Armoede van personen; persoons- en huishoudenskenmerken, regio (2025)

Armoede van personen; persoons- en huishoudenskenmerken, regio (2025)

Persoons- en huishoudenskenmerken Regio's Perioden Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 75% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 80% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 85% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 90% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 95% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 105% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 110% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 115% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 120% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 125% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 130% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 135% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 140% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 145% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede Andere indelingen Personen tot 150% armoedegrens (x 1 000) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 75% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 80% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 85% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 90% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 95% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 105% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 110% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 115% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 120% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 125% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 130% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 135% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 140% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 145% armoedegrens, relatief (%) Personen in armoede, relatief Andere indelingen Personen tot 150% armoedegrens, relatief (%)
SEC: overige (zonder inkomen) Groningen (PV) 2024* 1,1 1,1 1,2 1,4 1,5 1,9 2,2 2,4 2,6 3,0 3,3 3,6 3,8 4,1 4,3 8,4 9,1 9,9 10,9 12,2 15,3 17,2 19,3 21,2 23,6 26,3 28,5 30,7 32,8 34,7
SEC: overige (zonder inkomen) Oost-Groningen (CR) 2024* 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 0,9 0,9 1,0 1,1 1,2 6,4 7,1 7,6 8,6 9,9 13,0 15,3 17,3 19,6 22,4 25,3 27,8 30,9 33,4 35,9
SEC: overige (zonder inkomen) Overig Groningen (CR) 2024* 0,8 0,8 0,9 1,0 1,1 1,3 1,5 1,6 1,8 1,9 2,1 2,3 2,5 2,6 2,7 9,8 10,5 11,4 12,4 13,7 16,7 18,5 20,5 22,2 24,5 27,0 29,1 30,9 32,9 34,5
SEC: overige (zonder inkomen) Beuningen 2024* 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 3,9 4,7 5,6 6,2 7,0 9,5 10,7 12,2 14,5 16,5 19,4 20,2 23,1 24,2 25,4
SEC: overige (zonder inkomen) Groningen (gemeente) 2024* 0,6 0,6 0,7 0,7 0,8 0,9 1,0 1,1 1,2 1,2 1,4 1,4 1,5 1,6 1,6 14,6 15,4 17,0 18,0 19,7 22,9 24,9 27,0 28,9 31,3 34,1 35,9 37,5 39,3 40,6
SEC: overige (zonder inkomen) Harlingen 2024* 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 8,0 8,0 9,0 9,2 9,5 11,2 13,5 14,7 16,7 21,7 24,4 26,9 28,4 29,7 32,7
SEC: overige (zonder inkomen) Midden-Groningen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,5 0,5 6,0 6,8 7,4 8,5 10,2 14,0 16,0 18,0 19,8 22,3 25,4 28,1 30,3 32,2 34,3
SEC: overige (zonder inkomen) Teylingen 2024* 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 5,9 6,3 6,7 7,0 7,6 9,3 10,1 10,6 12,6 14,9 16,6 17,8 18,8 20,5 21,1
