Tijdreeksen sociale zekerheid

Tijdreeksen sociale zekerheid

Perioden Uitkeringen sociale zekerheid Ziektewet (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid Arbeidsongeschiktheid (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid Werkloosheid WW (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid Werkloosheid WWV (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid AOW (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid Anw (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid AKW Gerechtigden (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid Algemene bijstandsuitkeringen (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid IOAW-uitkeringen (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid IOAZ-uitkeringen (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid BBZ-uitkeringen (x 1 000) Uitkeringen sociale zekerheid BKR/WIK/WWIK-uitkeringen (x 1 000) Uitgekeerde bedragen sociale zekerheid Werkloosheid (mln euro)
1900 .
1910 6
1920 13
1930 21 27
1940 24 77
1950 61 98 309 728
1960 101 133 22 814 113 928 0,2 47
1970 223 295 25 20 1.061 152 1.614 170 0,8 295
1980 293 661 69 87 1.333 171 2.078 230 3,0 2.462
1990 348 879 205 2.040 193 1.810 522 18,0 3,0 . 5.062
2000 106 957 189 2.334 168 1.842 354 19,1 3,5 . 4,3 1.954
2010 98 832 264 2.881 98 1.932 345 9,6 1,4 3,7 3,1 4.408
2011 100 825 270 3.017 87 1.934 359 9,8 1,4 3,6 3,3 4.282
2012 100 817 340 3.136 75 1.928 370 11,4 1,4 4,0 4.952
2013 96 818 438 3.223 55 1.919 399 14,1 1,6 4,3 6.290
2014 92 820 441 3.304 42 1.915 418 17,2 1,7 4,1 6.853
2015 88 807 446 3.371 36 1.907 428 20,5 1,7 4,0 6.442
2016 91 807 412 3.398 34 1.901 442 23,3 1,8 3,8 5.619
2017 90 807 330 3.422 31 1.894 434 23,8 1,8 3,8 5.108
2018 95 812 263 3.445 29 1.898 414 22,8 1,8 3,4 4.336
2019 98 818 223 3.452 28 1.883 401 21,7 1,8 3,1 3.810
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de aantallen uitkeringen en uitgekeerde bedragen in het kader van diverse verzekeringen en voorzieningen op het terrein van de sociale zekerheid.
De uitkeringen en uitgekeerde bedragen worden uitgesplitst naar periode (jaren). De uitkeringen zijn de uitkeringen ultimo december, de getoonde bedragen betreffen de som van de uitgekeerde bedragen in een jaar.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Een klein aantal reeksen heeft als startpunt 1900 en beslaat de volledige periode tot en met heden, een groter aantal start in de loop van de twintigste eeuw. De jaren voor het startpunt zijn met een '.' aangegeven.
Vooral in de langere tijdreeksen kunnen onderbrekingen voorkomen. Allerlei oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen zoals herberekening van cijfers of een gewijzigd inzicht, veranderingen in statistische indelingen en dergelijke.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 17 juli 2020:
Toegevoegd zijn de jaarcijfers van:
- de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen 2019;
- de WW-uitkeringen 2019;
- de Ziektewet 2019;
- de Algemene bijstandsuitkeringen 2019;
- de IOAW-uitkeringen 2019;
- de IOAZ-uitkeringen 2019;
- de BBZ-uitkeringen 2019;
- de AKW-gerechtigden 2019;
- de AKW-telkinderen 2019;
- de AOW-uitkeringen 2019.

Toegevoegd zijn de uitgekeerde bedragen per jaar van:
- de AOW 2019;
- de AKW 2019;
- de AO 2019;
- de WW 2019.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen medio 2021.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringen sociale zekerheid
Aantallen uitkeringen in het kader van de sociale zekerheid.
In de tabel gaat het om uitkeringen in het kader van ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, AOW, Anw, AKW, algemene bijstand, IOAW, IOAZ, BBZ en de kunstenaarsregelingen (BKR, WIK en WWIK).
Het betreffen uitkeringen ultimo december van een verslagjaar.
Ziektewet
De Ziektewet is in 1930 in werking getreden. Sindsdien heeft de wet ingrijpende wijzigingen ondergaan.
De gegevens tot 1997 hebben uitsluitend betrekking op de omslagleden van de bedrijfsverenigingen, gelijk aan 80 procent van het totaal aan verzekerde mensjaren.
De cijfers over de uitkeringsgevallen geven de gemiddelde aantallen uitkeringen per dag aan.
Belangrijke wetswijzigingen:
- 1 januari 1994: 2 tot 6 weken loondoorbetaling door werkgever.
- 1 maart 1996: vangnetgroepen invoering WULBZ (Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte).
- 1 januari 2004: loondoorbetalingsverplichting uitgebreid naar 2 jaar.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1930-1952: Overheid/Bedrijfsleven
1953-1996: Bedrijfsverenigingen
1997-2001: Uitvoeringsinstellingen
2002-heden: UWV.
Arbeidsongeschiktheid
Aantallen uitkeringen in het kader van de diverse arbeidsongeschiktheidsregelingen.

