Particuliere huishoudens met inkomen rond het minimum; 1990-2000
| Kenmerken van huishoudens | Perioden | Particuliere huishoud. met laag inkomen Gemiddelde grootte met laag inkomen (absoluut) | Particuliere huish. met sociaal minimum Gemiddelde grootte met sociaal minimum (absoluut) | Alle particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (absoluut) |
|---|---|---|---|---|
| Totaal huishoudens | 2000 | 1,9 | 1,9 | 2,3 |
| Alleenstaande man, tot 65 jaar | 2000 | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Alleenstaande vrouw, tot 65 jaar | 2000 | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Alleenstaande man, 65 jaar en ouder | 2000 | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Alleenstaande vrouw, 65 jaar en ouder | 2000 | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| Eenoudergezin met minderjarige kinderen | 2000 | 2,7 | 2,7 | 2,7 |
| (Echt)paar met minderjarige kinderen | 2000 | 4,3 | 4,4 | 4,1 |
| (Echt)paar zonder minderjarige kinderen | 2000 | 2,1 | 2,1 | 2,2 |
| (Echt)paar hoofd jonger dan 65 jaar (zk) | 2000 | 2,1 | 2,2 | 2,3 |
| (Echt)paar hoofd 65 jaar of ouder (zk) | 2000 | 2,0 | 2,1 | 2,1 |
| Overig huishouden | 2000 | 2,5 | 2,5 | 2,3 |
| Leeftijd hoofd: tot 25 jaar | 2000 | 1,4 | 1,5 | 1,3 |
| Leeftijd hoofd: 25 tot 35 jaar | 2000 | 2,2 | 2,0 | 2,0 |
| Leeftijd hoofd: 35 tot 45 jaar | 2000 | 2,8 | 2,7 | 3,1 |
| Leeftijd hoofd: 45 tot 55 jaar | 2000 | 2,0 | 2,0 | 2,8 |
| Leeftijd hoofd: 55 tot 65 jaar | 2000 | 1,5 | 1,6 | 2,0 |
| Leeftijd hoofd: 65 jaar en ouder | 2000 | 1,2 | 1,3 | 1,5 |
| Soc. ec. cat. hoofd: actief | 2000 | 2,4 | 2,2 | 2,5 |
| Soc. ec. cat. hoofd: zelfstandige | 2000 | 2,6 | 2,6 | 2,8 |
| Soc. ec. cat. hoofd: ambtenaar | 2000 | 2,9 | 2,5 | 2,7 |
| Soc. ec. cat. hoofd: overige werknemer | 2000 | 2,2 | 2,0 | 2,5 |
| Soc. ec. cat. hoofd: overig actief | 2000 | 2,6 | 2,4 | 3,0 |
| Soc. ec. cat. hoofd: niet-actief | 2000 | 1,7 | 1,7 | 1,8 |
| Soc. ec. cat. hoofd: bijstandsontvanger | 2000 | 2,0 | 2,0 | 2,2 |
| Soc. ec. cat. hoofd: arbeidsongeschikte | 2000 | 1,7 | 1,8 | 2,1 |
| Soc. ec. cat. hoofd: pensioenontvanger | 2000 | 1,2 | 1,3 | 1,6 |
| Soc. ec. cat. hoofd: overig niet-actief | 2000 | 3,3 | 3,3 | 2,5 |
| Inkomensbron: winst | 2000 | 2,5 | 2,4 | 2,9 |
| Inkomensbron: loon | 2000 | 2,4 | 2,2 | 2,5 |
| Inkomensbron: pensioen | 2000 | 1,2 | 1,3 | 1,5 |
| Inkomensbron: uitkering | 2000 | 2,0 | 2,0 | 1,9 |
| Inkomensbron: overige inkomsten | 2000 | 2,5 | 2,4 | 2,7 |
| Groningen (provincie) | 2000 | 1,8 | 1,8 | 2,1 |
| Friesland | 2000 | 2,1 | 2,0 | 2,3 |
| Drenthe | 2000 | 1,9 | 1,9 | 2,4 |
| Overijssel | 2000 | 2,1 | 2,0 | 2,4 |
| Flevoland | 2000 | 2,3 | 2,2 | 2,6 |
| Gelderland | 2000 | 1,9 | 1,9 | 2,3 |
| Utrecht (provincie) | 2000 | 2,0 | 1,9 | 2,2 |
| Zuid-Holland | 2000 | 1,8 | 1,8 | 2,2 |
| Noord-Holland | 2000 | 1,8 | 1,8 | 2,1 |
| Zeeland | 2000 | 1,9 | 1,9 | 2,3 |
| Noord-Brabant | 2000 | 2,0 | 2,0 | 2,3 |
| Limburg | 2000 | 1,8 | 1,8 | 2,3 |
| Amsterdam | 2000 | 1,8 | 1,8 | 1,8 |
| Rotterdam | 2000 | 1,8 | 1,9 | 1,9 |
| 's-Gravenhage | 2000 | 1,8 | 1,7 | 1,9 |
| Utrecht (stad) | 2000 | 1,8 | 1,8 | 1,8 |
| Vier grote steden | 2000 | 1,8 | 1,8 | 1,9 |
| Overige steden >= 100.000 inwoners | 2000 | 1,9 | 1,9 | 2,1 |
| Overige steden <100.000 inwoners | 2000 | 1,9 | 1,9 | 2,4 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Huishoudens met laag inkomen en/of inkomen rond het minimum
naar kenmerken van huishoudens
1990 - 2000
Gewijzigd op 03 februari 2010.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
naar kenmerken van huishoudens
1990 - 2000
Gewijzigd op 03 februari 2010.
Verschijningsfrequentie: Stopgezet.
Toelichting onderwerpen
- Particuliere huishoud. met laag inkomen
- Een inkomen is laag wanneer het omgerekend naar een inkomen van een
alleenstaande, een lagere koopkracht vertegenwoordigt dan een bedrag van
7·260 euro in prijzen van 1990.
Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen
van een huishouden gecorrigeerd voor verschillen in
huishoudenssamenstelling. Deze correctie vindt plaats met behulp van
equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen
tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een
gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren
worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een
eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van
huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.
Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer
voor de gezinsconsumptie) herleid naar het prijspeil in 1990.
Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer
het minder is dan 7·260 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de
koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979, die
was toen, in prijzen van 1990, 7·215 euro.- Gemiddelde grootte met laag inkomen
- Gemiddeld aantal personen in particuliere huishoudens met een laag
inkomen.
- Particuliere huish. met sociaal minimum
- Particuliere huishoudens met een inkomen rond of onder het wettelijk
vastgestelde sociale minimum (beleidsmatig minimum).
Het sociale minimum (of het beleidsmatig minimum) is het wettelijk
bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld.
Om te kunnen beoordelen of het inkomen van een huishouden onder het
minimum valt, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke
norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor
een eenoudergezin met twee kinderen bedraagt bijvoorbeeld 90% van de
bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de
(leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan
AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens die uitsluitend zijn aangewezen op
een uitkering op het niveau van het sociale minimum, wijkt soms in geringe
mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als
inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens
met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom rekenen we alle
huishoudens met een inkomen tot 105% van het sociale minimum, tot de
sociale minima.- Gemiddelde grootte met sociaal minimum
- Gemiddeld aantal personen in particuliere huishoudens met een inkomen rond
of onder het sociale minimum.
- Alle particuliere huishoudens
- Gemiddelde huishoudensgrootte
- Gemiddeld aantal personen in een particuliere huishouden.