Personen; positie in het huishouden, migratieachtergrond, 1 januari

Personen; positie in het huishouden, migratieachtergrond, 1 januari

Geslacht Leeftijd Migratieachtergrond Generatie Perioden Totaal aantal personen in huishoudens (aantal) Thuiswonend kind (aantal) Alleenstaand (aantal) Samenwonende personen Totaal samenwonende personen (aantal) Samenwonende personen Partner in niet-gehuwd paar zonder ki... (aantal) Samenwonende personen Partner in gehuwd paar zonder kinderen (aantal) Samenwonende personen Partner in niet-gehuwd paar met kinderen (aantal) Samenwonende personen Partner in gehuwd paar met kinderen (aantal) Ouder in eenouderhuishouden (aantal) Overig lid huishouden (aantal) Personen in institutionele huishoudens (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 1997 15.567.107 4.545.206 2.157.561 8.017.092 919.742 2.911.174 246.574 3.939.602 371.642 234.069 241.537
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 2000 15.863.943 4.541.102 2.272.219 8.196.032 989.259 3.042.126 325.531 3.839.116 384.318 246.144 224.128
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 2005 16.305.526 4.634.684 2.449.378 8.298.507 996.744 3.127.616 497.083 3.677.064 444.124 265.631 213.202
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 2010 16.574.989 4.582.223 2.669.516 8.351.932 1.011.414 3.243.236 661.046 3.436.236 486.250 276.381 208.687
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 2015 16.900.726 4.569.209 2.867.797 8.420.057 1.062.311 3.302.758 807.030 3.247.958 545.289 253.580 244.794
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 2018 17.181.084 4.607.972 2.997.617 8.494.992 1.124.866 3.325.188 870.430 3.174.508 572.419 259.312 248.772
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Totaal 2019 17.282.163 4.626.741 3.037.622 8.528.704 1.150.080 3.333.292 881.918 3.163.414 582.106 260.329 246.661
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 1997 13.012.809 3.732.166 1.753.411 6.897.575 779.650 2.583.614 188.202 3.346.109 266.751 150.125 212.781
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 2000 13.088.648 3.668.908 1.824.569 6.983.417 827.693 2.681.447 251.645 3.222.632 266.671 148.466 196.617
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 2005 13.182.809 3.665.541 1.918.335 6.962.977 821.979 2.726.947 392.125 3.021.926 299.110 153.882 182.964
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 2010 13.215.387 3.572.101 2.049.961 6.942.936 822.801 2.819.624 525.993 2.774.518 324.163 149.399 176.827
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 2015 13.235.405 3.487.070 2.158.709 6.876.024 829.982 2.854.661 636.762 2.554.619 361.985 154.977 196.640
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 2018 13.209.225 3.449.835 2.200.428 6.836.678 863.511 2.857.170 681.179 2.434.818 374.600 157.416 190.268
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Nederlandse achtergrond 2019 13.196.025 3.440.385 2.211.760 6.818.529 873.173 2.854.751 686.694 2.403.911 379.380 155.939 190.032
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 1997 2.554.298 813.040 404.150 1.119.517 140.092 327.560 58.372 593.493 104.891 83.944 28.756
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 2000 2.775.295 872.194 447.650 1.212.615 161.566 360.679 73.886 616.484 117.647 97.678 27.511
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 2005 3.122.717 969.143 531.043 1.335.530 174.765 400.669 104.958 655.138 145.014 111.749 30.238
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 2010 3.359.602 1.010.122 619.555 1.408.996 188.613 423.612 135.053 661.718 162.087 126.982 31.860
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 2015 3.665.321 1.082.139 709.088 1.544.033 232.329 448.097 170.268 693.339 183.304 98.603 48.154
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 2018 3.971.859 1.158.137 797.189 1.658.314 261.355 468.018 189.251 739.690 197.819 101.896 58.504
Totaal mannen en vrouwen Totaal Totaal Met migratieachtergrond 2019 4.086.138 1.186.356 825.862 1.710.175 276.907 478.541 195.224 759.503 202.726 104.390 56.629
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat informatie over de positie in het huishouden van personen in particuliere en institutionele huishoudens naar migratieachtergrond, generatie, geslacht en leeftijd per 1 januari.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1997