De aantallen hebben betrekking op de Ongevallenwetten 1901 en 1921 (de reeks 1901-1967), de Land- en Tuinbouwongevallenwet (de reeks 1922-1967), de Invaliditeitswet (reeks vanaf 1919), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (reeks vanaf 1967) en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (reeks vanaf 1976).
De cijfers tot en met 1966 hebben uitsluitend betrekking op blijvende ongevallenrenten aan getroffenen en invaliditeitsrenten.
Zo blijven buiten beschouwing: tijdelijke ongevallenuitkeringen, renten aan nabestaanden en ouderdomsrenten.
Vanaf 1967 zijn in deze publicatie de aantallen nog lopende invaliditeitsrenten geteld bij de aantallen WAO- en/of AAW-uitkeringsontvangers.
Sinds 1 januari 1998 zijn de regelingen volgens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) van kracht.
Met ingang van januari 1998 is de WAO ook van toepassing verklaard op het overheidspersoneel.
Vanaf 1 januari 2006 is voor nieuwe gevallen de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) van kracht geworden.
Ingaande 1 januari 2010 is de Wajong ingrijpend gewijzigd. De Wajong staat dan voor Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten.

Met de invoering van de Participatiewet in 2015 is er een nieuwe wet Wajong, de Wajong2015, in werking getreden. De Wajong2015 is alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheid hebben tot arbeidsparticipatie.

In verband met een herziening van de reeks zijn er afwijkingen mogelijk ten opzichte van eerdere versies.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1900-1952: Overheid/Bedrijfsleven
1953-1996: Bedrijfsverenigingen
1997-2001: Uitvoeringsinstellingen
2002-heden: UWV
Werkloosheid
Aantallen uitkeringen in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV).

De aantallen geven een beeld van de ontwikkeling van het totaal aantal uitkeringen van de Werkloosheidswet (reeks vanaf 1952) en de Wet Werkloosheidsvoorziening (reeks van 1965 tot 1 januari 1987).
De aantallen zijn inclusief nul-uitkeringen. Nul-uitkeringen zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling zijn gekomen, onder andere omdat er inkomsten zijn uit arbeid of een andere sociale zekerheidsuitkering.
In verband met een herziening van de reeks zijn er afwijkingen mogelijk ten opzichte van eerdere versies.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
WW
Aantallen uitkeringen in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
De aantallen van 1952 tot en met 1986 zijn vastgesteld op basis van de bij de arbeidsbureaus ingeleverde weekbriefjes.
Op grond van deze weekbriefjes werd het recht op een WW-uitkering vastgesteld en kwam deze tot uitbetaling.
Vanaf 1987 worden de aantallen vastgesteld op basis van de uitkeringenadministraties van de uitvoeringsinstellingen sociale zekerheid. De aantallen tot en met 1989 betreffen 12-maandsgemiddelden.

Vanaf 1990 geven de aantallen de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1953-1996: Bedrijfsverenigingen
1997-2001: Uitvoeringsinstellingen
2002-heden: UWV.
WWV
Aantallen uitkeringen in het kader van de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV).
Deze wet was van 1965 tot 1987 bedoeld om een uitkering toe te kennen aan werkloze werknemers die geen recht meer hadden op een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
Per 1 januari 1987 is de WWV opgeheven. Vanaf die datum kan, na beëindiging van de WW-uitkering een beroep worden gedaan op de Algemene Bijstand.
De aantallen zijn 12-maandsgemiddelden.

