Netwerk Ecologische Monitoring (NEM)
De monitoring van het NEM is in de eerste plaats gericht op soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage II, IV en/of V), omdat deze richtlijn zowel bescherming als monitoring vereist. Bij reptielen zijn dit de gladde slang, de muurhagedis en de zandhagedis. Elke lidstaat moet iedere zes jaar de Staat van Instandhouding (SVI o.b.v. toestand en trend) van deze soorten rapporteren. De andere soorten liften mee in het Meetprogramma, zodat effectief alle Nederlandse reptielen nauwkeurig en betrouwbaar gevolgd kunnen worden.