Verwachte sterfte

Sinds 2 oktober 2020 gebruikt het CBS de volgende methode

Het verwachte aantal overledenen wanneer er geen corona-epidemie was geweest, is geschat op basis van de waargenomen sterfte in de afgelopen vijf jaar. Eerst wordt voor elk jaar de sterfte per week bepaald. Vervolgens wordt per week een gemiddelde van de sterfte in die week en de zes omliggende weken bepaald. Deze gemiddelde sterfte per week levert een benadering van de verwachte wekelijkse sterfte, er is namelijk nog geen rekening gehouden met de trendmatige vergrijzing van de bevolking. Daarom is de sterfte per week nog herschaald naar de verwachte totale sterfte voor 2020, te weten 153 402 overleden. Dat aantal is ontleend aan de Bevolkingsprognose, 2019-2060. De marges rond de verwachte sterfte zijn geschat op basis van de waargenomen spreiding in de sterfte per week in de afgelopen vijf jaar.

Voor 2 oktober werd een andere methode gehanteerd

Het verwachte aantal overledenen wanneer er geen corona-epidemie was geweest, is geschat op basis van het aantal overledenen in de voorafgaande weken, gecorrigeerd voor seizoensgebonden factoren. Vanaf week 11 is aangenomen dat het te verwachten aantal sterfgevallen per week gelijk is aan die in week 3 tot en met 10. Bij de seizoensgebonden factoren is gecorrigeerd voor de gemiddelde weektemperatuur. De aanname is dat elke graad Celsius dat deze temperatuur hoger is dan de gemiddelde temperatuur in de week 3 tot en met 10 leidt tot 1 procent minder sterfte. Wanneer de temperatuur boven de 16,5 graad stijgt, neemt de sterfte weer toe met 2 procent per graad. Voor week 11 tot en met 14 was de correctie zeer gering vanwege weinig verschil in temperatuur ten opzichte van week 3 tot en met 10. Vanaf week 15 was het warmer en bedroegen de correcties enkele procentpunten. Sinds week 25 lag de temperatuur (met uitzondering van week 28) boven de 16,5 graden. Vanaf week 35 lag de temperatuur weer onder de 16,5 graden.

Reden verandering

Het verwachte aantal overledenen volgens de methode die tot 2 oktober gebruikt werd, leunde zwaar op de waarneming van de sterfte in week 3 tot en met 10 van 2020. Voor de sterfte in de eerste golf van de corona-epidemie was dat een goede methode, maar voor het bepalen van de oversterfte over een langere periode is dat niet robuust genoeg. Daarom gebruikt het CBS vanaf 2 oktober een langjarig gemiddelde als basis voor het verwachte aantal overledenen. Daarbij wordt ook aangegeven binnen welke marges de sterfte in een week gewoonlijk ligt, geschat op basis van de spreiding in eerdere jaren.


Terug naar artikel