Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw), regio, 2007 - 2023
| Status cijfer | Regio's | Perioden | Huishoudens Totaal aantal huishoudens met inkomen (x 1 000) | Huishoudens Lage inkomens 2e, 3e en 4e deciel (x 1 000) | Klantenpotentiëlen Lokaal klantenpotentieel (aantal) | Klantenpotentiëlen Lokaal klantenpotentieel (rel.) (in % van aantal inwoners) | Klantenpotentiëlen Regionaal klantenpotentieel (aantal) | Klantenpotentiëlen Regionaal klantenpotentieel (rel.) (in % van aantal inwoners) | Oppervlakten Bedrijfsterreinen (ha) | Oppervlakten Land Land(Gf-Fvw): buitengebied(Gf-Fvw) (ha) | Oppervlakten Water Buitenwater(Gf-Fvw): totaal (ha) | Oppervlakten Bebouwing Bebouwing: buitengebied(Gf-Fvw) (ha) | Bodemgesteldheid en oeverlengte Bodemfactor Bodemfactor buitengebied(Gf-Fvw) (aantal) | Bodemgesteldheid en oeverlengte Bodemfactor Klei/kleiveen/veen: buitengebied(Gf-Fvw) (ha) | Uitwonende studenten (aantal) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Voorlopig | Nederland, Buitenland, Niet in te delen | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland (LD) | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland (PV) | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland (CR) | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland (SG) | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland (GA) | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Aalten | 2023 | 26.710 | 17.420 | 110 | ||||||||||
| Voorlopig | Altena | 2023 | 45.950 | 5.020 | 210 | ||||||||||
| Voorlopig | Asten | 2023 | 16.480 | 7.990 | 70 | ||||||||||
| Voorlopig | Ten Boer | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Bunschoten | 2023 | 19.430 | 6.640 | 110 | ||||||||||
| Voorlopig | Dronten | 2023 | 40.670 | 24.940 | 570 | ||||||||||
| Voorlopig | Druten | 2023 | 18.000 | 7.100 | 80 | ||||||||||
| Voorlopig | Eijsden-Margraten | 2023 | 18.040 | 3.210 | 160 | ||||||||||
| Voorlopig | Etten-Leur | 2023 | 47.120 | 38.130 | 240 | ||||||||||
| Voorlopig | Houten | 2023 | 49.680 | 30.500 | 400 | ||||||||||
| Voorlopig | Littenseradiel | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Margraten | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 2023 | 19.860 | 7.490 | 130 | ||||||||||
| Voorlopig | Putten | 2023 | 24.160 | 12.660 | 120 | ||||||||||
| Voorlopig | Rijssen-Holten | 2023 | 39.730 | 34.600 | 170 | ||||||||||
| Voorlopig | Voorschoten | 2023 | 20.230 | 4.860 | 270 | ||||||||||
| Voorlopig | Winschoten | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Buitenland | 2023 | |||||||||||||
| Voorlopig | Gemeenten; niet in te delen | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Nederland, Buitenland, Niet in te delen | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland (LD) | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland (PV) | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland (CR) | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland (SG) | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland (GA) | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Aalten | 2023 | 26.840 | 17.420 | 8.241 | 0 | 112 | 1,00 | 120 | ||||||
| Definitief | Altena | 2023 | 46.540 | 5.120 | 16.257 | 0 | 112 | 1,10 | 220 | ||||||
| Definitief | Asten | 2023 | 16.630 | 7.980 | 6.195 | 0 | 98 | 1,00 | 70 | ||||||
| Definitief | Ten Boer | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Bunschoten | 2023 | 19.570 | 6.620 | 2.245 | 0 | 22 | 1,03 | 120 | ||||||
| Definitief | Dronten | 2023 | 41.290 | 25.220 | 30.935 | 3.261 | 163 | 1,02 | 600 | ||||||
| Definitief | Druten | 2023 | 18.300 | 7.180 | 2.769 | 0 | 37 | 1,01 | 90 | ||||||
| Definitief | Eijsden-Margraten | 2023 | 18.110 | 3.230 | 5.579 | 0 | 39 | 1,00 | 160 | ||||||
| Definitief | Etten-Leur | 2023 | 47.570 | 38.440 | 4.103 | 0 | 95 | 1,00 | 250 | ||||||
| Definitief | Houten | 2023 | 49.850 | 30.330 | 3.904 | 0 | 45 | 1,25 | 410 | ||||||
| Definitief | Littenseradiel | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Margraten | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Nuenen, Gerwen en Nederwetten | 2023 | 19.980 | 7.440 | 2.226 | 0 | 28 | 1,00 | 130 | ||||||
| Definitief | Putten | 2023 | 24.470 | 12.820 | 7.052 | 0 | 95 | 1,00 | 130 | ||||||
| Definitief | Rijssen-Holten | 2023 | 40.000 | 34.650 | 7.588 | 0 | 70 | 1,00 | 170 | ||||||
| Definitief | Voorschoten | 2023 | 20.180 | 4.770 | 471 | 0 | 3 | 1,01 | 290 | ||||||
| Definitief | Winschoten | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Buitenland | 2023 | |||||||||||||
| Definitief | Gemeenten; niet in te delen | 2023 | |||||||||||||
| Bron: CBS. | |||||||||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat gegevens die mede als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan gemeenten en provincies aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert voor de definitieve en voorlopige cijfers van de maatstaven worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', uitgave Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Het aantal inwoners in stedelijke en landelijke gebieden wordt berekend ten behoeve van het verdeelstelsel gehanteerd door het Provinciefonds. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).
