Politiek vertrouwen is gemeten aan de hand van vier indicatoren: vertrouwen in ambtenaren, politici, de Tweede Kamer en de Europese Unie. Respondenten konden per institutie aangeven of zij ‘heel veel’, ‘tamelijk veel’, ‘niet zo veel’ of ‘helemaal geen vertrouwen’ hadden. Deze antwoorden zijn gecodeerd van 4 tot 1, waarbij een hogere score meer vertrouwen betekent. De scores zijn vervolgens opgeteld tot een somscore van 4 tot en met 16. Deze somscore is ingedeeld in ‘geen vertrouwen’ (4–9) en ‘wel vertrouwen’ (10–16), waarbij het afkappunt is gebaseerd op het gemiddelde aandeel respondenten met tamelijk of heel veel vertrouwen in de afzonderlijke indicatoren.
Terug naar artikel