SEC: overige (zonder inkomen) Vlaardingen 2024* 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,6 0,6 0,7 0,7 0,8 0,8 0,9 9,9 11,5 12,8 14,4 16,2 20,3 22,6 25,7 29,0 31,9 35,3 37,6 39,7 42,2 44,2
SEC: overige (zonder inkomen) Vlissingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,4 7,5 7,9 8,7 9,6 11,2 13,7 15,2 17,5 20,0 22,6 24,6 27,2 29,3 31,5 33,6
SEC: overige (zonder inkomen) Wageningen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 9,9 10,7 11,6 12,3 13,9 18,0 19,8 21,5 22,8 25,2 27,3 30,1 31,5 34,5 36,6
SEC: overige (zonder inkomen) Groningen (AM) 2024* 1,2 1,3 1,4 1,6 1,8 2,2 2,5 2,8 3,1 3,5 3,9 4,2 4,5 4,9 5,1 7,8 8,4 9,1 10,1 11,3 14,2 16,2 18,0 19,9 22,3 24,9 27,1 29,2 31,2 33,1
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Groningen (PV) 2024* 5,3 6,1 7,1 8,3 9,6 12,6 14,6 17,0 19,8 23,2 27,3 31,5 36,3 41,7 47,5 1,3 1,5 1,8 2,1 2,4 3,1 3,6 4,3 4,9 5,8 6,8 7,9 9,1 10,4 11,9
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Oost-Groningen (CR) 2024* 0,6 0,7 0,8 1,0 1,2 1,6 2,0 2,4 3,0 3,7 4,6 5,6 6,7 8,0 9,3 0,7 0,8 0,9 1,1 1,3 1,8 2,3 2,8 3,5 4,3 5,3 6,5 7,8 9,3 10,8
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Overig Groningen (CR) 2024* 4,5 5,2 6,0 7,0 8,0 10,4 11,9 13,7 15,7 18,2 21,0 23,9 27,3 30,9 34,9 1,6 1,8 2,1 2,4 2,8 3,6 4,2 4,8 5,5 6,4 7,4 8,4 9,6 10,8 12,2
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Beuningen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 1,0 1,2 0,5 0,5 0,7 0,7 0,8 1,2 1,5 1,7 2,0 2,5 3,0 3,7 4,3 5,2 6,1
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Groningen (gemeente) 2024* 3,7 4,3 5,0 5,7 6,6 8,4 9,6 10,9 12,4 14,1 16,0 17,9 20,1 22,5 25,0 2,2 2,6 3,0 3,5 4,0 5,1 5,8 6,6 7,5 8,5 9,6 10,8 12,2 13,6 15,1
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Harlingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 0,9 1,1 1,0 1,1 1,3 1,5 1,6 2,1 2,6 2,9 3,5 4,7 5,7 6,7 7,9 9,0 10,4
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Midden-Groningen 2024* 0,4 0,4 0,5 0,6 0,7 0,9 1,1 1,3 1,5 1,8 2,2 2,7 3,1 3,7 4,3 0,9 1,0 1,2 1,4 1,7 2,2 2,7 3,2 3,7 4,5 5,5 6,5 7,7 9,0 10,5
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Teylingen 2024* 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,5 0,6 0,8 0,9 1,1 1,2 1,5 1,7 0,5 0,6 0,6 0,7 0,9 1,2 1,4 1,6 2,0 2,6 3,1 3,8 4,3 5,1 5,8
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Vlaardingen 2024* 0,7 0,9 1,0 1,2 1,4 1,8 2,2 2,6 3,0 3,5 4,2 4,8 5,5 6,3 7,2 1,3 1,7 2,0 2,3 2,6 3,5 4,1 4,9 5,7 6,7 7,9 9,0 10,5 11,9 13,6
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Vlissingen 2024* 0,3 0,4 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 1,0 1,3 1,5 1,8 2,2 2,5 3,0 3,4 1,1 1,3 1,5 1,6 1,9 2,5 2,9 3,6 4,5 5,3 6,3 7,5 8,7 10,2 11,6
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Wageningen 2024* 0,5 0,6 0,7 0,7 0,8 1,0 1,2 1,3 1,5 1,7 1,9 2,2 2,5 2,9 3,2 1,9 2,1 2,4 2,7 2,9 3,8 4,4 4,9 5,5 6,2 7,0 8,1 9,3 10,5 11,8
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige Groningen (AM) 2024* 5,9 6,8 7,9 9,2 10,6 14,0 16,4 19,2 22,5 26,6 31,4 36,4 42,2 48,5 55,4 1,2 1,3 1,6 1,8 2,1 2,8 3,2 3,8 4,4 5,2 6,2 7,2 8,3 9,5 10,9
Bron: Inkomen als werknemer Groningen (PV) 2024* 3,7 4,4 5,2 6,2 7,3 9,9 11,7 13,9 16,4 19,6 23,5 27,4 32,0 37,0 42,5 1,1 1,3 1,5 1,8 2,1 2,9 3,4 4,0 4,8 5,7 6,8 7,9 9,3 10,7 12,3
