Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR
| Huishoudenskenmerken | Perioden | Totaal bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (mln euro) | Totaal bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (mln euro) | Totaal bedrag Inkomens Beloning van werknemers (mln euro) | Totaal bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (mln euro) | Totaal bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (mln euro) | Totaal bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Werkelijke individuele bestedingen (mln euro) | Totaal bedrag Bestedingen Bruto besparingen (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Vermogenssaldo (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Totaal (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Vorderingen Overige vorderingen (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Schulden Totaal (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Schulden Woninghypotheken (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Schulden Overige schulden (mln euro) | Totaal bedrag Vermogens Niet-financiële activa (mln euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Beloning van werknemers (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Werkelijke individuele bestedingen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Bruto besparingen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Vermogenssaldo (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Vorderingen Totaal (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Vorderingen Overige vorderingen (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Schulden Totaal (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Schulden Woninghypotheken (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Schulden Overige schulden (1 000 euro) | Gemiddeld bedrag Vermogens Niet-financiële activa (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto exploitatieoverschot (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto gemengd inkomen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Beloning van werknemers (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto beschikbaar inkomen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Sociale overdrachten in natura (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Inkomens Bruto alternatief beschikbaar inkomen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal consumptieve bestedingen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Alcoholhoudende dranken en tabak (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Kleding en schoenen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Huisvesting, water en energie (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Stoffering