Welvaart van particuliere huishoudens; kerncijfers

Welvaart van particuliere huishoudens; kerncijfers

Kenmerken van huishoudens Perioden Gemiddeld besteedbaar inkomen (1 000 euro) Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (1 000 euro) Ongelijkheid inkomen (Ginicoëfficiënt) Financiële welvaart (Gemiddeld percentiel)
Type: Paar, totaal 2024* 81,0 49,5 0,287 62
Type: Paar, zonder kind 2024* 67,6 48,4 0,304 60
Type: Paar, met kind(eren) 2024* 96,6 50,8 0,265 63
Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2024* 22,4 19,6 0,394 16
Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2024* 60,0 40,6 0,258 47
Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2024* 75,8 49,1 0,323 58
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2024* 47,8 38,1 0,277 49
Bron: Inkomen als werknemer 2024* 65,9 43,7 0,232 54
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2024* 97,8 63,0 0,446 64
Bron: Overdrachtsinkomen 2024* 41,8 33,4 0,310 40
Bron: Uitkering inkomensverzekering 2024* 45,6 36,5 0,293 46
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2024* 14,8 12,5 0,272 9
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2024* 26,9 21,8 0,038 17
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2024* 32,4 26,3 0,025 27
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2024* 39,2 30,2 0,023 37
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2024* 46,5 34,4 0,020 46
Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2024* 54,8 38,6 0,019 55
Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2024* 63,2 43,1 0,018 64
Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2024* 73,1 48,5 0,021 73
Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2024* 86,7 56,2 0,029 82
Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2024* 164,7 107,1 0,549 91
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Het doel van deze tabel is om een beeld te geven van de verdeling van de welvaart van huishoudens in Nederland, gemeten door het inkomen. Deze gegevens kunnen worden uitgesplitst naar kenmerken van het huishouden als samenstelling huishouden, leeftijd en voornaamste inkomensbron.
Voor de armoedekwalificatie wordt de nieuwe meetmethode van het CBS, SCP en NIBUD gehanteerd.
De gegevens hebben betrekking op alle particuliere huishoudens met inkomen, per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2011.

Status van de cijfers:
De cijfers voor 2011 t/m 2023 zijn definitief. De cijfers voor 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 3 juli 2026:
Het onderwerp ‘Financiële welvaart’ is toegevoegd aan deze tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden in het najaar van 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen per particulier huishouden.

Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per particulier huishouden.

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Ongelijkheid inkomen
De Ginicoëfficiënt is een maatstaf voor ongelijkheid. De Ginicoëfficiënt voor inkomen wordt berekend door de helft van het gemiddelde absolute verschil in inkomen tussen huishoudens te normaliseren. In een verdeling zonder negatieve waarden wordt daarbij gedeeld door het gemiddelde. In een verdeling met negatieve waarden is dat het gemiddelde van alle absolute waarden.
De waarde van de Ginicoëfficiënt G ligt zodoende altijd tussen 0 en 1. Bij een volkomen gelijke inkomensverdeling is G gelijk aan nul. Als het totale inkomen geconcentreerd is bij één huishouden (totale inkomensongelijkheid) dan is G gelijk aan 1.
De Ginicoëfficiënt is gebaseerd op het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen.
Financiële welvaart
De financiële welvaart van een huishouden is gebaseerd op een maat die informatie bevat over zowel het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen als het vermogen van het huishouden. Op grond daarvan zijn huishoudens geordend van laag naar hoog en in gelijke groepen ingedeeld. Huishoudens in de laagste welvaartsgroep hebben een laag inkomen én een laag vermogen. Naarmate het inkomen of vermogen hoger is, wordt een huishouden in een hogere groep ingedeeld. Huishoudens in de hoogste welvaartsgroep hebben een hoog inkomen én een hoog vermogen. Alle personen in een huishouden behoren tot dezelfde welvaartsgroep als het huishouden.
Alle particuliere huishoudens in Nederland worden gerangschikt van laag naar hoog op basis van hun financiële welvaart en vervolgens ingedeeld in 100 gelijke groepen (percentielgroepen). De gemiddelde groep is de gemiddelde positie in de landelijke verdeling op een schaal van nul tot honderd. Om dit gemiddelde te bepalen is uitgegaan van het midden van de percentielgroep, waarin een huishoudens zich bevindt. Voor percentielgroep 1 is dat 0,5, voor percentielgroep 2 is dat 1,5 enzovoorts. Het gemiddelde voor Nederland bedraagt precies 50.