Bron: Inkomen als werknemer Oost-Groningen (CR) 2024* 0,4 0,5 0,5 0,7 0,8 1,2 1,5 1,9 2,4 3,1 4,0 4,9 6,0 7,2 8,5 0,5 0,6 0,7 0,9 1,1 1,6 2,0 2,6 3,3 4,2 5,3 6,6 8,1 9,7 11,3
Bron: Inkomen als werknemer Overig Groningen (CR) 2024* 3,2 3,8 4,5 5,3 6,2 8,3 9,6 11,3 13,1 15,4 18,1 20,8 23,9 27,3 31,1 1,3 1,5 1,8 2,1 2,5 3,4 3,9 4,6 5,3 6,3 7,4 8,5 9,7 11,1 12,6
Bron: Inkomen als werknemer Beuningen 2024* 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,9 1,0 0,3 0,4 0,5 0,5 0,7 1,1 1,3 1,5 1,8 2,3 3,0 3,6 4,3 5,3 6,3
Bron: Inkomen als werknemer Groningen (gemeente) 2024* 2,8 3,3 3,9 4,5 5,3 6,9 8,0 9,2 10,6 12,2 13,9 15,8 17,9 20,1 22,4 1,9 2,2 2,7 3,1 3,6 4,8 5,5 6,3 7,3 8,4 9,6 10,9 12,3 13,8 15,5
Bron: Inkomen als werknemer Harlingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,3 0,4 0,5 0,6 0,7 0,8 1,0 0,7 0,8 1,0 1,2 1,3 1,8 2,2 2,6 3,3 4,6 5,7 6,9 8,2 9,6 11,2
Bron: Inkomen als werknemer Midden-Groningen 2024* 0,2 0,3 0,3 0,4 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,5 1,9 2,2 2,7 3,2 3,8 0,7 0,8 0,9 1,1 1,3 1,8 2,3 2,8 3,3 4,2 5,3 6,4 7,6 9,1 10,7
Bron: Inkomen als werknemer Teylingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,6 0,7 0,9 1,0 1,2 1,4 0,4 0,4 0,5 0,5 0,7 1,0 1,1 1,3 1,7 2,4 2,9 3,6 4,2 5,0 5,9
Bron: Inkomen als werknemer Vlaardingen 2024* 0,4 0,6 0,7 0,8 0,9 1,3 1,6 1,9 2,3 2,7 3,3 3,8 4,5 5,1 5,9 1,0 1,2 1,5 1,8 2,1 2,9 3,5 4,2 5,1 6,1 7,3 8,5 10,0 11,5 13,3
Bron: Inkomen als werknemer Vlissingen 2024* 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,5 0,6 0,8 1,0 1,3 1,6 1,9 2,2 2,6 3,0 0,8 0,9 1,1 1,2 1,5 2,1 2,5 3,2 4,1 5,1 6,1 7,4 8,8 10,3 11,8
Bron: Inkomen als werknemer Wageningen 2024* 0,4 0,5 0,5 0,6 0,7 0,9 1,0 1,2 1,3 1,5 1,7 2,0 2,3 2,6 2,9 1,8 2,0 2,2 2,5 2,8 3,7 4,3 4,8 5,4 6,2 7,0 8,1 9,5 10,7 12,2
Bron: Inkomen als werknemer Groningen (AM) 2024* 4,1 4,8 5,7 6,7 8,0 10,9 13,0 15,6 18,6 22,4 26,9 31,6 37,0 42,9 49,5 0,9 1,1 1,3 1,5 1,8 2,5 3,0 3,6 4,3 5,1 6,1 7,2 8,5 9,8 11,3
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Groningen (PV) 2024* 1,5 1,7 1,9 2,1 2,3 2,7 2,9 3,1 3,4 3,6 3,8 4,1 4,4 4,7 5,0 2,8 3,1 3,4 3,8 4,1 4,9 5,2 5,7 6,1 6,5 6,9 7,4 7,9 8,5 9,0
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Oost-Groningen (CR) 2024* 0,2 0,2 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,5 0,6 0,6 0,6 0,7 0,7 0,8 0,9 1,8 2,1 2,3 2,6 3,0 3,6 3,9 4,4 4,9 5,2 5,5 5,8 6,2 6,7 7,3
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Overig Groningen (CR) 2024* 1,3 1,4 1,5 1,7 1,8 2,1 2,3 2,4 2,6 2,7 2,9 3,2 3,4 3,6 3,8 3,2 3,5 3,8 4,2 4,6 5,4 5,7 6,1 6,5 6,9 7,4 7,9 8,4 9,0 9,6
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Beuningen 2024* 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 1,3 1,3 1,4 1,6 1,6 2,0 2,4 2,6 2,8 3,1 3,3 4,1 4,4 4,6 5,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Groningen (gemeente) 2024* 0,9 1,0 1,1 1,2 1,3 1,5 1,6 1,7 1,8 1,9 2,0 2,1 2,3 2,4 2,5 4,5 5,0 5,4 6,0 6,4 7,4 7,9 8,3 8,9 9,4 9,9 10,5 11,1 11,8 12,4
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Harlingen 2024* 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 2,5 2,6 2,9 3,1 3,3 3,9 4,4 4,4 4,8 5,3 5,5 5,7 6,1 6,3 6,4
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Midden-Groningen 2024* 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 0,4 0,5 0,5 0,5 2,6 2,8 3,2 3,5 4,0 4,7 5,1 5,6 5,9 6,3 6,8 7,6 8,2 8,6 9,2
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Teylingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 1,3 1,3 1,5 1,5 2,0 2,4 2,8 3,1 3,5 4,0 4,4 4,7 5,0 5,2 5,6
