Productieproces; bedrijfstak en regio, nationale rekeningen

Productieproces; bedrijfstak en regio, nationale rekeningen

Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) Regio's Perioden Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Beloning van werknemers (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Exploitatieoverschot (bruto) (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Niet-productgebonden belastingen (mln euro) Toegevoegde waarde uit inkomensvorming Niet-productgebonden subsidies (-) (mln euro)
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Nederland 2023* 58.826 83.462 2.112 2.138
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Nederland (LD) 2023* 5.296 10.003 321 270
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Oost-Nederland (LD) 2023* 13.117 16.242 352 383
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie West-Nederland (LD) 2023* 21.165 29.196 872 626
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuid-Nederland (LD) 2023* 19.183 24.391 458 668
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Extra-Regio (LD) 2023* 65 3.631 109 192
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Groningen (PV) 2023* 1.719 5.476 232 115
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Fryslân (PV) 2023* 2.028 2.803 56 92
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Drenthe (PV) 2023* 1.550 1.724 33 63
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overijssel (PV) 2023* 4.785 4.675 84 133
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Flevoland (PV) 2023* 941 2.444 110 21
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Gelderland (PV) 2023* 7.391 9.124 158 229
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Utrecht (PV) 2023* 2.930 3.549 80 73
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Holland (PV) 2023* 7.233 9.542 158 225
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuid-Holland (PV) 2023* 9.214 13.031 466 294
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zeeland (PV) 2023* 1.788 3.073 169 34
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Brabant (PV) 2023* 14.749 19.672 326 556
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Limburg (PV) 2023* 4.435 4.719 132 112
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Oost-Groningen (CR) 2023* 372 608 9 27
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Delfzijl en omgeving (CR) 2023* 239 568 11 16
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overig Groningen (CR) 2023* 1.108 4.301 213 71
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Friesland (CR) 2023* 808 1.231 22 53
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidwest-Friesland (CR) 2023* 467 761 20 9
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidoost-Friesland (CR) 2023* 753 811 14 30
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Drenthe (CR) 2023* 436 399 8 28
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidoost-Drenthe (CR) 2023* 629 719 14 19
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidwest-Drenthe (CR) 2023* 485 606 10 16
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Overijssel (CR) 2023* 1.546 1.440 33 41
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidwest-Overijssel (CR) 2023* 541 683 7 10
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Twente (CR) 2023* 2.697 2.552 44 82
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Veluwe (CR) 2023* 2.334 2.204 52 56
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Achterhoek (CR) 2023* 1.857 1.744 28 47
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Arnhem/Nijmegen (CR) 2023* 2.434 4.397 62 104
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidwest-Gelderland (CR) 2023* 767 779 17 22
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Utrecht (CR) 2023* 2.930 3.549 80 73
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Kop van Noord-Holland (CR) 2023* 865 1.239 28 29
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Alkmaar en omgeving (CR) 2023* 539 521 9 26
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie IJmond (CR) 2023* 1.251 799 -63 13
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Agglomeratie Haarlem (CR) 2023* 369 905 6 14
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zaanstreek (CR) 2023* 568 722 13 11
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Groot-Amsterdam (CR) 2023* 3.355 5.158 164 122
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2023* 286 197 1 11
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2023* 1.300 2.061 38 37
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2023* 697 714 19 32
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Delft en Westland (CR) 2023* 822 943 18 28
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Oost-Zuid-Holland (CR) 2023* 616 666 12 16
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Groot-Rijnmond (CR) 2023* 4.181 7.249 362 141
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2023* 1.598 1.397 17 40
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2023* 828 767 16 14
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overig Zeeland (CR) 2023* 959 2.307 152 20
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie West-Noord-Brabant (CR) 2023* 2.619 2.968 129 67
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Midden-Noord-Brabant (CR) 2023* 1.634 1.568 35 33
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2023* 3.140 4.433 58 80
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2023* 7.355 10.703 105 376
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noord-Limburg (CR) 2023* 1.338 1.431 18 41
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Midden-Limburg (CR) 2023* 998 1.448 42 22
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuid-Limburg (CR) 2023* 2.099 1.840 73 49
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Flevoland (CR) 2023* 941 2.444 110 21
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Utrecht-West (CP) 2023* 395 455 6 11
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Stadsgewest Amersfoort (CP) 2023* 767 712 18 15
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Stadsgewest Utrecht (CP) 2023* 1.446 2.088 52 38
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zuidoost-Utrecht (CP) 2023* 322 295 4 8
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Amsterdam (CP) 2023* 1.833 2.250 76 75
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overig Agglomeratie Amsterdam (CP) 2023* 233 1.296 69 8
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Edam-Volendam en omgeving (CP) 2023* 213 270 4 12
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Haarlemmermeer en omgeving (CP) 2023* 1.075 1.342 14 27
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Aggl.'s-Gravenhage excl. Zoetermeer (CP) 2023* 479 492 12 26
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Zoetermeer (CP) 2023* 218 222 7 6
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Rijnmond (CP) 2023* 3.636 6.431 341 128
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overig Groot-Rijnmond (CP) 2023* 545 818 21 13
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Drechtsteden (CP) 2023* 953 856 14 27
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overig Zuidoost-Zuid-Holland (CP) 2023* 645 541 3 13
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Stadsgewest 's-Hertogenbosch (CP) 2023* 992 863 30 24
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Overig Noordoost-Noord-Brabant (CP) 2023* 2.149 3.570 28 56
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Almere (CP) 2023* 310 270 8 7
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Flevoland-Midden (CP) 2023* 395 1.748 85 10
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie Noordoostpolder en Urk (CP) 2023* 236 425 16 4
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het macro-economisch productieproces per regio. Hier worden van verschillende bedrijfseenheden de productie, het verbruik, de toegevoegde waarde, de componenten van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume weergegeven.

