Institutionele beleggers; balans 1998 - 2012

Institutionele beleggers; balans 1998 - 2012

Institutionele beleggers Perioden Activa Waardepapieren op korte termijn Totaal waardepapieren korte termijn (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren buitenland (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren korte termijn overheid Totaal overheid (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren korte termijn overheid Centrale overheid (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren korte termijn overheid Lagere overheid (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren korte termijn fin. inst. Totaal financiële instellingen (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren korte termijn fin. inst. Geldscheppende financiële instellingen (mln euro) Activa Waardepapieren op korte termijn Waardepapieren korte termijn fin. inst. Overige niet-geldscheppende fin. inst. (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Totaal leningen korte termijn (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen op korte termijn buitenland (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overheid Totaal overheid (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overheid Centrale overheid (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overheid Lagere overheid (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overheid Wettelijke sociale verzekeringsinst. (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn financiële inst. Totaal financiële instellingen (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn financiële inst. Verzekeringsinstellingen (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn financiële inst. Beleggingsinstellingen (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn financiële inst. Overige niet-geldscheppende fin. inst. (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn financiële inst. Financiële hulpbedrijven (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overig binnenland Totaal overig binnenland (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overig binnenland Particuliere bedrijven (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overig binnenland Overheidsbedrijven (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overig binnenland Instellingen zonder zakelijk doel (mln euro) Activa Leningen op korte termijn Leningen korte termijn overig binnenland Gezinnen (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Totaal leningen op lange termijn (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen op lange termijn buitenland (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overheid Totaal overheid (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overheid Centrale overheid (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overheid Lagere overheid (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overheid Wettelijke sociale verzekeringsinst. (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange term. financiële instell. Totaal financiële instellingen (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange term. financiële instell. Geldscheppende financiële instellingen (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange term. financiële instell. Verzekeringsinstellingen (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange term. financiële instell. Beleggingsinstellingen (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange term. financiële instell. Overige niet-geldscheppende fin. inst. (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Totaal overig binnenland (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Particuliere bedrijven (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Instellingen op gezondheidsgebied (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Overheidsbedrijven (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Woningbouwverenigingen (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Instellingen zonder zakelijk doel (mln euro) Activa Leningen op lange termijn Leningen lange termijn overig binnenland Gezinnen (mln euro) Passiva Waardepapieren op korte termijn (mln euro) Passiva Leningen op korte termijn (mln euro) Passiva Leningen op lange termijn (mln euro)
Totaal institutionele beleggers 2012* 13.745 10.027 2.413 2.413 - 1.270 763 507 59.459 7.396 5 5 - - 51.823 2.184 91 49.548 - 235 235 - - - 38.345 6.712 1.807 887 920 - 21.901 11.119 5.569 252 4.961 7.925 3.915 625 425 1.625 - 1.335 - 48.563 21.121
Pensioenfondsen 2012* 7.885 5.051 2.154 2.154 - 658 638 20 26.947 4.373 1 1 - - 22.543 768 91 21.684 - 30 30 - - - 4.897 2.263 881 469 412 - 1.448 31 541 252 624 305 19 - - - - 286 - 16.235 1.346
Verzekeraars 2012* 4.230 3.379 259 259 - 579 93 486 11.178 2.177 4 4 - - 8.932 1.416 - 7.516 - 65 65 - - - 27.332 1.190 738 230 508 - 18.940 10.427 5.024 - 3.489 6.464 2.798 625 425 1.625 - 991 - 16.544 11.050
Beleggingsinstellingen 2012* 1.630 1.597 - - - 33 32 1 21.334 846 - - - - 20.348 - - 20.348 - 140 140 - - - 6.116 3.259 188 188 - - 1.513 661 4 - 848 1.156 1.098 - - - - 58 - 15.784 8.725
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de balansgegevens van de institutionele beleggers. Het maakt analyses mogelijk over de verschuivingen binnen de balans van institutionele beleggers. Dat kan niet alleen voor het totaal van institutionele beleggers, maar ook voor de drie groepen: pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen.

Gegevens beschikbaar van 1998 tot en met 2012.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn tot en met 2010 definitief, de uitkomsten voor 2011 zijn nader voorlopig en voor 2012 voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 5 februari 2015:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Institutionele beleggers; balans. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Activa
Waardepapieren op korte termijn
Verhandelbare waardepapieren met een oorspronkelijke looptijd tot 1 jaar.
