Kerncijfers wijken en buurten 2025

Kerncijfers wijken en buurten 2025

Wijken en buurten Bevolking Leeftijdsgroepen 65 jaar of ouder (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Wonen en vastgoed Woningen naar type Percentage meergezinswoning (%) Wonen en vastgoed Woningen naar bouwjaar Bouwjaar meer dan tien jaar geleden (%) Inkomen Personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Huishoudens Gem. gestandaardiseerd inkomen (x 1 000 euro) Inkomen Huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Huishoudens Mediaan vermogen van particuliere huish. (x 1 000 euro) Motorvoertuigen Personenauto's Personenauto's per huishouden (per huishouden)
Dillenburg en Stadhouderskwartier 400 670 315 170 185 1,9 57 96 . . . . . . . . . 0,7
De Oude Wereld-West 135 575 145 140 295 2,6 19 100 . . . . . . . . . 1,1
De Oude Wereld-Oost 185 480 80 150 250 2,7 8 100 . . . . . . . . . 1,2
Hazerswoude-Dorp 1.400 2.600 705 890 1.005 2,4 16 88 . . . . . . . . . 1,4
Buitengebied Hazerswoude-Dorp 490 770 270 275 230 2,2 31 93 . . . . . . . . . 1,2
Hazerswoude-Dorp-West 305 510 130 180 205 2,4 7 98 . . . . . . . . . 1,4
Hazerswoude-Dorp-Oost 285 725 160 215 345 2,6 7 69 . . . . . . . . . 1,2
Hazerswoude-Rijndijk 1.305 2.745 880 850 1.015 2,3 23 86 . . . . . . . . . 1,2
Buitengebied Hazerswoude-Rijndijk 350 625 160 235 230 2,4 14 98 . . . . . . . . . 1,3
Koudekerk aan den Rijn 1.115 1.795 550 620 625 2,3 12 99 . . . . . . . . . 1,3
Buitengebied Koudekerk aan den Rijn 135 205 65 70 65 2,2 8 96 . . . . . . . . . 1,3
Koudekerk aan den Rijn-Noord 420 745 200 250 305 2,4 8 99 . . . . . . . . . 1,3
Koudekerk aan den Rijn-Zuid 535 795 270 280 245 2,2 16 99 . . . . . . . . . 1,1
Oudendijk 80 145 35 55 65 2,5 0 91 . . . . . . . . . 1,7
Buurt over Ouderkerk 80 175 50 55 75 2,4 4 98 . . . . . . . . . 1,2
Oude Dorp 105 310 155 75 80 1,9 60 100 . . . . . . . . . .
Burgwallen-Oude Zijde 495 3.395 2.340 830 225 1,4 95 100 . . . . . . . . . 2,4
Oude Kerk e.o. 80 560 390 140 30 1,4 95 100 . . . . . . . . . 0,2
Oude Pijp 1.580 10.010 6.445 2.430 1.140 1,5 99 100 . . . . . . . . . 0,2
Schellingwoude-West 20 35 10 15 10 2,1 0 90 . . . . . . . . . .
Schellingwoude-Oost 110 245 60 70 110 2,5 3 95 . . . . . . . . . 1,1
Schellingwoude-Noord 5 5 0 5 0 2,5 . . . . . . . . . . . .
Stadhoudersmolen 30 85 35 20 30 2,1 18 92 . . . . . . . . . 2,3
Oude Gasfabriek 40 110 45 30 35 2,1 6 89 . . . . . . . . . 1,2
Oude Molenbuurt 650 1.135 675 295 165 1,6 61 76 . . . . . . . . . 0,7
Oude Bloemenbuurt 175 410 165 120 130 2,1 15 92 . . . . . . . . . 1,1
Oude-Oosterhei 435 995 360 290 345 2,1 16 99 . . . . . . . . . 1,1
Wijk 00 Bergen op Zoom-Oude stad e.o. 3.615 7.680 3.775 2.205 1.695 1,8 49 95 . . . . . . . . . 0,9
De Schans en Oude Molen 570 1.195 230 400 565 2,6 14 92 . . . . . . . . . 1,5
Oude Kern Bennebroek 395 675 270 190 220 2,1 42 99 . . . . . . . . . 1,1
Oude Tol 275 495 125 180 190 2,4 13 82 . . . . . . . . . 1,2
Oudelande 140 305 100 115 95 2,2 1 96 . . . . . . . . . 1,5
Kern Oudelande 90 220 80 70 75 2,2 1 96 . . . . . . . . . 1,4
Buitengebied Oudelande 50 80 20 40 20 2,1 0 97 . . . . . . . . . 1,7
Verspreide huizen Oude IJsselgebied 35 40 5 20 20 2,6 14 96 . . . . . . . . . .
Buren-Oude Kern 130 200 60 95 50 2,0 11 100 . . . . . . . . . 1,3
Oude Plaats 255 550 230 165 145 1,9 51 100 . . . . . . . . . 0,9
Oude Kern 95 170 65 60 45 2,2 32 99 . . . . . . . . . 0,7
Wijk 06 De Woude 30 65 15 25 25 2,4 0 95 . . . . . . . . . 1,5
De Woude 30 65 15 25 25 2,4 0 95 . . . . . . . . . 1,5
Wijk 26 Abtswoude 5 10 5 5 5 2,6 . . . . . . . . . . . .
Abtswoude 0 10 0 5 10 2,6 . . . . . . . . . . . .
Oudegoedstraat 185 605 240 170 195 2,1 31 100 . . . . . . . . . 0,9
Oude Molen 25 35 5 10 15 2,8 24 100 . . . . . . . . . .
Noord-Scharwoude 1.455 2.775 955 890 930 2,2 23 87 . . . . . . . . . 1,2
Noord-Scharwoude Oost 745 1.610 570 495 540 2,2 24 78 . . . . . . . . . 1,2
Noord-Scharwoude West 620 1.055 335 355 365 2,2 20 100 . . . . . . . . . 1,1
Buitengebied Noord-Scharwoude 80 85 40 30 15 1,8 . . . . . . . . . . . 1,3
Zuid-Scharwoude 1.640 2.875 795 985 1.095 2,4 16 88 . . . . . . . . . 1,3
Zuid-Scharwoude Oost 625 985 365 325 295 2,1 27 96 . . . . . . . . . 1,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2025.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per januari 2026
De variabelenset van het thema Inkomen is vanaf 2024 gewijzigd. In dat jaar is de nieuwe armoededefinitie gepresenteerd in samenwerking met Nibud en SCP. Dit betekent dat de huidige armoede indicatoren (huishoudens onder of rond sociaal minimum) zijn vervangen door personen in armoede en personen vlak boven de armoedegrens. De voorlopige cijfers over 2025 verschijnen eind 2026 in deze tabel. Binnen de thema’s Wonen en Vastgoed, en Motorvoertuigen zijn nieuwe cijfers toegevoegd.

