Korte vakanties Nederland; achtergrondkenmerken, 2000-2016

Korte vakanties Nederland; achtergrondkenmerken, 2000-2016

Achtergrondkenmerken Perioden Algemene gegevens Gemiddelde vakantieduur (dagen) Gemiddelde uitgaven per vakantieganger (euro)
Totaal achtergrondkenmerken 2016 3,1 120
Mannen 2016 3,0 118
Vrouwen 2016 3,1 122
0 tot 6 jarigen 2016 . .
6 tot 15 jarigen 2016 . .
15 tot 19 jarigen 2016 . .
19 tot 25 jarigen 2016 . .
25 tot 30 jarigen 2016 . .
30 tot 40 jarigen 2016 . .
40 tot 50 jarigen 2016 . .
50 tot 65 jarigen 2016 . .
65 tot 75 jarigen 2016 . .
75 jarigen en ouder 2016 . .
0 tot 6 jarigen 2016 3,2 76
6 tot 13 jarigen 2016 3,1 76
13 tot 18 jarigen 2016 3,1 102
18 tot 25 jarigen 2016 3,0 113
25 tot 35 jarigen 2016 3,0 129
35 tot 45 jarigen 2016 3,0 106
45 tot 55 jarigen 2016 2,9 135
55 tot 65 jarigen 2016 3,1 133
65 tot 75 jarigen 2016 3,2 143
75 jaar of ouder 2016 3,2 147
Alleenstaanden 2016 3,0 141
Huishouden met jongste kind 0 tot 6 jaar 2016 3,1 90
Huish. met jongste kind 6 tot 13 jaar 2016 3,1 91
Huish. met jongste kind 13 tot 18 jaar 2016 3,0 112
Huishouden met uitsl. meerderjarigen 2016 3,0 135
Bruto hh.-inkomen: tot 17.500 euro 2016 3,1 102
Bruto hh.-inkomen:17.500 tot 23.000 euro 2016 3,1 113
Bruto hh.-inkomen:23.000 tot 28.500 euro 2016 3,1 103
Bruto hh.-inkomen:28.500 tot 34.000 euro 2016 3,1 124
Bruto hh.-inkomen:34.000 tot 45.000 euro 2016 3,1 120
Bruto hh.-inkomen:45.000 tot 56.000 euro 2016 3,0 121
Bruto hh.-inkomen: 56.000 euro en meer 2016 3,0 127
Sociale groep: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2016 3,1 79
Sociale groep: totaal betaald beroep 2016 3,0 125
Sociale groep: zelfstandigen 2016 2,9 114
Sociale groep: hogere employés 2016 2,9 131
Sociale groep: middelbare employés 2016 3,0 129
Sociale groep: lagere employés 2016 3,0 124
Sociale groep: arbeidsongesch., bijstand 2016 3,1 108
Sociale groep: gepen., renten., AOW, VUT 2016 3,2 142
Sociale groep: huisvr./-man z. a. beroep 2016 3,2 136
Sociale groep: studerend, schoolgaand 2016 2,9 117
Andere sociale groep 2016 3,0 143
Onderwijsniveau: n.v.t. (0 tot 16 jaar) 2016 3,1 79
Onderwijsniveau: basis/lager onderwijs 2016 3,1 115
Onderwijsniveau: uitgeb. l.o.: algemeen 2016 3,2 118
Onderwijsniveau: uitgebr. l.o.: beroeps 2016 3,2 129
Onderwijsniveau: mid. onderw.: algemeen 2016 3,1 141
Onderwijsniveau: mid. onderw: beroeps 2016 3,1 123
Onderwijsniveau: semi-hoger onderwijs 2016 3,0 136
Onderwijsniveau: hoger onderwijs 2016 2,9 126
Onderkomen met vaste stand- of ligplaats 2016 3,0 64
Alleen onderkomen zonder vaste plaats 2016 3,1 110
Niet in bezit van recreatief onderkomen 2016 3,1 146
Woonprovincie: Groningen 2016 3,0 105
Woonprovincie: Friesland 2016 3,2 129
Woonprovincie: Drenthe 2016 3,1 94
Woonprovincie: Overijssel 2016 3,1 109
Woonprovincie: Flevoland 2016 3,3 126
Woonprovincie: Gelderland 2016 3,1 121
Woonprovincie: Utrecht 2016 3,0 110
Woonprovincie: Noord-Holland 2016 3,0 131
Woonprovincie: Zuid-Holland 2016 3,0 112
Woonprovincie: Zeeland 2016 3,0 116
Woonprovincie: Noord Brabant 2016 3,1 124
Woonprovincie: Limburg 2016 3,1 145
Stedelijkheid:Zeer sterk stedelijk 2016 3,0 111
Stedelijkheid:Sterk stedelijk 2016 3,1 115
Stedelijkheid:Matig stedelijk 2016 3,1 131
Stedelijkheid:Weinig stedelijk 2016 3,1 122
Stedelijkheid:Niet stedelijk 2016 3,2 136
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de cijfers over het aantal korte vakanties in Nederland naar achtergrond- en vakantiekenmerken.

Gegevens beschikbaar van 2000 tot en met 2016.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief

Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Algemene gegevens
Gemiddelde vakantieduur
Gemiddelde uitgaven per vakantieganger
Dit zijn de specifieke kosten die gemaakt zijn voor de vakantie zelf,
dat wil zeggen reiskosten, verblijfkosten, uitgaven aan voeding en
overige kosten die rechtstreeks verband houden met de vakantie,
zoals verzekeringen, entrees, souvenirs, foto- en filmmateriaal.
De uitgaven aan duurzame recreatiegoederen, zoals caravan, tent,
boot, kampeeruitrusting en dergelijke zijn buiten beschouwing
gelaten, omdat ze niet aan één vakantie kunnen worden
toegerekend. Dit geldt ook voor de huur van een vaste stand- of
ligplaats, die eveneens voor een onbekend aantal vakanties
wordt benut.
Het gaat hier om de gemiddelde uitgaven per persoon per vakantie.

Met ingang van 2012 is respondenten gevraagd de kosten van de vakantie nader uit te splitsen naar vervoerskosten, verblijfskosten, bestedingen in horecagelegenheden, boodschappen, etc. Vóór 2012 werd alleen naar het totale bedrag aan vakantie-uitgaven gevraagd. Hierdoor zijn de cijfers vanaf 2012 niet goed vergelijkbaar met die van vóór 2012.