en huish. apparaten… (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Gezondheid (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Vervoer (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Informatie en communicatie (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Recreatie, sport en cultuur (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Onderwijs (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Restaurants en accommodatiediensten (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Verzekeringen en financiële diensten (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen Diverse goederen en diensten (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Werkelijke individuele bestedingen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Bruto besparingen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vermogenssaldo (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vorderingen Totaal (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vorderingen Pensioenrechten (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Vorderingen Overige vorderingen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Schulden Totaal (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Schulden Woninghypotheken (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Schulden Overige schulden (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Vermogens Niet-financiële activa (1 000 euro) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2023* | 45.410 | 95.783 | 478.494 | 518.109 | 186.320 | 704.429 | 463.145 | 53.143 | 13.731 | 23.164 | 101.684 | 29.905 | 14.531 | 58.976 | 17.810 | 39.600 | 4.426 | 41.032 | 38.527 | 26.616 | 649.465 | 81.819 | 5.046.315 | 3.119.777 | 1.620.438 | 1.499.339 | 1.054.196 | 851.917 | 202.279 | 2.980.734 | 5,3 | 11,1 | 55,6 | 60,2 | 21,7 | 81,9 | 53,8 | 6,2 | 1,6 | 2,7 | 11,8 | 3,5 | 1,7 | 6,9 | 2,1 | 4,6 | 0,5 | 4,8 | 4,5 | 3,1 | 75,5 | 9,5 | 586,4 | 362,6 | 188,3 | 174,2 | 122,5 | 99,0 | 23,5 | 346,4 | 3,6 | 7,6 | 38,0 | 41,2 | 14,8 | 56,0 | 36,8 | 4,2 | 1,1 | 1,8 | 8,1 | 2,4 | 1,2 | 4,7 | 1,4 | 3,1 | 0,4 | 3,3 | 3,1 | 2,1 | 51,6 | 6,5 | 401,2 | 248,0 | 128,8 | 119,2 | 83,8 | 67,7 | 16,1 | 237,0 |
| Beschikbaar inkomen 1e 10%-groep | 2023* | 933 | 2.073 | 4.307 | 7.933 | 17.161 | 25.094 | 26.961 | 3.417 | 1.268 | 1.420 | 6.264 | 1.544 | 830 | 2.707 | 1.321 | 1.954 | 593 | 2.008 | 2.029 | 1.607 | 44.122 | -19.360 | 212.032 | 136.411 | 36.778 | 99.633 | 39.338 | 25.383 | 13.954 | 114.959 | 1,1 | 2,4 | 5,0 | 9,2 | 19,9 | 29,2 | 31,3 | 4,0 | 1,5 | 1,6 | 7,3 | 1,8 | 1,0 | 3,1 | 1,5 | 2,3 | 0,7 | 2,3 | 2,4 | 1,9 | 51,3 | -22,5 | 246,4 | 158,5 | 42,7 | 115,8 | 45,7 | 29,5 | 16,2 | 133,6 | 0,8 | 1,9 | 3,9 | 7,1 | 15,4 | 22,5 | 24,2 | 3,1 | 1,1 | 1,3 | 5,6 | 1,4 | 0,7 | 2,4 | 1,2 | 1,8 | 0,5 | 1,8 | 1,8 | 1,4 | 39,6 | -17,4 | 190,4 | 122,5 | 33,0 | 89,5 | 35,3 | 22,8 | 12,5 | 103,2 |