Met ingang van verslagjaar 2016 worden er door CBS geen gegevens meer gepubliceerd over grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten.
Door diverse maatschappelijke ontwikkelingen zijn de filosofie en methode die ten grondslag liggen aan de afbakening niet langer actueel.
Daarnaast blijkt dat andere instanties, afhankelijk van het toepassingsgebied, een afwijkende indeling van grootstedelijke agglomeraties en stadsgewesten hanteren, waardoor er niet meer gesproken kan worden van één standaard.
De herindeling van gemeenten Amsterdam en Weesp tot de nieuwgevormde gemeente Amsterdam vond plaats op 24 maart 2022.
In de “Wet van 9 juni 2021 tot herindeling van de gemeenten Amsterdam en Weesp” wordt bij berekening van de Algemene Uitkering afgeweken van de ingangsdatum van herindeling en uitgegaan van nieuwvorming van Amsterdam per 1 januari 2022.
In deze tabel wordt daarom uitgegaan van nieuwvorming van de gemeente Amsterdam per 1 januari 2022 en wordt het grondgebied van Weesp toegevoegd aan COROP 23 in plaats van COROP 24.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2007.
Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.
De onderwerpen: belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.
Wijzigingen per december 2024:
Definitieve gegevens 2023
- Uitwonende studenten
Definitieve gegevens 2022
- Belastingcapaciteit woningen
- Belastingcapaciteit niet-woningen
- Amendement De Pater
- Bedrijfsvestigingen
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.
Toelichting onderwerpen
- Huishoudens
- Van dit onderdeel worden alleen definitieve cijfers gebruikt.
- Totaal aantal huishoudens met inkomen
- Totaal aantal huishoudens met inkomen.
Inkomensverdelingen [voorgaand jaar]
In de reguliere tabellen met de regionale inkomensverdeling worden de gegevens van een jaar gepresenteerd per ultimo van datzelfde jaar naar de (boven)gemeentelijke indeling van het daarop volgende jaar.
- Lage inkomens 2e, 3e en 4e deciel
- Bij de definitieve cijfers over de inkomensverdelingen is de inkomenseenheid huishoudens in tien inkomensklassen verdeeld.
De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen van het voorafgaande jaar. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald.
Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep 'relatief lage inkomens'.
De populatie omvat alle huishoudens inclusief studentenhuishoudens en institutionele huishoudens; huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen zijn buiten beschouwing gelaten.
Een particulier huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
Een institutioneel huishouden is gedefinieerd als een uit een of meer leden bestaande verzameling van personen, woonachtig in een tot bewoning bestemd gebouw of in een andere bewoonde ruimte, die daar door derden wordt voorzien van huisvesting en van dagelijkse levensbehoeften.
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering (Wet Studie Financiering) ontvangen behoren tot de groep studentenhuishoudens; werkstudenten behoren ook tot deze categorie.
Het 'besteedbaar inkomen' is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals RWW, AOW, WAZ, WAJONG en WAO).
