Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Inkomen en vermogen Particuliere huishoudens excl. studenten (x 1 000) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Particuliere huishoudens excl. studenten (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Eenpersoonshuishouden (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Eenoudergezin (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Paar, zonder kind (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Paar, met kind(eren) (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: huurwoning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Particuliere huishoudens excl. studenten (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Eenpersoonshuishouden (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Eenoudergezin (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Paar, zonder kind (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Paar, met kind(eren) (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: huurwoning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Landbouw Graasdieren Rundvee (aantal) Landbouw Graasdieren Schapen (aantal) Landbouw Graasdieren Geiten (aantal) Landbouw Graasdieren Paarden en pony's (aantal) Landbouw Hokdieren Varkens (aantal) Landbouw Hokdieren Kippen (aantal) Landbouw Hokdieren Kalkoenen (aantal) Landbouw Hokdieren Slachteenden (aantal) Landbouw Hokdieren Overig pluimvee (aantal) Landbouw Hokdieren Konijnen (aantal) Landbouw Hokdieren Edelpelsdieren (aantal)
Nederland 2025 3.653.395 678.020 628.967 103.900 9.972.339 88.354.587 447.711 405.566 31.635 260.083 .
Noord-Nederland (LD) 2025 927.152 201.249 66.768 20.639 440.214 17.507.349 42.969 0 0 5.000 .
Oost-Nederland (LD) 2025 1.498.688 158.624 257.150 31.148 2.960.198 29.537.918 93.221 377.758 535 128.583 .
West-Nederland (LD) 2025 553.537 227.313 81.018 24.774 433.942 5.783.036 0 0 0 31.300 .
Zuid-Nederland (LD) 2025 674.018 90.834 224.031 27.339 6.137.985 35.526.284 311.521 27.808 31.100 95.200 .
Groningen (PV) 2025 192.988 60.865 11.358 4.073 123.574 4.293.823 18.779 0 0 0 .
Fryslân (PV) 2025 517.301 102.053 28.845 10.933 137.934 5.819.813 0 0 0 5.000 .
Drenthe (PV) 2025 216.863 38.331 26.565 5.633 178.706 7.393.713 24.190 0 0 0 .
Overijssel (PV) 2025 596.009 57.868 94.967 10.957 1.330.279 10.484.345 0 111.708 0 69.527 .
Flevoland (PV) 2025 61.754 8.222 8.682 1.583 85.245 2.669.123 22.767 55.645 0 0 .
Gelderland (PV) 2025 840.925 92.534 153.501 18.608 1.544.674 16.384.450 70.454 210.405 535 59.056 .
Utrecht (PV) 2025 203.245 33.262 37.035 6.419 238.179 2.273.750 0 0 0 31.300 .
Noord-Holland (PV) 2025 145.698 89.226 19.410 7.447 17.528 1.063.019 0 0 0 0 .
Zuid-Holland (PV) 2025 154.987 72.367 19.453 8.119 116.632 473.934 0 0 0 0 .
Zeeland (PV) 2025 49.607 32.458 5.120 2.789 61.603 1.972.333 0 0 0 0 .
Noord-Brabant (PV) 2025 561.072 64.475 176.936 18.826 4.797.156 21.830.994 128.146 19.788 31.100 78.603 .
Limburg (PV) 2025 112.946 26.359 47.095 8.513 1.340.829 13.695.290 183.375 8.020 0 16.597 .
Oost-Groningen (CR) 2025 40.831 5.808 7.490 526 97.666 1.661.325 0 0 0 0 .
Delfzijl en omgeving (CR) 2025 26.237 4.701 41 312 4.554 688.428 0 0 0 0 .
Overig Groningen (CR) 2025 125.920 50.356 3.827 3.235 21.354 1.944.070 18.779 0 0 0 .
Noord-Friesland (CR) 2025 184.323 58.210 10.529 4.332 35.300 2.960.428 0 0 0 5.000 .
Zuidwest-Friesland (CR) 2025 171.268 19.358 10.930 3.149 24.455 862.418 0 0 0 0 .
Zuidoost-Friesland (CR) 2025 161.710 24.485 7.386 3.452 78.179 1.996.967 0 0 0 0 .
Noord-Drenthe (CR) 2025 79.711 16.167 9.289 2.515 34.470 3.106.041 24.190 0 0 0 .
Zuidoost-Drenthe (CR) 2025 59.989 8.059 8.219 1.523 94.079 2.809.653 0 0 0 0 .
Zuidwest-Drenthe (CR) 2025 77.163 14.105 9.057 1.595 50.157 1.478.019 0 0 0 0 .
Noord-Overijssel (CR) 2025 277.597 31.812 38.046 3.515 362.224 4.615.305 0 106.819 0 0 .
Zuidwest-Overijssel (CR) 2025 68.302 8.574 18.253 1.787 229.655 1.358.034 0 0 0 22.955 .
Twente (CR) 2025 250.110 17.482 38.668 5.655 738.400 4.511.006 0 4.889 0 46.572 .
Veluwe (CR) 2025 481.157 35.060 58.624 6.498 396.602 9.853.339 6.025 186.512 0 6.541 .
Achterhoek (CR) 2025 222.076 18.623 31.848 4.743 818.657 2.623.017 0 23.893 310 32.234 .
Arnhem/Nijmegen (CR) 2025 54.123 10.641 25.702 4.504 182.718 839.864 0 0 225 14.808 .
Zuidwest-Gelderland (CR) 2025 83.569 28.210 37.327 2.863 146.697 3.068.230 64.429 0 0 5.473 .
Utrecht (CR) 2025 203.245 33.262 37.035 6.419 238.179 2.273.750 0 0 0 31.300 .
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 71.922 53.191 10.001 1.761 10.448 635.686 0 0 0 0 .
Alkmaar en omgeving (CR) 2025 16.754 8.482 792 1.558 2.212 116.501 0 0 0 0 .
IJmond (CR) 2025 6.596 2.977 100 739 0 0 0 0 0 0 .
Agglomeratie Haarlem (CR) 2025 366 151 0 229 9 1.783 0 0 0 0 .
Zaanstreek (CR) 2025 9.194 3.717 3.976 487 0 14.829 0 0 0 0 .
Groot-Amsterdam (CR) 2025 36.137 18.220 4.416 2.112 4.857 294.220 0 0 0 0 .
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2025 4.729 2.488 125 561 2 0 0 0 0 0 .
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2025 16.852 7.830 506 1.039 11.458 14.288 0 0 0 0 .
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2025 5.412 3.637 84 803 2 0 0 0 0 0 .
Delft en Westland (CR) 2025 7.251 3.004 356 640 0 0 0 0 0 0 .
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 57.585 26.732 4.034 1.699 68.871 288.389 0 0 0 0 .
Groot-Rijnmond (CR) 2025 23.609 21.064 6.731 2.363 832 171.257 0 0 0 0 .
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 44.278 10.100 7.742 1.575 35.469 0 0 0 0 0 .
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 21.209 6.706 904 920 18.575 661.236 0 0 0 0 .
Overig Zeeland (CR) 2025 28.398 25.752 4.216 1.869 43.028 1.311.097 0 0 0 0 .
West-Noord-Brabant (CR) 2025 75.072 15.263 14.437 3.136 351.280 2.045.851 0 0 0 0 .
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 131.613 9.855 53.819 3.179 518.600 2.134.269 48.109 0 0 16.660 .
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 198.690 18.791 83.452 6.380 2.114.359 7.349.447 55.826 0 0 22.462 .
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 155.697 20.566 25.228 6.131 1.812.917 10.301.427 24.211 19.788 31.100 39.481 .
Noord-Limburg (CR) 2025 41.066 11.727 26.452 3.249 826.958 6.493.535 131.019 0 0 5.199 .
Midden-Limburg (CR) 2025 41.830 5.607 19.815 2.844 500.819 6.835.412 28.715 8.020 0 11.398 .
Zuid-Limburg (CR) 2025 30.050 9.025 828 2.420 13.052 366.343 23.641 0 0 0 .
Flevoland (CR) 2025 61.754 8.222 8.682 1.583 85.245 2.669.123 22.767 55.645 0 0 .
Aa en Hunze 2025 11.452 4.060 214 873 0 691.733 0 0 0 0 .
Aalburg 2025
Aalsmeer 2025 49 31 1 360 0 0 0 0 0 0 .
Aalten 2025 15.636 705 48 253 68.531 264.865 0 0 0 0 .
Ter Aar 2025
Aarle-Rixtel 2025
Abcoude 2025
Achtkarspelen 2025 16.209 6.158 164 395 21.193 605.440 0 0 0 0 .
Akersloot 2025
Alblasserdam 2025 202 51 0 44 1.473 0 0 0 0 0 .
Albrandswaard 2025 159 40 3 79 0 0 0 0 0 0 .
Alkemade 2025
Alkmaar 2025 9.808 5.422 35 415 0 0 0 0 0 0 .
Almelo 2025 6.314 1.524 35 113 39.406 208.820 0 0 0 0 .
Almere 2025 945 130 35 84 0 0 0 0 0 0 .
Alphen aan den Rijn 2025 12.594 4.995 792 358 6.913 91.428 0 0 0 0 .
Alphen en Riel 2025
Alphen-Chaam 2025 15.513 130 19.247 400 33.571 299.527 0 0 0 7.522 .
Altena 2025 13.918 4.199 4.668 402 6.881 452.099 0 0 0 0 .
Ambt Delden 2025
Ambt Montfort 2025
Ameland 2025 2.171 2.112 3 236 0 0 0 0 0 0 .
Amerongen 2025
Amersfoort 2025 4.319 3.012 1.980 937 17.521 56.444 0 0 0 0 .
Ammerzoden 2025
Amstelveen 2025 1.374 268 164 52 2 0 0 0 0 0 .
Amsterdam 2025 4.125 2.313 2.004 323 2.638 0 0 0 0 0 .
Andijk 2025
Angerlo 2025
Anloo 2025
Anna Paulowna 2025
Apeldoorn 2025 28.964 935 647 520 25.182 169.701 0 0 0 0 .
Appingedam 2025
Arcen en Velden 2025
Arnemuiden 2025
Arnhem 2025 1.563 739 60 97 48 0 0 0 225 0 .
Assen 2025 2.642 3.011 1 114 2 13.601 0 0 0 0 .
Asten 2025 12.435 290 206 427 144.125 1.134.578 0 0 0 0 .
Avereest 2025
Axel 2025
Baarle-Nassau 2025 43.919 29 4.568 180 161.626 374.936 0 0 0 8.938 .
Baarn 2025 1.578 65 1.682 179 0 0 0 0 0 0 .
Bakel en Milheeze 2025
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 6 maart 2026:

