Onderwijsfinanciën

Wat behelst het onderzoek

Doel

De statistieken over onderwijsfinanciën geven informatie over de uitgaven en ontvangsten van de overheid en de private sector (huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen en organisaties in het buitenland) aan onderwijs en de uitgaven aan onderwijsinstellingen in het primair, secundair en tertiair onderwijs. Ook geven ze informatie over de baten en lasten, de investeringen en de balans van de onderwijsinstellingen in het primair, secundair en tertiair onderwijs.

Doelpopulatie

De overheid, huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen, organisaties in het buitenland, alle onderwijsinstellingen in het door de overheid bekostigde onderwijs en de particuliere onderwijsinstellingen. 

Statistische eenheid

Overheid, huishoudens, bedrijven en non-profit instellingen, organisaties in het buitenland en onderwijsinstellingen.

Aanvang onderzoek

De historische reeks over de overheidsuitgaven aan onderwijs wordt vanaf 1900 gepubliceerd.
De uitgaven aan onderwijs (door overheid en private sector) en bijbehorende CBS/OESO indicatoren worden vanaf 1995 gepubliceerd.

De financiële gegevens over de onderwijsinstellingen in het secundair en tertiair onderwijs worden vanaf 1998 gepubliceerd (baten, lasten, investeringen en balans). Vanaf 2006 worden ook de instellingsgegevens van het primair onderwijs gepubliceerd. Eerder waren deze gegevens niet beschikbaar, doordat deze instellingen geen financiële verantwoordingsplicht hadden tegenover het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Frequentie

Jaarlijks, voorlopige en definitieve cijfers.

Publicatiestrategie

Zodra over een nieuw verslagjaar de voorlopige cijfers beschikbaar zijn, worden deze toegevoegd aan de bestaande StatLine-tabellen. Tegelijkertijd worden de voorlopige cijfers van het voorgaande verslagjaar vervangen door definitieve cijfers.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Op basis van registratie.

Waarnemingsmethode

Voor gegevens over de onderwijsuitgaven en -ontvangsten door de overheid wordt gebruik gemaakt van de begrotingen en rekeningen van het Rijk, de provincies, de gemeenten en samenwerkingsverbanden van gemeenten. De gegevens over de private uitgaven en ontvangsten worden samengesteld uit meerdere bronnen. Gegevens over de uitgaven en ontvangsten door huishoudens worden ontleend aan jaarverslagen van gesubsidieerde onderwijsinstellingen en verschillende schoolkostenonderzoeken (deze worden in opdracht van het Ministerie van OCW periodiek uitgevoerd door onderzoeksbureaus). De jaarverslagen van gesubsidieerde onderwijsinstellingen worden ook gebruikt om de bijdragen van bedrijven en die van organisaties in het buitenland vast te stellen, evenals de uitgaven van de onderwijsinstellingen. De omvang van particulier en duaal onderwijs wordt door het CBS bepaald door eigen berekeningen, waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de enquête beroepsbevolking en van publiek toegankelijke informatie zoals studiegidsen en internet. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van gegevens over deelnemersaantallen: deze zijn afkomstig van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs, een agentschap van het Ministerie van OCW) en voor het agrarisch onderwijs van het Ministerie van Economische Zaken (EZ).
De waarnemingsmethode voor de instellingsgegevens is de verplichte elektronische levering van de financiële gegevens door de bekostigde onderwijsinstellingen aan de Ministeries van OCW en EZ. De gegevens worden verzameld door DUO.

Berichtgevers

Het CBS ontvangt bestanden van het Ministerie van OCW, provincies, gemeenten, DUO en het Ministerie van EZ.

Steekproefomvang

N.v.t.

Controle- en correctiemethoden

De specialisten van het CBS controleren de gegevens die zij van haar berichtgevers (Ministeries van OCW en EZ, provincies, gemeenten) ontvangen op volledigheid en inconsistenties en brengen zo nodig in overleg met hen verbeteringen aan in het bronbestand.

Het Ministerie van EZ en DUO controleren de gegevens die zij van hun berichtgevers ontvangen op volledigheid en inconsistenties en brengen zo nodig in overleg met hen verbeteringen aan in het bronbestand.

Weging

N.v.t.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Voor de registraties geven de definitieve cijfers een juist beeld van de werkelijkheid.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Om de gegevens in de StatLine-tabel 'Overheidsuitgaven aan onderwijs, vanaf 1900, volgens OESO definitie' volgtijdelijk vergelijkbaar te maken, heeft in 2010 een methodologische reparatie van de tijdreeks plaatsgevonden. Hierbij is de historische reeks tot 1995 herberekend. De overheidsuitgaven aan onderwijs vanaf 1995 zijn in 2008 al herzien. Door de reparatie heeft de reeks geen breuk meer tussen de jaren 1994 en 1995. De gehele reeks is nu berekend volgens de gestandaardiseerde definities van de OESO.

De overheidsuitgaven aan onderwijs worden getoond als bedragen en als percentage van het bbp. Ook voor de bbp-cijfers geldt dat zij zo min mogelijk trendbreuken moeten bevatten. De bbp-cijfers zijn na de laatste revisie van de Nationale rekeningen herzien vanaf 1969. Voor de periode 1900-1968 is een voorlopige reeks gemaakt die hier zo goed mogelijk op aansluit, maar nog geen officiële status heeft. Deze reeks is in de tabel al wel gebruikt voor de berekening van de Overheiduitgaven aan onderwijs als percentage van het bbp. Hierdoor kan de ontwikkeling van deze indicator goed weergegeven worden. De indicator is echter niet bedoeld om officiële bbp-cijfers voor de periode 1900-1968 uit af te leiden.

Naast de reparatie zijn de oude categorieën ook naar hedendaagse categorieën vertaald. Dit verminderde het aantal lege velden als gevolg van wijzigingen in het onderwijsstelsel. De reeks uitgaven aan studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten is afkomstig uit rijksbegrotingen en jaarverslagen en bevat de bruto uitgaven: de cijfers zijn dus niet gesaldeerd met de ontvangsten uit bijvoorbeeld terugbetaalde leningen.

Met ingang van verslagjaar 2008 is de nieuwe Richtlijn Jaarverslaggeving Onderwijs ingevoerd. Voor alle onderwijssectoren geldt nu dezelfde richtlijn voor het opstellen van de jaarrekening. De StatLine-tabel met de financiële gegevens over de onderwijsinstellingen ‘Onderwijsinstellingen; financiën’, is in 2010 gewijzigd en sluit nu aan op de nieuwe richtlijn. De gegevens voor de jaren tot 2008 zijn aangepast aan de indeling volgens de nieuwe richtlijn. De cijfers vanaf 2008 zijn hierdoor goed vergelijkbaar met de cijfers van eerdere jaren.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

De door derden verstrekte bestanden worden na binnenkomst nogmaals door specialisten van het CBS gecontroleerd. Zo nodig worden in overleg met de direct betrokkenen alsnog verbeteringen aangebracht in het bronbestand.