Bron:
1965-1987: Gemeenten.
AOW
Aantallen uitkeringen in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

De gegevens zijn ultimo-cijfers over de aantallen pensioenuitkeringen als gevolg van de Noodwet Ouderdomsvoorziening (reeks 1947-1956) en de Algemene Ouderdomswet (reeks vanaf 1957).
De Ouderdomswet 1919 is hier geheel buiten beschouwing gebleven. Hetzelfde geldt voor uitkeringen/renten op grond van verwante regelingen.
Belangrijke wetswijzigingen:
Per 1 april 1985 heeft in de AOW, een algemene volksverzekering voor een welvaartsvast ouderdomspensioen bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, een aanpassing plaatsgehad conform de EG-richtlijnen over de gelijke behandeling van man en vrouw.
De gehuwde man en vrouw hebben sindsdien ieder een zelfstandig recht op ouderdomspensioen als zij 65 jaar of ouder zijn.
Het pensioen is gesteld op 50% van het netto-minimumloon.
In de jaren voor 1985 werd onderscheid gemaakt tussen een uitkering voor gehuwden en een uitkering voor ongehuwden. De cijfers zijn vanaf dat moment daarom niet zonder meer vergelijkbaar met die van voorgaande jaren.
Vanaf 1 januari 2013 wordt de AOW-leeftijd jaarljiks met een of meerdere maanden verhoogd en wordt op termijn gekoppeld aan de levensverwachting.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
1947-1955: Rijksverzekeringsbank
1956-1985: SVB en de Raden van Arbeid
1986-2006: SVB
2007-heden: CBS
Anw
Aantallen uitkeringen in het kader van de Algemene Nabestaandenwet (Anw).
Met ingang van 1 juli 1996 is de Algemene Nabestaandenwet (Anw) van kracht. De wet vervangt de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), die op 1 oktober 1959 in werking trad.
Er zijn drie belangrijke verschillen tussen de AWW en Anw :
1. De leeftijdsgrens (AWW) als criterium voor het recht op een uitkering, werd vervangen door het geboortejaar (Anw);
2. De hoogte van de nabestaandenuitkering werd afhankelijk van het inkomen;
3. De maximum leeftijd waarop het recht op een wezenuitkering bestaat, werd voor kinderen die studeren of het huishouden verzorgen, teruggebracht van 27 jaar naar 21 jaar.

Per 1 oktober 2013 is het recht op een halfwezenuitkering vervallen. Nabestaanden met een kind jonger dan 18 jaar krijgen vanaf die datum recht op een hoog nabestaandenuitkering van 90% van het wettelijk minimumloon en de nabestaanden zonder kinderen op een laag nabestaandenuitkering van 70% van het wettelijk minimumloon.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
Tot en met 2007: SVB
2008-heden: CBS
AKW
AKW

Aantallen uitkeringen in het kader van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De aantallen zijn exclusief de kinderbijslagwetten voor rentetrekkers. Uitsplitsing naar gerechtigden en telkinderen. Per verslagjaar 2015 worden deze aantallen bepaald door het CBS. Door technische bewerkingen kunnen de aantallen gerechtigden marginaal verschillen van de aantallen die de SVB publiceert.

Gerechtigden

De gegevens tot en met 1962 hebben betrekking op de uitvoering van de Kinderbijslagwet (reeks 1941-1962) en de Noodwet Kinderbijslag Kleine Zelfstandigen (reeks 1951-1962).
In verband met het ontbreken van de benodigde gegevens is de Kinderbijslagwet voor Rentetrekkers (reeks 1948-1962) hier buiten beschouwing gebleven.
Met ingang van 1963 werd een volledig herziende wetgeving van kracht.
Genoemde wetten werden toen vervangen door de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor Loontrekkenden en de Kinderbijslagwet Kleine Zelfstandigen.
Met ingang van 1980 zijn de twee laatstgenoemde kinderbijslagwetten ingetrokken en voorziet de Algemene Kinderbijslagwet ook in de bijslagen voor het eerste en tweede telkind. Voordien werd het recht op kinderbijslag jaarlijks vastgesteld.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
Tot en met 2014: SVB
2015-heden: CBS