Onderwijs
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden van de onderwerpen binnen de categorie ‘Onderwijs’.

Onder ‘Naar woongemeente - Leerlingen/studenten’ is toegevoegd: ‘Basisonderwijs’, ‘Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Leerlingen/studenten’ is samengevoegd: ‘Beroepsopleidende leerweg’ en ‘Beroepsbegeleidende leerweg’ tot ‘Middelbaar beroepsonderwijs’.

Onder ‘Naar woongemeente - Gediplomeerden’ is toegevoegd: ‘Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Gediplomeerden’ is gewijzigd: ‘Wo master/doctoraal’ naar ‘Wetenschappelijk onderwijs master’.

De categorie ‘Hoogstbehaald onderwijsniveau’ is toegevoegd, met daaronder:
‘Basisonderwijs, vmbo, mbo1’
‘Havo, vwo, mbo2-4’
‘Hbo, wo’

Onderwijs naar woongemeente - Leerlingen/studenten
De cijfers van 2023 en 2024 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar woongemeente - Gediplomeerden
De cijfers van 2022 en 2023 zijn toegevoegd.

Bevolkingsontwikkeling - Doodsoorzaken
De cijfers van 2024 zijn bijgesteld.

Sociale zekerheid
De cijfers van 2025 zijn bijgesteld.

Milieu en bodemgebruik - Afval van huishoudens
De cijfers van 2024 zijn toegevoegd. De cijfers van 2021, 2022 en 2023 zijn bijgesteld.

Verkeer en vervoer - Lengte van wegen
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd. De cijfers van 2024 en 2023 zijn bijgesteld.

Bodemgebruik - Naar functie
De cijfers van 2020 en 2022 zijn toegevoegd.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Juni 2026.

