Wintersportvakanties; achtergrond- en vakantiekenmerken, '89/'90-'15/'16

Wintersportvakanties; achtergrond- en vakantiekenmerken, '89/'90-'15/'16

Perioden Totaal lange wintersportvakanties (x 1 000) Samenstelling huishouden Alleenstaanden (x 1 000) Samenstelling huishouden Jongste kind 0 tot 6 jaar (x 1 000) Samenstelling huishouden Jongste kind 6 tot 13 jaar (x 1 000) Samenstelling huishouden Jongste kind 13 tot 18 jaar (x 1 000) Samenstelling huishouden Uitsluitend meerderjarigen (x 1 000) Sociale groep Huisvrouw of huisman zonder ander beroep (x 1 000) Bruto huishoudinkomen Tot 17 500 euro (x 1 000) Bruto huishoudinkomen 17 500 tot 23 000 euro (x 1 000) Bruto huishoudinkomen 23 000 tot 28 500 euro (x 1 000) Bruto huishoudinkomen 28 500 tot 34 000 euro (x 1 000) Bruto huishoudinkomen 34 000 tot 45 000 euro (x 1 000) Bruto huishoudinkomen 45 000 tot 56 000 euro (x 1 000) Bruto huishoudinkomen 56 000 euro of meer (x 1 000) Stedelijkheid Stedelijkheid: zeer sterk stedelijk (x 1 000) Stedelijkheid Stedelijkheid: sterk stedelijk (x 1 000) Naar wintersportgebieden in Europa Noorwegen, Zweden, Finland (x 1 000) Naar wintersportgebieden in Europa Tsjechië (x 1 000) Naar wintersportgebieden in Europa Overige bestemmingen (x 1 000) Logiesvormen Vakantiehuisje (x 1 000) Samenstelling reisgezelschap Met leden uit het eigen huishouden (x 1 000) Samenstelling reisgezelschap Met leden uit meerdere huishoudens (x 1 000)
1989/1990 winterperiode 951 154 106 89 114 488 70 . . . . . . . . . 8 . . 57 317 585
1990/1991 winterperiode 1.192 208 140 144 132 568 137 . . . . . . . . . 12 . . 125 352 788
1991/1992 winterperiode 1.141 220 100 88 132 600 113 . . . . . . . . . . 4 32 93 292 805
1992/1993 winterperiode 1.239 189 167 116 167 600 101 . . . . . . . . . 13 17 51 150 352 836
1993/1994 winterperiode 1.139 146 146 137 162 549 100 . . . . . . . 204 316 8 17 33 78 330 768
1994/1995 winterperiode 1.133 132 191 119 132 560 72 . . . . . . . 254 228 8 51 25 93 289 815
1995 1996 winterperiode 1.055 129 189 159 103 474 104 . . . . . . . 257 197 13 22 39 99 289 732
1996/1997 winterperiode 1.059 146 141 120 90 562 69 . . . . . . . 206 249 4 21 47 86 267 792
1997/1998 winterperiode 1.016 167 99 137 64 549 73 . . . . . . . 180 270 4 39 26 39 287 712
1998/1999 winterperiode 1.219 172 203 172 102 570 88 . . . . . . . 212 331 9 31 26 71 367 840
1999/2000 winterperiode 1.031 169 187 147 76 453 62 . . . . . . . 169 258 18 31 9 58 260 740
2000/2001 winterperiode 1.143 181 164 177 47 574 61 . . . . . . . 184 325 17 35 30 125 390 740
2001/2002 winterperiode 1.119 222 152 172 96 477 32 80 70 104 136 231 197 301 237 313 10 43 25 56 . .
2002/2003 winterperiode 1.088 153 179 171 103 481 36 35 52 62 100 204 195 446 222 315 18 52 13 51 . .
2003/2004 winterperiode 1.095 149 191 190 104 461 41 58 60 84 118 173 157 445 213 295 26 61 12 63 . .