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Vlaardingen 2024* 0,3 0,3 0,4 0,4 0,5 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,9 1,0 1,1 1,2 1,3 3,1 3,9 4,4 5,1 5,6 6,7 7,4 8,3 9,1 9,9 11,1 12,0 13,0 14,3 15,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Vlissingen 2024* 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 0,3 0,3 0,4 0,4 3,6 3,8 4,0 4,4 4,8 5,3 5,6 6,1 6,5 7,0 7,4 8,0 8,6 9,5 10,2
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Wageningen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,3 2,9 3,3 3,6 3,7 4,1 4,8 5,2 5,6 5,9 6,4 7,0 7,7 8,3 8,7 9,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Groningen (AM) 2024* 1,8 2,0 2,2 2,4 2,6 3,1 3,4 3,6 3,9 4,2 4,5 4,8 5,2 5,5 5,9 2,5 2,8 3,0 3,4 3,7 4,4 4,7 5,1 5,5 5,9 6,3 6,8 7,3 7,8 8,3
Bron: Overdrachtsinkomen Groningen (PV) 2024* 3,8 4,5 5,4 6,7 8,7 18,8 26,2 32,8 39,5 45,4 50,8 55,6 60,2 64,0 67,0 2,1 2,5 3,0 3,7 4,8 10,5 14,5 18,2 21,9 25,2 28,2 30,9 33,5 35,6 37,2
Bron: Overdrachtsinkomen Oost-Groningen (CR) 2024* 1,0 1,1 1,3 1,7 2,1 4,6 6,3 8,1 9,9 11,6 13,4 15,0 16,5 17,7 18,7 2,1 2,4 2,9 3,6 4,6 9,8 13,5 17,2 21,1 24,8 28,6 32,1 35,1 37,8 39,9
Bron: Overdrachtsinkomen Overig Groningen (CR) 2024* 2,7 3,1 3,7 4,6 6,0 12,9 18,0 22,4 26,6 30,3 33,3 36,2 38,9 41,1 42,8 2,3 2,7 3,2 3,9 5,1 11,0 15,3 19,0 22,6 25,7 28,3 30,8 33,1 34,9 36,3
Bron: Overdrachtsinkomen Beuningen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,4 0,6 0,8 1,0 1,2 1,4 1,5 1,7 1,9 2,0 1,4 1,6 1,8 2,3 2,9 5,9 8,9 11,4 14,3 16,7 19,3 22,0 24,4 26,5 28,2
Bron: Overdrachtsinkomen Groningen (gemeente) 2024* 1,9 2,2 2,6 3,2 4,3 9,1 12,6 15,5 18,2 20,4 22,0 23,5 24,8 25,8 26,7 2,8 3,3 3,9 4,8 6,4 13,6 18,8 23,1 27,2 30,4 32,9 35,1 37,1 38,6 39,9
Bron: Overdrachtsinkomen Harlingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,4 0,6 0,7 0,9 1,1 1,3 1,5 1,6 1,7 1,8 1,7 1,9 2,1 2,7 3,1 7,4 10,7 13,7 17,4 20,8 23,8 26,8 29,6 31,7 33,7
Bron: Overdrachtsinkomen Midden-Groningen 2024* 0,4 0,4 0,5 0,7 0,9 1,8 2,6 3,3 4,0 4,7 5,4 6,1 6,7 7,1 7,5 1,9 2,2 2,7 3,5 4,4 9,5 13,4 17,2 20,6 24,6 28,0 31,5 34,7 37,1 39,0
Bron: Overdrachtsinkomen Teylingen 2024* 0,1 0,1 0,2 0,2 0,2 0,4 0,6 0,8 0,9 1,1 1,2 1,4 1,6 1,7 1,9 1,4 1,6 1,9 2,2 2,7 4,9 6,7 8,5 10,1 11,9 13,9 15,8 17,8 19,6 20,9
Bron: Overdrachtsinkomen Vlaardingen 2024* 0,6 0,7 0,8 1,0 1,2 2,5 3,5 4,5 5,5 6,4 7,1 7,8 8,5 9,2 9,7 2,9 3,4 3,8 4,6 5,6 11,3 16,0 20,6 24,9 28,9 32,3 35,5 38,9 41,9 44,2
Bron: Overdrachtsinkomen Vlissingen 2024* 0,3 0,4 0,4 0,5 0,7 1,5 2,1 2,7 3,2 3,7 4,1 4,5 4,9 5,1 5,4 1,9 2,4 2,8 3,4 4,4 9,6 13,8 17,5 21,2 24,4 26,8 29,4 32,0 33,9 35,8
Bron: Overdrachtsinkomen Wageningen 2024* 0,2 0,2 0,2 0,3 0,3 0,7 0,9 1,2 1,4 1,7 1,9 2,1 2,3 2,4 2,6 1,7 1,8 2,0 2,3 2,7 5,8 8,1 10,1 12,3 14,3 16,2 17,9 19,8 21,1 22,6
Bron: Overdrachtsinkomen Groningen (AM) 2024* 4,7 5,5 6,6 8,1 10,4 22,3 31,1 39,0 46,9 54,0 60,4 66,4 72,0 76,8 80,5 2,1 2,4 2,9 3,5 4,5 9,7 13,6 17,0 20,5 23,6 26,4 29,0 31,5 33,5 35,2
Bron: Uitkering inkomensverzekering Groningen (PV) 2024* 1,1 1,4 1,7 2,1 2,8 5,4 7,6 10,3 13,9 17,6 21,7 25,8 29,8 33,2 35,9 0,8 1,0 1,2 1,5 2,1 3,9 5,5 7,5 10,1 12,9 15,8 18,8 21,7 24,2 26,2
Bron: Uitkering inkomensverzekering Oost-Groningen (CR) 2024* 0,3 0,4 0,5 0,6 0,8 1,6 2,3 3,1 4,2 5,5 7,0 8,4 9,7 10,8 11,7 0,8 1,0 1,2 1,6 2,1 4,2 5,9 8,0 10,8 13,9 17,8 21,3 24,6 27,6 29,9