| Beschikbaar inkomen 2e 10%-groep | 2023* | 539 | 1.971 | 6.805 | 21.651 | 21.263 | 42.914 | 29.579 | 4.085 | 1.244 | 1.396 | 6.740 | 1.805 | 1.023 | 2.985 | 1.525 | 2.450 | 311 | 1.891 | 2.187 | 1.938 | 50.842 | -9.087 | 152.701 | 87.642 | 43.689 | 43.952 | 21.940 | 16.189 | 5.751 | 86.999 | 0,6 | 2,3 | 7,9 | 25,2 | 24,7 | 49,9 | 34,4 | 4,7 | 1,4 | 1,6 | 7,8 | 2,1 | 1,2 | 3,5 | 1,8 | 2,8 | 0,4 | 2,2 | 2,5 | 2,3 | 59,1 | -10,6 | 177,5 | 101,9 | 50,8 | 51,1 | 25,5 | 18,8 | 6,7 | 101,1 | 0,5 | 1,8 | 6,1 | 19,3 | 19,0 | 38,3 | 26,4 | 3,6 | 1,1 | 1,2 | 6,0 | 1,6 | 0,9 | 2,7 | 1,4 | 2,2 | 0,3 | 1,7 | 1,9 | 1,7 | 45,3 | -8,1 | 136,1 | 78,1 | 38,9 | 39,2 | 19,6 | 14,4 | 5,1 | 77,5 |
| Beschikbaar inkomen 3e 10%-groep | 2023* | 818 | 2.259 | 11.659 | 26.850 | 21.535 | 48.385 | 31.368 | 4.167 | 1.266 | 1.525 | 6.690 | 1.925 | 1.076 | 3.408 | 1.526 | 2.721 | 308 | 2.236 | 2.497 | 2.024 | 52.903 | -6.787 | 209.243 | 124.907 | 74.917 | 49.990 | 29.854 | 23.622 | 6.232 | 114.190 | 1,0 | 2,6 | 13,5 | 31,2 | 25,0 | 56,2 | 36,5 | 4,8 | 1,5 | 1,8 | 7,8 | 2,2 | 1,3 | 4,0 | 1,8 | 3,2 | 0,4 | 2,6 | 2,9 | 2,4 | 61,5 | -7,9 | 243,2 | 145,2 | 87,1 | 58,1 | 34,7 | 27,5 | 7,2 | 132,7 | 0,7 | 2,0 | 10,4 | 24,0 | 19,3 | 43,3 | 28,1 | 3,7 | 1,1 | 1,4 | 6,0 | 1,7 | 1,0 | 3,1 | 1,4 | 2,4 | 0,3 | 2,0 | 2,2 | 1,8 | 47,4 | -6,1 | 187,4 | 111,9 | 67,1 | 44,8 | 26,7 | 21,2 | 5,6 | 102,3 |
| Beschikbaar inkomen 4e 10%-groep | 2023* | 1.783 | 3.100 | 22.719 | 33.448 | 18.220 | 51.668 | 36.153 | 4.588 | 1.289 | 1.815 | 7.423 | 2.277 | 1.217 | 4.298 | 1.632 | 3.126 | 342 | 2.967 | 2.925 | 2.255 | 54.373 | -4.581 | 295.172 | 174.234 | 107.696 | 66.538 | 47.970 | 39.568 | 8.403 | 168.908 | 2,1 | 3,6 | 26,4 | 38,9 | 21,2 | 60,0 | 42,0 | 5,3 | 1,5 | 2,1 | 8,6 | 2,6 | 1,4 | 5,0 | 1,9 | 3,6 | 0,4 | 3,4 | 3,4 | 2,6 | 63,2 | -5,3 | 343,0 | 202,5 | 125,2 | 77,3 | 55,7 | 46,0 | 9,8 | 196,3 | 1,5 | 2,7 | 19,4 | 28,6 | 15,6 | 44,2 | 30,9 | 3,9 | 1,1 | 1,6 | 6,3 | 1,9 | 1,0 | 3,7 | 1,4 | 2,7 | 0,3 | 2,5 | 2,5 | 1,9 | 46,5 | -3,9 | 252,5 | 149,0 | 92,1 | 56,9 | 41,0 | 33,8 | 7,2 | 144,5 |
| Beschikbaar inkomen 5e 10%-groep | 2023* | 3.111 | 4.017 | 34.700 | 40.905 | 17.610 | 58.515 | 41.306 | 5.049 | 1.334 | 2.098 | 8.560 | 2.657 | 1.363 | 5.134 | 1.738 | 3.556 | 388 | 3.619 | 3.319 | 2.490 | 58.915 | -996 | 365.530 | 212.690 | 135.692 | 76.998 | 70.666 | 60.250 | 10.415 | 223.505 | 3,6 | 4,7 | 40,3 | 47,5 | 20,5 | 68,0 | 48,0 | 5,9 | 1,6 | 2,4 | 9,9 | 3,1 | 1,6 | 6,0 | 2,0 | 4,1 | 0,5 | 4,2 | 3,9 | 2,9 | 68,5 | -1,2 | 424,8 | 247,2 | 157,7 | 89,5 | 82,1 | 70,0 | 12,1 | 259,7 | 2,5 | 3,3 | 28,3 | 33,3 | 14,3 | 47,6 | 33,6 | 4,1 | 1,1 | 1,7 | 7,0 | 2,2 | 1,1 | 4,2 | 1,4 | 2,9 | 0,3 | 2,9 | 2,7 | 2,0 | 48,0 | -0,8 | 297,6 | 173,2 | 110,5 | 62,7 | 57,5 | 49,1 | 8,5 | 182,0 |
