Productieproces; bedrijfstak en regio, nationale rekeningen

Productieproces; bedrijfstak en regio, nationale rekeningen

Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) Regio's Perioden Toegevoegde waarde vanuit productie Productie basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Intermediair verbruik (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Beloning van werknemers (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Exploitatieoverschot (bruto) (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Niet-productgebonden belastingen (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Niet-productgebonden subsidies (-) (mln euro) Arbeidsvolume Arbeidsvolume totaal (1 000 arbeidsjaren) Arbeidsvolume Arbeidsvolume werknemers (1 000 arbeidsjaren)
P Onderwijs Nederland 2023* 61.910 14.846 47.064 36.172 10.677 366 151 514,9 450,8
P Onderwijs Noord-Nederland (LD) 2023* 5.600 1.268 4.332 3.407 901 34 10 48,0 42,9
P Onderwijs Oost-Nederland (LD) 2023* 13.256 3.107 10.149 7.875 2.223 79 29 112,5 100,0
P Onderwijs West-Nederland (LD) 2023* 31.504 7.751 23.753 18.052 5.605 184 87 257,9 223,1
P Onderwijs Zuid-Nederland (LD) 2023* 11.549 2.720 8.829 6.838 1.948 69 26 96,6 84,8
P Onderwijs Extra-Regio (LD) 2023* 0 0 0 0 0 0 0 0,0 0,0
P Onderwijs Groningen (PV) 2023* 2.565 573 1.992 1.575 406 16 4 21,3 19,6
P Onderwijs Fryslân (PV) 2023* 1.889 427 1.462 1.151 303 11 3 16,5 14,5
P Onderwijs Drenthe (PV) 2023* 1.147 269 878 682 192 7 2 10,2 8,8
P Onderwijs Overijssel (PV) 2023* 4.459 1.013 3.446 2.706 720 27 8 37,2 33,9
P Onderwijs Flevoland (PV) 2023* 1.268 304 965 742 218 8 3 10,8 9,3
P Onderwijs Gelderland (PV) 2023* 7.529 1.790 5.739 4.427 1.285 45 18 64,4 56,9
P Onderwijs Utrecht (PV) 2023* 6.815 1.844 4.971 3.602 1.358 38 28 50,9 44,3
P Onderwijs Noord-Holland (PV) 2023* 10.185 2.475 7.711 5.893 1.785 60 27 86,4 72,7
P Onderwijs Zuid-Holland (PV) 2023* 13.561 3.215 10.346 7.990 2.306 81 31 112,4 98,9
P Onderwijs Zeeland (PV) 2023* 943 218 726 567 155 6 2 8,2 7,2
P Onderwijs Noord-Brabant (PV) 2023* 8.270 1.938 6.332 4.913 1.387 49 18 70,1 61,2
P Onderwijs Limburg (PV) 2023* 3.279 782 2.497 1.924 561 19 8 26,5 23,6
P Onderwijs Oost-Groningen (CR) 2023* 292 65 226 178 46 2 0 2,5 2,2
P Onderwijs Delfzijl en omgeving (CR) 2023* 77 17 60 47 12 0 0 0,7 0,6
P Onderwijs Overig Groningen (CR) 2023* 2.197 491 1.706 1.349 347 13 3 18,2 16,8
P Onderwijs Noord-Friesland (CR) 2023* 1.073 238 835 662 169 7 2 9,3 8,3
P Onderwijs Zuidwest-Friesland (CR) 2023* 281 63 218 172 44 2 0 2,6 2,2
P Onderwijs Zuidoost-Friesland (CR) 2023* 535 126 409 317 90 3 1 4,6 4,0
P Onderwijs Noord-Drenthe (CR) 2023* 404 92 312 245 65 2 1 3,8 3,2
P Onderwijs Zuidoost-Drenthe (CR) 2023* 381 88 293 229 63 2 1 3,2 2,9
P Onderwijs Zuidwest-Drenthe (CR) 2023* 362 89 272 207 65 2 1 3,1 2,7
P Onderwijs Noord-Overijssel (CR) 2023* 1.625 366 1.260 993 259 10 3 13,7 12,4
P Onderwijs Zuidwest-Overijssel (CR) 2023* 465 106 359 281 75 3 1 4,0 3,5
P Onderwijs Twente (CR) 2023* 2.369 541 1.827 1.432 385 14 4 19,5 18,0
P Onderwijs Veluwe (CR) 2023* 2.468 589 1.880 1.448 423 15 6 21,3 19,0
P Onderwijs Achterhoek (CR) 2023* 994 236 758 585 169 6 2 9,0 7,8
P Onderwijs Arnhem/Nijmegen (CR) 2023* 3.461 811 2.650 2.056 580 21 7 28,9 25,8
P Onderwijs Zuidwest-Gelderland (CR) 2023* 607 155 452 338 113 3 2 5,2 4,3
P Onderwijs Utrecht (CR) 2023* 6.815 1.844 4.971 3.602 1.358 38 28 50,9 44,3
P Onderwijs Kop van Noord-Holland (CR) 2023* 815 188 627 490 134 5 2 7,4 6,3
P Onderwijs Alkmaar en omgeving (CR) 2023* 729 177 553 423 127 4 2 6,7 5,6
