Wmo-voorzieningen; stand, instroom, uitstroom, regio

Wmo-voorzieningen; stand, instroom, uitstroom, regio

Type maatwerkvoorziening Regio's Perioden Stand (aantal) Instroom (aantal) Uitstroom (aantal)
Hulp bij het huishouden Alphen aan den Rijn 2025* 2.120 725 695
Hulp bij het huishouden Capelle aan den IJssel 2025* 2.055 825 600
Hulp bij het huishouden Coevorden 2025* 1.180 460 465
Hulp bij het huishouden Eijsden-Margraten 2025* 755 160 150
Hulp bij het huishouden Geertruidenberg 2025* 775 185 420
Hulp bij het huishouden Giessenlanden 2025* . . .
Hulp bij het huishouden Hardenberg 2025* 1.885 530 395
Hulp bij het huishouden Den Helder 2025* 1.885 535 1.820
Hulp bij het huishouden Heusden 2025* 1.520 400 1.305
Hulp bij het huishouden Krimpen aan den IJssel 2025* 880 315 285
Hulp bij het huishouden Leeuwarden 2025* 3.470 1.010 915
Hulp bij het huishouden Leiden 2025* 2.435 775 710
Hulp bij het huishouden Leusden 2025* 520 265 165
Hulp bij het huishouden Midden-Delfland 2025* 20 . 20
Hulp bij het huishouden Midden-Drenthe 2025* 1.120 330 305
Hulp bij het huishouden Midden-Groningen 2025* 2.085 545 490
Hulp bij het huishouden Molenlanden 2025* 780 295 260
Hulp bij het huishouden Noordenveld 2025* 880 290 305
Hulp bij het huishouden Oldenzaal 2025* 1.395 425 410
Hulp bij het huishouden Reusel-De Mierden 2025* 305 125 90
Hulp bij het huishouden Rheden 2025* 1.720 430 610
Hulp bij het huishouden Rijnwaarden 2025* . . .
Hulp bij het huishouden Uden 2025* . . .
Hulp bij het huishouden Vijfheerenlanden 2025* 1.370 805 740
Hulp bij het huishouden Wierden 2025* 765 225 210
Hulp bij het huishouden Woerden 2025* 945 390 365
Hulp bij het huishouden De Wolden 2025* 680 160 135
Hulp bij het huishouden Woudenberg 2025* 315 105 85
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel wordt het aantal lopende, gestarte en beëindigde maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) getoond. De cijfers zijn per gemeente beschikbaar en kunnen worden uitgesplitst naar type voorziening.
Deze tabel is samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

Deze tabel is de opvolger van de tabellen 'Wmo-voorzieningen; stand, instroom, uitstroom, regio, 2019-2023' en 'Wmo-arrangementen; stand, instroom, uitstroom, regio, 2015-2020' (zie paragraaf 3, link 'Archief'). Er is een verbeterde methode toegepast waardoor de cijfers in deze tabel minder goed te vergelijken zijn met de voorgaande tabellen. Voor meer informatie over de wijzigingen en de gevolgen, zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2017

Status van de cijfers:
De cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn nader voorlopig. De cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 28 mei 2026:
- De voorlopige cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn vervangen door nader voorlopige cijfers;
- De voorlopige cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en geheel 2025 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 30 januari 2026:
De cijfers over het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 gemiddeld toegenomen met 1 procent. Op gemeenteniveau heeft de aanpassing alleen invloed als een gemeente cijfers over het tweede halfjaar van 2024 opnieuw had aangeleverd in het najaar van 2025.

Wijzigingen per 9 december 2025:
De cijfers over 2017 en 2018 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in 2017 gemiddeld toegenomen met 1 procent en is het aantal cliënten in 2018 gemiddeld toegenomen met 2,5 procent. De uitwerking hiervan verschilt per gemeente.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De definitieve cijfers over het eerste halfjaar van 2025, het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 worden in december 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Stand
Aantal maatwerkvoorzieningen dat bij aanvang van de verslagperiode lopend is.
Dit is exclusief de voorzieningen die op de eerste dag van de verslagperiode gestart zijn.
Instroom
Aantal maatwerkvoorzieningen dat in de verslagperiode is gestart.
Uitstroom
Aantal maatwerkvoorzieningen dat in de verslagperiode is beëindigd.