Sectorrekeningen; (sub)sectorspecifieke detailgegevens 1988 - 2012

Tabeltoelichting

Deze tabel bevat de gegevens van de(sub)sectorspecifieke detailgegevens van de publicatie Nationale rekeningen. Deze serie legt het verband tussen de detailgegevens over belastingen en de macro-gegevens. De serie eindigt met tabellen die een verdere uitsplitsing tonen van enkele sectoren.

De hoofdstructuur kent een onderverdeling in 4 rubrieken:
Belastingen
Transacties niet-financiële vennootschappen naar eigendom.
Transacties financiële instellingen naar eigendom.
Sectorspecifieke gegevens van enkele (sub)sectoren

De onderwerpen komen overeen met de tabeltitels uit het hoofdstuk (sub)sectorspecifieke detailgegevens van de papieren publicatie Nationale rekeningen.

In 2005 zijn de nationale rekeningen herzien aan de hand van conceptuele wijzigingen op de internationale richtlijnen van de Europese Unie (ESR 1995). Bovendien zijn nieuwe statistische inzichten en nieuwe bronnen in deze revisie 2001 verwerkt.

Gegevens beschikbaar vanaf 1988 tot 2012.

Status van de cijfers:
Cijfers vanaf 1988 zijn definitief. De twee meest recente jaren hebben nog een (nader) voorlopig karakter.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 25 juni 2014:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Sectorspecifieke gegevens
Sectorspecifieke gegevens van enkele (sub)sectoren.
Huishoudens
Tot deze sector behoren alle natuurlijke personen die langer dan een jaar
in Nederland verblijven, ongeacht hun nationaliteit. Omgekeerd worden
Nederlanders die langer dan een jaar in het buitenland verblijven niet tot
de Nederlandse huishoudens gerekend.
Huishoudens omvatten niet alleen op zichzelf of in gezinsverband wonende
personen, maar ook personen in verpleeginrichtingen, bejaardentehuizen,
gevangenissen en internaten.
Indien de tot de huishoudens gerekende personen een eigen bedrijf hebben,
wordt dit bedrijf ook tot de huishoudens gerekend. Dit is het geval bij de
zelfstandigen en de eigenwoningbezitters. Grote, zelfstandig opererende
ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid (quasi-vennootschappen) behoren
echter tot de (niet-financiële of financiële) vennootschappen.
Werkelijke individuele consumptie
Consumptieve bestedingen hebben betrekking op de uitgaven voor
consumptiegoederen en -diensten. De werkelijke individuele consumptie
daarentegen betreft de verwerving van consumptiegoederen en -diensten. Het
verschil tussen deze begrippen wordt veroorzaakt door de behandeling van
bepaalde goederen en diensten die door de overheid of Instellingen zonder
winstoogmerk ten behoeve van huishoudens worden gefinancierd, en
vervolgens als sociale overdrachten in natura aan de huishoudens worden
geleverd.
Hieronder valt het merendeel van de uitgaven van de overheid op het gebied
van gezondheid, onderwijs en sociale bescherming. De consumptie door
Instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens wordt geheel
tot de individuele consumptie gerekend.
De werkelijke individuele consumptie door huishoudens wordt als volgt
berekend:
consumptieve bestedingen door huishoudens
plus: consumptieve bestedingen door Instellingen zonder winstoogmerk ten
behoeve van huishoudens plus: individuele consumptie door de overheid
= werkelijke individuele consumptie.
Naar verbruiksfunctie
Bij de indeling naar verbruiksfuncties wordt gekeken hoe iets door de
consument wordt gebruikt. Het onderscheid tussen goederen en diensten is
daarbij niet van belang. In deze indeling vallen bijvoorbeeld zowel de
aankoop van voertuigen als de aankoop van vervoersdiensten onder de
verbruiksfunctie vervoer.
Huisvesting, water en energie
Huur; toegerekende huur; onderhoud en reparatie van woningen; andere
diensten in verband met woningen; water; electriciteit; gas; andere
bandstoffen.
Totaal
Huisvesting, water en energie, totaal.
Consumptieve bestedingen huishoudens
Uitgaven door huishoudens voor goederen en diensten die worden gebruikt
voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen of
van de collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De consumptieve
bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland
worden gedaan.
Individuele consumptie door de overheid
De verwerving van consumptiegoederen en -diensten die door de overheid
worden gefinancieerd en vervolgens als sociale overdrachten in natura aan
de huishoudens worden geleverd. Hieronder valt het merendeel van de
uitgaven van de overheid op het gebied van gezondheid, onderwijs en
sociale bescherming.
...Uitkeringen soc. voorz. in natura
Uitkeringen sociale voorziening in natura via marktproducenten.
Overdrachten in natura aan huishoudens door overheidsinstellingen of
Instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Zij lijken
op wettelijke uitkeringen sociale verzekering in natura, maar worden niet
verstrekt in het kader van een sociale verzekeringsregeling. Het gaat
hierbij onder meer om sociale woningen, huisvestingstoelagen,
kinderdagverblijven, beroepsopleiding en kortingen op vervoertarieven
(mits er sprake is van een sociale functie). Als huishoudens zelf betalen,
moeten deze uitgaven op de bedoelde uitkeringen in mindering worden
gebracht.
Nettow. bedr. nat. pers. naar bedrijfst.
Netto winst van bedrijven van natuurlijke personen naar bedrijfstakken.
Specificatie naar bedrijfstakken van de netto winst (vóór belastingen) van
bedrijven van natuurlijke personen.
Bedrijven van natuurlijke personen behoren tot de sector huishoudens.
Hieronder vallen niet eigen-woningbezit, zwart en fraude, kinderoppas,
huishoudelijke hulp en dergelijke.
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
B Winning van delfstoffen
C Industrie
D Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom
en gekoelde lucht
E Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie
Deze categorie is een samentelling van categorieën:
B Winning van delfstoffen
C Industrie
D Productie en distributie van en handel in elektriciteit, aardgas, stoom
en gekoelde lucht
E Winning en distributie van water; afval- en afvalwaterbeheer en sanering