Dit zijn schatkistpapier (dutch treasury certificates), door financiële
instellingen in omloop gebrachte waardepapieren (spaarbrieven,
spaarbewijzen aan toonder, certificates of deposit), evenals door lagere
overheid en bedrijven in omloop gebrachte waardepapieren (commercial
paper).
Totaal waardepapieren korte termijn
Waardepapieren korte termijn overheid
Totaal overheid
De overheid bestaat uit instellingen die diensten leveren bestemd voor
collectief gebruik, dus bestemd voor de gehele bevolking. De
dienstverlening is gratis of tegen prijzen die minder dan de helft van de
kosten dekken. De kosten worden voornamelijk gefinancierd uit
belastingen. De overheid kan worden opgesplitst in drie groepen: de
centrale overheid, de lagere overheid en de wettelijke sociale
verzekeringsinstellingen.
Centrale overheid
De centrale overheid bestaat uit alle bestuursinstellingen van de staat
en andere centrale instellingen waarvan de bevoegdheid zich over heel
Nederland uitstrekt.
Lagere overheid
De lagere overheid omvat de instellingen van openbaar bestuur waarvan de
bevoegdheid beperkt is tot een deel van Nederland, zoals provincies,
gemeenten en waterschappen.
Waardepapieren korte termijn fin. inst.
Waardepapieren korte termijn financiële instellingen.
Totaal financiële instellingen
De financiële instellingen zijn bedrijven en instellingen met als
hoofdfunctie financiële intermediatie. Dit betekent dat ze een
bemiddelende rol spelen tussen partijen die voor kortere of langere tijd
financiële middelen ter beschikking hebben en partijen die behoefte hebben
aan extra financiële middelen.
De financiële instellingen als geldnemer worden verdeeld in geldscheppende
financiële instellingen, verzekeringsinstellingen, beleggingsinstellingen
en overige niet-geldscheppende financiële instellingen.
Geldscheppende financiële instellingen
Het belangrijkste kenmerk van geldscheppende financiële instellingen is
dat deze instellingen schulden aangaan in de vorm van chartaal geld,
giraal geld en deposito's. Het deel van deze schulden dat in bezit is van
niet-geldscheppende financiële instellingen wordt de liquiditeitenmassa
of de geldhoeveelheid genoemd. De omvang van de liquiditeitenmassa
speelt een belangrijke rol bij de beslissingen van de Europese Centrale
Bank ECB om de rente al dan niet te veranderen.
De geldscheppende financiële instellingen gebruiken de verkregen middelen
voor het verstrekken van leningen en het kopen van waardepapieren. De
volgende instellingen maken deel uit van de geldscheppende financiële
instellingen:
De Nederlandsche Bank N.V., de algemene banken, de coöperatief
georganiseerde kredietinstellingen en haar centrale kredietinstelling, de
spaarbanken en de effectenkredietinstellingen.
Effectenkredietinstellingen zijn instellingen die bemiddelen bij de
handel in effecten op de beurs en krediet verlenen op onderpand van
effecten.
Overige niet-geldscheppende fin. inst.
Overige niet-geldscheppende financiële instellingen
Dit zijn:
- holdingmaatschappijen van verzekeraars, deze beheren aandelen van
binnenlandse en buitenlandse rechtspersonen waarvan de holdingmaatschappij
een meerderheidsbelang bezit
- special purpose vehicles (SPV's), dit zijn Nederlandse bedrijven die
bezittingen van andere Nederlandse of buitenlandse bedrijven overnemen en
dit financieren door obligaties te plaatsen
- hypotheekbanken en bouwfondsen, voorzover deze geen bankvergunning
hebben want dan zijn ze onderdeel van de geldscheppende financiële
instellingen
- participatiemaatschappijen en (regionale) ontwikkelingsmaatschappijen.
Deze maatschappijen verstrekken leningen en risicodragend kapitaal aan
bedrijven in combinatie met advisering over en ondersteuning van het
beleid.
- financieringsmaatschappijen, waartoe worden gerekend instellingen die op
grond van de Wet op het consumentenkrediet (Staatsblad 1990,395)
vergunning hebben voor het afsluiten van huurkoop- en afbetalingskredieten
en voor het verstrekken van geldkredieten aan particulieren. Dit exclusief
de financieringsmaatschappijen die deel uitmaken van de geldscheppende
financiële instellingen of van autodealers.