2004/2005 winterperiode 1.174 123 214 180 137 520 43 45 28 86 109 199 149 557 229 306 22 83 19 65 . .
2005/2006 winterperiode 1.104 131 181 197 95 500 38 52 43 63 121 192 151 483 236 266 17 73 19 73 . .
2006/2007 winterperiode 1.045 116 183 197 117 434 39 45 42 39 81 147 183 511 196 304 26 66 14 56 . .
2007/2008 winterperiode 999 117 140 189 100 454 23 59 43 49 83 154 133 481 207 284 24 50 19 49 . .
2008/2009 winterperiode 1.071 95 176 196 143 461 20 36 20 44 110 158 180 523 192 331 41 36 16 73 . .
2009/2010 winterperiode 981 115 149 179 125 413 22 47 13 73 108 94 171 475 186 271 14 43 6 58 . .
2010/2011 winterperiode 1.017 110 165 222 102 419 25 25 35 48 106 122 178 502 255 263 18 30 2 92 . .
2011/2012 winterperiode 1.051 118 170 205 117 441 48 44 46 63 98 161 135 505 227 294 14 30 2 92 . .
2012/2013 winterperiode 964 108 135 251 81 390 20 32 46 33 67 143 132 513 201 264 11 24 4 73 . .
2013/2014 winterperiode 883 64 92 219 108 399 16 19 40 28 54 164 120 458 216 211 18 29 4 45 . .
2014/2015 winterperiode 895 45 116 175 134 425 22 23 40 44 52 153 137 446 222 245 7 12 7 69 . .
2015/2016 winterperiode 866 38 115 176 106 431 20 17 43 60 55 127 132 431 196 243 21 23 8 92 . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat het aantal lange wintersportvakanties, uitgesplitst naar onder andere geslacht, leeftijd en opleidingsniveau van de deelnemers, logiesvormen, vervoermiddelen en uitgaven.

Gegevens beschikbaar van 1989/1990 tot en met 2015/2016.

Status van de cijfers:
De cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 23 juli 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Totaal lange wintersportvakanties
In 2001 en eerder: een verblijf buiten de eigen woning voor ontspanning of plezier met ten minste vier opeenvolgende overnachtingen anders dan bij familie of kennissen thuis doorgebracht.
Vanaf 2002: een verblijf buiten de eigen woning voor ontspanning of plezier met ten minste vier opeenvolgende overnachtingen. Ook het logeren bij familie, vrienden of kennissen in het buitenland valt onder het begrip vakantie.
Een verblijf bij familie, vrienden of kennissen in Nederland telt echter niet mee, tenzij de bewoners de hele tijd of de meeste dagen afwezig waren.
Samenstelling huishouden
Alleenstaanden
Jongste kind 0 tot 6 jaar
Huishouden met als jongste kind een kind van 0 tot 6 jaar.
Jongste kind 6 tot 13 jaar
Huishouden met als jongste kind een kind van 6 tot 13 jaar.
Jongste kind 13 tot 18 jaar
Huishouden met als jongste kind een kind van 13 tot 18 jaar.
Uitsluitend meerderjarigen
Huishouden met uitsluitend meerderjarigen.
Sociale groep
Huisvrouw of huisman zonder ander beroep
Het betreft huisvrouwen en -mannen zonder ander beroep.
Bruto huishoudinkomen
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
Tot 17 500 euro
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
17 500 tot 23 000 euro
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
23 000 tot 28 500 euro
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
28 500 tot 34 000 euro
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
34 000 tot 45 000 euro
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
45 000 tot 56 000 euro
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
56 000 euro of meer
Het betreft hier het bruto huishoudinkomen. Het gaat daarbij om alle inkomsten van ieder lid van het huishouden. Behalve salaris kan dit inkomen ook bestaan uit inkomsten van een bijbaantje, uitkering, studiebeurs of studiefinanciering, AOW, (aanvullend) pensioen, weduwen- of wezenpensioen, alimentatie, wachtgeld, etc.