Telkinderen

De gegevens tot en met 1962 hebben betrekking op de uitvoering van de Kinderbijslagwet (reeks 1941-1962) en de Noodwet Kinderbijslag Kleine Zelfstandigen (reeks 1951-1962).
In verband met het ontbreken van de benodigde gegevens is de Kinderbijslagwet voor Rentetrekkers (reeks 1948-1962) hier buiten beschouwing gebleven.
Met ingang van 1963 werd een volledig herziende wetgeving van kracht. Genoemde wetten werden toen vervangen door de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor Loontrekkenden en de Kinderbijslagwet Kleine Zelfstandigen.
Met ingang van 1980 zijn de twee laatstgenoemde kinderbijslagwetten ingetrokken en voorziet de Algemene Kinderbijslagwet ook in de bijslagen voor het eerste en tweede telkind.
De gegevens tot en met 1962 hebben betrekking op de uitvoering.
Een telkind is een administratieve eenheid die gebruikt wordt bij het vaststellen van de hoogte van de kinderbijslag. Bijvoorbeeld: een gehandicapt kind staat voor de kinderbijslag gelijk aan twee telkinderen, waardoor men in aanmerking komt voor dubbele kinderbijslag.
Voordien werd het recht op kinderbijslag jaarlijks vastgesteld.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen
Tot en met 2014: SVB
2015-heden: CBS
Gerechtigden
Algemeen:
De gegevens tot en met 1962 hebben betrekking op de uitvoering van de Kinderbijslagwet (reeks 1941-1962) en de Noodwet Kinderbijslag Kleine Zelfstandigen (reeks 1951-1962).
In verband met het ontbreken van de benodigde gegevens is de Kinderbijslagwet voor Rentetrekkers (reeks 1948-1962) hier buiten beschouwing gebleven.
Met ingang van 1963 werd een volledig herziende wetgeving van kracht.
Genoemde wetten werden toen vervangen door de Algemene Kinderbijslagwet, de Kinderbijslagwet voor Loontrekkenden en de Kinderbijslagwet Kleine Zelfstandigen.
Met ingang van 1980 zijn de twee laatstgenoemde kinderbijslagwetten ingetrokken en voorziet de Algemene Kinderbijslagwet ook in de bijslagen voor het eerste en tweede telkind. Voordien werd het recht op kinderbijslag jaarlijks vastgesteld.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.

Bronnen:
Tot en met 2014: SVB
2015-heden: CBS
Algemene bijstandsuitkeringen
Het aantal uitkeringen in het kader van periodiek algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (reeks 1965-1995), de Rijksgroepsregeling werkloze werknemers (reeks 1965-1995), de nieuwe Algemene bijstandswet (reeks 1996-2003), de Wet werk en bijstand (reeks 2004-2014) en de Participatiewet (reeks 2015 tot heden).
Van 1 oktober 2009 tot 1 januari 2012 zijn uitkeringen op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) bij het aantal WWB-uitkeringen opgeteld.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
IOAW-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

De IOAW biedt oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum of het niveau van het laatst genoten loon.
De wet wordt op termijn afgesloten. Alleen personen geboren voor 1 januari 1965 kunnen nog in de IOAW instromen.
De uitkering wordt stopgezet bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
IOAZ-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere zelfstandigen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
De IOAZ biedt oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum.
De uitkering wordt stopgezet bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
BBZ-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen 2004.
Het BBZ biedt zelfstandigen die het voortbestaan van hun bedrijf bedreigd zien vanwege (tijdelijke) financiële problemen een mogelijkheid tot ondersteuning. Bijvoorbeeld via een renteloze lening, een starterskrediet of een aanvulling op het inkomen tot bijstandsniveau.

De aantallen geven de situatie weer op 31 december.
BKR/WIK/WWIK-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR, 1954 tot 1987), Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK, 1999 tot 2005) en de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK, 1 januari 2005 tot 1 januari 2012).
Doel van de WWIK was kunstenaars bij aanvang en/of tijdens terugval in inkomsten financieel te ondersteunen voor maximaal vier jaar, vallend binnen een periode van tien jaar.
Uitgekeerde bedragen sociale zekerheid
Uitgekeerde bedragen in het kader van de sociale zekerheid.
In de tabel gaat het om bedragen in verband met arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, werkloosheidsuitkeringen, AOW-uitkeringen, AKW-uitkeringen, uitkeringen op grond van ziektekostenverzekering, uitkeringen op grond van de Algemene bijstandswet (excl. RWW) en rechtstreekse betalingen.
De gegevens over de uitgekeerde bedragen sluiten zoveel mogelijk aan op die over de aantallen uitkeringen.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.
Werkloosheid
De uitgekeerde bedragen hebben betrekking op de Werkloosheidswet (WW), de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV), de Rijksgroepsregeling Werkloze Werknemers (RWW), en de Uitgekeerde bedragen inclusief loonsuppletie.

Het in een verslagjaar getoonde bedrag is de som van alle uitgekeerde bedragen in dat verslagjaar.

Bronnen: Jaarverslagen (sociale verzekering, pensioenverzekering, levensverzekering) en overheidsadministraties.