- gemeentelijke kredietbanken.
Waardepapieren buitenland
Leningen op korte termijn
Leningen met een oorspronkelijke looptijd tot 1 jaar. Voorbeelden hiervan
zijn: dag- en kasgeldleningen, rekening-courantkredieten, voorschotten en
voorfinancieringen.
Dag- en kasgeldleningen verstrekt aan geldscheppende financiële
instellingen worden tot de deposito's gerekend.
Totaal leningen korte termijn
Leningen korte termijn overheid
Totaal overheid
De overheid bestaat uit instellingen die diensten leveren bestemd voor
collectief gebruik, dus bestemd voor de gehele bevolking. De
dienstverlening is gratis of tegen prijzen die minder dan de helft van de
kosten dekken. De kosten worden voornamelijk gefinancierd uit belastingen.
De overheid kan worden opgesplitst in drie groepen: de centrale overheid,
de lagere overheid en de wettelijke sociale verzekeringsinstellingen.
Centrale overheid
De centrale overheid bestaat uit alle bestuursinstellingen van de staat
en andere centrale instellingen waarvan de bevoegdheid zich over heel
Nederland uitstrekt.
Lagere overheid
De lagere overheid omvat de instellingen van openbaar bestuur waarvan de
bevoegdheid beperkt is tot een deel van Nederland, zoals provincies,
gemeenten en waterschappen.
Wettelijke sociale verzekeringsinst.
Wettelijke sociale verzekeringsinstellingen
De groep wettelijke sociale verzekeringsinstellingen omvat instellingen
die zich bezighouden met de administratie en uitvoering van de sociale
uitkeringen. Hiertoe behoren de toezichts- en uitvoeringsinstellingen -
zoals het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de
Sociale Verzekeringsbank (SVB) - en de sociale fondsen - zoals het
AOW-fonds (Algemene ouderdomswet) en het WW-fonds(Werkloosheidswet).
Leningen korte termijn financiële inst.
Leningen korte termijn financiële instellingen.
Totaal financiële instellingen
De financiële instellingen zijn bedrijven en instellingen met als
hoofdfunctie financiële intermediatie. Dit betekent dat ze een
bemiddelende rol spelen tussen partijen die voor kortere of langere tijd
financiële middelen ter beschikking hebben en partijen die behoefte
hebben aan extra financiële middelen.
De financiële instellingen als geldnemer worden verdeeld in
geldscheppende financiële instellingen, verzekeringsinstellingen,
beleggingsinstellingen en overige niet-geldscheppende financiële
instellingen.
Verzekeringsinstellingen
Totaal van pensioenfondsen en verzekeraars.
Beleggingsinstellingen
Beleggingsinstellingen zijn instellingen die middelen aantrekken bij een
breed publiek door uitgifte van aandelen en deze middelen beleggen in
aandelen, obligaties, waardepapieren op korte termijn, leningen, onroerend
goed en deposito's. De populatie bestaat uit de beleggingsinstellingen die
vallen onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen (1990, Staatsblad 380)
met uitzondering van de beleggingsinstellingen die voor meer dan 50
procent in bezit zijn van verzekeraars. In de brongegevens van de
beleggingsinstellingen heeft toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB)
begin 2009 ingrijpende veranderingen doorgevoerd in de uitkomsten vanaf
eind 2008. De belangrijkste verandering betreft de toevoeging van de
institutionele belegginginstellingen, dit zijn beleggingsinstellingen die
werken ten behoeve van één of enkele pensioenfondsen, verzekeraars en
andere beleggingsinstellingen. De Nationale rekeningen heeft vanwege haar
revisiestrategie de daardoor ontstane breuk via een correctie ongedaan
gemaakt. Deze correctie is hier ook toegepast. Dit betekent dat de
balansgegevens van de eind 2008 al bestaande institutionele
beleggingsinstellingen niet zijn meegenomen. Maar de balansmutaties van
deze alsmede de vanaf 2009 nieuw opgerichte institutionele
beleggingsinstellingen maken wel deel uit van de uitkomsten.
Overige niet-geldscheppende fin. inst.