Stedelijkheid
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend.
De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: zeer sterk stedelijk > = 2500 omgevingsadressen per km².
2: sterk stedelijk 1500 - < 2500 omgevingsadressen per km².
3: matig stedelijk 1000 - < 1500 omgevingsadressen per km².
4: weinig stedelijk 500 - < 1000 omgevingsadressen per km².
5: niet stedelijk < 500 omgevingsadressen per km².
Omgevingsadressendichtheid (van een adres):
Het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel.
De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt in adressen per km².
Toelichting:
De omgevingsadressendichtheid beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, schoolgaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Het CBS gebruikt de oad om de stedelijkheid van een bepaald gebied (rastervierkant, buurt, wijk, gemeente) te bepalen.
Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de omgevingsadressendichtheid vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied.
De adressen en coördinaten van de rastervierkanten zijn afkomstig uit het Geografisch basisregister (GBR) dat jaarlijks wordt geactualiseerd.
Dit register bevat alle adressen van Nederland die zijn voorzien van de postcode, de gemeentecode, de wijk- en buurtcode en de coördinaten van het betrokken rastervierkant.
Stedelijkheid: zeer sterk stedelijk
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend.
Zeer sterk stedelijk:
Omgevingsadressendichtheid van 2500 of meer adressen per km².
Omgevingsadressendichtheid (van een adres):
Het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel.
De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt in adressen per km².
Toelichting:
De omgevingsadressendichtheid beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, schoolgaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Het CBS gebruikt de oad om de stedelijkheid van een bepaald gebied (rastervierkant, buurt, wijk, gemeente) te bepalen.
Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de omgevingsadressendichtheid vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied.
De adressen en coördinaten van de rastervierkanten zijn afkomstig uit het Geografisch basisregister (GBR) dat jaarlijks wordt geactualiseerd.
Dit register bevat alle adressen van Nederland die zijn voorzien van de postcode, de gemeentecode, de wijk- en buurtcode en de coördinaten van het betrokken rastervierkant.
Stedelijkheid: sterk stedelijk
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend.
Sterk stedelijk:
Omgevingsadressendichtheid van 1500 tot 2500 adressen per km².
Omgevingsadressendichtheid (van een adres):
Het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel.
De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt in adressen per km².
Toelichting:
De omgevingsadressendichtheid beoogt de mate van concentratie van menselijke activiteiten (wonen, werken, schoolgaan, winkelen, uitgaan etc.) weer te geven. Het CBS gebruikt de oad om de stedelijkheid van een bepaald gebied (rastervierkant, buurt, wijk, gemeente) te bepalen.
Voor de berekening hiervan wordt eerst voor ieder adres de omgevingsadressendichtheid vastgesteld. Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheden van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied.
De adressen en coördinaten van de rastervierkanten zijn afkomstig uit het Geografisch basisregister (GBR) dat jaarlijks wordt geactualiseerd.
Dit register bevat alle adressen van Nederland die zijn voorzien van de postcode, de gemeentecode, de wijk- en buurtcode en de coördinaten van het betrokken rastervierkant.
Naar wintersportgebieden in Europa
Noorwegen, Zweden, Finland
Tsjechië
ISO landcode 2 letters: CZ,
ISO landcode 3 letters: CZE,
ISO landcode 3 cijfers: 203,
GEO code: 61.
Tsjechië en Slowakije vormden samen tot 1992 Tsjecho-Slowakije.
Overige bestemmingen
Logiesvormen
Bij de logiesvorm gaat het om de overnachtingsgelegenheid.
Als er van meerdere logiesvormen gebruik is gemaakt, wordt die logiesvorm genoteerd waarin de meeste nachten zijn doorgebracht.
Vakantiehuisje
Samenstelling reisgezelschap
Met leden uit het eigen huishouden
Met leden uit meerdere huishoudens