Bron: Uitkering inkomensverzekering Overig Groningen (CR) 2024* 0,7 0,9 1,1 1,3 1,8 3,3 4,7 6,3 8,5 10,7 12,9 15,3 17,6 19,5 21,0 0,9 1,0 1,3 1,6 2,1 3,9 5,5 7,5 10,0 12,6 15,2 18,0 20,7 23,0 24,8
Bron: Uitkering inkomensverzekering Beuningen 2024* 0,0 0,0 0,0 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,4 0,5 0,7 0,9 1,0 1,2 1,3 0,5 0,6 0,8 1,0 1,3 2,5 3,7 4,9 6,6 8,5 10,9 13,7 16,3 18,6 20,3
Bron: Uitkering inkomensverzekering Groningen (gemeente) 2024* 0,5 0,6 0,7 0,8 1,1 2,0 2,8 3,8 5,0 6,2 7,3 8,4 9,6 10,5 11,2 1,1 1,4 1,7 2,0 2,7 4,9 6,8 9,2 12,3 15,1 17,8 20,5 23,2 25,4 27,2
Bron: Uitkering inkomensverzekering Harlingen 2024* 0,0 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,7 0,8 0,9 1,0 1,1 0,9 1,0 1,1 1,2 1,4 2,9 4,2 5,8 8,6 11,4 14,1 17,3 20,3 22,3 24,4
Bron: Uitkering inkomensverzekering Midden-Groningen 2024* 0,1 0,1 0,2 0,3 0,3 0,7 0,9 1,3 1,7 2,1 2,6 3,2 3,7 4,2 4,5 0,8 0,9 1,2 1,6 2,1 4,1 5,8 8,0 10,5 13,3 16,6 20,2 23,5 26,2 28,2
Bron: Uitkering inkomensverzekering Teylingen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,3 0,3 0,4 0,5 0,7 0,8 1,0 1,1 1,3 0,8 0,9 1,1 1,4 1,6 2,5 3,2 3,9 5,0 6,5 8,3 10,1 12,2 13,9 15,3
Bron: Uitkering inkomensverzekering Vlaardingen 2024* 0,2 0,3 0,3 0,4 0,5 0,9 1,2 1,6 2,1 2,7 3,2 3,8 4,4 5,0 5,5 1,3 1,5 1,8 2,3 2,8 4,9 6,9 9,4 12,2 15,2 18,4 21,6 25,2 28,6 31,3
Bron: Uitkering inkomensverzekering Vlissingen 2024* 0,1 0,1 0,2 0,2 0,3 0,5 0,7 1,0 1,3 1,6 1,9 2,2 2,6 2,8 3,1 1,0 1,1 1,3 1,7 2,2 4,0 5,7 7,8 10,1 12,4 14,8 17,5 20,4 22,4 24,5
Bron: Uitkering inkomensverzekering Wageningen 2024* 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,2 0,3 0,4 0,5 0,7 0,8 1,0 1,2 1,3 1,5 1,1 1,2 1,3 1,5 1,8 3,4 4,6 5,8 7,3 9,3 11,6 13,9 16,6 18,4 20,6
Bron: Uitkering inkomensverzekering Groningen (AM) 2024* 1,3 1,6 2,0 2,5 3,4 6,4 9,0 12,3 16,5 21,0 26,0 31,0 35,9 40,2 43,6 0,7 0,9 1,1 1,4 1,9 3,5 5,0 6,9 9,2 11,7 14,5 17,3 20,0 22,4 24,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat regionale cijfers over personen in armoede, zowel absoluut als in procenten van de totale populatie. De gegevens kunnen worden uitgesplitst naar persoonskenmerken als geslacht en leeftijd en huishoudenskenmerken als samenstelling en voornaamste inkomensbron van het huishouden. Voor de armoedekwalificatie wordt de nieuwe meetmethode van het CBS, SCP en Nibud gehanteerd.

De gegevens hebben betrekking op alle personen die deel uitmaken van een particulier huishouden met waargenomen inkomen, per 1 januari van het verslagjaar. Personen die deel uitmaken van een studentenhuishouden worden apart weergegeven en maken geen deel uit van de armen en de niet-armen. Peildatum voor de gemeentelijke indeling is 1 januari 2025.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2018.

Status van de cijfers:
De cijfers over de jaren 2018 t/m 2023 zijn definitief. De cijfers over het jaar 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 17 december 2025:
De voorlopige cijfers over het jaar 2024 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 19 september 2025:
Geen, dit is een nieuwe tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting in december 2026 beschikbaar, en zullen verschijnen in een nieuwe tabel.

Toelichting onderwerpen

Personen in armoede
Andere indelingen
Personen tot 75% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 75 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 80% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 80 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 85% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 85 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 90% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 90 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 95% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 95 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 105% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 105 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 110% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 110 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 115% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 115 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 120% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 120 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 125% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 125 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 130% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 130 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 135% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 135 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 140% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 140 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 145% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 145 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 150% armoedegrens
Het aantal personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 150 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen in armoede, relatief
Andere indelingen
Personen tot 75% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 75 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 80% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 80 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 85% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 85 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 90% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 90 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 95% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 95 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 105% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 105 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 110% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 110 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 115% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 115 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 120% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 120 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 125% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 125 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 130% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 130 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 135% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 135 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 140% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 140 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 145% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 145 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.
Personen tot 150% armoedegrens, relatief
Het percentage personen in huishoudens waarvoor geldt dat het inkomen lager is dan 150 procent van de armoedegrens en de vermogensbuffer maximaal de armoedegrens bedraagt.