Kwartaalrekeningen; waarden 1987 - kw1 2011

Kwartaalrekeningen; waarden 1987 - kw1 2011

Soort gegevens Perioden Bestedingsbenadering van het BBP Finale bestedingen Nationale finale bestedingen Consumptieve bestedingen Consumptie huishoudens incl. IZWh (mln euro) Bestedingsbenadering van het BBP Finale bestedingen Nationale finale bestedingen Verandering in voorraden (mln euro) Productiebenadering van het BBP Productgebonden belastingen min subsi... (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie huishoudens incl. IZWh totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Binnenlands consumptie huishoudens (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie huishoudens in buitenland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie buitenlanders in Nederland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van goederen huishoudens Consumptie van goederen totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Consumptie van diensten totaal (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Huisvesting (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Horecadiensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Recreatie en cultuurdiensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Vervoer- en communicatiediensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Medische diensten en welzijnzorg (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Financiële en zakelijke diensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Consumptieve bestedingen Bestedingsindeling totale consumptie Consumptie huishoudens incl. IZWh Consumptie van diensten huishoudens Overige diensten (mln euro) Aanvullende detailgegevens Bruto investeringen in vaste activa Bruto investeringen naar type activa Aankopen nieuwe activa (mln euro) Aanvullende detailgegevens Bruto investeringen in vaste activa Bruto investeringen naar bestemming Aankopen nieuwe activa (mln euro) Aanvullende detailgegevens Invoer naar productgroepen Consumptie huishoudens in buitenland (mln euro) Aanvullende detailgegevens Belastingen op productie en invoer Productgebonden belastingen (mln euro) Aanvullende detailgegevens Belastingen op productie en invoer Niet-productgebonden belastingen (mln euro) Aanvullende detailgegevens Subsidies Productgebonden subsidies (mln euro) Aanvullende detailgegevens Subsidies Niet-productgebonden subsidies (mln euro)
Prijsniveau 2000, mln euro 2011 1e kwartaal* 54.693 1.204 11.629 54.693 54.850 1.664 1.828 . . . . . . . . . 23.889 23.889 . 12.679 1.401 1.081 531
Prijsniveau 2000, seizoenvrij 2011 1e kwartaal* 55.264 330 . 55.264 . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Werkelijke prijzen 2011 1e kwartaal* 67.583 768 16.146 67.583 67.655 2.209 2.281 . . . . . . . . . 29.012 29.012 . 17.127 1.749 981 1.302
Werkelijke prijzen, seizoenvrij 2011 1e kwartaal* . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat kwartaal- en jaargegevens over de productiecomponenten, de bestedingencategorieën en de inkomensbestanddelen van het bruto binnenlands product van Nederland. Het bruto binnenlands product is een belangrijk macro-economisch begrip. De volume-ontwikkeling van het bruto binnenlands product is de maatstaf voor de economische groei van een land. Het is in de nationale rekeningen en dus ook in de kwartaalrekeningen gebruikelijk om het bruto binnenlands product vanuit drie gezichtspunten te benaderen, vanuit de productie, vanuit de bestedingen en vanuit het inkomen.

Daarnaast zijn er ook nog gegevens over de inkomenstransacties met het buitenland. Die maken het mogelijk berekeningen te maken over het bruto nationaal inkomen (bni). Deze gegevens zijn gegroepeerd onder het onderwerp 'nationaal vorderingensaldo'. Ten slotte zijn er detailgegevens van variabelen uit de eerste vier onderwerpen beschikbaar. Deze zijn gepresenteerd onder 'detailgegevens'.

Gegevens beschikbaar vanaf:
1987 tot en met eerste kwartaal 2011.

Status van de cijfers:
De cijfers vanaf 1987 zijn definitief. Gegevens van 2008 tot en met het 1e kwartaal 2011 hebben de status voorlopig.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 25 juni 2011:
Geen, deze tabel is stopgezet.