Overige niet-geldscheppende financiële instellingen
Dit zijn:
- holdingmaatschappijen van verzekeraars, deze beheren aandelen van
binnenlandse en buitenlandse rechtspersonen waarvan de
holdingmaatschappij
een meerderheidsbelang bezit
- special purpose vehicles (SPV's), dit zijn Nederlandse bedrijven die
bezittingen van andere Nederlandse of buitenlandse bedrijven overnemen
en dit financieren door obligaties te plaatsen
- hypotheekbanken en bouwfondsen, voorzover deze geen bankvergunning
hebben want dan zijn ze onderdeel van de geldscheppende financiële
instellingen
- participatiemaatschappijen en (regionale) ontwikkelingsmaatschappijen.
Deze maatschappijen verstrekken leningen en risicodragend kapitaal aan
bedrijven in combinatie met advisering over en ondersteuning van het
beleid.
- financieringsmaatschappijen, waartoe worden gerekend instellingen die
op
grond van de Wet op het consumentenkrediet (Staatsblad 1990,395)
vergunning hebben voor het afsluiten van huurkoop- en
afbetalingskredieten
en voor het verstrekken van geldkredieten aan particulieren. Dit
exclusief
de financieringsmaatschappijen die deel uitmaken van de geldscheppende
financiële instellingen of van autodealers.
- gemeentelijke kredietbanken.
Financiële hulpbedrijven
Dit zijn:
- assurantietussenpersonen, dit zijn bedrijven die bemiddelen of
adviseren bij het afsluiten van een verzekering
- vermogensbeheerders
- optie- en effectenbeurzen
- hoeklieden en marketmakers
Leningen korte termijn overig binnenland
Totaal overig binnenland
Deze groep bevat bedrijven, instellingen zonder zakelijk doel en gezinnen.
Tot de bedrijven worden gerekend de instellingen met als hoofdfunctie het
produceren van niet-financiële goederen en verhandelbare diensten. Dit
zijn particuliere bedrijven, instellingen op gezondheidsgebied,
overheidsbedrijven en woningbouwverenigingen.
Particuliere bedrijven
De particuliere bedrijven zijn privaatrechtelijke bedrijven en
instellingen werkzaam op het gebied van landbouw, industrie, handel,
verkeer en dienstverlening. Het aandelenkapitaal is voor minimaal de
helft in bezit van anderen dan de overheid.
Overheidsbedrijven
Deze groep omvat zowel privaat- als publiekrechtelijke instellingen. De
privaatrechtelijke overheidsbedrijven zijn niet-financiële bedrijven
waarvan het aandelenkapitaal voor meer dan de helft in handen is van de
overheid. Voorbeelden zijn openbare nutsbedrijven en openbare
vervoerbedrijven met als juridische status de naamloze vennootschap. De
publiekrechtelijke overheidsbedrijven zijn staatsbedrijven,
gemeenschappelijke regelingen met een bedrijfskarakter, en de takken van
dienst van gemeenten en provincies met een bedrijfskarakter.
Instellingen zonder zakelijk doel
De instellingen zonder zakelijk doel hebben als hoofdfunctie het
produceren van niet-verhandelbare diensten, bestemd voor bepaalde groepen
gezinnen.
Gezinnen
Tot de gezinnen worden gerekend alle ingezeten natuurlijke personen.
Hiertoe worden ook de meestal kleinere niet-rechtspersoonlijkheid
bezittende bedrijven gerekend, die niet als bedrijf herkenbaar zijn.
Leningen op korte termijn buitenland
Leningen op lange termijn
Leningen met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of meer, exclusief de
hypotheken.
Totaal leningen op lange termijn
Leningen lange termijn overheid
Totaal overheid
De overheid bestaat uit instellingen die diensten leveren bestemd voor
collectief gebruik, dus bestemd voor de gehele bevolking. De
dienstverlening is gratis of tegen prijzen die minder dan de helft van de
kosten dekken. De kosten worden voornamelijk gefinancierd uit
belastingen. De overheid kan worden opgesplitst in drie groepen: de
centrale overheid, de lagere overheid en de wettelijke sociale
verzekeringsinstellingen.
Centrale overheid
De centrale overheid bestaat uit alle bestuursinstellingen van de staat
en andere centrale instellingen waarvan de bevoegdheid zich over heel
Nederland uitstrekt.
