Inkomensverdeling van huishoudens; nationale rekeningen
| Huishoudenskenmerken | Perioden | Totaal bedrag Middelen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) | Gemiddeld bedrag Middelen Beloning van werknemers Lonen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Middelen Beloning van werknemers Lonen (1 000 euro) |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2023* | 369.196 | 42,9 | 29,4 |
| Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep | 2023* | 3.383 | 3,9 | 3,0 |
| Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep | 2023* | 5.206 | 6,1 | 4,6 |
| Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep | 2023* | 8.855 | 10,3 | 7,9 |
| Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep | 2023* | 17.179 | 20,0 | 14,7 |
| Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep | 2023* | 26.238 | 30,5 | 21,4 |
| Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep | 2023* | 36.158 | 42,0 | 28,0 |
| Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep | 2023* | 46.425 | 54,0 | 34,5 |
| Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep | 2023* | 57.370 | 66,7 | 41,6 |
| Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep | 2023* | 70.716 | 82,2 | 50,3 |
| Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep | 2023* | 97.666 | 113,5 | 69,3 |
| Eenpersoonshuish.: persoon tot 65 jaar | 2023* | 56.386 | 26,8 | 28,0 |
| Eenpersoonshuish.: persoon vanaf 65 jaar | 2023* | 2.242 | 1,8 | 1,9 |
| Eenouderhuishouden | 2023* | 14.378 | 32,3 | 20,6 |
| Paar: geen kind (thuis), tot 65 jaar | 2023* | 81.949 | 69,8 | 48,6 |
| Paar: geen kind (thuis), vanaf 65 jaar | 2023* | 14.710 | 11,1 | 7,7 |
| Paar met 1 of 2 kind(eren) | 2023* | 124.450 | 87,1 | 43,4 |
| Paar met meer dan 2 kinderen | 2023* | 28.524 | 84,4 | 32,3 |
| Overige huishoudens | 2023* | 46.557 | 85,0 | 34,8 |
| Inkomensbron: gemengd inkomen | 2023* | 11.895 | 19,8 | 12,1 |
| Inkomensbron: beloning van werknemers | 2023* | 320.836 | 85,1 | 54,2 |
| Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom | 2023* | 14.127 | 5,1 | 4,1 |
| Inkomensbron: inkomen uit vermogen | 2023* | 3.285 | 48,7 | 33,4 |
| Inkomensbron: overige | 2023* | 19.053 | 13,5 | 8,9 |
| Hoofdkostwinner: tot 35 jaar | 2023* | 64.143 | 40,0 | 31,5 |
| Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar | 2023* | 81.207 | 61,9 | 37,5 |
| Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar | 2023* | 101.959 | 71,2 | 40,2 |
| Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar | 2023* | 99.149 | 63,1 | 41,0 |
| Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder | 2023* | 22.738 | 8,5 | 6,6 |
| Woningbezit: eigen woning | 2023* | 277.681 | 58,8 | 36,9 |
| Woningbezit: huurwoning | 2023* | 91.515 | 23,6 | 18,1 |
| Vermogenssaldo 1e 10%-groep | 2023* | 13.098 | 15,2 | 13,0 |
| Vermogenssaldo 2e 10%-groep | 2023* | 16.396 | 19,1 | 15,3 |
| Vermogenssaldo 3e 10%-groep | 2023* | 22.430 | 26,1 | 20,5 |
| Vermogenssaldo 4e 10%-groep | 2023* | 27.176 | 31,6 | 23,3 |
| Vermogenssaldo 5e 10%-groep | 2023* | 37.820 | 44,0 | 30,2 |
| Vermogenssaldo 6e 10%-groep | 2023* | 42.186 | 49,0 | 32,0 |
| Vermogenssaldo 7e 10%-groep | 2023* | 43.498 | 50,6 | 32,1 |
| Vermogenssaldo 8e 10%-groep | 2023* | 46.250 | 53,7 | 33,4 |
| Vermogenssaldo 9e 10%-groep | 2023* | 51.717 | 60,1 | 36,5 |
| Vermogenssaldo 10e 10%-groep | 2023* | 68.625 | 79,8 | 45,6 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen en besparingen binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.
Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.
Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.
Toelichting onderwerpen
- Totaal bedrag
- Middelen
- Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Lonen
- De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
- Gemiddeld bedrag
- Bedrag per huishouden.
- Middelen
- Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Lonen
- De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
- Gestandaardiseerd bedrag
- Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
- Middelen
- Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Lonen
- De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is 'loon in geld' (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.