Toelichting onderwerpen

Inkomen en vermogen
Inkomen en vermogen van huishoudens. De populatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met bekend inkomen, waarbij studentenhuishoudens in deze tabel worden uitgesloten. Peildatum voor de populatie is 1 januari van het verslagjaar.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Inkomen van particuliere huishoudens
Besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Besteedbaar inkomen: het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Betaalde inkomensoverdrachten bestaan uit overdrachten tussen huishoudens zoals alimentatie betaald aan de ex-echtgeno(o)t(e). Premies inkomensverzekeringen betreffen premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Type: Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Type: Eenoudergezin
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Type: Paar, zonder kind
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Type: Paar, met kind(eren)
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Woningbezit: huurwoning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Type: Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Type: Eenoudergezin
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Type: Paar, zonder kind
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Type: Paar, met kind(eren)
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Woningbezit: huurwoning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Mediaan vermogen huishoudens
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Landbouw
De gegevens voor dit onderwerp komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.
De overgang van Weesp naar Amsterdam heeft plaatsgevonden op 24 maart 2022. Daarom is bij de cijfers over 2022 Weesp bij Amsterdam geteld voor het onderwerp Landbouw.

In 2022 maken paarden, pony's en ezels geen onderdeel uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op de bedrijfstypering en het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling. Bedrijven met paarden en pony's die eerder ingedeeld werden bij 'paard -en ponybedrijven' worden in 2022, als er naast het houden van paarden en pony's ook nog landbouwactiviteiten zijn, ingedeeld bij een ander bedrijfstype. Dit heeft met name effect op graasdierbedrijven en 'akkerbouwbedrijven met vooral voedergewassen', hier treedt een duidelijke trendbreuk op.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.

De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie 'koppeling naar relevante tabellen en artikelen').

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony's) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2011 zijn er wijzigingen doorgevoerd in de geografische toedeling van bedrijven met hoofdvestiging in het buitenland. Dit kan met name in de grensgebieden invloed hebben op de regionale cijfers.

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.
Graasdieren
Graasdieren zijn paarden en pony's, rundvee, schapen en geiten.
Rundvee
Jongvee, melk- en kalfkoeien, zoogkoeien en vlees- en weidekoeien, fokstieren en kalveren.
Schapen
Ooien, lammeren en rammen.
Geiten
Paarden en pony's
Uitsluitend de op geregistreerde landbouwbedrijven voorkomende paarden en pony's.

Vanaf 2010 inclusief ezels van 6 maanden en ouder.

In 2022 maken paarden, pony’s en ezels geen onderdeel uit van de Landbouwtelling.
Hokdieren
Hokdieren zijn varkens, diverse soorten pluimvee, konijnen en edelpelsdieren.

Om hobbymatig van bedrijfsmatig gehouden dieren te onderscheiden, worden bij pluimvee, konijnen en edelpelsdieren aantallen van minder dan 25 stuks niet in de telling meegenomen.
Varkens
Biggen, fokvarkens en vleesvarkens.
Kippen
Leghennen, ouderdieren van leghennen, vleeskuikens en ouderdieren van vleeskuikens.
Kalkoenen
Kalkoenen, slachteenden en pluimvee (legeenden, ganzen, parelhoenders en dergelijke met uitzondering van kippen).
Om hobbymatig van bedrijfsmatig gehouden dieren te onderscheiden, worden bij pluimvee aantallen van minder dan 25 stuks niet in de telling meegenomen.
Slachteenden
Overig pluimvee
Legeenden, ganzen, parelhoenders en dergelijke.
Konijnen
Gespeende vleeskonijnen en voedsters (moederdieren).
Edelpelsdieren
Sinds 8 januari 2021 is er in Nederland een verbod op de pelsdierhouderij.

Nertsen en overige pelsdieren, uitsluitend moederdieren.

Sinds 2008 voornamelijk nertsen.

Het is in Nederland niet meer toegestaan vossen en chinchilla's te fokken voor bont. In 1998 werd al bepaald dat er geen nieuwe vossen- en chinchillafokkerijen bij mochten komen, en dat bestaande bedrijven niet konden uitbreiden. Op 1 april 2008 is er een einde gekomen aan de tienjarige overgangstermijn voor bestaande fokkerijen.