Lagere overheid
De lagere overheid omvat de instellingen van openbaar bestuur waarvan de
bevoegdheid beperkt is tot een deel van Nederland, zoals provincies,
gemeenten en waterschappen.
Wettelijke sociale verzekeringsinst.
Wettelijke sociale verzekeringsinstellingen
De groep wettelijke sociale verzekeringsinstellingen omvat instellingen
die zich bezighouden met de administratie en uitvoering van de sociale
uitkeringen. Hiertoe behoren de toezichts- en uitvoeringsinstellingen -
zoals het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en de
Sociale Verzekeringsbank (SVB) - en de sociale fondsen - zoals het
AOW-fonds (Algemene ouderdomswet) en het WW-fonds(Werkloosheidswet).
Leningen lange term. financiële instell.
Leningen lange termijn financiële instellingen.
Totaal financiële instellingen
De financiële instellingen zijn bedrijven en instellingen met als
hoofdfunctie financiële intermediatie. Dit betekent dat ze een
bemiddelende rol spelen tussen partijen die voor kortere of langere tijd
financiële middelen ter beschikking hebben en partijen die behoefte hebben
aan extra financiële middelen.
De financiële instellingen als geldnemer worden verdeeld in geldscheppende
financiële instellingen, verzekeringsinstellingen, beleggingsinstellingen
en overige niet-geldscheppende financiële instellingen.
Geldscheppende financiële instellingen
Het belangrijkste kenmerk van geldscheppende financiële instellingen is
dat deze instellingen schulden aangaan in de vorm van chartaal geld,
giraal geld en deposito's. Het deel van deze schulden dat in bezit is van
niet-geldscheppende financiële instellingen wordt de liquiditeitenmassa
of de geldhoeveelheid genoemd. De omvang van de liquiditeitenmassa
speelt een belangrijke rol bij de beslissingen van de Europese Centrale
Bank ECB om de rente al dan niet te veranderen.
De geldscheppende financiële instellingen gebruiken de verkregen middelen
voor het verstrekken van leningen en het kopen van waardepapieren. De
volgende instellingen maken deel uit van de geldscheppende financiële
instellingen:
De Nederlandsche Bank N.V., de algemene banken, de coöperatief
georganiseerde kredietinstellingen en haar centrale kredietinstelling, de
spaarbanken en de effectenkredietinstellingen.
Effectenkredietinstellingen zijn instellingen die bemiddelen bij de
handel in effecten op de beurs en krediet verlenen op onderpand van
effecten.
Verzekeringsinstellingen
Totaal van pensioenfondsen en verzekeraars.
Beleggingsinstellingen
Beleggingsinstellingen zijn instellingen die middelen aantrekken bij een
breed publiek door uitgifte van aandelen en deze middelen beleggen in
aandelen, obligaties, waardepapieren op korte termijn, leningen, onroerend
goed en deposito's. De populatie bestaat uit de beleggingsinstellingen die
vallen onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen (1990, Staatsblad 380)
met uitzondering van de beleggingsinstellingen die voor meer dan 50
procent in bezit zijn van verzekeraars. In de brongegevens van de
beleggingsinstellingen heeft toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB)
begin 2009 ingrijpende veranderingen doorgevoerd in de uitkomsten vanaf
eind 2008. De belangrijkste verandering betreft de toevoeging van de
institutionele belegginginstellingen, dit zijn beleggingsinstellingen die
werken ten behoeve van één of enkele pensioenfondsen, verzekeraars en
andere beleggingsinstellingen. De Nationale rekeningen heeft vanwege haar
revisiestrategie de daardoor ontstane breuk via een correctie ongedaan
gemaakt. Deze correctie is hier ook toegepast. Dit betekent dat de
balansgegevens van de eind 2008 al bestaande institutionele
beleggingsinstellingen niet zijn meegenomen. Maar de balansmutaties van
deze alsmede de vanaf 2009 nieuw opgerichte institutionele
beleggingsinstellingen maken wel deel uit van de uitkomsten.
Overige niet-geldscheppende fin. inst.