De landelijke inkomensgrenzen voor het 2e, 3e en 4e deciel zijn als volgt:
jaar ondergrens bovengrens
1997 8 500 euro 17 100 euro
1998 9 200 euro 17 900 euro
1999 9 300 euro 18 000 euro
2000 9 600 euro 18 900 euro
2001 11 400 euro 21 400 euro
2002 11 100 euro 20 200 euro
2003 11 400 euro 21 300 euro
2004 11 100 euro 20 900 euro
2005 11 000 euro 20 800 euro (RIO2004)
2006 11 200 euro 20 900 euro (RIO2005)
2007 11 700 euro 21 900 euro (RIO2006)
2008 12 200 euro 22 900 euro (RIO2007)
2009 12 500 euro 23 600 euro (RIO2008)
2010 12 700 euro 23 800 euro (RIO2009)
2011 12 700 euro 23 700 euro (RIO2010)
2012 12 800 euro 23 800 euro (RIO2011)
2013 12 800 euro 23 900 euro (RIO2012)
2014 12 700 euro 23 800 euro (RIO2013)
Van dit onderdeel worden alleen definitieve cijfers gebruikt.
- Klantenpotentiëlen
- Cijfers over het aantal potentiële lokale en regionale klanten van de woonkernen (Gf-Fvw) van een gemeente.
De methodologie van berekenen is voor beide potentiëlen nagenoeg gelijk.
Bij de berekeningen wordt uitgegaan van de woonkernen zoals in deze publicatie gedefinieerd, met dien verstande dat:
Vanaf het peiljaar 2001 een kernvierkant dat op het grondgebied van twee of meer gemeenten ligt als (behorend tot) een woonkern voor ieder van deze gemeenten wordt beschouwd.
Voorafgaand aan de bepaling van het klantenpotentieel wordt eerst het zwaartepunt van ieder van de betrokken woonkernen bepaald. Het zwaartepunt van iedere woonkern wordt vastgelegd als een X- en een Y-coördinaat (in eenheden van 500 meter).
Deze coördinaten worden in de berekening gebruikt om de onderlinge afstanden van woonkernen te bepalen. De afstand van een woonkern(Fvw-Gf) tot zichzelf en de afstand van twee woonkernen(Fvw-Gf) minder dan een kilometer wordt ten behoeve van de berekeningen op één kilometer gesteld.
Vervolgens wordt het inwonertal van iedere woonkern binnen een gemeente bepaald. Inwoners van een gemeente die niet in een woonkern wonen, worden aan de woonkernen van een gemeente toegedeeld naar rato van hun inwonertal.
Als eerste stap in de berekening wordt voor iedere woonkern in Nederland het aantal inwoners volgens een formule opgesplitst in aantallen potentiële klanten van de woonkernen binnen een straal van 20 kilometer voor het lokaal potentieel, respectievelijk 60 kilometer voor het regionaal potentieel.
Verondersteld is dat de lokale aantrekkingskracht van een kern recht evenredig toeneemt met het aantal inwoners en afneemt met het kwadraat van de afstand tot die kern. Bij de regionale aantrekkingskracht van een kern neemt deze toe met het kwadraat van het inwonertal en neemt deze af met het kwadraat van de afstand tot die kern.
Als tweede stap wordt per woonkern de aldus toegekende potentiële lokale en regionale klanten opgeteld.
Het klantenpotentieel van een gemeente wordt verkregen door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen binnen de gemeente te sommeren.
Definitieve cijfers
Met ingang van cijfers over 2015 zijn deze afgeleid van het Basisregister Adressen en gebouwen (BAG) van 1 januari van het peiljaar. Aan alle verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen is een vierkant van 500 bij 500 meter toegekend.
Bij cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn deze afgeleid van het Geografisch Basisregister (GBR) van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen een vierkant is toegekend.
Het aantal inwoners per rastervierkant is afkomstig uit de jaarlijkse telling uit de Gemeentelijke basisadministratie Personen (GBA) van 1 januari van het peiljaar. Deze aantallen zijn verkregen door het bestand van de GBA-telling met behulp van de BAG of het GBR van de coördinaat van het rastervierkant te voorzien.
Voorlopige cijfers
Deze worden berekend in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en, indien van toepassing, opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers voor 2015 wordt gebruik gemaakt van de BAG van 1 september van 2014 voor afleiding van de woonkernen. De toedeling van inwoners aan kernen vindt plaats door gebruik te maken van definitieve bevolkingsaantallen per rastervierkant van 1 januari 2013.
Bij de berekening van cijfers voor 2014 en eerder worden de aantallen inwoners per gemeente van het voorgaand jaar toegedeeld aan als woonadressen te beschouwen adressen van het GBR van het voorgaande jaar. Nog niet aan alle adressen in het GBR van het voorgaande jaar zijn op dat moment vierkanten toegekend.- Lokaal klantenpotentieel
- Aantal potentiële lokale klanten van de woonkernen(Gf-Fvw) in een gemeente.
Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern(Gf-Fvw) is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 20 kilometer.
De som van het aantal potentiële lokale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen.
- Lokaal klantenpotentieel (rel.)
- Verhouding tussen het aantal potentiële lokale klanten en het aantal inwoners van een gemeente.
Alleen voor definitieve cijfers.
- Regionaal klantenpotentieel
- Aantal potentiële regionale klanten van de woonkernen(Gf-Fvw) in een gemeente.
Het aantal potentiële regionale klanten van een woonkern(Gf-Fvw) is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 60 kilometer.
De som van het aantal potentiële regionale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen.
- Regionaal klantenpotentieel (rel.)
- Verhouding tussen het aantal potentiële regionale klanten en het aantal inwoners van een gemeente.
Alleen voor definitieve cijfers.
- Oppervlakten
- Cijfers over oppervlakten van bebouwing, land(Gf-Fvw), binnenwater(Gf-Fvw), buitenwater(Gf-Fvw) en bedrijfsterreinen.
De toevoeging (Gf-Fvw) geeft aan dat deze definitie wordt gehanteerd in het kader van de Financiële verhoudingswet (Fvw) die de uitkeringen uit het Gemeentefonds (Gf) regelt.
De oppervlakte land(Gf-Fvw), binnen- en buitenwater(Gf-Fvw) in hectare, wordt berekend op basis van de meest recente topografische kaartbladen van de Basis Registratie Topografie (BRT) van het Kadaster, volgens de omschrijvingen van de meest recent gepubliceerde statistiek van het Bodemgebruik.
Jaarlijks werd ongeveer 25% van de digitale topografische kaart van Nederland opnieuw door het Kadaster geïnventariseerd en gepubliceerd. Met ingang van 2012 is deze publicatie verdubbeld tot 50%.
Naast deze oppervlakten land(Gf-Fvw), binnen- en buitenwater(Gf-Fvw) publiceert het CBS ook oppervlakten land, binnen- en buitenwater volgens de methodiek van de statistiek van het Bodemgebruik. Berekende oppervlakten land en water verschillen tussen beide publicaties. Daar waar de berekening voor het Gemeentefonds uitgaat van de meest recent gepubliceerde topografische kaarten is de statistiek van het Bodemgebruik een jaaropname, die integraal van Nederland eens in de drie jaar wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt in de toepassing voor het Gemeentefonds delen van binnenwater tot buitenwater gerekend en andersom.
De oppervlakte bedrijfsterreinen, in hectaren, wordt berekend aan de hand van het meest recent gepubliceerde Bestand Bodemgebruik van het CBS.
Met ingang van cijfers voor de provinciale indeling 2013 geldt het oppervlakte bedrijfsterreinen van het Bestand Bodemgebruik 2010 als grondslag.
Met ingang van cijfers voor de provinciale indeling 2016 geldt het oppervlakte bedrijfsterreinen van het Bestand Bodemgebruik 2012 als grondslag.
Definitieve cijfers
Berekening vindt plaats met definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar en de meest recent gepubliceerde topografische kaarten.
Voorlopige cijfers
Berekening vindt plaats in november van het voorgaand jaar en is gebaseerd op definitieve gegevens van twee jaar voor het peiljaar.
De gemeentelijke cijfers van het peiljaar worden afgeleid van definitieve gegevens van twee jaar daarvoor, gecombineerd met gemeentegrenzen van het voorgaand jaar waarop een herindeling naar het peiljaar is toegepast.- Land
- Tot land gerekend, de hoofdgroepen: Verkeer, Bebouwd, Semi-bebouwd, Recreatie, Bos & natuur en Landbouw uit de statistiek 'Bodemgebruik in Nederland' van het CBS.
- Land(Gf-Fvw): buitengebied(Gf-Fvw)
- Oppervlakte land(Gf-Fvw) in het buitengebied(Gf-Fvw) (buiten de woonkernen(Gf-Fvw)) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
- Water
- Oppervlakten binnenwater(Gf-Fvw) en buitenwater(Gf-Fvw).
