Huizenprijzen in Nederland sterker gedaald dan gemiddeld in de EU

31-1-2013 11:00

Het prijsniveau van koopwoningen is gemiddeld in de Europese Unie (EU) al drie jaar stabiel. De prijsontwikkelingen verschillen sterk van land tot land. In Nederland en Spanje zijn de huizenprijzen sinds de financiële crisis in 2008 blijven dalen. In het Verenigd Koninkrijk hebben de prijzen zich inmiddels hersteld. In Duitsland lijkt de crisis weinig effect te hebben gehad op de huizenprijzen.

Huizenprijzen in Nederland blijven dalen

De prijzen van Nederlandse koopwoningen zijn sterker gedaald dan gemiddeld in de EU. Dit blijkt uit de House Price Index (HPI) van Eurostat, waarmee de huizenprijzen internationaal vergeleken kunnen worden. Tot aan de start van de financiële crisis in 2008 werden de huizen steeds duurder. Vlak daarna daalde het gemiddelde prijsniveau in de EU, net als in Nederland, scherp. In Nederland zijn de prijzen van koopwoningen na de piek in 2008 met gemiddeld 4 procent per jaar blijven dalen, terwijl het EU-gemiddelde stabiliseerde.

House Price Index Nederland en EU

House Price Index Nederland en EU

Uiteenlopende prijsontwikkelingen in Europese Unie

Ook in andere EU-landen bereikten de huizenprijzen vlak voor de financiële crisis een piek. Na 2008 zijn uiteenlopende prijsontwikkelingen zichtbaar. In Spanje werden de koopwoningen sindsdien gemiddeld 7 procent per jaar goedkoper. In het Verenigd Koninkrijk daalde de huizenprijs om vervolgens te herstellen. Duitsland vormt binnen de Europese Unie een uitzondering. De financiële crisis lijkt relatief weinig effect gehad te hebben op de ontwikkeling van de Duitse huizenprijs. Ook daarvoor was de prijsontwikkeling in Duitsland al anders dan in Nederland en de rest van de EU.

House Price Index Nederland, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Spanje

House Price Index Nederland, Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Spanje

Feron Sarucco

De House Price Index
Op 31 januari 2013 heeft Eurostat de House Price Index (HPI) gelanceerd als officiële Europese indicator voor ontwikkelingen in de prijzen van koopwoningen. Tot die tijd publiceerde Eurostat alleen experimentele huizenprijsindicatoren. De EU-lidstaten zijn vanaf nu verplicht om op kwartaalbasis de nationale House Price Index (HPI) te leveren.
De House Price Index meet prijsveranderingen op de woningmarkt. Het gaat om alle door huishoudens aangeschafte appartementen, eengezins- en overige woningen, zowel bestaand als nieuwbouw. Alleen marktprijzen inclusief grond tellen mee. Daarom worden nieuwe zelfgebouwde huizen niet meegenomen.
Eurostat heeft een technische handleiding opgesteld, waarin de toegestane methoden voor de HPI zijn beschreven. Hiermee is een internationale vergelijking van de huizenprijzen mogelijk. Omdat nog niet alle landen volledig aan de voorgeschreven methoden voldoen, zijn er nu nog enige beperkingen aan de internationale vergelijkbaarheid.
De HPI is dus een andere indicator dan de PBK. De Nederlandse House Price Index (HPI) bestaat uit een gewogen som van de Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK) en de Prijsindex Nieuwbouw Koopwoningen (PNK). De PNK telt voor ongeveer een vijfde deel mee in de HPI. De PNK wordt nog niet als afzonderlijke index gepubliceerd. Dit zal wel gaan gebeuren, nadat de methode voor het samenstellen van deze index is verbeterd. Het CBS onderzoekt de mogelijkheden hiervoor. In de reguliere berichtgeving blijft het CBS de Prijsindex Bestaande Koopwoningen gebruiken.

Bron: