Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR
| Huishoudenskenmerken | Perioden | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (mln euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2023* | 4.426 | 0,5 | 0,4 |
| Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep | 2023* | 593 | 0,7 | 0,5 |
| Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep | 2023* | 311 | 0,4 | 0,3 |
| Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep | 2023* | 308 | 0,4 | 0,3 |
| Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep | 2023* | 342 | 0,4 | 0,3 |
| Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep | 2023* | 388 | 0,5 | 0,3 |
| Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep | 2023* | 439 | 0,5 | 0,3 |
| Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep | 2023* | 481 | 0,6 | 0,4 |
| Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep | 2023* | 511 | 0,6 | 0,4 |
| Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep | 2023* | 531 | 0,6 | 0,4 |
| Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep | 2023* | 522 | 0,6 | 0,4 |
| Eenpersoonshuish.: persoon tot 65 jaar | 2023* | 856 | 0,4 | 0,4 |
| Eenpersoonshuish.: persoon vanaf 65 jaar | 2023* | 91 | 0,1 | 0,1 |
| Eenouderhuishouden | 2023* | 429 | 1,0 | 0,6 |
| Paar: geen kind (thuis), tot 65 jaar | 2023* | 468 | 0,4 | 0,3 |
| Paar: geen kind (thuis), vanaf 65 jaar | 2023* | 85 | 0,1 | 0,0 |
| Paar met 1 of 2 kind(eren) | 2023* | 1.604 | 1,1 | 0,6 |
| Paar met meer dan 2 kinderen | 2023* | 313 | 0,9 | 0,4 |
| Overige huishoudens | 2023* | 580 | 1,1 | 0,4 |
| Inkomensbron: gemengd inkomen | 2023* | 392 | 0,7 | 0,4 |
| Inkomensbron: beloning van werknemers | 2023* | 2.434 | 0,6 | 0,4 |
| Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom | 2023* | 400 | 0,1 | 0,1 |
| Inkomensbron: inkomen uit vermogen | 2023* | 24 | 0,4 | 0,2 |
| Inkomensbron: overige | 2023* | 1.176 | 0,8 | 0,5 |
| Hoofdkostwinner: tot 35 jaar | 2023* | 1.242 | 0,8 | 0,6 |
| Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar | 2023* | 817 | 0,6 | 0,4 |
| Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar | 2023* | 1.288 | 0,9 | 0,5 |
| Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar | 2023* | 789 | 0,5 | 0,3 |
| Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder | 2023* | 290 | 0,1 | 0,1 |
| Woningbezit: eigen woning | 2023* | 2.505 | 0,5 | 0,3 |
| Woningbezit: huurwoning | 2023* | 1.921 | 0,5 | 0,4 |
| Vermogenssaldo 1e 10%-groep | 2023* | 668 | 0,8 | 0,7 |
| Vermogenssaldo 2e 10%-groep | 2023* | 459 | 0,5 | 0,4 |
| Vermogenssaldo 3e 10%-groep | 2023* | 358 | 0,4 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 4e 10%-groep | 2023* | 345 | 0,4 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 5e 10%-groep | 2023* | 405 | 0,5 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 6e 10%-groep | 2023* | 441 | 0,5 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 7e 10%-groep | 2023* | 436 | 0,5 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 8e 10%-groep | 2023* | 431 | 0,5 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 9e 10%-groep | 2023* | 430 | 0,5 | 0,3 |
| Vermogenssaldo 10e 10%-groep | 2023* | 453 | 0,5 | 0,3 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen, consumptie, besparingen en vermogens binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.
Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.
Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.
Toelichting onderwerpen
- Totaal bedrag
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Onderwijs
- Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
- Gemiddeld bedrag
- Bedrag per huishouden.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag
- Onderwijs
- Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
- Gestandaardiseerd bedrag
- Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Onderwijs
- Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.