande jaren.
De OECD-indicator is samengesteld door de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling en heeft met name betrekking op communicatie-
en beweeglijkheidsbeperkingen.
Gevraagd wordt of respondenten de volgende activiteiten kunnen uitvoeren:
'een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met
hoorapparaat)', 'met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met
hoorapparaat)', 'kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of
contactlenzen)', 'op een afstand van vier meter het gezicht van iemand
herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)', 'een voorwerp van vijf
kilo, bijv. een volle boodschappentas, tien meter dragen', 'rechtop staand
kunnen bukken en iets van de grond oppakken' en '400 meter aan een stuk
lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)'.
De cijfers hebben betrekking op personen die aangeven één of meer van
deze activiteiten met 'grote moeite' of 'niet' te kunnen uitvoeren.
- Roken
- Percentage rokers.
·
Onder rokers vallen alle personen die sigaretten, shagjes, sigaren en/of
pijp gebruiken. Tot 2001 hadden de gegevens betrekking op personen van 16
jaar en ouder.
·
In de basisvragenlijst wordt vanaf 2001 gevraagd naar het al dan niet
roken en in het mondelinge deel van de gezondheidsmodule wordt
uitgebreider ingegaan op het rookgedrag. Tot en met 2000 werden de
cijfers over roken bepaald uit vraagstellingen van het
schriftelijke deel van de gezondheidsenquête. Behalve de manier van
enquêteren (schriftelijk versus mondeling en voor de prevalentie een
grotere massa) zijn ook de vraagstellingen lichtelijk gewijzigd hetgeen
noopt tot enige voorzichtigheid bij de interpretatie van de cijfers in
relatie tot voorgaande jaren.
·
Vanaf 2001 hebben de tabelgegevens betrekking op personen van 12 jaar en
ouder. De gegevens zijn ook daardoor minder goed vergelijkbaar met
voorgaande jaren.
- Overgewicht
- Percentage personen met overgewicht (Quételet-index: groter of gelijk
aan 25).
·
Overgewicht wordt bepaald aan de hand van de Quételet-index. Deze index
relateert het lichaamsgewicht aan de lichaamslengte en wordt berekend door
het gewicht (kg) te delen door het kwadraat van de lengte (meters).
Personen met onbekende lengte en/of gewicht en met een onwaarschijnlijk
gewicht in relatie tot de opgegeven lengte zijn buiten beschouwing
gelaten. Dit laatste betreft personen met een Quételet-index kleiner dan
14 of groter dan 40.
Cijfers betreffen personen van 20 jaar en ouder.
- Psychische gezondheid
- Gemiddelde somscore van gemeten psychische gezondheid.
·
De cijfers hebben betrekking op de 'Mental Health Inventory 5' ofwel
'MHI-5'. Dit is een internationale standaard voor een specifieke meting
van de psychische gezondheid, bestaande uit 5 vragen. De MHI-5 is
feitelijk een deelschaal van de Short Format 36 ofwel SF-36, een
uitvoerige internationale standaard voor de meting van gezondheid.
De MHI-5 betreft vragen die steeds betrekking hebben op hoe men zich in de
afgelopen 4 weken voelde. Gevraagd is:
1)Voelde u zich erg zenuwachtig.
2)Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken.
3)Voelde u zich kalm en rustig.
4)Voelde u zich neerslachtig en somber.
5)Voelde u zich gelukkig.
Bepaling somscore MHI-5:
Alle vragen hebben als antwoordmogelijkheden de categorieën 'voortdurend',
'meestal','vaak', 'soms', 'zelden' en 'nooit'. Bij de qua psychische
gezondheid positief geformuleerde vragen (3 en 5) zijn voor de categorieën
in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief
geformuleerde vragen (1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden
toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze
vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 en de
maximale score 100 kan bedragen. Hoe hoger de score, hoe beter de
psychische gezondheid zoals gemeten met de MHI-5. In de tabel staan per
groep de gemiddelde somscores van de ondervraagde personen weergegeven.
·
De meting heeft betrekking op personen van 12 jaar en ouder.