Regionale inkomensverdeling 1999, kerncijfers.

Regionale inkomensverdeling 1999, kerncijfers.

Regio's Inkomens van personen Naar sociaal-economische categorie Aantal personen Niet-actieve personen met 52 wk.inkomen Pensioenontvanger (x 1 000) Inkomens van personen Naar sociaal-economische categorie Gemiddeld besteedbaar inkomen Niet-actieve personen met 52 wk. inkomen Pensioenontvanger (1 000 euro) Inkomens van personen Autochtonen / Allochtonen Aantal personen Allochtonen Westerse landen (x 1 000) Inkomens van personen Autochtonen / Allochtonen Aantal personen Allochtonen Niet-westerse landen (x 1 000) Inkomens van personen Autochtonen / Allochtonen Gemiddeld besteedbaar inkomen Allochtonen Westerse landen (1 000 euro) Inkomens van personen Autochtonen / Allochtonen Gemiddeld besteedbaar inkomen Allochtonen Niet-westerse landen (1 000 euro)
Nederland 2.325,9 13,4 891,3 662,0 16,0 13,1
Noord-Nederland 262,6 12,5 54,6 21,5 14,6 12,1
Oost-Nederland 469,1 13,1 161,6 91,1 15,2 12,6
West-Nederland 1.085,2 13,9 445,6 461,5 17,0 13,3
Zuid-Nederland 509,0 13,1 229,5 87,9 15,0 12,7
Friesland 96,1 12,5 16,7 6,7 14,5 11,8
Flevoland 30,9 12,6 15,1 18,0 16,0 13,7
Gelderland 281,2 13,3 96,0 45,0 15,5 12,5
Noord-Holland 364,1 14,0 168,8 176,2 17,2 13,4
Zuid-Holland 506,3 13,7 194,1 230,0 17,0 13,2
Zeeland 65,3 13,0 22,8 5,9 14,7 12,3
Noord-Friesland 47,9 12,5 8,4 3,9 14,4 11,4
Zuidwest-Friesland 15,8 12,6 2,8 0,7 14,6 11,3
Zuidoost-Friesland 32,5 12,7 5,5 2,2 14,6 12,4
Zuidwest-Gelderland 28,1 12,4 7,8 4,5 16,1 12,9
Kop van Noord-Holland 46,0 13,1 14,6 7,6 15,5 12,9
Delft en Westland 30,7 13,4 9,8 7,4 16,5 13,1
Oost-Zuid-Holland 39,6 13,5 13,7 9,2 17,2 13,5
Zuidoost-Zuid-Holland 59,7 13,1 19,4 15,1 15,6 13,1
Overig Zeeland 45,1 13,3 11,5 4,4 14,9 12,4
Flevoland 30,9 12,6 15,1 18,0 16,0 13,7
Ameland 0,3 12,6 0,1 . 13,6 .
Dirksland 1,2 12,4 0,1 . 19,5 .
Drechterland 1,1 12,7 0,2 0,1 15,2 15,0
Giessenlanden 1,8 12,9 0,3 0,0 17,2 21,0
's-Graveland 1,5 13,9 0,5 0,1 18,1 18,8
Kollumerland c.a. 1,8 11,4 0,2 . 12,8 .
Landerd 1,9 12,0 0,3 0,1 16,0 13,2
Landgraaf 6,3 13,0 6,3 0,3 14,0 13,1
Landsmeer 1,6 13,8 0,4 0,2 18,6 16,0
Lemsterland 1,7 12,5 0,4 0,1 13,9 10,9
Maasland 0,8 15,4 0,2 0,0 18,2 16,1
Nieuw-Lekkerland 1,0 12,1 0,3 0,1 15,6 13,3
Noord-Beveland 1,4 13,3 0,3 0,0 15,1 13,2
Noorder-Koggenland 1,2 12,0 0,4 0,0 18,1 14,9
Opsterland 4,3 12,3 0,7 0,1 15,3 12,8
Oud-Beijerland 2,9 13,3 0,7 0,3 16,9 14,6
Reiderland 1,3 11,0 0,5 0,0 13,8 9,9
Sas van Gent 1,5 12,4 1,3 0,1 14,0 12,4
Schouwen-Duiveland 6,3 13,6 1,2 0,2 16,0 13,5
Smallingerland 8,2 12,9 1,6 0,8 13,9 12,5
Vlieland 0,1 15,2 0,0 . 13,6 .
Waterland 2,4 13,7 0,8 0,1 19,2 18,2
Wester-Koggenland 1,6 13,4 0,4 0,0 19,2 11,8
Wormerland 2,1 13,3 0,7 0,2 16,3 13,3
Zeevang 0,7 13,8 0,4 0,0 15,4 19,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting

Besteedbaar inkomen en inkomensverdelingen van personen en huishoudens
Per gemeente (1 - 1- 2000), COROP-gebied, provincie, landsdeel, stads-
1999
Gewijzigd op 02 juli 2004.
Verschijningsfrequentie: Eenmalig.

Toelichting onderwerpen

Inkomens van personen
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Naar sociaal-economische categorie
Bij de indeling naar sociaal-economische categorie worden alle personen
met winst uit onderneming als zelfstandigen aangemerkt. Na het bepalen
van de zelfstandigen worden de overige sociaal-economische categorieën
vastgesteld op basis van de voornaamste inkomensbron gedurende het
onderzoeksjaar. De hoofdcategorie actieven omvat zelfstandigen,
ambtenaren en overige werknemers in loondienst.
Tot de categorie niet-actieven worden gerekend bijstandsontvangers
(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen met een
werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen)
Aantal personen
De hier opgenomen populatie heeft betrekking op alle personen
voorzover deze 52 weken inkomen hebben genoten. Personen waarvan de
sociaal-economische categorie onbekend is en personen behorend tot de
huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen en behorend tot de
studentenhuishoudens zijn in deze tabellen buiten beschouwing gelaten.
Niet-actieve personen met 52 wk.inkomen
Tot de categorie niet-actieven worden gerekend bijstandsontvangers
(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen met een
werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen)
Pensioenontvanger
Aantal personen met een pensioenuitkering.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van personen met 52 weken inkomen
naar sociaal-economische categorie
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Niet-actieve personen met 52 wk. inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van niet-actieve personen met 52 weken
inkomen. Tot de categorie niet-actieven worden gerekend
bijstandsontvangers(waaronder ontvangers van een uitkering RWW), personen
met een werkloosheidsuitkering, pensioenontvangers en arbeidsongeschikten
(waaronder de ontvangers van een invaliditeitspensioen)
Pensioenontvanger
Gemiddeld besteedbaar inkomen van personen met een pensioenuitkering.
Autochtonen / Allochtonen
Een allochtoon is een persoon van wie ten minste een ouder in het
buitenland is geboren. Allochtonen worden onderscheiden in een eerste
generatie, d.w.z. zelf en tenminste een ouder in het buitenland geboren,
en een tweede generatie, d.w.z. zelf in Nederland geboren en ten minste
een ouder in het buitenland geboren. In het laatste geval is bij het
vaststellen van het land van herkomst prioriteit gegeven aan het
geboorteland van de moeder indien beide ouders in het buitenland zijn
geboren. De informatie over het land van herkomst is ontleend aan de
Gemeentelijke Basisadministratie. In de uitkomsten wordt onderscheid
gemaakt tussen westerse en niet-westerse allochtonen.
Tot de westerse allochtonen worden alle personen gerekend die als
herkomstland hebben Europa (met uitzondering van Turkije), Noord-Amerika,
Oceanië, Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig
Nederlands-Indië). De niet-westerse landen bestaan uit Turkije, alle
landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en
Indonesië). Mocht zowel het geboorteland van de onderzoekspersoon als van
de vader en de moeder ontbreken dan is betrokkene ingedeeld bij de groep
niet-westerse landen.
Aantal personen
De hier opgenomen populatie heeft betrekking op alle personen
voorzover deze 52 weken inkomen hebben genoten. Personen behorend tot
de huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen en personen
behorend tot de studentenhuishoudens zijn in deze tabellen buiten
beschouwing gelaten.
Allochtonen
Tot de westerse allochtonen worden alle personen gerekend die als
herkomstland hebben Europa (met uitzondering van Turkije), Noord-Amerika,
