Inkomens- en vermogensrekeningen; financiële rekeningen, jaren, 1990-2011
Verklaring van tekens
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat financiële balansen van de verschillende sectoren en subsectoren in de Nederlandse economie. De balansen worden gepresenteerd in de vorm van vorderingen en schulden. Het verschil tussen de vorderingen en de schulden is aangegeven als financieel vermogen.
Tussen de beginbalans (BB) en eindbalans (EB) zijn de financiële transacties (FT) en overige mutaties (OM) waar te nemen. Al deze gegevens zijn bedoeld om een gedetailleerd en overzichtelijk beeld te geven van de vorderingen en schulden ingedeeld naar financiële transactiecategoriën.
Voor de financiële balansen geldt: BB + FT + OM = EB.
In deze publicatie zijn de saldi terug te vinden in de rubriek "Kerncijfers".
Naast een uitsplitsing naar sectoren is er ook nog een uitsplitsing aangebracht tussen (hoofd)sectoren en de subsectoren behorend bij de sector financiële instellingen en de sector overheid. De sectoren huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk (IZWh) zijn samengevoegd.
In 2005 zijn de nationale rekeningen herzien aan de hand van conceptuele wijzigingen op de internationale richtlijnen van de Europese Unie (ESR 1995). Bovendien zijn nieuwe statistische inzichten en nieuwe bronnen in deze revisie 2001 verwerkt.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1990
Status van de cijfers:
De cijfers vanaf 1990 zijn definitief. De twee meest recente jaren hebben nog een (nader) voorlopig karakter.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel is stopgezet per 09-10-2012 en vervangen door de tabel Financiële balansen en transacties.
Toelichting onderwerpen
- Kerncijfers
- Cijfers die de belangrijkste ontwikkelingen uit de nationale rekeningen
weergeven.- Overige mutaties
- De veranderingen in de waarde van transacties van de activa en passiva
gedurende de verslagperiode door bijvoorbeeld herwaarderingen, afboekingen
van oninbare vorderingen en herrubriceringen van balansposten.- Vorderingen totaal
- De totale omvang van de vorderingen van een sector.
- Schulden totaal
- De totale omvang van de schulden van een sector.
- Financieel vermogen
- De verandering in de financiële verhouding van een sector met de andere
sectoren en het buitenland
- Financiële vermogensstructuur
- Opbouw en ontwikkeling van de vorderingen en schulden van de sectoren
uitgesplitst naar type vordering en type schuld.- Vorderingen
- Overzicht van de ontwikkeling van de vorderingen van een sector,
uitgesplitst naar type vordering.- Beginbalans
- Waarde van de posten op de balans aan het begin van de verslagperiode.
- Overige deposito's
- Alle deposito's (in euro's en in vreemde valuta) bij binnen- en
buitenlandse banken waarover niet onmiddellijk en volledig kan worden
beschikt. Als schuld komt deze transactie uitsluitend voor bij de
monetaire financiële instellingen en het buitenland.
- Aandelen en overige deelnemingen
- Alle vorderingen die een gehele of gedeeltelijke aanspraak verlenen op de
eventuele winst en het eventuele nettovermogen bij liquidatie. Hiertoe
wordt ook de waarde van de investeringen door de overheid in de
overheidsbedrijven gerekend.
- Overige verzekeringstechn. voorzieningen
- Overige verzekeringstechnische voorzieningen.
Bedragen die huishoudens tegoed hebben van verzekeringsinstellingen en
pensioenfondsen. Dit komt door:
- vooruitbetaalde premies, dit zijn premies die al zijn betaald, maar die
betrekking hebben op de volgende periode;
- voorzieningen voor openstaande aanspraken, dat wil zeggen de aanspraken
die zich in de verslagperiode hebben voorgedaan maar die nog niet zijn
afgewikkeld.
- Financiële transacties
- Veranderingen in diverse typen vorderingen op en schulden aan andere
sectoren en het buitenland. In het algemeen worden veranderingen in
vorderingen of schulden gemeten als het verschil tussen de verstrekte of
de aangetrokken financiële middelen en de aflossingen. De waarde van de
transacties in effecten, zoals aandelen en obligaties, wordt echter
bepaald als aankoopsaldo (aan de vorderingenkant) en verkoopsaldo (aan de
schuldenkant). Herwaarderingen, bijvoorbeeld als gevolg van
koersveranderingen, zijn niet begrepen in de financiële transacties.
Financiële transacties kunnen twee oorzaken hebben:
- een financiële transactie is het gevolg van een lopende of
kapitaaltransactie. Beide transacties worden gelijktijdig geregistreerd
tegen dezelfde waarde;
- een financiële transactie is het gevolg van een andere financiële
transactie. Ook hierbij worden de beide transacties gelijktijdig
geregistreerd tegen dezelfde waarde.
Bij de groepering van de financiële transacties is getracht een tweetal
invalshoeken zoveel mogelijk te verenigen:
- de aard en vorm van de betrokken transacties. Hiermee ontstaat een beeld
van de ontwikkelingen van een aantal deelmarkten van de geld- en
kapitaalmarkt;
- de looptijd en eventuele overdraagbaarheid van vorderingen en schulden.