Wijzigingen per oktober 2025
Binnen het onderwerp Bevolking zijn bij het deelonderwerp Bevolking naar herkomst per abuis inwoners met herkomstland Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan of Turkije meegeteld bij de categorie ‘Europa (exclusief Nederland)’ in plaats van ‘Buiten Europa’. Dit geldt zowel voor personen uit een van deze herkomstlanden geboren in Nederland als buiten Nederland. Die fout is met deze update hersteld.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Elk kwartaal worden er nieuwe cijfers toegevoegd indien deze beschikbaar zijn.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Leeftijdsgroepen
65 jaar of ouder
Aantal inwoners dat op 1 januari 65 jaar of ouder is.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Totaal particuliere huishoudens.
Eenpersoonshuishoudens
Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Wonen en vastgoed
Woningen naar type
Er worden twee typen woningen onderscheiden, eengezins en meergezins. Een woning heeft het type meergezins wanneer het samen met andere woningen of (bedrijfs)ruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voorzover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur. Alle overige woningen hebben het type eengezins. Het percentage eengezins met onbekend verder type wordt niet weergegeven. Daardoor kan het voorkomen dat de onderliggende eengezins categorieën niet optellen tot de totale eengezins categorie.
Percentage meergezinswoning
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal meergezinswoningen is vermeld als percentage van de totale woningvoorraad en wordt alleen vermeld bij minimaal 20 woningen.
Meergezinswoning : Elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.

Woningen naar bouwjaar
De aanduiding van het bouwjaar van een pand, waarin een woning zich bevindt. Oorspronkelijk als het pand bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Latere wijziging aan een pand leidt niet tot wijziging van het bouwjaar. Bij een verblijfobject dat in meerdere panden is gelegen, wordt het oudste bouwjaar genomen.
De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in de afgelopen tien jaar gebouwd;
2) meer dan tien jaar geleden gebouwd.
Onbekende bouwjaren worden niet weergegeven. Daardoor kan het voorkomen dat de categorieën niet optellen tot 100 procent.
Bouwjaar meer dan tien jaar geleden
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar meer dan tien jaar geleden, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

Het betreft voorlopige cijfers.

Huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
Gem. gestandaardiseerd inkomen
Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.

Het betreft voorlopige cijfers.

40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

Het betreft voorlopige cijfers.
Mediaan vermogen van particuliere huish.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.

Het betreft voorlopige cijfers.
Motorvoertuigen
De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto’s en motortweewielers op 1 januari. Tot en met 2018 werden ook enkele niet-verzekerde voertuigen meegenomen. Vanaf 2019 zijn de cijfers berekend op basis van een nieuwe verbeterde selectiemethode, waarbij alleen voertuigen zijn meegenomen die op basis van verzekering deel mochten nemen aan het verkeer.
Aanhangwagens en opleggers zijn niet meegerekend.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen.
Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland.
Personenauto's
Personenauto's per huishouden
Het aantal personenauto's per (particulier) huishouden op 1 januari. De personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per huishouden. Zie de tabeltoelichting voor een verwijzing naar een andere StatLinetabel met cijfers waarin de voertuigen op naam van rechtspersonen (bedrijven) buiten beschouwing zijn gelaten, om deze vertekening van de cijfers door grote verhuur- en leasebedrijven te voorkomen. Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50 huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto’s per huishouden.