De gegevens in deze tabel zijn geclassificeerd naar regio en volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI 2008). Bij de regionale indeling kan gekozen worden uit de verschillende landsdelen (Noord-, Oost-, West- en Zuid-Nederland), provincies en (uitgesplitste) COROP-gebieden.

De cijfers zijn afkomstig uit de regionale rekeningen, de kwantitatieve beschrijving van de economische ontwikkeling van de verschillende regio's binnen een land. Doordat de cijfers aansluiten op de nationale rekeningen geven zij een gecoördineerde beschrijving van de regionale economie en zijn ze bij uitstek geschikt voor de vergelijking van de resultaten van de verscheidene regio's.

De bedragen in deze tabel zijn uitsluitend in lopende prijzen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers van de jaren 1995 tot en met 2022 zijn definitief. Gegevens van het jaar 2023 zijn ook definitief met uitzondering van de variabelen arbeidsvolume werkzame personen en arbeidsvolume werknemers in arbeidsjaren. Door de late beschikbaarheid van de jaargegevens over zelfstandigen wordt daarvoor een uitzondering gemaakt. Deze gegevens worden pas een jaar later definitief gepubliceerd.

Wijzigingen per 3 december 2025:
Aan de bestaande tabel zijn de cijfers voor de nieuwste verslagjaren toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2026 komt het verslagjaar 2024 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Toegevoegde waarde uit inkomensvorming
Beloning van werknemers
De beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Exploitatieoverschot (bruto)
Het bruto exploitatieoverschot per bedrijfsklasse is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van niet-productgebonden belastingen op productie en niet-productgebonden subsidies op productie. Bij zelfstandigen wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat. Het exploitatieoverschot van de totale economie wordt bepaald door het totaal van de bedrijfsklassen te vermeerderen met het verschil toegerekende en afgedragen belasting over de toegevoegde waarde (btw). Het netto exploitatieoverschot / gemengd inkomen is gelijk aan het bruto exploitatieoverschot / gemengd inkomen verminderd met de afschrijvingen.
Niet-productgebonden belastingen
Niet-productgebonden belastingen op productie. Dit zijn de belastingen op productie die producenten moeten betalen, ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde of verkochte producten. Voorbeelden hiervan zijn de onroerendezaakbelasting, reinigingsrechten en rioolrechten betaald door producenten.
Niet-productgebonden subsidies (-)
Hieronder vallen de subsidies op productie. De hoogte van de subsidie is onafhankelijk van de waarde of de hoeveelheid geproduceerde en verkochte producten. Het betreft vooral de loonsubsidies.