Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR

Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR

Huishoudenskenmerken Perioden Totaal bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Beloning van werknemers (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (mln euro) Totaal bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Werkelijke individuele bestedingen (mln euro) Totaal bedrag Bestedingen Bruto besparingen (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Vermogenssaldo (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Totaal (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Overige vorderingen (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Schulden Totaal (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Schulden Woninghypotheken (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Schulden Overige schulden (mln euro) Totaal bedrag Vermogens Niet-financiële activa (mln euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Beloning van werknemers (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Werkelijke individuele bestedingen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Bestedingen Bruto besparingen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Vermogenssaldo (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Vorderingen Totaal (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Vorderingen Overige vorderingen (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Schulden Totaal (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Schulden Woninghypotheken (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Schulden Overige schulden (1 000 euro) Gemiddeld bedrag Vermogens Niet-financiële activa (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Beloning van werknemers (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Werkelijke individuele bestedingen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Bruto besparingen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vermogenssaldo (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vorderingen Totaal (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vorderingen Overige vorderingen (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Schulden Totaal (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Schulden Woninghypotheken (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Schulden Overige schulden (1 000 euro) Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Niet-financiële activa (1 000 euro)
Totaal 2023* 45.410 95.783 478.494 518.109 186.320 704.429 463.145 53.143 13.731 23.164 101.684 29.905 14.531 58.976 17.810 39.600 4.426 41.032 38.527 26.616 649.465 81.819 5.046.315 3.119.777 1.620.438 1.499.339 1.054.196 851.917 202.279 2.980.734 5,3 11,1 55,6 60,2 21,7 81,9 53,8 6,2 1,6 2,7 11,8 3,5 1,7 6,9 2,1 4,6 0,5 4,8 4,5 3,1 75,5 9,5 586,4 362,6 188,3 174,2 122,5 99,0 23,5 346,4 3,6 7,6 38,0 41,2 14,8 56,0 36,8 4,2 1,1 1,8 8,1 2,4 1,2 4,7 1,4 3,1 0,4 3,3 3,1 2,1 51,6 6,5 401,2 248,0 128,8 119,2 83,8 67,7 16,1 237,0
Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep 2023* 933 2.073 4.307 7.933 17.161 25.094 26.961 3.417 1.268 1.420 6.264 1.544 830 2.707 1.321 1.954 593 2.008 2.029 1.607 44.122 -19.360 212.032 136.411 36.778 99.633 39.338 25.383 13.954 114.959 1,1 2,4 5,0 9,2 19,9 29,2 31,3 4,0 1,5 1,6 7,3 1,8 1,0 3,1 1,5 2,3 0,7 2,3 2,4 1,9 51,3 -22,5 246,4 158,5 42,7 115,8 45,7 29,5 16,2 133,6 0,8 1,9 3,9 7,1 15,4 22,5 24,2 3,1 1,1 1,3 5,6 1,4 0,7 2,4 1,2 1,8 0,5 1,8 1,8 1,4 39,6 -17,4 190,4 122,5 33,0 89,5 35,3 22,8 12,5 103,2
Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep 2023* 539 1.971 6.805 21.651 21.263 42.914 29.579 4.085 1.244 1.396 6.740 1.805 1.023 2.985 1.525 2.450 311 1.891 2.187 1.938 50.842 -9.087 152.701 87.642 43.689 43.952 21.940 16.189 5.751 86.999 0,6 2,3 7,9 25,2 24,7 49,9 34,4 4,7 1,4 1,6 7,8 2,1 1,2 3,5 1,8 2,8 0,4 2,2 2,5 2,3 59,1 -10,6 177,5 101,9 50,8 51,1 25,5 18,8 6,7 101,1 0,5 1,8 6,1 19,3 19,0 38,3 26,4 3,6 1,1 1,2 6,0 1,6 0,9 2,7 1,4 2,2 0,3 1,7 1,9 1,7 45,3 -8,1 136,1 78,1 38,9 39,2 19,6 14,4 5,1 77,5
Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep 2023* 818 2.259 11.659 26.850 21.535 48.385 31.368 4.167 1.266 1.525 6.690 1.925 1.076 3.408 1.526 2.721 308 2.236 2.497 2.024 52.903 -6.787 209.243 124.907 74.917 49.990 29.854 23.622 6.232 114.190 1,0 2,6 13,5 31,2 25,0 56,2 36,5 4,8 1,5 1,8 7,8 2,2 1,3 4,0 1,8 3,2 0,4 2,6 2,9 2,4 61,5 -7,9 243,2 145,2 87,1 58,1 34,7 27,5 7,2 132,7 0,7 2,0 10,4 24,0 19,3 43,3 28,1 3,7 1,1 1,4 6,0 1,7 1,0 3,1 1,4 2,4 0,3 2,0 2,2 1,8 47,4 -6,1 187,4 111,9 67,1 44,8 26,7 21,2 5,6 102,3
Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep 2023* 1.783 3.100 22.719 33.448 18.220 51.668 36.153 4.588 1.289 1.815 7.423 2.277 1.217 4.298 1.632 3.126 342 2.967 2.925 2.255 54.373 -4.581 295.172 174.234 107.696 66.538 47.970 39.568 8.403 168.908 2,1 3,6 26,4 38,9 21,2 60,0 42,0 5,3 1,5 2,1 8,6 2,6 1,4 5,0 1,9 3,6 0,4 3,4 3,4 2,6 63,2 -5,3 343,0 202,5 125,2 77,3 55,7 46,0 9,8 196,3 1,5 2,7 19,4 28,6 15,6 44,2 30,9 3,9 1,1 1,6 6,3 1,9 1,0 3,7 1,4 2,7 0,3 2,5 2,5 1,9 46,5 -3,9 252,5 149,0 92,1 56,9 41,0 33,8 7,2 144,5
Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep 2023* 3.111 4.017 34.700 40.905 17.610 58.515 41.306 5.049 1.334 2.098 8.560 2.657 1.363 5.134 1.738 3.556 388 3.619 3.319 2.490 58.915 -996 365.530 212.690 135.692 76.998 70.666 60.250 10.415 223.505 3,6 4,7 40,3 47,5 20,5 68,0 48,0 5,9 1,6 2,4 9,9 3,1 1,6 6,0 2,0 4,1 0,5 4,2 3,9 2,9 68,5 -1,2 424,8 247,2 157,7 89,5 82,1 70,0 12,1 259,7 2,5 3,3 28,3 33,3 14,3 47,6 33,6 4,1 1,1 1,7 7,0 2,2 1,1 4,2 1,4 2,9 0,3 2,9 2,7 2,0 48,0 -0,8 297,6 173,2 110,5 62,7 57,5 49,1 8,5 182,0
Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep 2023* 4.594 5.128 47.784 49.143 19.060 68.203 46.506 5.489 1.383 2.373 9.914 3.030 1.499 5.932 1.836 3.973 439 4.212 3.708 2.719 65.565 4.027 432.183 255.070 163.068 92.002 96.145 83.792 12.353 273.258 5,3 6,0 55,5 57,1 22,1 79,3 54,0 6,4 1,6 2,8 11,5 3,5 1,7 6,9 2,1 4,6 0,5 4,9 4,3 3,2 76,2 4,7 502,3 296,4 189,5 106,9 111,7 97,4 14,4 317,6 3,6 4,0 37,0 38,0 14,7 52,8 36,0 4,2 1,1 1,8 7,7 2,3 1,2 4,6 1,4 3,1 0,3 3,3 2,9 2,1 50,7 3,1 334,4 197,4 126,2 71,2 74,4 64,8 9,6 211,5
Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep 2023* 6.104 6.723 61.284 57.809 19.304 77.113 51.770 5.932 1.420 2.624 11.347 3.404 1.640 6.711 1.932 4.410 481 4.769 4.146 2.953 71.074 9.650 512.133 304.390 192.646 111.744 123.682 108.807 14.875 331.425 7,1 7,8 71,2 67,2 22,4 89,6 60,2 6,9 1,7 3,0 13,2 4,0 1,9 7,8 2,2 5,1 0,6 5,5 4,8 3,4 82,6 11,2 595,2 353,7 223,9 129,9 143,7 126,4 17,3 385,2 4,5 5,0 45,6 43,0 14,4 57,3 38,5 4,4 1,1 2,0 8,4 2,5 1,2 5,0 1,4 3,3 0,4 3,5 3,1 2,2 52,9 7,2 380,8 226,4 143,3 83,1 92,0 80,9 11,1 246,5
Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep 2023* 7.496 9.357 75.567 67.269 17.809 85.078 56.809 6.304 1.452 2.845 12.777 3.748 1.764 7.464 2.010 4.836 511 5.283 4.645 3.169 74.617 16.564 614.794 369.188 228.570 140.618 150.972 131.959 19.014 396.578 8,7 10,9 87,8 78,2 20,7 98,9 66,0 7,3 1,7 3,3 14,8 4,4 2,1 8,7 2,3 5,6 0,6 6,1 5,4 3,7 86,7 19,2 714,5 429,0 265,6 163,4 175,4 153,4 22,1 460,9 5,4 6,8 54,9 48,8 12,9 61,8 41,2 4,6 1,1 2,1 9,3 2,7 1,3 5,4 1,5 3,5 0,4 3,8 3,4 2,3 54,2 12,0 446,3 268,0 165,9 102,1 109,6 95,8 13,8 287,9
Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep 2023* 9.043 14.851 92.545 80.387 17.292 97.678 62.609 6.636 1.500 3.083 14.474 4.117 1.882 8.365 2.074 5.322 531 5.868 5.365 3.391 79.900 27.081 781.367 475.776 279.011 196.764 183.404 156.202 27.202 488.995 10,5 17,3 107,5 93,4 20,1 113,5 72,8 7,7 1,7 3,6 16,8 4,8 2,2 9,7 2,4 6,2 0,6 6,8 6,2 3,9 92,9 31,5 908,0 552,9 324,2 228,7 213,1 181,5 31,6 568,3 6,4 10,6 65,9 57,2 12,3 69,5 44,6 4,7 1,1 2,2 10,3 2,9 1,3 6,0 1,5 3,8 0,4 4,2 3,8 2,4 56,9 19,3 556,3 338,7 198,6 140,1 130,6 111,2 19,4 348,1
Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep 2023* 10.989 46.304 121.124 132.714 17.066 149.781 80.084 7.476 1.575 3.985 17.495 5.398 2.237 11.972 2.216 7.252 522 8.179 7.706 4.070 97.154 65.308 1.471.160 979.469 358.371 621.100 290.225 206.145 84.080 781.917 13,2 53,4 140,8 154,3 19,8 174,0 93,1 8,7 1,8 4,6 20,3 6,3 2,6 13,9 2,6 8,4 0,6 9,5 9,0 4,7 112,8 75,9 1.709,7 1.138,3 416,5 721,8 337,3 239,6 97,7 908,7 8,1 32,6 86,0 94,2 12,1 106,3 56,9 5,3 1,1 2,8 12,4 3,8 1,6 8,5 1,6 5,1 0,4 5,8 5,5 2,9 68,9 46,4 1.044,6 695,4 254,4 441,0 206,1 146,4 59,7 555,2
Eenpersoonshuish.: persoon tot 65 jaar 2023* 4.982 12.746 73.800 68.345 21.262 89.607 75.849 7.305 3.623 3.483 19.326 4.124 1.771 9.121 3.122 6.486 856 7.700 5.051 3.884 97.113 1.170 450.366 289.480 145.335 144.145 117.955 91.342 26.610 278.838 2,6 5,9 35,1 32,5 10,1 42,6 36,0 3,5 1,7 1,7 9,2 2,0 0,8 4,3 1,5 3,1 0,4 3,7 2,4 1,8 46,1 0,6 214,0 137,5 69,1 68,5 56,0 43,4 12,6 132,5 2,7 6,1 36,6 33,9 10,5 44,5 37,7 3,6 1,8 1,7 9,6 2,0 0,9 4,5 1,5 3,2 0,4 3,8 2,5 1,9 48,2 0,6 223,6 143,7 72,2 71,6 58,6 45,4 13,2 138,4
Eenpersoonshuish.: persoon vanaf 65 jaar 2023* 4.268 1.967 2.825 39.003 23.673 62.676 44.040 4.719 1.603 1.443 12.549 2.363 1.292 3.986 1.952 4.251 91 2.614 4.514 2.663 67.713 -15.597 534.869 303.663 159.535 144.129 46.190 33.677 12.513 277.395 3,4 1,6 2,3 31,4 19,0 50,4 35,4 3,8 1,3 1,2 10,1 1,9 1,0 3,2 1,6 3,4 0,1 2,1 3,6 2,1 54,5 -12,6 430,4 244,4 128,4 116,0 37,2 27,1 10,1 223,2 3,6 1,7 2,4 32,8 19,9 52,7 37,0 4,0 1,3 1,2 10,6 2,0 1,1 3,4 1,6 3,6 0,1 2,2 3,8 2,2 56,9 -13,1 449,8 255,3 134,1 121,2 38,8 28,3 10,5 233,3
Eenouderhuishouden 2023* 2.157 3.814 18.810 22.368 13.811 36.179 22.560 2.629 623 1.148 5.539 1.341 718 2.550 1.057 1.703 429 1.948 1.576 1.298 36.371 1.826 123.485 74.303 37.464 36.839 38.975 31.853 7.123 88.158 4,8 8,6 42,2 50,2 31,0 81,2 50,6 5,9 1,4 2,6 12,4 3,0 1,6 5,7 2,4 3,8 1,0 4,4 3,5 2,9 81,6 4,1 277,2 166,8 84,1 82,7 87,5 71,5 16,0 197,9 3,1 5,5 26,9 32,0 19,8 51,8 32,3 3,8 0,9 1,6 7,9 1,9 1,0 3,7 1,5 2,4 0,6 2,8 2,3 1,9 52,1 2,6 176,9 106,4 53,7 52,8 55,8 45,6 10,2 126,3
Paar: geen kind (thuis), tot 65 jaar 2023* 997 16.488 106.753 80.244 13.836 94.079 63.039 7.383 2.084 3.743 6.994 4.950 2.251 9.948 2.504 6.066 468 7.060 5.632 3.955 76.874 31.287 776.080 520.372 282.198 238.174 185.356 150.876 34.480 441.065 0,8 14,0 90,9 68,3 11,8 80,1 53,7 6,3 1,8 3,2 6,0 4,2 1,9 8,5 2,1 5,2 0,4 6,0 4,8 3,4 65,5 26,6 660,8 443,1 240,3 202,8 157,8 128,5 29,4 375,6 0,6 9,8 63,3 47,6 8,2 55,8 37,4 4,4 1,2 2,2 4,1 2,9 1,3 5,9 1,5 3,6 0,3 4,2 3,3 2,3 45,6 18,6 460,4 308,7 167,4 141,3 110,0 89,5 20,5 261,6