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 25 oktober 2019:
De cijfers per 1 januari 2019 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het vierde kwartaal 2020 worden de definitieve cijfers per 1 januari 2020 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Totaal aantal personen in huishoudens
Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Trendbreuk (personen in) institutionele huishoudens
Tot en met 2012 zijn de gegevens over institutionele huishoudens gebaseerd op door gemeenten verstrekte adresinformatie. Vanaf 2014 is de waarneming daarvan volledig gebaseerd op secundaire waarneming. Het jaar 2013 is een tussenjaar. Startpunt was daar de adresinformatie over 2012 aangevuld met secundaire bronnen, waarbij aangetekend dient te worden dat de cijfers over 2013 mogelijk van wat mindere kwaliteit zijn. De belangrijkste bronnen voor de waarneming vanaf 2014 zijn: institutionele adressen op basis van zorgkaartnederland.nl en personen die AWBZ- zorg met verblijf ontvangen. Zie verder de korte onderzoekbeschrijving. De institutionele huishoudens worden met de nieuwe methodiek die in 2014 is toegepast beter waargenomen. Tevens zijn vanaf 2014 asielzoekers die woonachtig zijn in asielzoekerscentra en ingeschreven staan in het gemeentelijke bevolkingsregister bij de institutionele huishoudens ingedeeld. Als gevolg van deze wijzigingen worden in 2014 249 duizend personen in institutionele huishoudens geteld, naar schatting circa 35 duizend meer dan met de oude methode geteld zouden worden.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. Het aantal personen in institutionele huishoudens ligt op 1 januari 2011 bijna 11 duizend hoger dan op 1 januari 2010. Ongeveer de helft van deze stijging is veroorzaakt door verbeteringen in de methode van waarneming.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Thuiswonend kind
Thuiswonend kind in een particulier huishouden.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders. Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Alleenstaand
Alleenstaand persoon in een particulier huishouden.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Alleenstaand:
Persoon die alleen in een woonruimte woont en een eenpersoonshuishouden vormt.
Tot alleenstaanden worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren.
Alleenstaanden kunnen een relatie hebben en zelfs gehuwd zijn met een persoon met wie ze niet samenwonen.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Samenwonende personen
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet als geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal samenwonende personen
Partner in niet-gehuwd paar zonder ki...
Partners in niet-gehuwd samenwonende paren zonder thuiswonende kinderen.

Niet-gehuwd paar:
Twee personen ongeacht geslacht die een samenwoonrelatie hebben exclusief huwelijk en partnerschapsregistratie.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
Partner in gehuwd paar zonder kinderen
Partners in gehuwd samenwonende paren zonder thuiswonende kinderen.

Gehuwd paar:
Twee personen ongeacht geslacht die met elkaar gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
Partner in niet-gehuwd paar met kinderen
Partners in niet-gehuwd samenwonende paren met thuiswonende kinderen.

Niet-gehuwd paar:
Twee personen ongeacht geslacht die een samenwoonrelatie hebben exclusief huwelijk en partnerschapsregistratie.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
Partner in gehuwd paar met kinderen
Partners in gehuwd samenwonende paren met thuiswonende kinderen.

Gehuwd paar:
Twee personen ongeacht geslacht die met elkaar gehuwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
Ouder in eenouderhuishouden
Ouders in particuliere eenouderhuishoudens.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Eenouderhuishouden:
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Overig lid huishouden
Overige leden in particuliere huishoudens.

Trendbreuk (personen in) particuliere huishoudens
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verandering betreft het aantal overige huishoudens en de niet-gehuwde paren. In 2011 valt het aantal overige huishoudens 10 duizend lager uit dan in 2010. Het aantal niet gehuwde paren valt navenant hoger uit.

Overig lid huishouden:
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan een kostganger die bij een gezin inwoont, een persoon die samen met een broer of zus één huishouden vormt, of een pleegkind.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Personen in institutionele huishoudens
Totaal aantal personen in institutionele huishoudens.

Trendbreuk (personen in) institutionele huishoudens
Tot en met 2012 zijn de gegevens over institutionele huishoudens gebaseerd op door gemeenten verstrekte adresinformatie. Vanaf 2014 is de waarneming daarvan volledig gebaseerd op secundaire waarneming. Het jaar 2013 is een tussenjaar. Startpunt was daar de adresinformatie over 2012 aangevuld met secundaire bronnen, waarbij aangetekend dient te worden dat de cijfers over 2013 mogelijk van wat mindere kwaliteit zijn. De belangrijkste bronnen voor de waarneming vanaf 2014 zijn: institutionele adressen op basis van zorgkaartnederland.nl en personen die AWBZ- zorg met verblijf ontvangen. Zie verder de korte onderzoekbeschrijving. De institutionele huishoudens worden met de nieuwe methodiek die in 2014 is toegepast beter waargenomen. Tevens zijn vanaf 2014 asielzoekers die woonachtig zijn in asielzoekerscentra en ingeschreven staan in het gemeentelijke bevolkingsregister bij de institutionele huishoudens ingedeeld. Als gevolg van deze wijzigingen worden in 2014 249 duizend personen in institutionele huishoudens geteld, naar schatting circa 35 duizend meer dan met de oude methode geteld zouden worden.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. Het aantal personen in institutionele huishoudens ligt op 1 januari 2011 bijna 11 duizend hoger dan op 1 januari 2010. Ongeveer de helft van deze stijging is veroorzaakt door verbeteringen in de methode van waarneming.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.