Bevolking, huishoudens en bevolkingsontwikkeling; 1899-2019

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de belangrijkste kerncijfers over de bevolking, huishoudens en bevolkingsontwikkeling in Nederland.

In de tabel worden de volgende gegevens onderscheiden:
- Bevolking;
- Particuliere huishoudens;
- Levend geboren kinderen;
- Sterfte;
- Verhuisde personen;
- Huwelijkssluiting;
- Huwelijksontbinding;
- Wijziging van nationaliteit.

Het CBS gaat over op een nieuwe indeling van de bevolking naar herkomst. Voortaan is meer bepalend waar iemand zelf geboren is, naast waar iemands ouders geboren zijn. Daarbij wordt het woord migratieachtergrond niet meer gebruikt. De hoofdindeling westers/niet-westers wordt vervangen door een indeling op basis van werelddelen en veelvoorkomende immigratielanden. Deze indeling wordt geleidelijk ingevoerd in tabellen en publicaties met bevolking naar herkomst.

Gegevens beschikbaar van 1899 tot en met 2019.

Status van de cijfers:
Alle cijfers in de tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 15 december 2023:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers uit?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel Bevolking, huishoudens en bevolkingsontwikkeling; vanaf 1899. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Van 1960 tot 1988 cijfers per 31 december, van 1988 tot 1995 cijfers halverwege het jaar, vanaf 1995 cijfers per 1 januari.

Trendbreuk
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode wordt voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt.
De uitkomsten op basis van de nieuwe productiemethode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verschuiving betreft het aantal overige huishoudens dat lager uitvalt.
Het aantal personen in institutionele huishoudens ligt op 1 januari 2011 12 duizend hoger dan op 1 januari 2010. Ongeveer de helft van deze stijging is veroorzaakt door verbeteringen in de methode van waarneming.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Totaal particuliere huishoudens
Meerpersoonshuishouden
Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Gemiddeld aantal personen dat deel uitmaakt van een particulier huishouden.
Totaal personen in huishouden
Van 1960 tot 1988 cijfers per 31 december, van 1988 tot 1995 cijfers halverwege het jaar, vanaf 1995 cijfers per 1 januari.
Tot 1995 personen in particuliere huishoudens.
Vanaf 1995 personen in particuliere huishoudens inclusief personen in institutionele huishoudens.

Trendbreuk
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode wordt voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt.
De uitkomsten op basis van de nieuwe productiemethode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling. De grootste verschuiving betreft het aantal overige huishoudens dat lager uitvalt.
Het aantal personen in institutionele huishoudens ligt op 1 januari 2011 12 duizend hoger dan op 1 januari 2010. Ongeveer de helft van deze stijging is veroorzaakt door verbeteringen in de methode van waarneming.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Kinderen in huishouden
Thuiswonende kinderen in particuliere huishoudens.

Van 1960 tot 1981 kinderen van de referentiepersoon van het huishouden.
Vanaf 1981 kinderen van de referentiepersoon van het huishouden en kinderen van de vaste partner van de referentiepersoon van het huishouden.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.

Referentiepersoon:
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald. Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt: de oudste meerderjarige vrouw.
Bevolkingsontwikkeling
Verandering van de omvang van de bevolking.

Trendbreuk nagekomen berichten
Vanaf verslagjaar 2010 worden méér nagekomen berichten meegeteld.
Levend geboren kinderen
Levend geboren kind:
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.

Voor de jaren 1900 tot 1925: levend aangegeven kinderen.
Overledenen
Overledene:
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.

Voor de jaren 1900 tot 1925 exclusief de vóór de geboorteaangifte overleden levendgeboren kinderen.
Voor de periode 1940 tot 1946 exclusief de sterfgevallen van ca. 104 duizend gedeporteerde Joden en ca. 39 duizend gedeporteerde politieke gevangenen, tewerkgestelden en militairen in Duitse krijgsdienst.
Geboorteoverschot
Het aantal levend geboren kinderen min het aantal overledenen.

Levend geboren kind:
Kind dat na geboorte enig teken van leven heeft vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur.
Voor de jaren 1900 tot 1925: levend aangegeven kinderen.

