Koopkrachtmaatregelen

Om de bestaanszekerheid in Caribisch Nederland te verbeteren heeft het kabinet sinds 2019 stappen gezet door het Wettelijk Minimum Loon (WML) en de uitkeringen structureel te verhogen. Dit bleek jaarlijks onvoldoende effect te hebben: een waardig bestaan was voor veel inwoners nog niet in zicht. Het kabinet heeft daarom op advies van de commissie sociaal minimum vanaf 2023 structureel een reeks koopkrachtmaatregelen en sociaal minimumbeleidslijnen doorgevoerd.

In 2024 is het Wettelijk Minimum Loon (WML) verhoogd. In januari steeg het WML met respectievelijk 27,1 procent, 7,6 procent en 15,4 procent voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Met de introductie van het sociaal minimum op 1 juli 2024 is het WML verhoogd naar 1 750 dollar voor alle drie de eilanden. Dat is een stijging van 11,5 procent op Bonaire, 12,6 procent op Sint Eustatius en 5,9 procent op Saba. De lasten voor de werkgevers werden verlaagd, door de werkgeverspremies te verlagen van 13,4 procent in 2023 naar 11,9 procent in 2024.
De uitkeringen AOV en AWW werden verhoogd in lijn met de ontwikkeling van het minimumloon. Het AOV-bedrag evenals de hoogste uitkering AWW staan nu tijdelijk in een verhouding van 85 procent t.o.v. het minimumloon. In overeenstemming met het advies van de Commissie sociaal minimum is diezelfde verhouding eveneens als tijdelijk uitgangspunt genomen voor de onderstand voor een zelfstandig wonende alleenstaande.

Ook de kinderbijslag werd verhoogd tot 225 dollar per kind per maand op Bonaire en Saba en 216 dollar per kind per maand op Sint Eustatius en huishoudens met laag inkomen kunnen nog steeds aanspraak maken op de energietoeslag van 1 300 dollar.