De tabellen van de Nationale rekeningen, te vinden onder macro-economie, worden opnieuw gestructureerd. De tabellen zijn in een nieuwe mappenstructuur geplaatst. Een aantal tabellen wordt in de tweede helft van 2011 herzien. Sommige tabellen gaan één op één over in een nieuwe tabel, andere worden opgesplitst, weer andere (deels) samengevoegd met andere tabellen. Doelstelling van de herstructurering is om de vindbaarheid van de cijfers te verhogen. De herstructurering valt samen met de herziening van de bedrijfsindeling die in de tabellen van de nationale rekeningen wordt gebruikt. De nationale rekeningen zijn hiermee overgegaan van de SBI '93 naar de SBI 2008.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bestedingsbenadering van het BBP
De gegevens van de bestedingsbenadering van het bruto binnenlands product
(bbp) worden in dit deel van de publicatie Kwartaalrekeningen
gepresenteerd. Het openingsmenu laat de bestedingsvariabelen ofwel de
goederen- en dienstentotalen zien. Centraal staat hierbij de samenhang
tussen het bbp en de bestedingsvariabelen. De som van gezinsconsumptie,
overheidsconsumptie, investeringen in vaste activa van bedrijven en
overheid en de voorraadmutaties is gelijk aan de nationale bestedingen.
De nationale bestedingen plus de uitvoer van goederen en diensten minus
de invoer levert het bbp op. Het eerste menu geeft een overzicht van de
variabelen die beschikbaar zijn. Selectie van een variabele leidt opnieuw
tot een menu. Op het volgende niveau kan de gewenste dimensie (volume,
waarde, enz.) van de variabele gekozen worden.
Finale bestedingen
Het totaal van consumptieve bestedingen, investeringen in vaste activa
(bruto), veranderingen in voorraden en uitvoer.
Nationale finale bestedingen
Het totaal van consumptieve bestedingen, investeringen in vaste activa
(bruto) en veranderingen in voorraden.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de
rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen of van de
collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De consumptieve
bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland
worden gedaan.
Consumptieve bestedingen vinden plaats door huishoudens, instellingen
zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en de overheid.
Consumptie huishoudens incl. IZWh
Consumptie door huishoudens inclusief IZWh.
Uitgaven door huishoudens (inclusief instellingen zonder winstoogmerk
(IZW) ten behoeve van huishoudens) voor goederen en diensten die worden
gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of
wensen of van de collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De
consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het
buitenland worden gedaan.
Verandering in voorraden
Alle grondstoffen, halffabrikaten, onderhanden werk en eindproducten, die
op een bepaald moment bij de producenten aanwezig zijn.
Een uitzondering is het onderhanden werk in de bouwnijverheid, dat tot de
investeringen in vaste activa van de opdrachtgever is gerekend, en niet
tot veranderingen in voorraden in de bouwnijverheid. Het gaat hierbij om
nog niet voltooide woningen, bedrijfsgebouwen en weg- en waterbouwkundige
werken.
Positieve veranderingen in de voorraden ontstaan wanneer in het
verslagjaar goederen zijn geproduceerd, die nog niet zijn verkocht. Ook
ontstaan toevoegingen aan voorraden wanneer goederen in het verslagjaar
zijn gekocht, maar nog niet in het productieproces verbruikt. Negatieve
veranderingen in voorraden ontstaan wanneer goederen aan bestaande
voorraden worden onttrokken om verkocht of in het productieproces
verbruikt te worden.
De waardering van de veranderingen in voorraden gebeurt zodanig, dat er
geen winsten of verliezen op voorraden door prijsveranderingen ontstaan.
Beginvoorraad en eindvoorraad van elk goed worden voor dit doel tegen
dezelfde prijs gewaardeerd, namelijk grondstoffen tegen de in de periode
geldende gemiddelde inkoopprijs, eindproducten tegen de gemiddelde
verkoopprijs en het onderhanden werk tegen de gemiddelde kostprijs. Met
deze waarderingsmethode wordt zoveel mogelijk voorkomen dat de
productiewaarde en daarmee de toegevoegde waarde worden beïnvloed door
prijsveranderingen van de voorraden gedurende de periode van waarneming.
Productiebenadering van het BBP
De opbouw vanuit de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van
bedrijfsklassen naar het bruto binnenlands product (bbp) tegen
marktprijzen wordt in dit deel van de publicatie gepresenteerd.
Het bbp (marktprijzen) is gelijk aan de som van de bruto toegevoegde
waarden (basisprijzen) van alle bedrijfsklassen, het saldo van
productgebonden belastingen en subsidies en het verschil
toegerekende en afgedragen belasting over de toegevoegde waarde (BTW).
