Wmo-voorzieningen; stand, instroom, uitstroom, regio

Wmo-voorzieningen; stand, instroom, uitstroom, regio

Type maatwerkvoorziening Regio's Perioden Stand (aantal) Instroom (aantal) Uitstroom (aantal)
Hulp bij het huishouden Beverwijk 1e halfjaar 2025* 1.140 220 155
Hulp bij het huishouden Bodegraven-Reeuwijk 1e halfjaar 2025* 605 265 265
Hulp bij het huishouden Harderwijk 1e halfjaar 2025* 1.305 230 200
Hulp bij het huishouden Katwijk 1e halfjaar 2025* 1.560 240 145
Hulp bij het huishouden Noordwijk 1e halfjaar 2025* 915 155 130
Hulp bij het huishouden Noordwijkerhout 1e halfjaar 2025* . . .
Hulp bij het huishouden Oisterwijk 1e halfjaar 2025* 795 160 95
Hulp bij het huishouden Rijswijk (ZH.) 1e halfjaar 2025* 45 20 60
Hulp bij het huishouden Steenwijkerland 1e halfjaar 2025* 1.390 375 185
Hulp bij het huishouden Waalwijk 1e halfjaar 2025* 1.360 335 220
Hulp bij het huishouden Wijk bij Duurstede 1e halfjaar 2025* 650 140 110
Hulp bij het huishouden Winterswijk 1e halfjaar 2025* 900 145 120
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel wordt het aantal lopende, gestarte en beëindigde maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) getoond. De cijfers zijn per gemeente beschikbaar en kunnen worden uitgesplitst naar type voorziening.
Deze tabel is samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

Deze tabel is de opvolger van de tabellen 'Wmo-voorzieningen; stand, instroom, uitstroom, regio, 2019-2023' en 'Wmo-arrangementen; stand, instroom, uitstroom, regio, 2015-2020' (zie paragraaf 3, link 'Archief'). Er is een verbeterde methode toegepast waardoor de cijfers in deze tabel minder goed te vergelijken zijn met de voorgaande tabellen.

Door de verbeterde methode zijn de stand, instroom en uitstroom van maatwerkvoorzieningen gewijzigd ten opzichte van de voorgaande tabellen. Gemiddeld is het aantal maatwerkvoorzieningen op gemeenteniveau per jaar afgenomen met:
- 2023 (1,54 procent)
- 2022 (1,53 procent)
- 2021 (1,59 procent)
- 2020 (1,36 procent)
- 2019 (33,80 procent)
- 2018 (38,15 procent)
- 2017 (33,94 procent)
Per halfjaar zijn de stand, instroom en uitstroom van maatwerkvoorzieningen op gemeenteniveau gemiddeld afgenomen met:
- 1e halfjaar 2023 (1,59 procent) en 2e halfjaar 2023 (1,52 procent)
- 1e halfjaar 2022 (1,39 procent) en 2e halfjaar 2022 (1,70 procent)
- 1e halfjaar 2021 (1,71 procent) en 2e halfjaar 2021 (1,78 procent)
- 1e halfjaar 2020 (1,47 procent) en 2e halfjaar 2020 ( 6,28 procent)
- 1e halfjaar 2019 (35,26 procent) en 2e halfjaar 2019 (49,64 procent)
- 1e halfjaar 2018 (42,69 procent) en 2e halfjaar 2018 (33,54 procent)
- 1e halfjaar 2017 (36,43 procent) en 2e halfjaar 2017 (30,86 procent)

Gegevens beschikbaar vanaf: 2017

Status van de cijfers:
De cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 januari 2026:
De cijfers over het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 gemiddeld toegenomen met 1 procent. Op gemeenteniveau heeft de aanpassing alleen invloed als een gemeente cijfers over het tweede halfjaar van 2024 opnieuw had aangeleverd in het najaar van 2025.

Wijzigingen per 9 december 2025:
- De (nader) voorlopige cijfers over 2024 zijn vervangen door definitieve cijfers;
- De voorlopige cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn toegevoegd;
- De cijfers over 2017 en 2018 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in 2017 gemiddeld toegenomen met 1 procent en is het aantal cliënten in 2018 gemiddeld toegenomen met 2,5 procent. De uitwerking hiervan verschilt per gemeente.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 worden in mei 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Stand
Aantal maatwerkvoorzieningen dat bij aanvang van de verslagperiode lopend is.
Dit is exclusief de voorzieningen die op de eerste dag van de verslagperiode gestart zijn.
Instroom
Aantal maatwerkvoorzieningen dat in de verslagperiode is gestart.
Uitstroom
Aantal maatwerkvoorzieningen dat in de verslagperiode is beëindigd.