Paar: geen kind (thuis), vanaf 65 jaar 2023* 610 6.902 18.714 65.057 26.274 91.331 64.300 9.118 1.828 2.924 7.505 4.694 2.782 8.423 2.824 6.635 85 5.016 7.929 4.538 90.574 -17.501 1.219.124 741.257 419.932 321.324 122.912 91.888 31.025 600.780 0,5 5,2 14,1 49,2 19,9 69,0 48,6 6,9 1,4 2,2 5,7 3,5 2,1 6,4 2,1 5,0 0,1 3,8 6,0 3,4 68,4 -13,2 921,1 560,0 317,3 242,8 92,9 69,4 23,4 453,9 0,3 3,6 9,8 34,2 13,8 48,1 33,8 4,8 1,0 1,5 3,9 2,5 1,5 4,4 1,5 3,5 0,0 2,6 4,2 2,4 47,7 -9,2 641,7 390,1 221,0 169,1 64,7 48,4 16,3 316,2
Paar met 1 of 2 kind(eren) 2023* 18.736 30.230 160.976 140.296 43.576 183.872 117.176 13.481 2.386 6.474 28.840 7.682 3.561 15.167 3.976 8.864 1.604 10.370 8.408 6.363 160.751 44.299 1.094.606 664.352 324.206 340.146 353.076 302.981 50.096 783.331 13,1 21,2 112,7 98,2 30,5 128,7 82,0 9,4 1,7 4,5 20,2 5,4 2,5 10,6 2,8 6,2 1,1 7,3 5,9 4,5 112,5 31,0 766,3 465,1 227,0 238,1 247,2 212,1 35,1 548,4 6,5 10,5 56,1 48,9 15,2 64,1 40,8 4,7 0,8 2,3 10,1 2,7 1,2 5,3 1,4 3,1 0,6 3,6 2,9 2,2 56,0 15,4 381,5 231,5 113,0 118,5 123,0 105,6 17,5 273,0
Paar met meer dan 2 kinderen 2023* 8.546 10.148 36.322 40.719 18.500 59.219 33.761 3.512 532 1.698 12.071 1.844 800 3.802 924 2.168 313 2.582 1.951 1.562 52.261 11.483 293.760 175.081 67.152 107.929 90.256 74.622 15.634 208.935 25,3 30,0 107,4 120,4 54,7 175,2 99,9 10,4 1,6 5,0 35,7 5,5 2,4 11,2 2,7 6,4 0,9 7,6 5,8 4,6 154,6 34,0 868,9 517,9 198,6 319,2 267,0 220,7 46,2 618,0 9,7 11,5 41,1 46,1 20,9 67,0 38,2 4,0 0,6 1,9 13,7 2,1 0,9 4,3 1,0 2,5 0,4 2,9 2,2 1,8 59,1 13,0 332,5 198,2 76,0 122,2 102,2 84,5 17,7 236,5
Overige huishoudens 2023* 5.114 13.488 60.294 62.077 25.388 87.466 42.420 4.996 1.052 2.251 8.860 2.907 1.356 5.979 1.451 3.427 580 3.742 3.466 2.353 67.808 24.852 554.025 351.269 184.616 166.653 99.476 74.678 24.798 302.232 9,3 24,6 110,1 113,4 46,4 159,7 77,5 9,1 1,9 4,1 16,2 5,3 2,5 10,9 2,7 6,3 1,1 6,8 6,3 4,3 123,8 45,4 1.011,8 641,5 337,2 304,4 181,7 136,4 45,3 552,0 3,8 10,1 45,1 46,4 19,0 65,4 31,7 3,7 0,8 1,7 6,6 2,2 1,0 4,5 1,1 2,6 0,4 2,8 2,6 1,8 50,7 18,6 414,3 262,7 138,1 124,6 74,4 55,8 18,5 226,0
Inkomensbron: gemengd inkomen 2023* 5.198 63.957 15.485 62.264 11.336 73.599 40.394 4.479 1.080 1.996 9.269 2.762 1.239 5.544 1.411 3.509 392 4.065 2.246 2.403 51.730 23.730 651.249 289.559 76.200 213.359 132.812 90.120 42.692 494.502 8,6 106,3 25,7 103,5 18,8 122,3 67,1 7,4 1,8 3,3 15,4 4,6 2,1 9,2 2,3 5,8 0,7 6,8 3,7 4,0 86,0 39,4 1.082,2 481,2 126,6 354,6 220,7 149,8 70,9 821,7 5,3 64,9 15,7 63,1 11,5 74,6 41,0 4,5 1,1 2,0 9,4 2,8 1,3 5,6 1,4 3,6 0,4 4,1 2,3 2,4 52,5 24,1 660,4 293,6 77,3 216,4 134,7 91,4 43,3 501,5
Inkomensbron: beloning van werknemers 2023* 28.900 18.317 416.103 285.296 65.182 350.480 241.796 26.145 6.577 12.931 53.598 15.771 7.178 33.123 8.490 20.028 2.434 23.699 18.730 13.088 306.978 98.352 2.278.247 1.509.513 881.016 628.496 661.526 571.228 90.298 1.430.260 7,8 4,8 110,3 75,7 17,3 92,9 64,1 6,9 1,7 3,4 14,2 4,2 1,9 8,8 2,3 5,3 0,6 6,3 5,0 3,5 81,4 26,1 604,1 400,3 233,6 166,7 175,4 151,5 23,9 379,3 4,9 3,0 70,3 48,2 11,0 59,2 40,8 4,4 1,1 2,2 9,1 2,7 1,2 5,6 1,4 3,4 0,4 4,0 3,2 2,2 51,8 16,6 384,8 254,9 148,8 106,1 111,7 96,5 15,2 241,5
Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom 2023* 5.926 5.507 18.314 105.684 39.608 145.292 115.122 14.912 3.872 4.734 23.357 7.481 4.237 12.483 5.258 11.142 400 7.800 11.919 7.528 154.730 -39.487 1.522.052 885.433 568.095 317.337 160.024 129.036 30.988 796.643 2,2 2,0 6,7 38,4 14,4 52,8 41,8 5,4 1,4 1,7 8,5 2,7 1,5 4,5 1,9 4,0 0,1 2,8 4,3 2,7 56,2 -14,3 552,8 321,6 206,3 115,3 58,1 46,9 11,3 289,3 1,7 1,6 5,4 30,9 11,6 42,5 33,7 4,4 1,1 1,4 6,8 2,2 1,2 3,6 1,5 3,3 0,1 2,3 3,5 2,2 45,2 -11,5 445,0 258,9 166,1 92,8 46,8 37,7 9,1 232,9
Inkomensbron: inkomen uit vermogen 2023* 645 856 3.711 18.765 1.109 19.874 10.187 764 127 519 1.235 739 263 1.883 200 1.091 24 1.226 1.659 458 11.296 8.547 305.221 272.920 22.608 250.313 36.686 13.745 22.941 68.987 9,6 12,7 55,1 278,4 16,4 294,8 151,1 11,3 1,9 7,7 18,3 11,0 3,9 27,9 3,0 16,2 0,4 18,2 24,6 6,8 167,6 126,8 4.528,2 4.049,0 335,4 3.713,6 544,3 203,9 340,4 1.023,5 6,6 8,7 37,7 190,8 11,3 202,1 103,6 7,8 1,3 5,3 12,6 7,5 2,7 19,1 2,0 11,1 0,2 12,5 16,9 4,7 114,9 86,9 3.104,1 2.775,6 229,9 2.545,7 373,1 139,8 233,3 701,6
Inkomensbron: overige 2023* 4.741 7.146 24.881 46.100 69.085 115.184 55.646 6.843 2.075 2.984 14.225 3.152 1.614 5.943 2.451 3.830 1.176 4.242 3.973 3.139 124.731 -9.323 289.546 162.352 72.519 89.834 63.148 47.788 15.360 190.342 3,4 5,1 17,6 32,7 49,0 81,6 39,4 4,8 1,5 2,1 10,1 2,2 1,1 4,2 1,7 2,7 0,8 3,0 2,8 2,2 88,4 -6,6 205,2 115,0 51,4 63,7 44,7 33,9 10,9 134,9 2,2 3,3 11,6 21,4 32,1 53,5 25,9 3,2 1,0 1,4 6,6 1,5 0,8 2,8 1,1 1,8 0,5 2,0 1,8 1,5 58,0 -4,3 134,6 75,5 33,7 41,8 29,4 22,2 7,1 88,5
Hoofdkostwinner: tot 35 jaar 2023* 3.727 13.203 84.794 68.603 24.050 92.653 67.350 7.476 2.250 3.919 14.468 4.182 1.902 8.913 2.777 5.402 1.242 7.349 4.073 3.397 91.400 10.645 217.081 132.440 43.239 89.201 135.094 109.478 25.616 219.735 2,3 8,2 52,8 42,7 15,0 57,7 42,0 4,7 1,4 2,4 9,0 2,6 1,2 5,6 1,7 3,4 0,8 4,6 2,5 2,1 56,9 6,6 135,3 82,5 26,9 55,6 84,2 68,2 16,0 136,9 1,8 6,5 41,7 33,7 11,8 45,6 33,1 3,7 1,1 1,9 7,1 2,1 0,9 4,4 1,4 2,7 0,6 3,6 2,0 1,7 44,9 5,2 106,7 65,1 21,3 43,9 66,4 53,8 12,6 108,0
Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 2023* 12.214 20.412 105.750 94.453 33.477 127.929 82.914 9.243 2.196 4.597 21.617 5.217 2.318 10.509 2.966 6.317 817 7.642 5.243 4.234 116.391 24.742 534.639 301.613 129.367 172.246 229.472 198.840 30.632 462.499 9,3 15,6 80,6 72,0 25,5 97,5 63,2 7,0 1,7 3,5 16,5 4,0 1,8 8,0 2,3 4,8 0,6 5,8 4,0 3,2 88,7 18,9 407,5 229,9 98,6 131,3 174,9 151,6 23,3 352,5 5,6 9,4 48,8 43,6 15,5 59,0 38,3 4,3 1,0 2,1 10,0 2,4 1,1 4,9 1,4 2,9 0,4 3,5 2,4 2,0 53,7 11,4 246,8 139,2 59,7 79,5 105,9 91,8 14,1 213,5
Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 2023* 15.228 26.394 130.797 120.439 38.543 158.982 100.766 10.824 2.375 5.318 25.447 6.264 2.898 12.767 3.432 7.850 1.288 9.082 7.488 5.732 139.309 36.506 963.048 598.431 288.531 309.900 270.780 226.795 43.985 635.396 10,6 18,4 91,3 84,1 26,9 111,0 70,3 7,6 1,7 3,7 17,8 4,4 2,0 8,9 2,4 5,5 0,9 6,3 5,2 4,0 97,2 25,5 672,1 417,6 201,4 216,3 189,0 158,3 30,7 443,4 6,0 10,4 51,6 47,5 15,2 62,7 39,8 4,3 0,9 2,1 10,0 2,5 1,1 5,0 1,4 3,1 0,5 3,6 3,0 2,3 55,0 14,4 380,0 236,1 113,8 122,3 106,8 89,5 17,4 250,7
Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 2023* 8.753 24.273 128.133 117.465 28.712 146.176 95.222 10.689 3.274 4.590 18.276 6.597 3.048 13.192 3.537 8.468 789 8.755 8.435 5.573 123.934 39.546 1.445.145 960.775 540.423 420.352 232.359 179.363 52.995 716.729 5,6 15,5 81,6 74,8 18,3 93,1 60,6 6,8 2,1 2,9 11,6 4,2 1,9 8,4 2,3 5,4 0,5 5,6 5,4 3,5 78,9 25,2 920,3 611,8 344,1 267,7 148,0 114,2 33,7 456,4 3,6 10,0 53,0 48,6 11,9 60,4 39,4 4,4 1,4 1,9 7,6 2,7 1,3 5,5 1,5 3,5 0,3 3,6 3,5 2,3 51,2 16,3 597,4 397,1 223,4 173,8 96,0 74,1 21,9 296,3