Schematisch:
Bij bedrijfsklassen gevormde toegevoegde waarde tegen basisprijzen
plus: saldo van productgebonden belastingen en subsidies.
plus: verschil toegerekende en afgedragen belasting over de toegevoegde
waarde (BTW)
levert het bruto binnenlands product tegen marktprijzen op.
Bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen:
De toegevoegde waarde tegen basisprijzen per bedrijfsklasse is gelijk aan
het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair
verbruik (aankoopprijzen). De bedrijfstakken zijn ingedeeld in secties en
afdelingen conform de standaardbedrijfsindeling (SBI) 1993.
Productgebonden belastingen min subsi...
Productgebonden belastingen min subsidies.
Het verschil tussen de betaalde productgebonden belastingen en ontvangen
productgebonden subsidies.
Aanvullende detailgegevens
De detailgegevens hebben betrekking op variabelen waarvoor elders in deze
publicatie alleen het totaal is opgenomen. Er zijn detailgegevens over
verschillende bestedingsvariabelen. De totale consumptieve bestedingen
worden gespecificeerd naar twee verschillende indelingen: de
bestedingsindeling en de verwervingsindeling. De bruto investeringen in
vaste activa zijn nader gespecificeerd naar bedrijfsklasse van bestemming
en naar type van activa. Verder zijn de gegevens over de uitvoer en invoer
van goederen en diensten naar productgroepen afzonderlijk opgenomen. De
productiebenadering van het bruto binnenlands product (bbp) levert
mogelijkheden tot extra detaillering. Er zijn deelreeksen van de
toegevoegde waarde van de Industrie. Van de inkomensbenadering van het bbp
zijn detailreeksen van de lonen, salarissen en sociale lasten naar
bedrijfsgroepen voorhanden.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de
rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen of van de
collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De consumptieve
bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland
worden gedaan.
Consumptieve bestedingen vinden plaats door huishoudens, instellingen
zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en de overheid.
Bestedingsindeling totale consumptie
Hierbij staan de uitgaven voor consumptiegoederen en -diensten centraal.
De totale consumptieve bestedingen worden ingedeeld naar de sectoren die
de consumptieve uitgaven financieren.
Indelingschema:
Totaal consumptieve bestedingen =
Consumptieve bestedingen door huishoudens en instellingen zonder
winstoogmerk (IZW) ten behoeve van huishoudens, waarvan:
Consumptieve bestedingen door huishoudens;
Consumptieve bestedingen door IZW ten behoeve van huishoudens.
Consumptieve bestedingen door de overheid, waarvan:
Collectieve consumptie door de overheid;
Individuele consumptie door de overheid.
Consumptie huishoudens incl. IZWh
Consumptie door huishoudens inclusief IZWh.
Uitgaven door huishoudens (inclusief instellingen zonder winstoogmerk
(IZW) ten behoeve van huishoudens) voor goederen en diensten die worden
gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of
wensen of van de collectieve behoeften van leden van de gemeenschap. De
consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het
buitenland worden gedaan.
Consumptie huishoudens incl. IZWh totaal
Consumptie door huishoudens inclusief IZWh: Consumptie door huishoudens
inclusief IZWh. Uitgaven door huishoudens (inclusief instellingen zonder
winstoogmerk (IZW) ten behoeve van huishoudens) voor goederen en diensten
die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele
behoeften of wensen of van de collectieve behoeften van leden van de
gemeenschap. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen
grondgebied als in het buitenland worden gedaan.
Consumptie van goederen huishoudens
Consumptie van goederen door huishoudens en instellingen zonder
winstoogmerk huishoudens.
Consumptie van goederen totaal
Consumptie van goederen door huishoudens en instellingen zonder
winstoogmerk huishoudens.
Consumptie van diensten huishoudens
Consumptie van diensten.
Consumptie van diensten totaal
Consumptie van diensten.
Huisvesting
De overkoepelende term voor verschillende typen onderkomens waarin men
tijdelijk of permanent onderdak heeft om in te wonen en te slapen. Alle
typen woningen zijn een vorm van huisvesting.
Horecadiensten
Maaltijdverstrekking en catering, drankverstrekking, logiesverstrekking.
Recreatie en cultuurdiensten
Consumptie in diensten m.b.t. recreatie en cultuur.
Vervoer- en communicatiediensten
Consumptie in diensten m.b.t. vervoer en communicatie.