| Beschikbaar inkomen 6e 10%-groep | 2023* | 4.594 | 5.128 | 47.784 | 49.143 | 19.060 | 68.203 | 46.506 | 5.489 | 1.383 | 2.373 | 9.914 | 3.030 | 1.499 | 5.932 | 1.836 | 3.973 | 439 | 4.212 | 3.708 | 2.719 | 65.565 | 4.027 | 432.183 | 255.070 | 163.068 | 92.002 | 96.145 | 83.792 | 12.353 | 273.258 | 5,3 | 6,0 | 55,5 | 57,1 | 22,1 | 79,3 | 54,0 | 6,4 | 1,6 | 2,8 | 11,5 | 3,5 | 1,7 | 6,9 | 2,1 | 4,6 | 0,5 | 4,9 | 4,3 | 3,2 | 76,2 | 4,7 | 502,3 | 296,4 | 189,5 | 106,9 | 111,7 | 97,4 | 14,4 | 317,6 | 3,6 | 4,0 | 37,0 | 38,0 | 14,7 | 52,8 | 36,0 | 4,2 | 1,1 | 1,8 | 7,7 | 2,3 | 1,2 | 4,6 | 1,4 | 3,1 | 0,3 | 3,3 | 2,9 | 2,1 | 50,7 | 3,1 | 334,4 | 197,4 | 126,2 | 71,2 | 74,4 | 64,8 | 9,6 | 211,5 |
| Beschikbaar inkomen 7e 10%-groep | 2023* | 6.104 | 6.723 | 61.284 | 57.809 | 19.304 | 77.113 | 51.770 | 5.932 | 1.420 | 2.624 | 11.347 | 3.404 | 1.640 | 6.711 | 1.932 | 4.410 | 481 | 4.769 | 4.146 | 2.953 | 71.074 | 9.650 | 512.133 | 304.390 | 192.646 | 111.744 | 123.682 | 108.807 | 14.875 | 331.425 | 7,1 | 7,8 | 71,2 | 67,2 | 22,4 | 89,6 | 60,2 | 6,9 | 1,7 | 3,0 | 13,2 | 4,0 | 1,9 | 7,8 | 2,2 | 5,1 | 0,6 | 5,5 | 4,8 | 3,4 | 82,6 | 11,2 | 595,2 | 353,7 | 223,9 | 129,9 | 143,7 | 126,4 | 17,3 | 385,2 | 4,5 | 5,0 | 45,6 | 43,0 | 14,4 | 57,3 | 38,5 | 4,4 | 1,1 | 2,0 | 8,4 | 2,5 | 1,2 | 5,0 | 1,4 | 3,3 | 0,4 | 3,5 | 3,1 | 2,2 | 52,9 | 7,2 | 380,8 | 226,4 | 143,3 | 83,1 | 92,0 | 80,9 | 11,1 | 246,5 |
| Beschikbaar inkomen 8e 10%-groep | 2023* | 7.496 | 9.357 | 75.567 | 67.269 | 17.809 | 85.078 | 56.809 | 6.304 | 1.452 | 2.845 | 12.777 | 3.748 | 1.764 | 7.464 | 2.010 | 4.836 | 511 | 5.283 | 4.645 | 3.169 | 74.617 | 16.564 | 614.794 | 369.188 | 228.570 | 140.618 | 150.972 | 131.959 | 19.014 | 396.578 | 8,7 | 10,9 | 87,8 | 78,2 | 20,7 | 98,9 | 66,0 | 7,3 | 1,7 | 3,3 | 14,8 | 4,4 | 2,1 | 8,7 | 2,3 | 5,6 | 0,6 | 6,1 | 5,4 | 3,7 | 86,7 | 19,2 | 714,5 | 429,0 | 265,6 | 163,4 | 175,4 | 153,4 | 22,1 | 460,9 | 5,4 | 6,8 | 54,9 | 48,8 | 12,9 | 61,8 | 41,2 | 4,6 | 1,1 | 2,1 | 9,3 | 2,7 | 1,3 | 5,4 | 1,5 | 3,5 | 0,4 | 3,8 | 3,4 | 2,3 | 54,2 | 12,0 | 446,3 | 268,0 | 165,9 | 102,1 | 109,6 | 95,8 | 13,8 | 287,9 |
| Beschikbaar inkomen 9e 10%-groep | 2023* | 9.043 | 14.851 | 92.545 | 80.387 | 17.292 | 97.678 | 62.609 | 6.636 | 1.500 | 3.083 | 14.474 | 4.117 | 1.882 | 8.365 | 2.074 | 5.322 | 531 | 5.868 | 5.365 | 3.391 | 79.900 | 27.081 | 781.367 | 475.776 | 279.011 | 196.764 | 183.404 | 156.202 | 27.202 | 488.995 | 10,5 | 17,3 | 107,5 | 93,4 | 20,1 | 113,5 | 72,8 | 7,7 | 1,7 | 3,6 | 16,8 | 4,8 | 2,2 | 9,7 | 2,4 | 6,2 | 0,6 | 6,8 | 6,2 | 3,9 | 92,9 | 31,5 | 908,0 | 552,9 | 324,2 | 228,7 | 213,1 | 181,5 | 31,6 | 568,3 | 6,4 | 10,6 | 65,9 | 57,2 | 12,3 | 69,5 | 44,6 | 4,7 | 1,1 | 2,2 | 10,3 | 2,9 | 1,3 | 6,0 | 1,5 | 3,8 | 0,4 | 4,2 | 3,8 | 2,4 | 56,9 | 19,3 | 556,3 | 338,7 | 198,6 | 140,1 | 130,6 | 111,2 | 19,4 | 348,1 |
