© ANP

Consumptie

Onder de consumptie van huishoudens vallen de meeste bestedingen aan goederen en diensten die huishoudens doen. Denk hierbij aan uitgaven aan eten, kleding, meubels, elektronica, benzine, water, gas en elektriciteit, uitgaven in de horeca, enzovoort. Ook de uitgaven die Nederlanders op vakantie in het buitenland doen worden meegeteld in de consumptie. Sommige uitgaven, zoals de aankoop van een huis, worden niet tot consumptie gerekend, maar gezien als investering.

Het CBS publiceert cijfers over de consumptie per maand, kwartaal en jaar. Om cijfers van verschillende jaren goed te kunnen vergelijken wordt naast de waarde van de consumptie ook het volume bepaald. Bij het volume wordt rekening gehouden met veranderingen in prijs. De prijzen van goederen en diensten kunnen namelijk sterk schommelen.

Voor de ConjunctuurBekerStrijd moet de procentuele verandering worden gegeven van het volume van de consumptie door huishoudens ten opzichte van een jaar eerder. In 2020 werd, met 6,6 procent, de grootste krimp ooit gemeten. Consumenten gaven door de coronamaatregelen vooral veel minder uit aan horeca, recreatie en cultuur, vervoer en kleding. Aan voedingsmiddelen, woninginrichting en elektrische apparaten hebben ze echter meer besteed dan een jaar eerder.

In 2021 hebben consumenten 3,5 procent meer besteed dan in 2020. Ze gaven vooral meer uit aan horeca, huisvesting (o.a. huur), medische diensten en kleding. Doordat het in 2021 wat kouder was dan in 2020, hebben ze ook meer gas verbruikt. Met het loslaten van de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus en het op stoom komende vaccinatieprogramma hebben consumenten vanaf het voorjaar meer besteed dan een jaar eerder.

Consumptie door huishoudens (volume)
 %-verandering (%-verandering t.o.v. jaar eerder)
20050,9
2006-0,2
20071,9
20080,9
2009-1,9
20100,1
20110,1
2012-1,1
2013-1
20140,4
20152
20161,1
20172,1
20182,2
20190,9
2020*-6,6
2021*3,5
* voorlopig