P Onderwijs IJmond (CR) 2023* 447 105 342 265 76 3 1 4,1 3,3
P Onderwijs Agglomeratie Haarlem (CR) 2023* 751 175 575 447 125 4 2 6,7 5,3
P Onderwijs Zaanstreek (CR) 2023* 394 92 301 234 66 2 1 3,7 3,0
P Onderwijs Groot-Amsterdam (CR) 2023* 6.197 1.506 4.692 3.586 1.086 36 16 50,9 43,3
P Onderwijs Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2023* 852 232 620 448 171 5 4 7,0 5,7
P Onderwijs Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2023* 1.905 453 1.452 1.119 326 11 4 15,9 14,2
P Onderwijs Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2023* 3.272 831 2.441 1.828 605 19 10 26,2 22,5
P Onderwijs Delft en Westland (CR) 2023* 1.555 346 1.208 956 245 10 2 12,9 12,1
P Onderwijs Oost-Zuid-Holland (CR) 2023* 823 192 631 490 138 5 2 7,3 6,1
P Onderwijs Groot-Rijnmond (CR) 2023* 5.095 1.183 3.913 3.048 845 31 10 41,9 37,0
P Onderwijs Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2023* 910 209 702 549 149 6 2 8,1 7,0
P Onderwijs Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2023* 196 44 152 120 31 1 0 1,7 1,5
P Onderwijs Overig Zeeland (CR) 2023* 747 174 574 446 124 4 2 6,5 5,7
P Onderwijs West-Noord-Brabant (CR) 2023* 1.836 423 1.412 1.103 302 11 4 15,7 13,6
P Onderwijs Midden-Noord-Brabant (CR) 2023* 1.571 353 1.219 962 250 10 3 13,4 11,7
P Onderwijs Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2023* 1.908 463 1.445 1.105 333 11 5 16,3 13,9
P Onderwijs Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2023* 2.955 699 2.256 1.744 502 18 7 24,6 22,0
P Onderwijs Noord-Limburg (CR) 2023* 629 151 478 367 109 4 2 5,4 4,7
P Onderwijs Midden-Limburg (CR) 2023* 507 121 386 297 87 3 1 4,5 3,8
P Onderwijs Zuid-Limburg (CR) 2023* 2.143 509 1.633 1.260 366 13 5 16,6 15,1
P Onderwijs Flevoland (CR) 2023* 1.268 304 965 742 218 8 3 10,8 9,3
P Onderwijs Utrecht-West (CP) 2023* 273 67 206 157 48 2 1 2,5 1,9
P Onderwijs Stadsgewest Amersfoort (CP) 2023* 1.049 280 769 562 205 6 4 8,5 6,9
P Onderwijs Stadsgewest Utrecht (CP) 2023* 5.070 1.388 3.682 2.652 1.024 28 21 36,4 32,5
P Onderwijs Zuidoost-Utrecht (CP) 2023* 424 110 313 232 81 2 2 3,6 2,9
P Onderwijs Amsterdam (CP) 2023* 4.947 1.188 3.760 2.888 854 29 12 40,0 34,6
P Onderwijs Overig Agglomeratie Amsterdam (CP) 2023* 445 125 320 227 93 2 2 3,6 2,8
P Onderwijs Edam-Volendam en omgeving (CP) 2023* 265 62 204 159 44 2 1 2,5 2,0
P Onderwijs Haarlemmermeer en omgeving (CP) 2023* 540 131 408 312 95 3 1 4,7 3,9
P Onderwijs Aggl.'s-Gravenhage excl. Zoetermeer (CP) 2023* 2.869 729 2.141 1.603 530 16 9 22,8 19,6
P Onderwijs Zoetermeer (CP) 2023* 403 102 301 225 74 2 1 3,4 2,9
P Onderwijs Rijnmond (CP) 2023* 4.772 1.108 3.664 2.854 791 29 10 38,9 34,5
P Onderwijs Overig Groot-Rijnmond (CP) 2023* 323 74 248 194 53 2 1 3,0 2,5
P Onderwijs Drechtsteden (CP) 2023* 628 145 484 378 103 4 1 5,5 4,8
P Onderwijs Overig Zuidoost-Zuid-Holland (CP) 2023* 282 64 218 171 46 2 1 2,5 2,2
P Onderwijs Stadsgewest 's-Hertogenbosch (CP) 2023* 1.152 285 867 658 206 7 3 9,4 8,1
P Onderwijs Overig Noordoost-Noord-Brabant (CP) 2023* 755 178 578 447 127 5 2 6,9 5,8
P Onderwijs Almere (CP) 2023* 662 161 500 382 117 4 2 5,5 4,6
P Onderwijs Flevoland-Midden (CP) 2023* 405 98 307 235 71 2 1 3,5 3,0
P Onderwijs Noordoostpolder en Urk (CP) 2023* 202 44 157 125 31 1 0 1,8 1,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het macro-economisch productieproces per regio. Hier worden van verschillende bedrijfseenheden de productie, het verbruik, de toegevoegde waarde, de componenten van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume weergegeven.