De oppervlakten binnenwater bevatten alle aaneengesloten vlakken water groter dan 1 ha.- Buitenwater(Gf-Fvw): totaal
- Oppervlakte buitenwater(Gf-Fvw) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
De oppervlakte water volgens de omschrijvingen van het buitenwater in de statistiek van het Bodemgebruik aangevuld met het IJsselmeer, met uitzondering van delen gelegen tussen havenhoofden en strekdammen. Uitgezonderd van buitenwater zijn delen van de Waddenzee, de Eems, de Dollard, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde gelegen tussen havenhoofden en strekdammen.
- Bebouwing
- De oppervlakte bebouwing is de oppervlakte van de verticale projectie van de contouren van bebouwing op het aardoppervlak.
Met ingang van cijfers over 2015 worden pandcontouren uit de Basisregistratie Adressen en gebouwen (BAG) afgeleid, waarbij pandcontouren worden uitgesloten welke overwegend als kas/warenhuis of tank aan te merken zijn volgens de Basisregistratie Topografie (BRT) van het Kadaster.
Cijfers over 2014 en eerdere jaren zijn volledig afgeleid van de BRT.
De oppervlakte bebouwing wordt berekend met behulp van een Geografisch informatiesysteem waarbij topografische kaartbladen, dichtheden per rastervierkant en gemeentegrenzen worden gecombineerd.
Alleen bij afleiding van oppervlakten bebouwing voor 2014 en voorgaande jaren vindt indexering van de oppervlakte plaats naar het peiljaar.
Indexering vindt plaats in verschillende stappen. Eerst wordt per dichtheidsklasse, zowel voor woonkernen als het buitengebied en de gemiddelde bebouwing (in vierkante meters) voor ieder betrokken rastervierkant berekend.
Vervolgens wordt per vierkant de ophogingfactor bebouwing berekend aan de hand van de verschillen in adressen tussen opname- en uitkeringsjaar en het gemiddeld bebouwingsoppervlak per adres voor de dichtheidsklasse waarvan het rastervierkant deel uitmaakt.
Tenslotte wordt de oppervlakte bebouwing van het rastervierkant vermeerderd met de berekende ophogingfactor, waarbij voor de geïndexeerde oppervlakte bebouwing per rastervierkant een ondergrens van 0 hectare en een bovengrens van 20 hectare wordt aangehouden.
Definitieve cijfers
Met ingang van cijfers over 2015 worden oppervlakten bebouwing per woonkern en buitengebied afgeleid van de afgeleide pandcontouren en het aantal verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen per 500 bij 500 meter vierkant op 1 januari in de BAG.
Afleiding van oppervlaktecijfers naar woonkernen en buitengebied voor 2014 en voorgaande jaren vindt plaats met behulp van gegevens van de BRT en definitieve gegevens van het Geografisch Basisregister van januari van het peiljaar, waarbij aan alle adressen een vierkant is toegekend.
Bebouwingscontouren worden gecombineerd met de definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar.
Voorlopige cijfers
Berekening vindt plaats in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en eventuele opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van cijfers over 2015 worden deze gebaseerd op de BAG van 1 september voorafgaand aan het peiljaar. Voorlopige cijfers over 2014 en voorgaande jaren zijn gebaseerd op definitieve gegevens van het GBR van het peiljaar twee jaar daarvoor.- Bebouwing: buitengebied(Gf-Fvw)
- Oppervlakte bebouwing in het buitengebied(Gf-Fvw) (buiten de woonkernen(Gf-Fvw)) per regio of gemeente volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
Het oppervlakte bebouwing in het buitengebied(Gf-Fvw) is dat deel wat buiten de woonkernen(Gf-Fvw) is gelegen.
- Bedrijfsterreinen
- Oppervlakte bedrijfsterreinen
Het oppervlakte van terrein in gebruik voor nijverheid, handel en zakelijke dienstverlening.
Tot bedrijfsterrein wordt gerekend:
- fabrieksterrein;
- haventerrein;
- veilingterrein;
- tentoonstellingsterrein;
- veemarkt (al dan niet overdekt);
- groothandelscomplex;
- terrein met banken en verzekeringsmaatschappijen en dergelijke;
- bijbehorend opslagterrein en parkeergelegenheid;
- garage (inclusief parkeergarage);
- garage van busmaatschappij;
- kantoorgebouw;
- bijbehorende parkeerterreinen;
Niet tot deze categorie behoren ingesloten braak-, en/of niet bouwrijpe bedrijfsterreinen, deze worden tot bouwterrein gerekend.
