Regionale inkomensverdeling 2000, kerncijfers.

Tabeltoelichting

Besteedbaar inkomen; inkomensverdelingen van personen en huishoudens
Per gemeente (1 - 1- 2001), COROP-gebied, provincie, landsdeel, stads-
2000
Gewijzigd op 02 juli 2004.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Inkomens van personen
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie met
52 weken inkomen gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep minder dan 52 weken inkomen. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie 52 weken inkomen. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie 52 weken inkomen buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Naar sociaal-economische categorie
Bij de indeling naar sociaal-economische categorie worden alle personen
met winst uit onderneming als zelfstandigen aangemerkt. Na het bepalen
van de zelfstandigen worden de overige sociaal-economische categorieën
vastgesteld op basis van de voornaamste inkomensbron gedurende het
onderzoeksjaar. De hoofdcategorie actieven omvat zelfstandigen,
ambtenaren en overige werknemers in loondienst.
Tot de categorie niet-actieven worden gerekend bijstandsontvangers
(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen met een
werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen).
Aantal personen
De hier opgenomen populatie heeft betrekking op alle personen
voorzover deze 52 weken inkomen hebben genoten. Personen waarvan de
sociaal-economische categorie onbekend is en personen behorend tot de
huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen en behorend tot de
studentenhuishoudens zijn in deze tabellen buiten beschouwing gelaten.
Niet-actieve personen met 52 wk.inkomen
Tot de categorie niet-actieven worden gerekend bijstandsontvangers
(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen met een
werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen).
Pensioenontvanger
Aantal personen met een pensioenuitkering.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van personen met 52 weken inkomen
naar sociaal-economische categorie
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep minder dan 52 weken inkomen. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie 52 weken inkomen. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie 52 weken inkomen buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Niet-actieve personen met 52 wk. inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van niet-actieve personen met 52 weken
inkomen. Tot de categorie niet-actieven worden gerekend
bijstandsontvangers(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen
met een werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen).
Pensioenontvanger
Gemiddeld besteedbaar inkomen van personen met een pensioenuitkering.
Inkomens van huishoudens
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het huishoudeninkomen bestaat uit de som van inkomens van de
afzonderlijke huishoudensleden. Bij ongeveer een procent van de
huishoudens is geen belastbaar inkomen waargenomen. Voor een deel is dit
het gevolg van het onvoldoende kunnen toerekenen van studietoelagen aan
studenten en van andere onvolkomenheden in de gekozen werkwijze.
In het algemeen geldt voor de inkomensstatistiek dat huishoudens waar
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten wordt waargenomen gerekend wordt tot de huishoudens zonder
(waargenomen) belastbaar inkomen.
Particuliere huishoudens
Particuliere huishoudens worden onderscheiden naar samenstelling van
het huishouden. Er wordt een onderscheid gemaakt in één- en
meerpersoonshuishoudens. Een éénpersoonshuishouden bestaat uit een
persoon die alleen in een (deel van een) woonruimte is gehuisvest en zelf
in de dagelijkse levensbehoeften voorziet of die een woonruimte deelt met
anderen zonder met hen gemeenschappelijk in de dagelijkse levensbehoeften
te voorzien. Een meerpersoonshuishouden bestaat uit twee of meer personen
die samen in een (deel van een) woonruimte zijn gehuisvest en
gemeenschappelijk in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. De
meerpersoonshuishoudens worden verder onderscheiden op basis van het
aantal meerderjarigen en het aantal minderjarige kinderen. Minderjarige
kinderen zijn personen die jonger zijn dan 18 jaar en die aan de zorg
van ouderen zijn toevertrouwd. Personen boven de 18 jaar worden als
meerderjarige aangemerkt.
Aantal huishoudens
De hier opgenomen populatie omvat de particuliere huishoudens (exclusief
studentenhuishoudens) met inkomen.
Totaal particuliere huishoudens
Totaal aantal particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).
Eenpersoonshuishoudens
Percentage éénpersoonshuishoudens.
Een éénpersoonshuishouden bestaat uit een persoon die alleen in een (deel
van een) woonruimte is gehuisvest en zelf in de dagelijkse levensbehoeften
voorziet of die een woonruimte deelt met anderen zonder met hen
gemeenschappelijk in de dagelijkse levensbehoeften te voorzien.