DBC-gefinancierde geestelijke gezondheidszorg (GGZ), hoofddiagnoses

Wat behelst het onderzoek

Doel

Het samenstellen van cijfers over het aantal personen dat in de DBC-gefinancierde (specialistische) geestelijke gezondheidszorg is behandeld, uitgesplitst naar de geregistreerde diagnosehoofdgroep, kenmerken van de cliënt en de geleverde zorg.

Doelpopulatie

Inwoners van Nederland die ingeschreven zijn in de Basisregistratie Personen (BRP).

Statistische eenheid

Personen die een behandeling hebben gehad in de DBC-gefinancierde GGZ.

DBC-gefinancierde GGZ is geestelijke gezondheidszorg die is gefinancierd in de vorm van DBC's (Diagnose Behandeling Combinaties). Een DBC bevat informatie over de diagnosehoofdgroep en geleverde zorg. DBC’s die behoren bij dezelfde behandeling voor een specifieke diagnose vormen samen een zorgtraject.

DBC’s worden gebruikt in de specialistische GGZ tot en met maximaal een jaar verblijf in een GGZ-instelling. Het betreft alleen zorg die volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw) is verzekerd. GGZ voor personen jonger dan 18 jaar wordt sinds 2015 gefinancierd uit de Jeugdwet en is niet in deze gegevens opgenomen. Verblijf in een GGZ-instelling wordt tot en met drie jaar betaald uit de Zvw maar is voor het tweede en derde jaar niet gefinancierd middels DBC’s en is daarom evenmin in deze gegevens opgenomen.

Aanvang onderzoek

2015.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

De laatste 2 jaren zijn voorlopig, eerdere jaren zijn definitief.

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd

Soort onderzoek

Het betreft een registeronderzoek, gebaseerd op het DBC Informatie Systeem (DIS) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Afgesloten DBC’s worden door zorgaanbieders aan het DIS geleverd.

Waarnemingsmethode

Eenmaal per jaar worden digitaal alle DBC’s uit het DIS opgevraagd met een sluitingsdatum in de twee voorliggende jaren.

Berichtgevers

Zorgaanbieders in de DBC-gefinancierde GGZ leveren aan het DIS. NZa levert de DIS-gegevens via ZorgTTP aan het CBS.

Steekproefomvang

Geen steekproef maar een integrale registratie van door zorgaanbieders aangeleverde DBC’s. Wel zijn er zorgaanbieders die niet of onvolledig aan DIS leveren. Hiervoor wordt opgehoogd.

Controle- en correctiemethoden

Gegevens van het DIS zijn beoordeeld op volledigheid, plausibiliteit en consistentie. Daarnaast is gebruik gemaakt van validatieregels die controleren of de DBC’s voldoen aan de op het moment van openen van de DBC geldende ‘Regels DBC-registratie GGZ’, beschikbaar op de website https://dbcregels.nza.nl van de Nederlandse Zorgautoriteit. Waar nodig worden de gegevens gecorrigeerd.

  • DBC’s van personen die in het betreffende jaar niet ingeschreven zijn geweest in de BRP zijn verwijderd,
  • Naast de primaire diagnose worden ook nevendiagnoses geregistreerd als dezen voor de behandeling relevant zijn. In zorgtrajecten waarin (tegen de registratieregels) verschillende primaire diagnoses voor komen, is de meest recent gestelde primaire diagnose gebruikt,
  • In zorgtrajecten waar geen of een niet toegestane primaire diagnose is gesteld, is indien aanwezig, de eerst gestelde toegestane nevendiagnose gebruikt als primaire diagnose,
  • DBC’s met de zorgtypen intercollegiaal consult en medebehandeling zijn verwijderd om dubbeltellingen te voorkomen.

Weging

De aanlevering van DBC’s aan het DIS is niet compleet. Via Vektis, het onderzoeksbureau van de samenwerkende zorgverzekeraars, worden gegevens verkregen van alle DBC’s die uiteindelijk door de zorgverzekeraar zijn betaald. Op basis hiervan wordt bepaald welk deel van de DBC’s in DIS ontbreken. Voor dit ontbrekende deel wordt opgehoogd door middel van een weegfactor per persoon per jaar. Personen die vanwege populatiekenmerken en/of behandeling niet vallen onder de Zorgverzekeringswet, zijn in deze weging niet betrokken, maar worden voor de statistiek meegenomen met een gewicht van 1. De weegfactor is bepaald op basis van type zorgaanbieder (bv. zelfstandig psychiater, geïntegreerde GGZ-instelling, RIAGG), provincie waarin de zorgaanbieder actief is, de productgroepcode van de DBC’s en de verblijfsindicatie van de persoon. Hiermee wordt ook gecorrigeerd voor zorgaanbieders die in het geheel geen DBC’s aan DIS hebben aangeleverd. De productgroepcode en verblijfsindicatie geven globale informatie over verblijf, de diagnose en de duur van de behandeling.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

De cijfers geven de geregistreerde werkelijkheid weer. De nauwkeurigheid van de gepubliceerde cijfers is afhankelijk van de kwaliteit en juistheid van de brongegevens zoals aangeleverd door de zorgverleners, en van de kadergegevens van Vektis. De absolute cijfers zijn om deze reden afgerond op vijftallen. De afronding heeft een effect op de (sub-) totalen in de tabel; deze komen in een aantal gevallen niet precies overeen met de som van de onderliggende waarden.

De specialistische GGZ registreert de diagnoses in detail en volgt daarbij de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), tot en met 2016 versie IV en vanaf 2017 versie 5. Voor de aanlevering aan DIS en de verzekeraars wordt de diagnose-informatie reeds geaggregeerd en (vanaf 2017) geconverteerd naar hoofdgroepen die zijn gebaseerd op de DSM-IV. Hierbij gaat informatie verloren.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De cijfers zijn over de opeenvolgende jaren met elkaar vergelijkbaar, maar kunnen wel beïnvloed worden door wijzigingen in de zorgverzekeringswet met betrekking tot de verzekerde zorg en de verplichting tot het betalen van een eigen bijdrage.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

Uitkomsten van statistisch onderzoek worden pas gepubliceerd nadat deze zijn beoordeeld op plausibiliteit, en eventueel na aanpassing, akkoord zijn bevonden. Om de plausibiliteit van de uitkomsten vast te stellen zijn de volgende controles uitgevoerd:

  • tijdreeksanalyse (consistentie in de tijd);
  • kengetallenanalyse (verhouding tussen variabelen);
  • confrontatie met uitkomsten uit andere bronnen.