Regionale kerncijfers; nationale rekeningen

Regionale kerncijfers; nationale rekeningen

Regio's Perioden Bbp (marktprijzen) (mln euro) Bbp per inwoner (euro) Bbp, volumemutaties (%) Bruto toegevoegde waarde, volumemutaties (%) Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) (mln euro) Beloning van werknemers (mln euro) Arbeidsjaren Arbeidsjaren totaal (x 1 000) Arbeidsjaren Arbeidsjaren werknemers (x 1 000) Arbeidsjaren Arbeidsjaren zelfstandigen (x 1 000) Werkzame personen Werkzame personen totaal (x 1 000)
Nederland 2010 643.022 38.700 1,3 1,5 575.705 311.900 7.034,8 5.949,2 1.085,6 8.779,0
Noord-Nederland (LD) 2010 60.103 35.028 3,4 3,6 53.811 24.867 634,0 514,9 119,1 805,6
Oost-Nederland (LD) 2010 113.425 32.185 0,5 0,7 101.551 57.276 1.396,3 1.168,4 227,9 1.781,7
West-Nederland (LD) 2010 335.017 42.931 1,0 1,2 299.944 165.258 3.485,2 2.980,8 504,4 4.296,9
Zuid-Nederland (LD) 2010 129.935 36.377 2,2 2,3 116.332 64.264 1.516,2 1.282,1 234,2 1.891,5
Extra-Regio (LD) 2010 4.542 0 -7,1 -6,9 4.067 235 3,0 3,0 0,0 3,3
Groningen (PV) 2010 28.239 48.868 6,8 7,0 25.282 9.202 222,2 185,5 36,8 275,3
Fryslân (PV) 2010 18.398 28.446 0,6 0,7 16.472 8.960 238,0 189,2 48,9 302,2
Drenthe (PV) 2010 13.466 27.414 0,5 0,6 12.056 6.705 173,7 140,2 33,5 228,1
Overijssel (PV) 2010 36.421 32.162 0,4 0,6 32.608 18.705 460,3 388,2 72,0 583,4
Flevoland (PV) 2010 11.407 29.255 3,8 4,0 10.213 5.366 133,3 108,5 24,8 174,7
Gelderland (PV) 2010 65.598 32.769 0,0 0,2 58.730 33.206 802,8 671,7 131,1 1.023,5
Utrecht (PV) 2010 57.946 47.309 -1,1 -1,0 51.880 28.844 592,5 513,5 79,0 731,9
Noord-Holland (PV) 2010 126.169 47.073 1,5 1,7 112.960 60.561 1.260,3 1.068,8 191,5 1.532,9
Zuid-Holland (PV) 2010 139.321 39.614 1,1 1,3 124.735 70.235 1.490,2 1.284,6 205,7 1.852,9
Zeeland (PV) 2010 11.581 30.358 6,1 6,3 10.368 5.618 142,1 114,0 28,1 179,2
Noord-Brabant (PV) 2010 93.343 38.112 2,3 2,5 83.571 45.836 1.070,7 905,7 165,0 1.334,3
Limburg (PV) 2010 36.592 32.594 1,7 1,9 32.761 18.428 445,5 376,4 69,2 557,2
Oost-Groningen (CR) 2010 4.017 26.466 6,9 7,1 3.596 1.582 44,9 35,5 9,4 53,1
Delfzijl en omgeving (CR) 2010 4.084 83.125 15,6 15,8 3.656 619 15,4 12,4 3,0 19,3
Overig Groningen (CR) 2010 20.138 53.423 5,2 5,3 18.030 7.001 162,0 137,6 24,4 202,9
Noord-Friesland (CR) 2010 10.034 30.182 -0,2 0,0 8.984 4.679 121,2 96,9 24,3 154,1
Zuidwest-Friesland (CR) 2010 2.622 24.683 -2,6 -2,4 2.348 1.282 37,6 28,4 9,1 48,0
Zuidoost-Friesland (CR) 2010 5.742 27.592 3,4 3,6 5.141 2.999 79,3 63,9 15,4 100,1
Noord-Drenthe (CR) 2010 5.026 26.524 0,5 0,7 4.500 2.615 65,1 52,5 12,6 88,1
Zuidoost-Drenthe (CR) 2010 4.657 27.161 0,5 0,7 4.170 2.097 56,4 45,2 11,2 73,2
Zuidwest-Drenthe (CR) 2010 3.782 29.042 0,4 0,5 3.386 1.994 52,2 42,5 9,7 66,9
Noord-Overijssel (CR) 2010 12.552 35.346 -1,1 -0,9 11.238 6.424 156,3 131,6 24,7 194,1
Zuidwest-Overijssel (CR) 2010 4.694 30.701 1,4 1,6 4.203 2.458 59,7 50,4 9,3 77,6
Twente (CR) 2010 19.175 30.709 1,2 1,3 17.168 9.823 244,2 206,2 38,0 311,7
Veluwe (CR) 2010 22.702 34.638 0,4 0,6 20.326 11.700 279,5 236,5 43,0 352,8
Achterhoek (CR) 2010 10.835 26.970 -0,4 -0,3 9.701 5.484 145,4 117,4 28,1 189,0
Arnhem/Nijmegen (CR) 2010 24.461 34.471 -0,1 0,0 21.900 12.271 282,6 241,2 41,4 363,7
Zuidwest-Gelderland (CR) 2010 7.599 32.334 0,1 0,3 6.803 3.751 95,3 76,7 18,6 118,0
Utrecht (CR) 2010 57.946 47.309 -1,1 -1,0 51.880 28.844 592,5 513,5 79,0 731,9
Kop van Noord-Holland (CR) 2010 9.941 26.824 -2,5 -2,3 8.900 4.981 133,6 105,4 28,3 169,1
Alkmaar en omgeving (CR) 2010 7.139 30.872 -0,5 -0,3 6.392 3.579 87,6 72,5 15,0 112,7
IJmond (CR) 2010 5.988 31.055 -0,8 -0,6 5.361 2.901 66,7 55,5 11,2 84,3
Agglomeratie Haarlem (CR) 2010 6.273 28.465 -0,6 -0,4 5.616 3.216 77,2 62,1 15,1 101,9
Zaanstreek (CR) 2010 4.244 26.204 -0,8 -0,6 3.800 2.205 53,6 44,3 9,3 68,4
Groot-Amsterdam (CR) 2010 83.284 66.139 3,0 3,1 74.565 39.117 742,9 648,4 94,5 872,0
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2010 9.299 38.107 -1,2 -1,0 8.326 4.564 98,6 80,6 18,1 124,5
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2010 14.307 35.240 2,1 2,2 12.809 6.739 153,2 128,3 24,9 198,7
