Gemiddeld woonoppervlak
In de berekening van de gemiddelde oppervlakte per persoon zijn personen die behoren tot een institutioneel huishouden buiten beschouwing gelaten. Daarnaast zijn ook (bewoners van) woningen met extreme oppervlaktes (kleiner dan 14 en groter dan 2700 m2) niet meegenomen in de berekening.
De cijfers naar leeftijd, geslacht, huishoudenstype en woningtype hebben uitsluitend betrekking op de hoofdbewoners en hun partners in een huishouden (11,8 en 12,7 miljoen personen in respectievelijk 2016 en 2026). In de berekening van de gemiddelde oppervlakte per persoon is wel rekening gehouden met overige huishoudensleden zoals thuiswonende kinderen.
Als woonoppervlak is hier de gebruiksoppervlakte uit de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) gebruikt. Deze gebruiksoppervlakte is inclusief het oppervlak van overige functies (berging, kantoor, verkeersruimten) voor zover binnen het verblijfobject gelegen.
Vanaf 2022 moeten alle gemeenten de gebruiksoppervlakte in plaats van de inhoud gaan gebruiken voor de WOZ-taxaties. Dit heeft geresulteerd in harmonisatie van de gebruiksoppervlakte tussen LVWOZ- en BAG-registraties. Als gevolg van deze harmonisatie heeft een groot aantal gemeenten gebruiksoppervlakten van de bestaande verblijfsobjecten in de BAG gedurende 2020 en 2021 aangepast. Het aantal correcties in 2021 (en in mindere mate in 2020) was significant en wisselt sterk per gemeente. In de meeste gevallen gaat het om kleine aanpassingen van hooguit 10 m2 naar boven of naar beneden. Het Nederlandse gemiddelde van de oppervlakte van de woningen is dan ook niet significant veranderd in deze periode. De gemiddelden per gemeente zijn daarentegen soms wel significant aangepast. Bij tientallen gemeenten is in 2021 bij meer dan 20 procent van de bestaande woningen het oppervlak gewijzigd. Om deze reden is het aan te bevelen om bij uitsplitsing naar gemeente recentere cijfers (v.a. 2022) te gebruiken.