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2023* 5.488 11.501 29.020 117.149 61.538 178.689 116.893 14.911 3.636 4.740 21.876 7.645 4.365 13.595 5.098 11.563 290 8.204 13.288 7.680 178.431 -29.620 1.886.402 1.126.518 618.878 507.640 186.491 137.441 49.051 946.375 2,2 4,1 10,8 43,6 22,9 66,5 43,5 5,6 1,4 1,8 8,1 2,8 1,6 5,1 1,9 4,3 0,1 3,1 4,9 2,9 66,4 -11,0 702,6 419,6 230,5 189,1 69,5 51,2 18,3 352,5 1,7 3,2 8,5 34,2 18,0 52,2 34,1 4,4 1,1 1,4 6,4 2,2 1,3 4,0 1,5 3,4 0,1 2,4 3,9 2,2 52,1 -8,6 551,0 329,1 180,8 148,3 54,5 40,1 14,3 276,4
Woningbezit: eigen woning 2023* 45.120 72.173 358.536 371.388 97.876 469.263 323.851 36.287 7.732 15.485 70.737 21.978 10.500 42.154 11.292 28.883 2.505 29.630 28.155 18.515 421.727 70.355 4.485.719 2.591.491 1.325.432 1.266.059 982.954 821.511 161.443 2.877.182 9,6 15,2 75,9 78,7 20,7 99,4 68,6 7,7 1,6 3,3 15,0 4,7 2,2 8,9 2,4 6,1 0,5 6,3 6,0 3,9 89,3 14,9 949,9 548,8 280,7 268,1 208,2 174,0 34,2 609,3 6,1 9,5 47,7 49,4 13,0 62,4 43,1 4,8 1,0 2,1 9,4 2,9 1,4 5,6 1,5 3,8 0,3 3,9 3,7 2,5 56,1 9,4 596,6 344,7 176,3 168,4 130,7 109,3 21,5 382,7
Woningbezit: huurwoning 2023* 290 23.610 119.958 146.721 88.444 235.166 139.294 16.856 5.999 7.679 30.947 7.927 4.031 16.822 6.518 10.717 1.921 11.402 10.372 8.101 227.738 11.464 560.596 528.286 295.006 233.280 71.242 30.406 40.836 103.552 0,1 6,1 30,9 37,8 22,8 60,6 35,9 4,3 1,5 2,0 8,0 2,0 1,0 4,3 1,7 2,8 0,5 2,9 2,7 2,1 58,7 3,0 144,4 136,1 76,0 60,1 18,3 7,8 10,5 26,7 0,1 4,7 23,7 29,0 17,5 46,5 27,5 3,3 1,2 1,5 6,1 1,6 0,8 3,3 1,3 2,1 0,4 2,3 2,1 1,6 45,0 2,3 110,8 104,4 58,3 46,1 14,1 6,0 8,1 20,5
Vermogenssaldo 1e 10%-groep 2023* 692 2.040 17.024 19.388 14.654 34.042 25.702 2.944 1.224 1.501 6.518 1.362 676 2.783 1.234 1.768 668 2.251 1.423 1.349 40.356 -4.924 -15.982 20.446 5.569 14.877 47.002 23.434 23.568 10.574 0,8 2,4 19,8 22,5 17,0 39,6 29,9 3,4 1,4 1,7 7,6 1,6 0,8 3,2 1,4 2,1 0,8 2,6 1,7 1,6 46,9 -5,7 -18,6 23,8 6,5 17,3 54,6 27,2 27,4 12,3 0,7 2,0 16,8 19,2 14,5 33,7 25,4 2,9 1,2 1,5 6,4 1,3 0,7 2,8 1,2 1,7 0,7 2,2 1,4 1,3 39,9 -4,9 -15,8 20,2 5,5 14,7 46,5 23,2 23,3 10,5
Vermogenssaldo 2e 10%-groep 2023* 319 1.950 21.516 25.822 19.496 45.317 28.984 3.531 1.335 1.555 7.036 1.640 807 3.296 1.426 2.164 459 2.384 1.715 1.635 48.479 -1.513 15.701 20.302 7.881 12.422 6.116 2.187 3.928 1.514 0,4 2,3 25,0 30,0 22,7 52,7 33,7 4,1 1,6 1,8 8,2 1,9 0,9 3,8 1,7 2,5 0,5 2,8 2,0 1,9 56,3 -1,8 18,2 23,6 9,2 14,4 7,1 2,5 4,6 1,8 0,3 1,8 20,0 24,0 18,1 42,2 27,0 3,3 1,2 1,4 6,5 1,5 0,8 3,1 1,3 2,0 0,4 2,2 1,6 1,5 45,1 -1,4 14,6 18,9 7,3 11,6 5,7 2,0 3,7 1,4
Vermogenssaldo 3e 10%-groep 2023* 357 3.870 29.574 31.799 18.748 50.547 31.783 3.854 1.316 1.681 7.225 1.834 930 3.842 1.494 2.524 358 2.711 2.139 1.875 50.531 2.039 49.885 55.892 30.487 25.406 13.843 8.116 5.727 7.835 0,4 4,5 34,4 37,0 21,8 58,7 36,9 4,5 1,5 2,0 8,4 2,1 1,1 4,5 1,7 2,9 0,4 3,2 2,5 2,2 58,7 2,4 58,0 65,0 35,4 29,5 16,1 9,4 6,7 9,1 0,3 3,5 27,0 29,0 17,1 46,2 29,0 3,5 1,2 1,5 6,6 1,7 0,8 3,5 1,4 2,3 0,3 2,5 2,0 1,7 46,1 1,9 45,6 51,0 27,8 23,2 12,6 7,4 5,2 7,2
Vermogenssaldo 4e 10%-groep 2023* 1.128 6.547 35.844 38.799 17.524 56.323 36.319 4.456 1.348 1.903 7.702 2.227 1.135 4.570 1.621 3.019 345 3.132 2.676 2.184 53.843 4.221 118.961 112.876 70.616 42.259 46.111 38.015 8.096 52.196 1,3 7,6 41,7 45,1 20,4 65,5 42,2 5,2 1,6 2,2 9,0 2,6 1,3 5,3 1,9 3,5 0,4 3,6 3,1 2,5 62,6 4,9 138,2 131,2 82,1 49,1 53,6 44,2 9,4 60,7 1,0 5,6 30,8 33,3 15,0 48,3 31,2 3,8 1,2 1,6 6,6 1,9 1,0 3,9 1,4 2,6 0,3 2,7 2,3 1,9 46,2 3,6 102,1 96,9 60,6 36,3 39,6 32,6 6,9 44,8