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2010 35.773 44.339 1,6 1,8 32.028 18.771 368,7 319,7 49,0 448,0
Delft en Westland (CR) 2010 9.153 42.571 -2,0 -1,9 8.194 4.521 104,2 89,7 14,5 129,5
Oost-Zuid-Holland (CR) 2010 9.525 32.430 -7,1 -7,0 8.528 4.620 111,0 91,4 19,5 143,7
Groot-Rijnmond (CR) 2010 56.800 40.565 3,3 3,5 50.854 28.581 596,9 521,1 75,8 737,1
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2010 13.763 34.820 -1,7 -1,5 12.322 7.003 156,4 134,4 22,0 195,9
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2010 3.402 31.890 5,4 5,6 3.046 1.660 40,4 32,5 8,0 49,8
Overig Zeeland (CR) 2010 8.179 29.764 6,4 6,6 7.323 3.958 101,7 81,5 20,2 129,4
West-Noord-Brabant (CR) 2010 24.114 39.193 1,6 1,8 21.589 11.657 266,8 228,1 38,8 325,9
Midden-Noord-Brabant (CR) 2010 14.930 32.554 0,2 0,3 13.367 7.516 186,2 156,1 30,1 240,9
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2010 24.484 38.358 -2,9 -2,7 21.921 11.803 278,8 232,9 45,9 349,6
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2010 29.815 40.454 8,9 9,1 26.694 14.861 338,9 288,7 50,2 417,8
Noord-Limburg (CR) 2010 9.490 33.885 -0,8 -0,6 8.497 4.766 121,4 103,4 17,9 147,7
Midden-Limburg (CR) 2010 7.100 30.207 0,6 0,8 6.357 3.543 90,4 74,4 15,9 116,4
Zuid-Limburg (CR) 2010 20.002 32.922 3,4 3,6 17.908 10.119 233,8 198,5 35,3 293,2
Flevoland (CR) 2010 11.407 29.255 3,8 4,0 10.213 5.366 133,3 108,5 24,8 174,7
Utrecht-West (CP) 2010 4.859 31.693 -8,2 -8,0 4.350 2.339 56,1 44,2 11,9 71,5
Stadsgewest Amersfoort (CP) 2010 11.714 41.060 1,0 1,2 10.487 5.832 125,7 107,3 18,3 159,7
Stadsgewest Utrecht (CP) 2010 37.078 58.984 -1,0 -0,9 33.197 18.391 354,4 316,0 38,4 426,6
Zuidoost-Utrecht (CP) 2010 4.296 27.249 0,8 1,0 3.846 2.281 56,4 46,0 10,4 74,1
Amsterdam (CP) 2010 56.105 72.522 3,9 4,0 50.231 25.763 486,0 421,8 64,2 568,2
Overig Agglomeratie Amsterdam (CP) 2010 7.316 52.788 -4,0 -3,8 6.550 3.449 64,5 56,4 8,2 78,2
Edam-Volendam en omgeving (CP) 2010 3.101 21.217 -2,1 -1,9 2.776 1.560 43,1 32,8 10,3 56,3
Haarlemmermeer en omgeving (CP) 2010 16.762 83.456 4,3 4,5 15.008 8.345 149,3 137,4 11,9 169,3
Aggl.'s-Gravenhage excl. Zoetermeer (CP) 2010 31.711 46.288 2,0 2,1 28.391 16.652 325,1 281,7 43,4 390,2
Zoetermeer (CP) 2010 4.062 33.372 -1,2 -1,0 3.637 2.119 43,6 38,0 5,6 57,8
Rijnmond (CP) 2010 51.940 43.130 2,6 2,8 46.503 26.291 536,7 474,2 62,5 662,4
Overig Groot-Rijnmond (CP) 2010 4.860 24.804 11,7 11,8 4.351 2.290 60,2 46,9 13,3 74,7
Drechtsteden (CP) 2010 8.868 37.496 -1,7 -1,5 7.940 4.549 98,2 86,4 11,8 120,3
Overig Zuidoost-Zuid-Holland (CP) 2010 4.895 30.833 -1,7 -1,5 4.383 2.454 58,1 48,0 10,2 75,6
Stadsgewest 's-Hertogenbosch (CP) 2010 13.011 42.824 -1,7 -1,5 11.649 6.266 140,9 119,4 21,5 177,1
Overig Noordoost-Noord-Brabant (CP) 2010 11.473 34.301 -4,2 -4,0 10.271 5.537 138,0 113,5 24,4 172,5
Almere (CP) 2010 5.752 30.366 1,2 1,4 5.149 2.591 59,7 49,7 10,0 76,8
Flevoland-Midden (CP) 2010 3.933 28.952 7,3 7,4 3.521 1.969 49,1 40,4 8,7 67,8
Noordoostpolder en Urk (CP) 2010 1.723 26.641 5,0 5,2 1.542 806 24,4 18,4 6,0 30,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Regionale rekeningen geven een op de nationale rekeningen aansluitende kwantitatieve beschrijving van het economisch proces van regio's binnen een land. Als onderdelen van het economisch proces worden in de nationale rekeningen productie, inkomensverdeling, bestedingen en financiering onderscheiden.
Bij de regionale rekeningen ligt de nadruk echter op de beschrijving van de productieprocessen in de verscheidene regio's.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers van de verslagjaren tot en met 2022 zijn definitief. De cijfers van het verslagjaar 2023 zijn ook definitief met uitzondering van de variabelen arbeidsjaren, werkzame personen en gewerkte uren. Door de late beschikbaarheid van de jaargegevens over zelfstandigen wordt een uitzondering gemaakt voor cijfers over arbeidsjaren, werkzame personen en gewerkte uren. Deze gegevens worden pas een jaar later als definitief gepubliceerd. De cijfers van het verslagjaar 2024 zijn nog voorlopig.

