Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening (detail), regio

Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening (detail), regio

Type maatwerkvoorziening Regio's Perioden Wmo-cliënten (aantal) Wmo-cliënten per 1 000 inwoners (per 1 000 inwoners)
Totaal Nederland 2025* 1.294.350 72
Totaal Aa en Hunze 2025* 1.870 72
Totaal Aalburg 2025* . .
Totaal Aalsmeer 2025* 1.900 57
Totaal Aalten 2025* 2.195 80
Totaal Achtkarspelen 2025* 1.975 70
Totaal Alblasserdam 2025* 1.505 74
Totaal Albrandswaard 2025* 1.535 58
Totaal Alkmaar 2025* 7.710 68
Totaal Almelo 2025* 6.470 87
Totaal Almere 2025* 9.325 41
Totaal Alphen aan den Rijn 2025* 4.280 37
Totaal Alphen-Chaam 2025* 625 59
Totaal Altena 2025* 3.740 64
Totaal Ameland 2025* 295 77
Totaal Amersfoort 2025* 10.740 66
Totaal Amstelveen 2025* 5.335 56
Totaal Amsterdam 2025* 69.055 74
Totaal Apeldoorn 2025* 14.635 87
Totaal Appingedam 2025* . .
Totaal Arnhem 2025* 12.230 72
Totaal Assen 2025* 6.270 89
Totaal Asten 2025* 1.120 65
Totaal Baarle-Nassau 2025* 580 80
Totaal Baarn 2025* 1.940 77
Totaal Barendrecht 2025* 2.990 62
Totaal Barneveld 2025* 3.050 48
Totaal Bedum 2025* . .
Totaal Beek (L.) 2025* 1.210 74
Totaal Beekdaelen 2025* 2.835 79
Totaal Beemster 2025* . .
Totaal Beesel 2025* 1.070 79
Totaal Bellingwedde 2025* . .
Totaal Berg en Dal 2025* 2.790 78
Totaal Bergeijk 2025* 1.195 62
Totaal Bergen (L.) 2025* 975 75
Totaal Bergen (NH.) 2025* 2.115 71
Totaal Bergen op Zoom 2025* . .
Totaal Berkelland 2025* 3.230 74
Totaal Bernheze 2025* 2.190 67
Totaal Best 2025* 1.665 53
Totaal Beuningen 2025* 1.855 69
Totaal Beverwijk 2025* 2.915 68
Totaal het Bildt 2025* . .
Totaal De Bilt 2025* 2.605 59
Totaal Binnenmaas 2025* . .
Totaal Bladel 2025* 1.595 76
Totaal Blaricum 2025* 650 50
Totaal Bloemendaal 2025* 1.605 68
Totaal Bodegraven-Reeuwijk 2025* 1.990 54
Totaal Boekel 2025* 755 66
Totaal Ten Boer 2025* . .
Totaal Borger-Odoorn 2025* 2.170 83
Totaal Borne 2025* 1.980 80
Totaal Borsele 2025* 1.770 77
Totaal Boxmeer 2025* . .
Totaal Boxtel 2025* 2.510 73
Totaal Breda 2025* 15.935 84
Totaal Brielle 2025* . .
Totaal Bronckhorst 2025* 2.520 70
Totaal Brummen 2025* 1.530 72
Totaal Brunssum 2025* 3.330 121
Totaal Bunnik 2025* . .
Totaal Bunschoten 2025* 1.480 65
Totaal Buren 2025* 1.420 51
Totaal Capelle aan den IJssel 2025* 5.070 74
Totaal Castricum 2025* 2.155 59
Totaal Coevorden 2025* 2.860 80
Totaal Cranendonck 2025* 1.345 62
Totaal Cromstrijen 2025* . .
Totaal Cuijk 2025* . .
Totaal Culemborg 2025* 1.975 65
Totaal Dalfsen 2025* 1.600 53
Totaal Dantumadiel 2025* 1.555 81
Totaal Delft 2025* 7.595 69
Totaal Delfzijl 2025* . .
Totaal Deurne 2025* 2.870 86
Totaal Deventer 2025* 8.630 83
Totaal Diemen 2025* 2.180 66
Totaal Dijk en Waard 2025* 4.420 49
Totaal Dinkelland 2025* 1.925 72
Totaal Doesburg 2025* 770 69
Totaal Doetinchem 2025* 5.295 88
Totaal Dongen 2025* 1.565 57
Totaal Dongeradeel 2025* . .
Totaal Dordrecht 2025* 10.780 88
Totaal Drechterland 2025* 1.530 75
Totaal Drimmelen 2025* 2.100 74
Totaal Dronten 2025* 2.615 58
Totaal Druten 2025* 1.820 92
Totaal Duiven 2025* 1.750 70
Totaal Echt-Susteren 2025* 2.950 91
Totaal Edam-Volendam 2025* 1.905 51
Totaal Ede 2025* 8.830 71
Totaal Eemnes 2025* 485 49
Totaal Eemsdelta 2025* 4.210 94
Totaal Eemsmond 2025* . .
Totaal Eersel 2025* 1.420 70
Totaal Eijsden-Margraten 2025* 1.920 73
Totaal Eindhoven 2025* 19.010 76
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel wordt het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) getoond. De cijfers zijn zowel op landelijk niveau als per gemeente beschikbaar en kunnen worden uitgesplitst naar type maatwerkvoorziening.
Deze tabel is samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan CBS hebben geleverd in het kader van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.

