Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR

Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR

Huishoudenskenmerken Perioden Totaal bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Beloning van werknemers (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Vermogenssaldo (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Niet-financiële activa (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (mln euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (1 000 euro)
Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep 2023* 933 2.073 4.307 7.933 17.161 25.094 2.008 2.029 1.607 212.032 114.959 36.778 1,1 2,4
Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep 2023* 539 1.971 6.805 21.651 21.263 42.914 1.891 2.187 1.938 152.701 86.999 43.689 0,6 2,3
Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep 2023* 818 2.259 11.659 26.850 21.535 48.385 2.236 2.497 2.024 209.243 114.190 74.917 1,0 2,6
Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep 2023* 1.783 3.100 22.719 33.448 18.220 51.668 2.967 2.925 2.255 295.172 168.908 107.696 2,1 3,6
Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep 2023* 3.111 4.017 34.700 40.905 17.610 58.515 3.619 3.319 2.490 365.530 223.505 135.692 3,6 4,7
Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep 2023* 4.594 5.128 47.784 49.143 19.060 68.203 4.212 3.708 2.719 432.183 273.258 163.068 5,3 6,0
Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep 2023* 6.104 6.723 61.284 57.809 19.304 77.113 4.769 4.146 2.953 512.133 331.425 192.646 7,1 7,8
Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep 2023* 7.496 9.357 75.567 67.269 17.809 85.078 5.283 4.645 3.169 614.794 396.578 228.570 8,7 10,9
Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep 2023* 9.043 14.851 92.545 80.387 17.292 97.678 5.868 5.365 3.391 781.367 488.995 279.011 10,5 17,3
Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep 2023* 10.989 46.304 121.124 132.714 17.066 149.781 8.179 7.706 4.070 1.471.160 781.917 358.371 13,2 53,4
Overige huishoudens 2023* 5.114 13.488 60.294 62.077 25.388 87.466 3.742 3.466 2.353 554.025 302.232 184.616 9,3 24,6
Inkomensbron: gemengd inkomen 2023* 5.198 63.957 15.485 62.264 11.336 73.599 4.065 2.246 2.403 651.249 494.502 76.200 8,6 106,3
Inkomensbron: beloning van werknemers 2023* 28.900 18.317 416.103 285.296 65.182 350.480 23.699 18.730 13.088 2.278.247 1.430.260 881.016 7,8 4,8
Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom 2023* 5.926 5.507 18.314 105.684 39.608 145.292 7.800 11.919 7.528 1.522.052 796.643 568.095 2,2 2,0
Inkomensbron: inkomen uit vermogen 2023* 645 856 3.711 18.765 1.109 19.874 1.226 1.659 458 305.221 68.987 22.608 9,6 12,7
Inkomensbron: overige 2023* 4.741 7.146 24.881 46.100 69.085 115.184 4.242 3.973 3.139 289.546 190.342 72.519 3,4 5,1
Vermogenssaldo 1e 10%-groep 2023* 692 2.040 17.024 19.388 14.654 34.042 2.251 1.423 1.349 -15.982 10.574 5.569 0,8 2,4
Vermogenssaldo 2e 10%-groep 2023* 319 1.950 21.516 25.822 19.496 45.317 2.384 1.715 1.635 15.701 1.514 7.881 0,4 2,3
Vermogenssaldo 3e 10%-groep 2023* 357 3.870 29.574 31.799 18.748 50.547 2.711 2.139 1.875 49.885 7.835 30.487 0,4 4,5
Vermogenssaldo 4e 10%-groep 2023* 1.128 6.547 35.844 38.799 17.524 56.323 3.132 2.676 2.184 118.961 52.196 70.616 1,3 7,6
Vermogenssaldo 5e 10%-groep 2023* 4.047 6.958 49.949 47.295 17.020 64.315 4.049 3.325 2.609 232.552 184.507 102.810 4,7 8,1
Vermogenssaldo 6e 10%-groep 2023* 6.481 7.695 55.610 53.001 18.334 71.335 4.475 3.850 2.954 361.723 302.703 129.543 7,5 8,9
Vermogenssaldo 7e 10%-groep 2023* 7.412 8.996 57.091 57.429 18.909 76.338 4.647 4.304 3.155 499.212 385.267 172.930 8,6 10,5
Vermogenssaldo 8e 10%-groep 2023* 7.790 11.006 60.349 63.177 18.858 82.036 4.887 4.861 3.316 667.968 463.128 239.362 9,1 12,8
Vermogenssaldo 9e 10%-groep 2023* 8.130 14.861 66.820 72.528 18.815 91.344 5.307 5.733 3.502 925.331 565.368 345.251 9,4 17,3
Vermogenssaldo 10e 10%-groep 2023* 9.054 31.860 84.717 108.871 23.962 132.832 7.189 8.501 4.037 2.190.964 1.007.642 515.989 11,0 36,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen, consumptie, besparingen en vermogens binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.

Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.

Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Totaal bedrag
Inkomens
Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
Bruto exploitatieoverschot
Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bruto gemengd inkomen
Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Bruto beschikbaar inkomen
Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Sociale overdrachten in natura
Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
Bruto alternatief beschikbaar inkomen
Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
Vermogens
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.
Vermogenssaldo
Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
Vorderingen
Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
Pensioenrechten
Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).

Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.

Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
Niet-financiële activa
Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.

Gemiddeld bedrag
Bedrag per huishouden.
Inkomens
Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
Bruto exploitatieoverschot
Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bruto gemengd inkomen
Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.