- Bodemgesteldheid en oeverlengte
- Bodemgesteldheid en oeverlengte bevat:
- De oppervlakten klei/kleiveen en veengrond (slechte grond)
- Het percentage slechte grond.
- De bodemfactoren
- De totale oeverlengte
- De oeverlengte op kleiveen- en veengronden
De oppervlakte 'slechte grond' is de oppervlakte in hectare van een minimaal vijf meter dik aaneengesloten pakket holocene klei- en/of veenlagen dat zich binnen de eerste acht meter onder het maaiveld bevindt, voor zover de betrokken lagen niet zijn gelegen onder water(Gf-Fvw) of water breder dan 100m.
Er is sprake van een aaneengesloten pakket:
- Klei, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond maximaal 50 cm bedraagt;
- Kleiveen, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond tussen de 50 cm en de 400 cm bedraagt;
- Veen, wanneer de cumulatieve veendikte binnen de bovenste vijf meter slechte grond minimaal 400 cm bedraagt.
De contouren van de 'slechte gronden' zijn in 1997 door NITG-TNO vastgesteld.- Bodemfactor
- Een bodemfactor van een regio is het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten onder land(Gf-Fvw) en van het binnenwater(Gf-Fvw) ten opzichte van het totale oppervlak van land(Gf-Fvw) en binnenwater(Gf-Fvw) binnen deze regio.
Bij de weging worden de volgende wegingsfactoren gehanteerd:
Weging Categorie
1,00 - Land: goede grond
1,30 - Land: klei
1,45 - Land: kleiveen
2,10 - Land: veen (met ingang van 2007)
1,00 - Binnenwater
De oppervlakken goede grond, klei, kleiveen, veen en binnenwater(Gf-Fvw) van een gemeente, wordt berekend met behulp van een Geografisch informatiesysteem waarbij topografische kaartbladen van de Basisregistratie Topografie, kaartbladen van het Bodemgebruik, basiskaart 'goede' en 'slechte' grond, dichtheden uit de BAG/GBR per 500m x 500m rastervierkant en gemeentegrenzen worden gecombineerd.
Dichtheden worden met ingang van cijfers over 2015 uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen afgeleid door aan verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen een 500 meter vierkant toe te kennen. Voor cijfers van 2014 en eerdere jaren is aan adressen van het Geografisch Basisregister een 500 meter vierkant toegekend.
Definitieve cijfers
Berekening vindt plaats met definitieve gemeentegrenzen van het peiljaar, het definitieve gegevens van de BAG of GBR van het peiljaar en de meest recent gepubliceerde topografische kaarten BRT.
Voorlopige cijfers
Berekening vindt plaats in november van het voorgaand jaar. Gemeentegrenzen worden afgeleid van die van het voorgaand jaar waarbij een herindeling en eventueel een opsplitsing van gemeenten naar de gemeentelijke indeling van het peiljaar wordt toegepast.
De verdeling van land en water is gebaseerd op definitieve topografische kaartbladen van het peiljaar twee jaar daarvoor.
De begrenzing van woonkernen en buitengebied van het peiljaar wordt met ingang van cijfers over 2015 afgeleid van de BAG van 1 september van het jaar voorafgaand aan het peiljaar. Bij cijfers over 2014 en eerder jaren wordt de woonkernen afgebakend volgens definitieve gegevens van het GBR van twee jaar daarvoor.- Bodemfactor buitengebied(Gf-Fvw)
- Bodemfactor van buitengebied(Gf-Fvw) (buiten woonkernen(Gf-Fvw)) per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
- Klei/kleiveen/veen: buitengebied(Gf-Fvw)
- Oppervlakte slechte grond onder land in het buitengebied(Gf-Fvw) (buiten woonkernen(Gf-Fvw)) per gemeente of regio volgens de indeling op 1 januari van het peiljaar.
- Uitwonende studenten
- Uitwonende studenten (WO en HBO)
Voor deze indicator wordt naar de positie in het huishouden volgens de Basisregistratie personen (BRP) gekeken om te bepalen of iemand thuis- of uitwonend is. Personen die op hun ouderlijk adres staan ingeschreven in de BRP krijgen de positie van kind in het huishouden toegewezen. Personen die niet op hun ouderlijk adres staan ingeschreven krijgen een andere positie in het huishouden, dit geldt dan als uitwonend. Vervolgens wordt gekeken of de persoon een inschrijving in het hoger onderwijs (bestaande uit WO en HBO) heeft om te bepalen of hij of zij een student is.