Overledene:
Persoon die is overleden waarbij een bevoegde arts een overlijdensakte heeft ondertekend.
Voor de jaren 1900 tot 1925 exclusief de vóór de geboorteaangifte overleden levendgeboren kinderen.
Voor de periode 1940 tot 1946 exclusief de sterfgevallen van ca. 104 duizend gedeporteerde Joden en ca. 39 duizend gedeporteerde politieke gevangenen, tewerkgestelden en militairen in Duitse krijgsdienst.
Immigratie
Vestiging van personen vanuit het buitenland in Nederland.
Om als immigrant te kunnen worden geteld dienen deze personen ingeschreven te worden in de gemeentelijke bevolkingsregisters.
Tot en met september 1994: een aantal speciale gevallen uitgezonderd, vond opneming voor een persoon met de Nederlandse nationaliteit plaats als deze zich voor langer dan 30 dagen dacht te vestigen en voor een persoon met een niet-Nederlandse nationaliteit als de verwachte vestigingsduur de 180 dagen overschreed.
Vanaf oktober 1994: men wordt ingeschreven als men verwacht minimaal vier maanden in Nederland te blijven.

Trendbreuk
Door een verbetering in het productieproces vindt er een kleine verschuiving plaats in de cijfers van de buitenlandse migratie. Met ingang van 2010 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
- administratieve opnemingen die voorafgegaan worden door emigratie worden nu beschouwd als immigratie;
- administratieve afvoeringen die gevolgd worden door immigratie worden nu beschouwd als emigratie.
Door de verbetering in het produktieoproces is het saldo overige correcties sterk verminderd vanaf 2010.


Emigratie inclusief administratieve c...
Emigratie inclusief het saldo van de administratieve correcties.

Cijfers over emigratie inclusief het saldo van de administratieve correcties geven een beter beeld van de werkelijke emigratie dan cijfersover emigratie exclusief deze correcties.

Trendbreuk buitenlandse migratie
Door een verbetering in het productieproces vindt er een kleine verschuiving plaats in de cijfers van de buitenlandse migratie. Met ingang van 2010 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
- administratieve opnemingen die voorafgegaan worden door emigratie worden nu beschouwd als immigratie;
- administratieve afvoeringen die gevolgd worden door immigratie worden nu beschouwd als emigratie.
Door de verbetering in het produktieoproces is het saldo overige correcties sterk verminderd vanaf 2010.

Emigratie:
Vertrek van personen naar het buitenland.
Tot en met september 1994 werd men uit het bevolkingsregister afgevoerd wanneer men Nederland voor langer dan 360 dagen dacht te verlaten.
Met ingang van oktober 1994 geldt dat de verwachte verblijfsduur in het buitenland ten minste acht maanden bedraagt. Het gaat hier steeds om de aan de gemeente gemelde emigratie.
Voor de periode 1940 tot 1946: inclusief ca. 104 duizend gedeporteerde Joden en ca. 39 duizend gedeporteerde politieke gevangenen, tewerkgestelden en militairen in Duitse krijgsdienst, die in genoemde periode in het buitenland zijn overleden.

Administratieve correctie:
Opneming in of afvoering uit het gemeentelijke bevolkingsregister van een persoon, die niet het gevolg is van geboorte, sterfte, vestiging, vertrek of gemeentegrenswijziging.
Administratieve correcties zijn meestal het gevolg van niet aan de gemeente gemelde emigratie.


Migratiesaldo inclusief administrati...
Migratiesaldo inclusief het saldo van de administratieve correcties
Het aantal gevestigde personen uit het buitenland min het aantal vertrokken personen naar het buitenland, inclusief het saldo van de administratieve correcties.

Cijfers over het migratiesaldo inclusief het saldo van de administratieve correcties geven een beter beeld van het werkelijke migratiesaldo dan cijfers over het migratiesaldo exclusief deze correcties.

Trendbreuk buitenlandse migratie
Door een verbetering in het productieproces vindt er een kleine verschuiving plaats in de cijfers van de buitenlandse migratie. Met ingang van 2010 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
- administratieve opnemingen die voorafgegaan worden door emigratie worden nu beschouwd als immigratie;
- administratieve afvoeringen die gevolgd worden door immigratie worden nu beschouwd als emigratie.
Door de verbetering in het productieproces is het saldo overige correcties sterk verminderd vanaf 2010.