Wijzigingen per 3 december 2025:
Aan de bestaande tabel zijn de cijfers voor de nieuwste verslagjaren toegevoegd.

Correctie per 10 februari 2026:
Aan de tabel zijn voor het jaar 2022 de cijfers over zelfstandigen geüpdatet en doorgerekend in de totalen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In december 2026 komen nieuwe cijfers beschikbaar over de verslagjaren 2023, 2024 en 2025.

Toelichting onderwerpen

Bbp (marktprijzen)
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). De onverdeelde transacties betreffen het saldo van productgebonden belastingen en subsidies en het verschil toegerekende en afgedragen btw (belasting over de toegevoegde waarde). Het bbp is ook gelijk aan de waarde van het in Nederland gevormde inkomen.
Bbp per inwoner
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). Het bbp per inwoner is het bbp gedeeld door het gemiddeld aantal inwoners van Nederland of de betreffende regio in de verslagperiode.
Bbp, volumemutaties
Bbp, volumemutaties
Volumegroei van het bruto binnenlands product (bbp). Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op twee manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.
Bruto toegevoegde waarde, volumemutaties
Volumegroei van de toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen).
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt ( het intermediair verbruik). De toegevoegde waarde is daarbij uitgedrukt in basisprijzen, de prijzen zijn die door producenten zijn ervaren. Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen)
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen) van een bedrijfseenheid. De som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfseenheden is een belangrijke component van het bruto binnenlands product (bbp). De toegevoegde waarde wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Bruto is inclusief afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Arbeidsjaren
Een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd. Zo leveren twee halve banen (elk 0,5 vte) samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar op.
Arbeidsjaren totaal
Arbeidsjaren werknemers
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door werknemers die in een bepaalde periode is ingezet. Werknemers zijn personen die in een bepaalde periode arbeid verrichten voor loon of salaris, in geld of in natura, op grond van een arbeidsovereenkomst voor een economische eenheid.
Arbeidsjaren zelfstandigen
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door zelfstandigen die in een bepaalde periode is ingezet. Zelfstandigen zijn personen die een inkomen ontvangen door voor eigen rekening of risico arbeid te verrichten in het bedrijf of het beroep dat zij zelfstandig uitoefenen. Ook meewerkende gezinsleden worden tot zelfstandigen gerekend, tenzij zij een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan.
Werkzame personen
Alle personen die één of meerdere banen hebben als werknemer en/of zelfstandige bij een in Nederland gevestigde economische eenheid.
Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door de fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland maar ook in het buitenland. In deze tabel wordt het gemiddeld aantal werkzame personen over de verslagperiode gegeven.
Werkzame personen totaal