De gegevens in deze tabel zijn geclassificeerd naar regio en volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI 2008). Bij de regionale indeling kan gekozen worden uit de verschillende landsdelen (Noord-, Oost-, West- en Zuid-Nederland), provincies en (uitgesplitste) COROP-gebieden.

De cijfers zijn afkomstig uit de regionale rekeningen, de kwantitatieve beschrijving van de economische ontwikkeling van de verschillende regio's binnen een land. Doordat de cijfers aansluiten op de nationale rekeningen geven zij een gecoördineerde beschrijving van de regionale economie en zijn ze bij uitstek geschikt voor de vergelijking van de resultaten van de verscheidene regio's.

De bedragen in deze tabel zijn uitsluitend in lopende prijzen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers van de jaren 1995 tot en met 2022 zijn definitief. Gegevens van het jaar 2023 zijn ook definitief met uitzondering van de variabelen arbeidsvolume werkzame personen en arbeidsvolume werknemers in arbeidsjaren. Door de late beschikbaarheid van de jaargegevens over zelfstandigen wordt daarvoor een uitzondering gemaakt. Deze gegevens worden pas een jaar later definitief gepubliceerd.

Wijzigingen per 3 december 2025:
Aan de bestaande tabel zijn de cijfers voor de nieuwste verslagjaren toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2026 komt het verslagjaar 2024 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Toegevoegde waarde vanuit productie
Productie basisprijzen
De waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten. Verder omvat de productie producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers. De productiewaarde hiervan wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben ontvangen. De productie is gewaardeerd tegen basisprijzen. De basisprijs is de prijs die de producent daadwerkelijk overhoudt, dus exclusief de handels- en vervoersmarges van derden en exclusief het saldo van productgebonden belastingen (waaronder belasting over de toegevoegde waarde (btw)) en productgebonden subsidies.
Intermediair verbruik
Alle producten die in de verslagperiode zijn verbruikt in het productieproces. Dit kunnen al of niet in de verslagperiode aangekochte grondstoffen, halffabricaten en brandstoffen zijn maar ook diensten zoals communicatiediensten, schoonmaakdiensten en diensten van externe accountants. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopprijzen, exclusief aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde (btw).
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen) van een bedrijfseenheid. De som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfseenheden is een belangrijke component van het bruto binnenlands product (bbp). De toegevoegde waarde wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Bruto is inclusief afschrijvingen.
Toegevoegde waarde uit inkomensvorming
Beloning van werknemers
De beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Exploitatieoverschot (bruto)
Het bruto exploitatieoverschot per bedrijfsklasse is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van niet-productgebonden belastingen op productie en niet-productgebonden subsidies op productie. Bij zelfstandigen wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat. Het exploitatieoverschot van de totale economie wordt bepaald door het totaal van de bedrijfsklassen te vermeerderen met het verschil toegerekende en afgedragen belasting over de toegevoegde waarde (btw). Het netto exploitatieoverschot / gemengd inkomen is gelijk aan het bruto exploitatieoverschot / gemengd inkomen verminderd met de afschrijvingen.
Niet-productgebonden belastingen
Niet-productgebonden belastingen op productie. Dit zijn de belastingen op productie die producenten moeten betalen, ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde of verkochte producten. Voorbeelden hiervan zijn de onroerendezaakbelasting, reinigingsrechten en rioolrechten betaald door producenten.
Niet-productgebonden subsidies (-)
Hieronder vallen de subsidies op productie. De hoogte van de subsidie is onafhankelijk van de waarde of de hoeveelheid geproduceerde en verkochte producten. Het betreft vooral de loonsubsidies.
Arbeidsvolume
Arbeidsvolume totaal
De hoeveelheid arbeid die door alle werkzame personen (werknemers en zelfstandigen) in een bepaalde periode is ingezet, uitgedrukt in arbeidsjaren. Het arbeidsvolume in arbeidsjaren wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd.

Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door fiscus en sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Arbeidsvolume werknemers
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door werknemers die in een bepaalde periode is ingezet. Werknemers zijn personen die op grond van een arbeidsovereenkomst betaald werk verrichten voor een bedrijf, instelling of particulier huishouden en waarvan de betaling (in geld en/of in natura) als beloning van werknemers wordt geregistreerd.