Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening (detail), regio

Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening (detail), regio

Type maatwerkvoorziening Regio's Perioden Wmo-cliënten (aantal) Wmo-cliënten per 1 000 inwoners (per 1 000 inwoners)
Hulp bij het huishouden Beverwijk 1e halfjaar 2025* 1.315 31
Hulp bij het huishouden Bodegraven-Reeuwijk 1e halfjaar 2025* 865 23
Hulp bij het huishouden Harderwijk 1e halfjaar 2025* 1.470 29
Hulp bij het huishouden Katwijk 1e halfjaar 2025* 1.800 27
Hulp bij het huishouden Noordwijk 1e halfjaar 2025* 1.050 23
Hulp bij het huishouden Noordwijkerhout 1e halfjaar 2025* . .
Hulp bij het huishouden Oisterwijk 1e halfjaar 2025* 950 29
Hulp bij het huishouden Rijswijk (ZH.) 1e halfjaar 2025* 65 1
Hulp bij het huishouden Steenwijkerland 1e halfjaar 2025* 1.755 38
Hulp bij het huishouden Waalwijk 1e halfjaar 2025* 1.640 32
Hulp bij het huishouden Wijk bij Duurstede 1e halfjaar 2025* 770 32
Hulp bij het huishouden Winterswijk 1e halfjaar 2025* 1.020 35
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel wordt het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) getoond. De cijfers zijn zowel op landelijk niveau als per gemeente beschikbaar en kunnen worden uitgesplitst naar type maatwerkvoorziening.
Deze tabel is samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

Deze tabel is de opvolger van de tabel 'Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening, detail, regio, 2019-2023' (zie paragraaf 3, link 'Archief'). Er is een verbeterde methode toegepast en de cijfers over 2017 en 2018 zijn toegevoegd waardoor de cijfers in deze tabel minder goed te vergelijken zijn met de voorgaande tabel.

Door de verbeterde methode is het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening per jaar gemiddeld afgenomen met:
- 2023 (0,04 procent)
- 2022 (0,05 procent)
- 2021 (0,03 procent)
- 2020 (0,37 procent)
- 2019 (0,29 procent)
Per halfjaar is het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening gemiddeld afgenomen met:
- 1e halfjaar 2023 (0,05 procent) en 2e halfjaar 2023 (0,04 procent)
- 1e halfjaar 2022 (0,04 procent) en 2e halfjaar 2022 (0,04 procent)
- 1e halfjaar 2021 (0,33 procent) en 2e halfjaar 2021 (0,26 procent)
- 1e halfjaar 2020 (0,39 procent) en 2e halfjaar 2020 (0,34 procent)
- 1e halfjaar 2019 (0,29 procent) en 2e halfjaar 2019 (0,00 procent)

Voor meer informatie over de wijzigingen en de gevolgen, zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2017

Status van de cijfers:
De cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 januari 2026:
De cijfers over het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 gemiddeld toegenomen met 1 procent. Op gemeenteniveau heeft de aanpassing alleen invloed als een gemeente cijfers over het tweede halfjaar van 2024 opnieuw had aangeleverd in het najaar van 2025.

Wijzigingen per 9 december 2025:
- De (nader) voorlopige cijfers over 2024 zijn vervangen door definitieve cijfers;
- De voorlopige cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn toegevoegd;
- Er zijn landelijke totalen van rolstoelen, vervoervoorzieningen en woonvoorzieningen toegevoegd aan de tabel. De voorgaande jaren zijn aangevuld met deze cijfers en vanaf heden worden deze cijfers halfjaarlijks geactualiseerd.
- De cijfers over 2017 en 2018 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in 2017 gemiddeld toegenomen met 1 procent en is het aantal cliënten in 2018 gemiddeld toegenomen met 2,5 procent. De uitwerking hiervan verschilt per gemeente.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 worden in mei 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Wmo-cliënten
Aantal personen dat ten minste één maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad.
Wmo-cliënten per 1 000 inwoners
Aantal personen dat ten minste één maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad, uitgedrukt per 10.000 inwoners.