Dit is van belang bij de beoordeling van de liquiditeit en solvabiliteit
per sector.- Overige deposito's
- Alle deposito's (in euro's en in vreemde valuta) bij binnen- en
buitenlandse banken waarover niet onmiddellijk en volledig kan worden
beschikt. Als schuld komt deze transactie uitsluitend voor bij de
monetaire financiële instellingen en het buitenland.
- Aandelen en overige deelnemingen
- Alle vorderingen die een gehele of gedeeltelijke aanspraak verlenen op de
eventuele winst en het eventuele nettovermogen bij liquidatie. Hiertoe
wordt ook de waarde van de investeringen door de overheid in de
overheidsbedrijven gerekend.
- Overige verzekeringstechn. voorzieningen
- Overige verzekeringstechnische voorzieningen.
Bedragen die huishoudens tegoed hebben van verzekeringsinstellingen en
pensioenfondsen. Dit komt door:
- vooruitbetaalde premies, dit zijn premies die al zijn betaald, maar die
betrekking hebben op de volgende periode;
- voorzieningen voor openstaande aanspraken, dat wil zeggen de aanspraken
die zich in de verslagperiode hebben voorgedaan maar die nog niet zijn
afgewikkeld.
- Overige mutaties
- De veranderingen in de waarde van transacties van de activa en passiva
gedurende de verslagperiode door bijvoorbeeld herwaarderingen, afboekingen
van oninbare vorderingen en herrubriceringen van balansposten.- Overige mutaties totaal
- De veranderingen in de waarde van transacties van de
activa en passiva gedurende de verslagperiode door bijvoorbeeld
herwaarderingen, afboekingen van oninbare vorderingen en herrubriceringen
van balansposten.
- Monetair goud en bijz. trekkingsrechten
- Monetair goud en bijzondere trekkingsrechten.
Monetair goud omvat al het goud dat niet voor industriële doeleinden is
bestemd en niet in de vorm van kostbaarheden wordt aangehouden. Monetair
goud komt alleen voor bij De Nederlandsche Bank (DNB), en wordt beschouwd
als een schuld van het buitenland.
De bijzondere trekkingsrechten (SDR's) zijn de door het Internationale
Monetaire Fonds (IMF) gecreëerde internationale deviezenreserves. Zij zijn
als vordering opgenomen bij DNB.
- Chartaal geld
- Alle bankbiljetten en munten in omloop. Als schuld komt deze transactie
uitsluitend voor bij de centrale overheid (muntuitgifte), de monetaire
financiële instellingen (De Nederlandsche Bank, in omloop gebrachte
bankbiljetten) en het buitenland (vreemde valuta). Het tegoed op de
chippers en dergelijke maakt geen onderdeel uit van het chartale geld.
- Girale deposito's
- Alle rekeningcourant tegoeden (zowel in euro's als in vreemde valuta) bij
banken, waarover door middel van cheques, overschrijving of op andere
wijze (tegoed op chippers) onmiddellijk en volledig kan worden beschikt.
Als schuld komt deze post uitsluitend voor bij de monetaire financiële
instellingen en het buitenland.
- Spaartegoeden in euros
- Deze spaartegoeden omvatten alle tegoeden in euro's van particulieren bij
banken in de vorm van gewone spaarrekeningen, termijnspaarrekeningen,
premiespaarrekeningen en termijndeposito's.
- Overige deposito's
- Alle deposito's (in euro's en in vreemde valuta) bij binnen- en
buitenlandse banken waarover niet onmiddellijk en volledig kan worden
beschikt. Als schuld komt deze transactie uitsluitend voor bij de
monetaire financiële instellingen en het buitenland.
- Kortlopende waardepapieren
- Alle waardepapieren met een looptijd tot maximaal een jaar, waarvan de
verkoopprijs vantevoren is vastgesteld. In deze prijs is meestal de door
de schuldenaar te betalen rente al verrekend.
De waardepapieren kunnen op of vanaf een bij uitgifte vastgestelde datum
in geld worden omgezet. Deze transactie omvat schatkistpapier ten laste
van zowel de Nederlandse overheid als van buitenlandse overheden,
spaarbewijzen aan toonder en verhandelbare depositocertificaten,
uitgegeven door ingezeten en niet-ingezeten banken.
- Obligaties
- Alle verhandelbare waardepapieren met een looptijd van minimaal een jaar.
De waarde van deze waardepapieren wordt over het algemeen op de beurs
bepaald, de rente wordt meestal door middel van coupons betaalbaar
gesteld. Tot de obligaties horen ook pandbrieven, door banken geëmitteerde
'notes' en converteerbare obligaties (zolang deze niet in aandelen zijn
omgezet).
- Financiële derivaten
- Producten die geen directe contante waarde vertegenwoordigen.
- Kortlopende leningen
- Alle kredieten waarvan de afgesproken looptijd doorgaans korter is dan een
jaar, behalve deposito's. Hieronder vallen onder meer kortlopende leningen
bij financiële instellingen, kortlopend consumptief krediet,
rekeningcourant verhoudingen (uitgezonderd giraal geld), wissels en
schuldbekentenissen.
- Langlopende leningen
- Alle kredieten met een afgesproken looptijd van minimaal een jaar, behalve
deposito's. Het gaat hierbij met name om langlopende leningen op
schuldbekentenissen (voornamelijk aangegaan bij institutionele beleggers),
hypothecaire leningen en langlopend consumptief krediet.