Institutionele beleggers; balans 1998 - 2012
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat de balansgegevens van de institutionele beleggers. Het maakt analyses mogelijk over de verschuivingen binnen de balans van institutionele beleggers. Dat kan niet alleen voor het totaal van institutionele beleggers, maar ook voor de drie groepen: pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsinstellingen.
Gegevens beschikbaar van 1998 tot en met 2012.
Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn tot en met 2010 definitief, de uitkomsten voor 2011 zijn nader voorlopig en voor 2012 voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 5 februari 2015:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Institutionele beleggers; balans. Zie paragraaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Activa
- Chartaal en giraal geld
- Kasmiddelen (munten en bankbiljetten) en overdraagbare, direct opeisbare
tegoeden bij geldscheppende financiële instellingen.- In buitenlandse valuta
- Deposito's
- Niet overdraagbare tegoeden bij geldscheppende financiële instellingen.
Met deze tegoeden kan dus niet giraal worden betaald.- In nationale valuta
- De post nationale valuta heeft tot 1999 betrekking op de gulden en vanaf
1999 op de euro.- Buitenland
- Het buitenland bestaat uit de niet-ingezeten eenheden.
- In buitenlandse valuta
- Totaal in buitenlandse valuta
- Geldscheppende financiële instellingen
- Het belangrijkste kenmerk van geldscheppende financiële instellingen is
dat deze instellingen schulden aangaan in de vorm van chartaal geld,
giraal geld en deposito's. Het deel van deze schulden dat in bezit is van
niet-geldscheppende financiële instellingen wordt de liquiditeitenmassa
of de geldhoeveelheid genoemd. De omvang van de liquiditeitenmassa
speelt een belangrijke rol bij de beslissingen van de Europese Centrale
Bank ECB om de rente al dan niet te veranderen.
De geldscheppende financiële instellingen gebruiken de verkregen middelen
voor het verstrekken van leningen en het kopen van waardepapieren. De
volgende instellingen maken deel uit van de geldscheppende financiële
instellingen:
De Nederlandsche Bank N.V., de algemene banken, de coöperatief
georganiseerde kredietinstellingen en haar centrale kredietinstelling, de
spaarbanken en de effectenkredietinstellingen.
Effectenkredietinstellingen zijn instellingen die bemiddelen bij de
handel in effecten op de beurs en krediet verlenen op onderpand van
effecten.
- Buitenland
- Het buitenland bestaat uit de niet-ingezeten eenheden.
- Obligaties
- Verhandelbare waardepapieren met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar
of meer. Meestal is sprake van een vaste rentevergoeding, maar ook
floating rate notes (obligaties met een variabele rente) en zero-coupon
obligaties (obligaties die ver onder de nominale waarde zijn uitgegeven en
waarover geen rente wordt vergoed) komen voor.- Obligaties buitenland
- Financiële derivaten
- Financiële derivaten zijn financiële stukken gebaseerd op of afgeleid van
een andere onderliggende waarde (bijvoorbeeld effecten, rente, valuta of
grondstoffen), met het oog op verkleinen van risico's of juist
speculatieve doeleinden. Bij derivaten worden afspraken gemaakt over
mogelijke (toekomstige) koop-/verkoopprijzen van de onderliggende waarden
of worden cashflows tegen elkaar uitgeruild. Alleen de afgeleide
instrumenten die een marktwaarde hebben (omdat zij verhandelbaar zijn of
op de markt kunnen worden gecompenseerd) worden als vorderingen beschouwd.
Tot de financiële derivaten behoren opties, warrants, futures, swaps, en
forward rate agreements. Tot de derivaten behoren niet de onderliggende
waarde, de terug te betalen margestorting en de afgeleide instrumenten die
niet verhandelbaar zijn. De financiële derivaten zijn netto opgenomen. Dat
wil zeggen als saldo van vorderingen en schulden, hierdoor kunnen de
uitkomsten een negatieve waarde aannemen.
- Aandelen
- De deelnemingen in het risicodragend vermogen van ondernemingen en
instellingen voorzover in de vorm van verhandelbare waardepapieren.- Aandelen buitenland
- Waardepapieren op korte termijn
- Verhandelbare waardepapieren met een oorspronkelijke looptijd tot 1 jaar.
Dit zijn schatkistpapier (dutch treasury certificates), door financiële
instellingen in omloop gebrachte waardepapieren (spaarbrieven,
spaarbewijzen aan toonder, certificates of deposit), evenals door lagere
overheid en bedrijven in omloop gebrachte waardepapieren (commercial
paper).- Waardepapieren buitenland
- Deelnemingen
- De deelnemingen in het risicodragend vermogen van ondernemingen en
instellingen met uitzondering van aandelen.- Deelnemingen buitenland
- Leningen op korte termijn
- Leningen met een oorspronkelijke looptijd tot 1 jaar. Voorbeelden hiervan
zijn: dag- en kasgeldleningen, rekening-courantkredieten, voorschotten en
voorfinancieringen.
Dag- en kasgeldleningen verstrekt aan geldscheppende financiële
instellingen worden tot de deposito's gerekend.- Leningen op korte termijn buitenland
- Leningen op lange termijn
- Leningen met een oorspronkelijke looptijd van 1 jaar of meer, exclusief de
hypotheken.- Leningen op lange termijn buitenland
- Hypotheken
- Leningen waarvoor onroerend goed als zekerheid is gesteld, eventueel naast
andere zekerheden. De hypotheken worden op basis van het onderpand op
dezelfde wijze onderverdeeld als de vaste eigendommen, waarbij woningen,
winkels en kantoorgebouwen als één post worden weergegeven.- Buitenland
- Direct vastgoed
- Direct vastgoed in Nederland wordt onderverdeeld in:
- woningen;
- kantoor- en winkelgebouwen;
- landelijke eigendommen: grond, terreinen, boerderijen, recreatieterreinen en -centra, landgoederen, natuurgebieden en bouwterreinen;
- overig: fabrieksgebouwen, garages, parkeerterreinen en bungalowparken.- Buitenland