Deze tabel is de opvolger van de tabel 'Wmo-cliënten; type maatwerkvoorziening, detail, regio, 2019-2023' (zie paragraaf 3, link 'Archief'). Er is een verbeterde methode toegepast en de cijfers over 2017 en 2018 zijn toegevoegd waardoor de cijfers in deze tabel minder goed te vergelijken zijn met de voorgaande tabel. Voor meer informatie over de wijzigingen en de gevolgen, zie de korte onderzoekbeschrijving, paragraaf 4.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2017

Status van de cijfers:
De cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn nader voorlopig. De cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.
De landelijke cijfers voor het tweede halfjaar van 2025, eerste halfjaar van 2024 en over 2023 van Verblijf en Opvang en beschermd wonen zijn een som van alle gemeenten, omdat deze categorieën compleet zijn aangeleverd door centrumgemeenten.

Wijzigingen per 28 mei 2026:
- De voorlopige cijfers over het eerste halfjaar van 2025 zijn vervangen door nader voorlopige cijfers;
- De voorlopige cijfers over het tweede halfjaar van 2025 en geheel 2025 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 30 januari 2026:
De cijfers over het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in het tweede halfjaar van 2024 en heel 2024 gemiddeld toegenomen met 1 procent. Op gemeenteniveau heeft de aanpassing alleen invloed als een gemeente cijfers over het tweede halfjaar van 2024 opnieuw had aangeleverd in het najaar van 2025.

Wijzigingen per 9 december 2025:
- Er zijn landelijke totalen van rolstoelen, vervoervoorzieningen en woonvoorzieningen toegevoegd aan de tabel. De voorgaande jaren zijn aangevuld met deze cijfers en vanaf heden worden deze cijfers halfjaarlijks geactualiseerd.
- De cijfers over 2017 en 2018 zijn aangepast, omdat het bronbestand niet compleet was. Als gevolg hiervan is het totaal aantal cliënten in 2017 gemiddeld toegenomen met 1 procent en is het aantal cliënten in 2018 gemiddeld toegenomen met 2,5 procent. De uitwerking hiervan verschilt per gemeente.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De definitieve cijfers over het eerste halfjaar van 2025, het tweede halfjaar van 2025 en heel 2025 worden in december 2026 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Wmo-cliënten
Aantal personen dat ten minste één maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad.
Wmo-cliënten per 1 000 inwoners
Aantal personen dat ten minste één maatwerkvoorziening in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heeft gehad, uitgedrukt per 10.000 inwoners.