Oceanië, Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig
Nederlands-Indië). De niet-westerse landen bestaan uit Turkije, alle
landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en
Indonesië). Mocht zowel het geboorteland van de onderzoekspersoon als van
de vader en de moeder ontbreken dan is betrokkene ingedeeld bij de groep
niet-westerse landen.
Westerse landen
Aantal allochtonen uit westerse landen met 52 weken inkomen.
Tot de westerse allochtonen worden alle personen gerekend die als herkomst
land hebben Europa (met uitzondering van Turkije), Noord-Amerika, Oceanië,
Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig Nederlands-Indië).
Niet-westerse landen
Aantal allochtonen uit niet-westerse landen met 52 weken inkomen.
De niet-westerse landen bestaan uit Turkije, alle landen in Afrika,
Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en Indonesië). Mocht
zowel het geboorteland van de onderzoekspersoon als van de vader en de
moeder ontbreken dan is betrokkene ingedeeld bij de groep
niet-westerse landen.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van de autochtone en allochtone bevolking
met 52 weken inkomen.
Het besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies
sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor
ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Personen die het gehele jaar inkomen hebben, worden tot de categorie 'met
52 weken inkomen' gerekend. De categorie zelfstandigen behoort tot de
groep die het gehele jaar inkomen hebben.
Personen die in het onderzoeksjaar gedurende kortere tijd of over een qua
tijdsduur onbekende periode inkomen hebben, worden samengenomen in de
groep 'minder dan 52 weken inkomen'. Studenten, dat wil zeggen personen
met een studiebeurs in het kader van de Wet Studiefinanciering, worden
altijd tot deze groep gerekend, ook al hebben zij het gehele jaar een
baan. Uitzondering op deze algemene regel vormen de studenten die naast
hun studiebeurs ook nog winst uit onderneming hebben. Deze groep wordt
altijd ingedeeld bij de categorie '52 weken inkomen'. Ook personen die
uitsluitend kinderbijslag, individuele huursubsidie en of tegemoetkoming
studiekosten ontvangen worden bij de categorie '52 weken inkomen' buiten
beschouwing gelaten. Vanuit het grondmateriaal is het niet mogelijk om de
groep parttime werkers van de fulltimers te onderscheiden. Hierdoor
zullen ook bij de personen met 52 weken inkomen lage inkomens voorkomen.
Allochtonen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van allochtone bevolking met 52 weken
inkomen. Tot de westerse allochtonen worden alle personen gerekend die als
herkomstland hebben Europa (met uitzondering van Turkije), Noord-Amerika,
Oceanië, Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig
Nederlands-Indië). De niet-westerse landen bestaan uit Turkije, alle
landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en
Indonesië). Mocht zowel het geboorteland van de onderzoekspersoon als van
de vader en de moeder ontbreken dan is betrokkene ingedeeld bij de groep
niet-westerse landen.
Westerse landen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van het aantal allochtone personen uit
westerse landen met 52 weken inkomen.
Tot de westerse allochtonen worden alle personen gerekend die als herkomst
land hebben Europa (met uitzondering van Turkije), Noord-Amerika, Oceanië,
Japan en Indonesië (met inbegrip van het voormalig Nederlands-Indië).
Niet-westerse landen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van het aantal allochtone personen uit niet-
westerse landen met 52 weken inkomen.
De niet-westerse landen bestaan uit Turkije, alle landen in Afrika,
Latijns-Amerika en Azië (met uitzondering van Japan en Indonesië). Mocht
zowel het geboorteland van de onderzoekspersoon als van de vader en de
moeder ontbreken dan is betrokkene ingedeeld bij de groep
niet-westerse landen.