Medische diensten en welzijnzorg
Consumptie in medische diensten en welzijnszorg.
Financiële en zakelijke diensten
Consumptie in financiële en zakelijke diensten.
Overige diensten
Consumptie van niet elders ingedeelde diensten door huishoudens en
instellingen zonder winstoogmerk huishoudens.
Binnenlands consumptie huishoudens
Alle consumptie die in Nederland plaatsvindt. Consumptie door Nederlandse
huishoudens in het buitenland valt hier dus niet onder, consumptie door
buitenlandse huishoudens in Nederland wel. Bij de invoer van goederen en
diensten valt de binnenlandse consumptie door huishoudens onder de finale
bestedingen.
Consumptie huishoudens in buitenland
Consumptieve bestedingen door Nederlandse huishoudens in het buitenland.
De consumptieve bestedingen zijn hiervoor gecorrigeerd. In een aparte
kolom 'consumptie door huishoudens in het buitenland' wordt dit bedrag
tegengeboekt bij de invoer.
Consumptie buitenlanders in Nederland
De binnenlandse particuliere consumptieve bestedingen bevatten ook de
consumptie door niet-ingezeten huishoudens in Nederland, zoals uitgaven
tijdens vakantie. De consumptieve bestedingen worden in één keer hiervoor
gecorrigeerd. De tegenpost is de uitvoer.
Bruto investeringen in vaste activa
Uitgaven voor geproduceerde materiële of immateriële activa die langer dan
een jaar in het productieproces worden gebruikt, zoals gebouwen, woningen,
machines, vervoermiddelen en dergelijke. Tot de investeringen in vaste
activa behoren ook:
- het onderhanden werk in de bouwnijverheid, dat tot de investeringen in
vaste activa van de opdrachtgever is gerekend. Het gaat hierbij om
woningen, bedrijfsgebouwen, weg- en waterbouwkundige werken etc.;
- militaire bouwwerken die op soortgelijke wijze als door civiele
producenten worden gebruikt, zoals vliegvelden en ziekenhuizen;
- verbeteringen aan gebruikte vaste activa, die veel verder gaan dan wat
voor gewoon onderhoud en gewone reparaties nodig is;
- de bij de aankoop van nieuwe en gebruikte vaste activa gemaakte kosten,
zoals overdrachtskosten en kosten van makelaars, architecten, notarissen
en taxateurs.
Op het niveau van de totale economie (en de sectoren) worden de
investeringen gecorrigeerd voor de aan- en verkopen van gebruikte vaste
activa.
Bruto investeringen naar type activa
Specificatie van de bruto investeringen naar type van activa.
De bruto investeringen in vaste activa kunnen ingedeeld worden naar type
activa. Deze functionele indeling geeft inzicht in de aard van de
investeringsgoederen.
Investeringen zijn goederen die worden aangeschaft (of in
eigen beheer voortgebracht) met het doel deze als kapitaalgoed in het
productieproces aan te wenden. Algemeen worden als zodanig beschouwd
goederen met een levensduur van meer dan een jaar (zoals gebouwen,
woningen, machines, vervoermiddelen en dergelijke). Kleine
gereedschappen, kantoorbehoeften en dergelijke kunnen een levensduur
hebben die langer is dan een jaar. Deze goederen worden echter min of
meer geregeld aangeschaft en worden niet tot de investeringen gerekend.
Ook normale onderhoudskosten en, meer algemeen, zaken die nodig zijn om
de productiecapaciteit van de kapitaalgoederen in stand te houden, worden
in de nationale rekeningen beschouwd als normaal verbruik. Groot
onderhoud en verbeteringen die bijdragen aan de levensduur of
productiecapaciteit van kapitaalgoederen zijn wel investeringen. De bruto
investeringen omvatten zowel de uitbreidingsinvesteringen als de
vervangingsinvesteringen.
Aankopen nieuwe activa
Betreft het totaal van de investeringen in vaste activa (bruto) inclusief
het saldo verkoop van gebruikte vaste activa.