Administratieve correctie:
Opneming in of afvoering uit het gemeentelijke bevolkingsregister van een persoon, die niet het gevolg is van geboorte, sterfte, vestiging, vertrek of gemeentegrenswijziging.
Administratieve correcties zijn meestal het gevolg van niet aan de gemeente gemelde emigratie.


Totale bevolkingsgroei
Bevolkingsgroei:
De toe- of afname van de bevolking.
Inclusief administratieve correcties en overige correcties.

1920 en 1930: exclusief de op grond van de Volkstellingen op 31 december van deze jaren noodzakelijk gebleken correcties van het bevolkingscijfer (respectievelijk -61 duizend en -17 duizend). Deze aantallen kunnen worden beschouwd als het saldo van niet-geregistreerde buitenlandse migratie sinds de vorige volkstelling.
1946 tot 1949: inclusief de correcties ten gevolge van de reconstructie van de bevolkingsregisters na de Tweede Wereldoorlog en op grond van de uitkomsten van de Volkstelling van 31 mei 1947.
1949: inclusief de opneming van 10 duizend personen ten gevolge van de grenscorrecties met Duitsland op 23 april.
1958: inclusief 18 duizend in woonoorden verblijvende Ambonezen, die in de laatste twee maanden van 1958 in de gemeentelijke bevolkingsregisters zijn opgenomen.
1960: inclusief correcties op grond van de registercontrole bij de Volkstelling van 31 mei 1960.
1963: na aftrek van 10 duizend personen, die ten gevolge van het Nederland-Duits grensverdrag op 1 augustus 1963 zijn overgegaan naar de Bondsrepubliek Duitsland.
1971: inclusief correcties op grond van de registercontrole bij de Volkstelling van 28 februari 1971.

Administratieve correctie:
Opneming in of afvoering uit het gemeentelijke bevolkingsregister van een persoon, die niet het gevolg is van geboorte, sterfte, vestiging, vertrek of gemeentegrenswijziging.
Administratieve correcties zijn meestal het gevolg van niet aan de gemeente gemelde emigratie.

Overige correcties:
Verschillen in de bevolkingsomvang en samenstelling tussen twee opeenvolgende jaren die niet kunnen worden verklaard uit de door de gemeenten gedurende het jaar doorgevoerde wijzigingen in de bevolkingsregisters.



Totale bevolkingsgroei, relatief
Totale bevolkingsgroei per honderd van de bevolking op 1 januari.
Inclusief administratieve correcties en overige correcties.
1920 en 1930: exclusief de op grond van de Volkstellingen op 31 december van deze jaren noodzakelijk gebleken correcties van het bevolkingscijfer (respectievelijk -61 duizend en -17 duizend). Deze aantallen kunnen worden beschouwd als het saldo van niet-geregistreerde buitenlandse migratie sinds de vorige volkstelling.
1946 tot 1949: inclusief de correcties ten gevolge van de reconstructie van de bevolkingsregisters na de Tweede Wereldoorlog en op grond van de uitkomsten van de Volkstelling van 31 mei 1947.
1949: inclusief de opneming van 10 duizend personen ten gevolge van de grenscorrecties met Duitsland op 23 april.
1958: inclusief 18 duizend in woonoorden verblijvende Ambonezen, die in de laatste twee maanden van 1958 in de gemeentelijke bevolkingsregisters zijn opgenomen.
1960: inclusief correcties op grond van de registercontrole bij de Volkstelling van 31 mei 1960.
1963: na aftrek van 10 duizend personen, die ten gevolge van het Nederland-Duits grensverdrag op 1 augustus 1963 zijn overgegaan naar de Bondsrepubliek Duitsland.
1971: inclusief correcties op grond van de registercontrole bij de Volkstelling van 28 februari 1971.

Bevolkingsgroei:
De toe- of afname van de bevolking.

Administratieve correctie:
Opneming in of afvoering uit het gemeentelijke bevolkingsregister van een persoon, die niet het gevolg is van geboorte, sterfte, vestiging, vertrek of gemeentegrenswijziging.
Administratieve correcties zijn meestal het gevolg van niet aan de gemeente gemelde emigratie.

Overige correcties:
Verschillen in de bevolkingsomvang en samenstelling tussen twee opeenvolgende jaren die niet kunnen worden verklaard uit de door de gemeenten gedurende het jaar doorgevoerde wijzigingen in de bevolkingsregisters.