Wmo-cliënten; reden beëindiging ondersteuning, regio

Wmo-cliënten; reden beëindiging ondersteuning, regio

Reden beëindiging Regio's Perioden Wmo-cliënten (aantal) Wmo-cliënten per 1 000 inwoners (per 1 000 inwoners)
T001065 Aa en Hunze 2025HJ01 210 8
T001065 Achtkarspelen 2025HJ01 560 20
T001065 Alblasserdam 2025HJ01 160 8
T001065 Alkmaar 2025HJ01 1.035 9
T001065 Almelo 2025HJ01 935 13
T001065 Almere 2025HJ01 1.190 5
T001065 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 580 5
T001065 Amersfoort 2025HJ01 1.645 10
T001065 Apeldoorn 2025HJ01 1.815 11
A019604 Aa en Hunze 2025HJ01 20 1
A019604 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A019604 Alblasserdam 2025HJ01 30 1
A019604 Alkmaar 2025HJ01 . .
A019604 Almelo 2025HJ01 40 1
A019604 Almere 2025HJ01 . .
A019604 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A019604 Amersfoort 2025HJ01 290 2
A019604 Apeldoorn 2025HJ01 . .
A019608 Aa en Hunze 2025HJ01 85 3
A019608 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A019608 Alblasserdam 2025HJ01 15 1
A019608 Alkmaar 2025HJ01 . .
A019608 Almelo 2025HJ01 420 6
A019608 Almere 2025HJ01 . .
A019608 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A019608 Amersfoort 2025HJ01 1.075 7
A019608 Apeldoorn 2025HJ01 . .
A019609 Aa en Hunze 2025HJ01 . .
A019609 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A019609 Alblasserdam 2025HJ01 . .
A019609 Alkmaar 2025HJ01 . .
A019609 Almelo 2025HJ01 . .
A019609 Almere 2025HJ01 . .
A019609 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A019609 Amersfoort 2025HJ01 10 0
A019609 Apeldoorn 2025HJ01 . .
A046352 Aa en Hunze 2025HJ01 . .
A046352 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A046352 Alblasserdam 2025HJ01 . .
A046352 Alkmaar 2025HJ01 . .
A046352 Almelo 2025HJ01 10 0
A046352 Almere 2025HJ01 . .
A046352 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A046352 Amersfoort 2025HJ01 45 0
A046352 Apeldoorn 2025HJ01 . .
A046351 Aa en Hunze 2025HJ01 . .
A046351 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A046351 Alblasserdam 2025HJ01 . .
A046351 Alkmaar 2025HJ01 . .
A046351 Almelo 2025HJ01 . .
A046351 Almere 2025HJ01 . .
A046351 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A046351 Amersfoort 2025HJ01 . .
A046351 Apeldoorn 2025HJ01 . .
A048029 Aa en Hunze 2025HJ01 10 0
A048029 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A048029 Alblasserdam 2025HJ01 . .
A048029 Alkmaar 2025HJ01 . .
A048029 Almelo 2025HJ01 75 1
A048029 Almere 2025HJ01 . .
A048029 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A048029 Amersfoort 2025HJ01 35 0
A048029 Apeldoorn 2025HJ01 . .
A019611 Aa en Hunze 2025HJ01 10 0
A019611 Achtkarspelen 2025HJ01 . .
A019611 Alblasserdam 2025HJ01 . .
A019611 Alkmaar 2025HJ01 . .
A019611 Almelo 2025HJ01 . .
A019611 Almere 2025HJ01 . .
A019611 Alphen aan den Rijn 2025HJ01 . .
A019611 Amersfoort 2025HJ01 80 0
A019611 Apeldoorn 2025HJ01 . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel wordt het aantal cliënten met een beëindigde maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) getoond. De cijfers zijn per gemeente beschikbaar en kunnen worden uitgesplitst naar reden beëindiging. Niet van elk beëindigde maatwerkvoorziening is de reden van beëindiging bekend.
Deze tabel is samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

In deze tabel is overgegaan op een verbeterde verwerkingsmethode. Als gevolg hiervan kan het aantal cliënten met een beëindigde maatwerkvoorziening verschillen per gemeente. De cijfers zijn door de wijzigingen minder goed te vergelijken met de voorgaande tabel (zie paragraaf 3, link 'Archief').

Door de verbeterde methode is het aantal cliënten met een beëindigde maatwerkvoorziening per jaar gemiddeld afgenomen met:
- 2023 (0,10 procent)
- 2022 (1,25 procent)
- 2021 (1,50 procent)
- 2020 (0,95 procent)
- 2019 (28,86 procent)
- 2018 (36,46 procent)
- 2017 (24,61 procent)
Per halfjaar is het aantal cliënten met een beëindigde maatwerkvoorziening gemiddeld afgenomen met:
- 1e halfjaar 2023 (3,35 procent) en 2e halfjaar 2023 (1,43 procent)
- 1e halfjaar 2022 (2,57 procent) en 2e halfjaar 2022 (0,69 procent)
- 1e halfjaar 2021 (2,99 procent) en 2e halfjaar 2021 (1,08 procent)
- 1e halfjaar 2020 (1,88 procent) en 2e halfjaar 2020 (0,76 procent)
- 1e halfjaar 2019 (46,71 procent) en 2e halfjaar 2019 (23,55 procent)
- 1e halfjaar 2018 (61,55 procent) en 2e halfjaar 2018 (25,65 procent)
- 1e halfjaar 2017 (47,09 procent) en 2e halfjaar 2017 (15,49 procent)

Voor meer informatie over de wijzigingen en de gevolgen, zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2017

Status van de cijfers:
De cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 januari 2026:
De cijfers over het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 gemiddeld toegenomen met 1 procent. Op gemeenteniveau heeft de aanpassing alleen invloed als een gemeente cijfers over het tweede halfjaar van 2024 opnieuw had aangeleverd in het najaar van 2025.

Wijzigingen per 9 december 2025:
- De (nader) voorlopige cijfers over 2024 zijn vervangen door definitieve cijfers;
- De voorlopige cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn toegevoegd;
- De cijfers over 2017 en 2018 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in 2017 gemiddeld toegenomen met 1 procent en is het aantal cliënten in 2018 gemiddeld toegenomen met 2,5 procent. De uitwerking hiervan verschilt per gemeente.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 worden in mei 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Wmo-cliënten
Aantal personen met ten minste één in de verslagperiode beëindigde maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Wmo-cliënten per 1 000 inwoners
Aantal personen met ten minste één in de verslagperiode beëindigde maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), uitgedrukt per 10 000 inwoners.