Hoe meten we de semicon-intensiteit van bedrijven?
Van goederenhandel naar een eerste inschatting
De eerste stap is gebaseerd op internationale handelsgegevens over de goederenhandel (IHG). Voor elk bedrijf wordt bekeken welke goederen uitgevoerd worden en in hoeverre die voorkomen op een lijst van halfgeleiderproducten. Gerekend wordt met de eigen uitvoer, dus na aftrek van wederuitvoer, omdat doorvoer van elders gemaakte producten niet als eigen halfgeleideractiviteit telt. Deze lijst van halfgeleiderproducten is zelf ook geen vaststaand gegeven: een eerste versie, gebaseerd op werk van de OESO (2019), werd door het Joint Research Center (JRC) van de Europese Commissie (2025) uitgewerkt tot 74 GN8 productcodes, en is nadien dankzij validatie door JRC-experts en de industrie zelf uitgebreid tot 127 GN8 codes om ook grondstoffen en kritieke inputs beter te dekken (zie European Commission: Joint Research Centre (2025), tabel A1.1). In deze analyse wordt met één vaste versie van deze lijst gewerkt, die op alle jaren wordt toegepast.
Voor een deel van de goederen is de koppeling eenduidig: die staan exact op de lijst en tellen volledig mee als halfgeleideractiviteit. Voor andere goederen ligt dat complexer, omdat de gangbare indeling van goederensoorten grover is dan de halfgeleiderlijst zelf: een productcode kan bijvoorbeeld een hele familie van elektronische onderdelen omvatten, waarvan alleen een deel daadwerkelijk halfgeleiders betreft. In dat geval wordt bepaald welk deel van de landelijke uitvoer van die bredere goederengroep afkomstig is van bekende halfgeleiderbedrijven. Dat aandeel geldt als maat voor hoe halfgeleider-gerelateerd het goed is. Voor goederen die nog verder van de lijst af staan, wordt op een vergelijkbare manier een inschatting gemaakt, met één extra voorzorg: het bedrijf zelf wordt daarbij buiten de berekening gehouden, zodat een bedrijf zijn eigen inschatting niet kan bevestigen. Zo krijgt elk bedrijf op basis van zijn eigen handelspatroon een eerste, ruwe inschatting van zijn semicon-intensiteit, samen met een indicatie van hoe zeker die inschatting is: hoe dichter de goederen bij de expliciete lijst liggen, hoe zekerder het cijfer.
Wat als de handelscijfers te weinig houvast bieden?
De uitvoer moet bovendien voldoende representatief zijn voor het bedrijf als geheel. Als de uitvoer maar een klein deel van de omzet beslaat (minder dan 5 procent), is de handel een te dun venster op de totale bedrijvigheid en wordt de op handel gebaseerde inschatting niet gebruikt. Er geldt één uitzondering: bedrijven waarvan de uitvoer weliswaar klein is, maar vrijwel volledig uit goederen op de halfgeleiderlijst bestaat en over meerdere producten is gespreid, tellen wel mee via hun eigen handelscijfers. Om te voorkomen dat bedrijven die rond deze grens schommelen van jaar op jaar heen en weer springen tussen beide routes, is de drempel om via deze uitzondering binnen te blijven iets lager dan de drempel om binnen te komen.
Ook voor bedrijven die wél via hun handel worden gemeten, is er soms weinig houvast: er is dan handel in slechts één of enkele goederensoorten beschikbaar om op te varen. Een schatting die uitsluitend op deze cijfers steunt, zou van jaar op jaar sterk kunnen schommelen zonder dat daar een echte verandering in de bedrijfsactiviteiten aan ten grondslag ligt. Om dat te voorkomen, weegt het CBS de op handel gebaseerde inschatting samen met een algemenere inschatting van de typische halfgeleideromzet van bedrijven met eenzelfde rol in de keten, bijvoorbeeld chipfabrikanten, ontwerpbedrijven, toeleveranciers van apparatuur of dienstverleners. Deze rolgebonden inschattingen zijn gebaseerd op vakkennis van RVO-experts over hoe halfgeleiderintensief een bepaald type bedrijvigheid doorgaans is.
Beide bronnen worden tegen elkaar afgewogen: hoe steviger en eenduidiger de eigen handelscijfers van een bedrijf, hoe zwaarder die meetellen in het uiteindelijke cijfer. Hoe onzekerder of dunner die cijfers, hoe meer de uitkomst terugvalt op wat gebruikelijk is voor dat type bedrijf. Voor een bedrijf waarvan vrijwel alle uitgevoerde goederen expliciet op de halfgeleiderlijst staan, sluit de uitkomst dus nauw aan bij de eigen handelscijfers. Voor een bedrijf met weinig of moeilijk te classificeren handel weegt de typering van zijn rol in de keten zwaarder mee.
Meerdere rollen, en bedrijven zonder goederenhandel
Sommige bedrijven zijn op meerdere manieren actief, bijvoorbeeld zowel als toeleverancier van apparatuur en als dienstverlener. In dat geval wordt een gemiddelde genomen van de typeringen die bij de verschillende rollen horen. Voor bedrijven waarvoor geen herleidbare uitvoer van goederen bekend is, bijvoorbeeld sommige ontwerp- of onderzoeksbureaus, die vooral kennis en diensten leveren in plaats van fysieke goederen, wordt volledig teruggevallen op de typering die bij hun rol hoort, zonder correctie op basis van handelsgegevens. De bandbreedte rond hun cijfer is gebaseerd op de spreiding die bij bedrijven mét handelsgegevens binnen dezelfde rol wordt waargenomen.
Deze hele procedure wordt voor elk jaar apart uitgevoerd, over de periode 2019 tot en met 2025. Dat betekent dat veranderingen in handelspatronen of in de groep bedrijven die tot de sector wordt gerekend, ieder jaar opnieuw hun weerslag krijgen in de cijfers, in plaats van dat wordt uitgegaan van een vaste verhouding uit het verleden.
Controles en eindresultaat
Voordat de cijfers worden gebruikt, is gecontroleerd of de methode consequent is. Zo is nagegaan of bedrijven waarvan de uitgevoerde goederen minder goed aansluiten bij de halfgeleiderlijst, ook daadwerkelijk sterker meebewegen richting de typering van hun rol, en of bedrijven die voor hun cijfer op maar een enkele goederensoort leunen, een bredere onzekerheidsmarge krijgen dan bedrijven met een rijker handelspatroon. Beiden bleken het geval, wat erop wijst dat de balans tussen eigen handelscijfers en algemene sectorkennis op een consistente manier wordt toegepast.
De procedure levert voor elk bedrijf en elk jaar een geschatte semicon-intensiteit op, samen met een bandbreedte die aangeeft hoe zeker die schatting is. Cijfers die dicht bij de expliciete halfgeleiderlijst liggen of op veel handelsgegevens zijn gebaseerd, hebben een smallere bandbreedte. Cijfers die grotendeels op de typering van de bedrijfsrol steunen, hebben een bredere bandbreedte. Deze bedrijfsschattingen, opgeteld en uitgesplitst naar de gewenste indelingen, vormen de basis voor de cijfers in dit nieuwsbericht.
Bronnen:
OECD, 2019. “Measuring distortions in international markets: The semiconductor value chain”, OECD Trade Policy Papers, No. 234, OECD Publishing, Paris.
European Commission: Joint Research Centre, Bonnet, P., Ciani, A., Molnar, J. and Nardo, M., EU’s strengths and weaknesses in the global semiconductor sector, Publications Office of the European Union, Luxembourg, 2025, JRC141323.