Overige niet-geldscheppende financiële instellingen
Dit zijn:
- holdingmaatschappijen van verzekeraars, deze beheren aandelen van
binnenlandse en buitenlandse rechtspersonen waarvan de holdingmaatschappij
een meerderheidsbelang bezit
- special purpose vehicles (SPV's), dit zijn Nederlandse bedrijven die
bezittingen van andere Nederlandse of buitenlandse bedrijven overnemen en
dit financieren door obligaties te plaatsen
- hypotheekbanken en bouwfondsen, voorzover deze geen bankvergunning
hebben want dan zijn ze onderdeel van de geldscheppende financiële
instellingen
- participatiemaatschappijen en (regionale) ontwikkelingsmaatschappijen.
Deze maatschappijen verstrekken leningen en risicodragend kapitaal aan
bedrijven in combinatie met advisering over en ondersteuning van het
beleid.
- financieringsmaatschappijen, waartoe worden gerekend instellingen die op
grond van de Wet op het consumentenkrediet (Staatsblad 1990,395)
vergunning hebben voor het afsluiten van huurkoop- en afbetalingskredieten
en voor het verstrekken van geldkredieten aan particulieren. Dit exclusief
de financieringsmaatschappijen die deel uitmaken van de geldscheppende
financiële instellingen of van autodealers.
- gemeentelijke kredietbanken.
Leningen lange termijn overig binnenland
Totaal overig binnenland
Deze groep bevat bedrijven, instellingen zonder zakelijk doel en gezinnen.
Tot de bedrijven worden gerekend de instellingen met als hoofdfunctie het
produceren van niet-financiële goederen en verhandelbare diensten. Dit
zijn particuliere bedrijven, instellingen op gezondheidsgebied,
overheidsbedrijven en woningbouwverenigingen.
Particuliere bedrijven
De particuliere bedrijven zijn privaatrechtelijke bedrijven en
instellingen werkzaam op het gebied van landbouw, industrie, handel,
verkeer en dienstverlening. Het aandelenkapitaal is voor minimaal de
helft in bezit van anderen dan de overheid.
Instellingen op gezondheidsgebied
Deze groep omvat instellingen zoals ziekenhuizen, klinieken,
psychiatrische inrichtingen, verpleeg- en verzorgingstehuizen en
instellingen op het gebied van maatschappelijke dienstverlening.
Overheidsbedrijven
Deze groep omvat zowel privaat- als publiekrechtelijke instellingen. De
privaatrechtelijke overheidsbedrijven zijn niet-financiële bedrijven
waarvan het aandelenkapitaal voor meer dan de helft in handen is van de
overheid. Voorbeelden zijn openbare nutsbedrijven en openbare
vervoerbedrijven met als juridische status de naamloze vennootschap. De
publiekrechtelijke overheidsbedrijven zijn staatsbedrijven,
gemeenschappelijke regelingen met een bedrijfskarakter, en de takken van
dienst van gemeenten en provincies met een bedrijfskarakter.
Woningbouwverenigingen
Tot de woningbouwverenigingen worden gerekend de toegelaten
woningbouwcorporaties en -stichtingen en de instellingen op het gebied
van bejaarden- en studentenhuisvesting.
Instellingen zonder zakelijk doel
De instellingen zonder zakelijk doel hebben als hoofdfunctie het
produceren van niet-verhandelbare diensten, bestemd voor bepaalde groepen
gezinnen.
Gezinnen
Tot de gezinnen worden gerekend alle ingezeten natuurlijke personen.
Hiertoe worden ook de meestal kleinere niet-rechtspersoonlijkheid
bezittende bedrijven gerekend, die niet als bedrijf herkenbaar zijn.
Leningen op lange termijn buitenland
Passiva
Waardepapieren op korte termijn
Verhandelbare waardepapieren met een oorspronkelijke looptijd tot 1 jaar.
Dit zijn schatkistpapier (dutch treasury certificates), door financiële
instellingen in omloop gebrachte waardepapieren (spaarbrieven,
spaarbewijzen aan toonder, certificates of deposit), evenals door lagere
overheid en bedrijven in omloop gebrachte waardepapieren (commercial
paper).
Leningen op korte termijn
Leningen met een oorspronkelijke looptijd tot 1 jaar. Voorbeelden hiervan
zijn: dag- en kasgeldleningen, rekening-courantkredieten, voorschotten en
voorfinancieringen.
Dag- en kasgeldleningen verstrekt aan geldscheppende financiële
instellingen worden tot de deposito's gerekend.
Leningen op lange termijn
Leningen met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of meer, exclusief de
hypotheken.