Vermogenssaldo 5e 10%-groep 2023* 4.047 6.958 49.949 47.295 17.020 64.315 44.608 5.310 1.396 2.286 9.501 2.920 1.432 5.740 1.801 3.834 405 4.049 3.325 2.609 61.628 6.316 232.552 158.551 102.810 55.740 110.506 99.951 10.555 184.507 4,7 8,1 58,0 55,0 19,8 74,7 51,8 6,2 1,6 2,7 11,0 3,4 1,7 6,7 2,1 4,5 0,5 4,7 3,9 3,0 71,6 7,3 270,3 184,3 119,5 64,8 128,4 116,2 12,3 214,4 3,2 5,6 39,9 37,7 13,6 51,3 35,6 4,2 1,1 1,8 7,6 2,3 1,1 4,6 1,4 3,1 0,3 3,2 2,7 2,1 49,2 5,0 185,6 126,5 82,0 44,5 88,2 79,8 8,4 147,2
Vermogenssaldo 6e 10%-groep 2023* 6.481 7.695 55.610 53.001 18.334 71.335 50.499 5.917 1.371 2.489 11.355 3.349 1.645 6.352 1.923 4.378 441 4.475 3.850 2.954 68.833 6.957 361.723 197.599 129.543 68.056 138.580 126.625 11.955 302.703 7,5 8,9 64,6 61,6 21,3 82,9 58,7 6,9 1,6 2,9 13,2 3,9 1,9 7,4 2,2 5,1 0,5 5,2 4,5 3,4 80,0 8,1 420,4 229,6 150,5 79,1 161,0 147,2 13,9 351,8 4,9 5,8 42,2 40,2 13,9 54,1 38,3 4,5 1,0 1,9 8,6 2,5 1,2 4,8 1,5 3,3 0,3 3,4 2,9 2,2 52,2 5,3 274,4 149,9 98,3 51,6 105,1 96,0 9,1 229,6
Vermogenssaldo 7e 10%-groep 2023* 7.412 8.996 57.091 57.429 18.909 76.338 53.555 6.240 1.365 2.567 12.133 3.571 1.769 6.692 1.981 4.696 436 4.647 4.304 3.155 72.464 7.635 499.212 258.386 172.930 85.455 144.441 130.842 13.599 385.267 8,6 10,5 66,3 66,7 22,0 88,7 62,2 7,3 1,6 3,0 14,1 4,1 2,1 7,8 2,3 5,5 0,5 5,4 5,0 3,7 84,2 8,9 580,1 300,3 201,0 99,3 167,9 152,1 15,8 447,7 5,5 6,6 42,2 42,4 14,0 56,4 39,6 4,6 1,0 1,9 9,0 2,6 1,3 4,9 1,5 3,5 0,3 3,4 3,2 2,3 53,5 5,6 368,9 190,9 127,8 63,1 106,7 96,7 10,0 284,7
Vermogenssaldo 8e 10%-groep 2023* 7.790 11.006 60.349 63.177 18.858 82.036 56.379 6.505 1.395 2.673 12.494 3.790 1.872 7.137 2.027 4.991 431 4.887 4.861 3.316 75.237 9.638 667.968 353.598 239.362 114.236 148.757 131.936 16.822 463.128 9,1 12,8 70,1 73,4 21,9 95,3 65,5 7,6 1,6 3,1 14,5 4,4 2,2 8,3 2,4 5,8 0,5 5,7 5,6 3,9 87,4 11,2 776,3 410,9 278,2 132,8 172,9 153,3 19,5 538,2 5,6 8,0 43,6 45,7 13,6 59,3 40,8 4,7 1,0 1,9 9,0 2,7 1,4 5,2 1,5 3,6 0,3 3,5 3,5 2,4 54,4 7,0 483,0 255,7 173,1 82,6 107,6 95,4 12,2 334,9
Vermogenssaldo 9e 10%-groep 2023* 8.130 14.861 66.820 72.528 18.815 91.344 60.390 6.808 1.447 2.856 12.919 4.093 1.986 7.845 2.082 5.382 430 5.307 5.733 3.502 79.205 14.148 925.331 517.363 345.251 172.112 157.401 134.146 23.255 565.368 9,4 17,3 77,7 84,3 21,9 106,2 70,2 7,9 1,7 3,3 15,0 4,8 2,3 9,1 2,4 6,3 0,5 6,2 6,7 4,1 92,0 16,4 1.075,4 601,2 401,2 200,0 182,9 155,9 27,0 657,0 5,7 10,5 47,1 51,2 13,3 64,4 42,6 4,8 1,0 2,0 9,1 2,9 1,4 5,5 1,5 3,8 0,3 3,7 4,0 2,5 55,9 10,0 652,6 364,9 243,5 121,4 111,0 94,6 16,4 398,7
Vermogenssaldo 10e 10%-groep 2023* 9.054 31.860 84.717 108.871 23.962 132.832 74.926 7.578 1.534 3.653 14.801 5.119 2.279 10.719 2.221 6.844 453 7.189 8.501 4.037 98.889 37.302 2.190.964 1.424.764 515.989 908.776 241.439 156.665 84.774 1.007.642 11,0 36,6 98,5 126,5 27,8 154,3 87,1 8,8 1,8 4,2 17,2 5,9 2,6 12,5 2,6 8,0 0,5 8,4 9,9 4,7 114,9 43,4 2.546,2 1.655,8 599,6 1.056,1 280,6 182,1 98,5 1.171,0 6,3 20,9 56,2 72,3 15,9 88,2 49,7 5,0 1,0 2,4 9,8 3,4 1,5 7,1 1,5 4,5 0,3 4,8 5,6 2,7 65,6 24,8 1.454,4 945,8 342,5 603,3 160,3 104,0 56,3 668,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen, consumptie, besparingen en vermogens binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.

Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.

Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Totaal bedrag
Inkomens
Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
Bruto exploitatieoverschot
Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bruto gemengd inkomen
Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Bruto beschikbaar inkomen
Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Sociale overdrachten in natura
Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
Bruto alternatief beschikbaar inkomen
Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Totaal consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Alcoholhoudende dranken en tabak
Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
Kleding en schoenen
Kleding en schoenen
Huisvesting, water en energie
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
Stoffering en huish. apparaten…
Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
Gezondheid
Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
Vervoer
Vervoer
Informatie en communicatie
Informatie en communicatie
Recreatie, sport en cultuur
Recreatie, sport en cultuur
Onderwijs
Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
Werkelijke individuele bestedingen
Werkelijke individuele bestedingen van huishoudens zijn gelijk aan sociale overdrachten in natura plus de consumptieve bestedingen.
Bruto besparingen
Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt.
Vermogens
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.
Vermogenssaldo
Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
Vorderingen
Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
Totaal
Pensioenrechten
Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).

Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.

Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
Overige vorderingen
Overige vorderingen zijn bezittingen van huishoudens exclusief de pensioenrechten.
Schulden
Schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald.
Totaal
Woninghypotheken
Totaal van de hypothecaire leningen. Dit zijn langlopende leningen met als onderpand de woning die door de particulier zelf voor bewoning wordt gebruikt. Het betreft hier de waarde van de woninghypotheken aan het einde van de betreffende periode.

Overige schulden
Overige schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald exclusief de woninghypotheken.
Niet-financiële activa
Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.

Gemiddeld bedrag
Bedrag per huishouden.
Inkomens
Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
Bruto exploitatieoverschot
Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bruto gemengd inkomen
Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Bruto beschikbaar inkomen
Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Sociale overdrachten in natura
Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
Bruto alternatief beschikbaar inkomen
Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag
Totaal consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Alcoholhoudende dranken en tabak
Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
Kleding en schoenen
Kleding en schoenen
Huisvesting, water en energie
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
Stoffering en huish. apparaten…
Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
Gezondheid
Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
Vervoer
Vervoer
Informatie en communicatie
Informatie en communicatie
Recreatie, sport en cultuur
Recreatie, sport en cultuur
Onderwijs
Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
Werkelijke individuele bestedingen
Werkelijke individuele bestedingen van huishoudens zijn gelijk aan sociale overdrachten in natura plus de consumptieve bestedingen.
Bruto besparingen
Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt.
Vermogens
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.
Vermogenssaldo
Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
Vorderingen
Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
Totaal
Pensioenrechten
Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).

Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.

Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
Overige vorderingen
Overige vorderingen zijn bezittingen van huishoudens exclusief de pensioenrechten.
Schulden
Schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald.
Totaal
Woninghypotheken
Totaal van de hypothecaire leningen. Dit zijn langlopende leningen met als onderpand de woning die door de particulier zelf voor bewoning wordt gebruikt. Het betreft hier de waarde van de woninghypotheken aan het einde van de betreffende periode.

Overige schulden
Overige schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald exclusief de woninghypotheken.
Niet-financiële activa
Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.
Gestandaardiseerd bedrag
Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
Inkomens
Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
Bruto exploitatieoverschot
Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bruto gemengd inkomen
Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Bruto beschikbaar inkomen
Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Sociale overdrachten in natura
Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
Bruto alternatief beschikbaar inkomen
Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
Bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Totaal consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
Alcoholhoudende dranken en tabak
Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
Kleding en schoenen
Kleding en schoenen
Huisvesting, water en energie
Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
Stoffering en huish. apparaten…
Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
Gezondheid
Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
Vervoer
Vervoer
Informatie en communicatie
Informatie en communicatie
Recreatie, sport en cultuur
Recreatie, sport en cultuur
Onderwijs
Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
Restaurants en accommodatiediensten
Restaurants en accommodatiediensten
Verzekeringen en financiële diensten
Verzekeringen en financiële diensten
Diverse goederen en diensten
Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
Werkelijke individuele bestedingen
Werkelijke individuele bestedingen van huishoudens zijn gelijk aan sociale overdrachten in natura plus de consumptieve bestedingen.
Bruto besparingen
Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt.
Vermogens
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.
Vermogenssaldo
Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
Vorderingen
Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
Totaal
Pensioenrechten
Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).

Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.

Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
Overige vorderingen
Overige vorderingen zijn bezittingen van huishoudens exclusief de pensioenrechten.
Schulden
Schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald.
Totaal
Woninghypotheken
Totaal van de hypothecaire leningen. Dit zijn langlopende leningen met als onderpand de woning die door de particulier zelf voor bewoning wordt gebruikt. Het betreft hier de waarde van de woninghypotheken aan het einde van de betreffende periode.

Overige schulden
Overige schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald exclusief de woninghypotheken.
Niet-financiële activa
Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.