Bruto investeringen naar bestemming
De bruto investeringen in vaste activa kunnen ingedeeld worden naar de
bedrijfsklassen waarvoor de investeringen bestemd zijn. De investeringen
zijn geregistreerd naar eigendom. De bedrijfstak van bestemming is dus de
bedrijfstak van het bedrijf of de instelling die het actief in eigendom
heeft gekregen. Investeringen zijn goederen die worden aangeschaft (of in
eigen beheer voortgebracht) met het doel deze als kapitaalgoed in het
productieproces aan te wenden. Algemeen worden als zodanig beschouwd
goederen met een levensduur van meer dan een jaar (zoals gebouwen,
woningen, machines, vervoermiddelen en dergelijke). Kleine gereedschappen,
kantoorbehoeften en dergelijke kunnen een levensduur hebben die langer is
dan een jaar. Deze goederen worden echter min of meer geregeld aangeschaft
en worden niet tot de investeringen gerekend. Ook normale onderhoudskosten
en, meer algemeen, zaken die nodig zijn om de productiecapaciteit van de
kapitaalgoederen in stand te houden, worden in de nationale rekeningen
beschouwd als normaal verbruik. Groot onderhoud en verbeteringen die
bijdragen aan de levensduur of productiecapaciteit van kapitaalgoederen
zijn wel investeringen. De bruto investeringen omvatten zowel de
uitbreidingsinvesteringen als de vervangingsinvesteringen.
Aankopen nieuwe activa
Aankopen van (nieuwe) vaste activa of totale bruto
investeringen in vaste activa uit productie en invoer.
Invoer naar productgroepen
Invoer van goederen en diensten, gespecificeerd naar productgroepen.
Gegevens van de totale invoer van goederen en diensten zijn beschikbaar
vanaf 1995-I. Componenten van de invoer zijn beschikbaar vanaf 1995-I.
Consumptie huishoudens in buitenland
Consumptieve bestedingen door Nederlandse huishoudens in het buitenland.
De consumptieve bestedingen zijn hiervoor gecorrigeerd. In een aparte
kolom 'consumptie door huishoudens in het buitenland' wordt dit bedrag
tegengeboekt bij de invoer.
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen aan de overheid en de Europese Unie (EU) die verband
houden met productie en invoer en met het gebruik van productiefactoren.
Deze belastingen worden onderscheiden in productgebonden belastingen en
niet-productgebonden belastingen.
Deze belastingen hebben betrekking op alle door producenten aan de
overheid en de EU betaalde belastingen, met uitzondering van de
belastingen over de winst. Zij worden geregistreerd volgens het
bestemmingscriterium. Belastingen die door de centrale overheid worden
geïnd ten behoeve van de lokale overheid of de EU worden dus niet geboekt
bij de centrale overheid.
Productgebonden belastingen
Dit zijn de belastingen op productie die producenten moeten betalen,
ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde of verkochte
producten. Voorbeelden hiervan zijn de onroerendezaakbelasting,
reinigingsrechten en rioolrechten betaald door producenten.
Niet-productgebonden belastingen
Een belasting of subsidie is niet-productgebonden als de hoogte van de
belasting of subsidie los staat van de waarde of de hoeveelheid van de
geproduceerde of verkochte goederen.
Subsidies
Betalingen van de overheid en de Europese Unie (EU) aan producenten met
het doel de prijzen van producten te verlagen, de werkgelegenheid in stand
te houden of de productiefactoren redelijk te belonen. Het gaat hierbij
bijvoorbeeld om subsidies voor het openbaar vervoer, de
huurprijsverlagende subsidies aan exploitanten van woningen, de
EU-subsidies op voedingsmiddelen en de bijdragen van de overheid in
verliezen van overheidsbedrijven.
De subsidies op voedingsmiddelen die door de EU (via de overheid) worden
betaald aan niet-ingezetenen, worden niet geregistreerd. Subsidies worden
onderscheiden in productgebonden subsidies en niet-productgebonden
subsidies.
Productgebonden subsidies
Subsidies die worden uitgekeerd per eenheid geproduceerd of verhandeld
product. Zij zijn gerelateerd aan de waarde of aan de hoeveelheid van het
product en kunnen zowel betrekking hebben op geproduceerde als op
ingevoerde producten.
Productgebonden subsidies worden onderscheiden in productgebonden
subsidies op productie en subsidies op invoer.
Niet-productgebonden subsidies
Hieronder vallen de subsidies op productie. De hoogte van de subsidie is
onafhankelijk van de waarde of de hoeveelheid geproduceerde en verkochte
producten. Het betreft vooral de loonsubsidies.