| Beschikbaar inkomen 10e 10%-groep | 2023* | 10.989 | 46.304 | 121.124 | 132.714 | 17.066 | 149.781 | 80.084 | 7.476 | 1.575 | 3.985 | 17.495 | 5.398 | 2.237 | 11.972 | 2.216 | 7.252 | 522 | 8.179 | 7.706 | 4.070 | 97.154 | 65.308 | 1.471.160 | 979.469 | 358.371 | 621.100 | 290.225 | 206.145 | 84.080 | 781.917 | 13,2 | 53,4 | 140,8 | 154,3 | 19,8 | 174,0 | 93,1 | 8,7 | 1,8 | 4,6 | 20,3 | 6,3 | 2,6 | 13,9 | 2,6 | 8,4 | 0,6 | 9,5 | 9,0 | 4,7 | 112,8 | 75,9 | 1.709,7 | 1.138,3 | 416,5 | 721,8 | 337,3 | 239,6 | 97,7 | 908,7 | 8,1 | 32,6 | 86,0 | 94,2 | 12,1 | 106,3 | 56,9 | 5,3 | 1,1 | 2,8 | 12,4 | 3,8 | 1,6 | 8,5 | 1,6 | 5,1 | 0,4 | 5,8 | 5,5 | 2,9 | 68,9 | 46,4 | 1.044,6 | 695,4 | 254,4 | 441,0 | 206,1 | 146,4 | 59,7 | 555,2 |
| Eenpersoonshuish.: persoon tot 65 jaar | 2023* | 4.982 | 12.746 | 73.800 | 68.345 | 21.262 | 89.607 | 75.849 | 7.305 | 3.623 | 3.483 | 19.326 | 4.124 | 1.771 | 9.121 | 3.122 | 6.486 | 856 | 7.700 | 5.051 | 3.884 | 97.113 | 1.170 | 450.366 | 289.480 | 145.335 | 144.145 | 117.955 | 91.342 | 26.610 | 278.838 | 2,6 | 5,9 | 35,1 | 32,5 | 10,1 | 42,6 | 36,0 | 3,5 | 1,7 | 1,7 | 9,2 | 2,0 | 0,8 | 4,3 | 1,5 | 3,1 | 0,4 | 3,7 | 2,4 | 1,8 | 46,1 | 0,6 | 214,0 | 137,5 | 69,1 | 68,5 | 56,0 | 43,4 | 12,6 | 132,5 | 2,7 | 6,1 | 36,6 | 33,9 | 10,5 | 44,5 | 37,7 | 3,6 | 1,8 | 1,7 | 9,6 | 2,0 | 0,9 | 4,5 | 1,5 | 3,2 | 0,4 | 3,8 | 2,5 | 1,9 | 48,2 | 0,6 | 223,6 | 143,7 | 72,2 | 71,6 | 58,6 | 45,4 | 13,2 | 138,4 |
| Eenpersoonshuish.: persoon vanaf 65 jaar | 2023* | 4.268 | 1.967 | 2.825 | 39.003 | 23.673 | 62.676 | 44.040 | 4.719 | 1.603 | 1.443 | 12.549 | 2.363 | 1.292 | 3.986 | 1.952 | 4.251 | 91 | 2.614 | 4.514 | 2.663 | 67.713 | -15.597 | 534.869 | 303.663 | 159.535 | 144.129 | 46.190 | 33.677 | 12.513 | 277.395 | 3,4 | 1,6 | 2,3 | 31,4 | 19,0 | 50,4 | 35,4 | 3,8 | 1,3 | 1,2 | 10,1 | 1,9 | 1,0 | 3,2 | 1,6 | 3,4 | 0,1 | 2,1 | 3,6 | 2,1 | 54,5 | -12,6 | 430,4 | 244,4 | 128,4 | 116,0 | 37,2 | 27,1 | 10,1 | 223,2 | 3,6 | 1,7 | 2,4 | 32,8 | 19,9 | 52,7 | 37,0 | 4,0 | 1,3 | 1,2 | 10,6 | 2,0 | 1,1 | 3,4 | 1,6 | 3,6 | 0,1 | 2,2 | 3,8 | 2,2 | 56,9 | -13,1 | 449,8 | 255,3 | 134,1 | 121,2 | 38,8 | 28,3 | 10,5 | 233,3 |
| Eenouderhuishouden | 2023* | 2.157 | 3.814 | 18.810 | 22.368 | 13.811 | 36.179 | 22.560 | 2.629 | 623 | 1.148 | 5.539 | 1.341 | 718 | 2.550 | 1.057 | 1.703 | 429 | 1.948 | 1.576 | 1.298 | 36.371 | 1.826 | 123.485 | 74.303 | 37.464 | 36.839 | 38.975 | 31.853 | 7.123 | 88.158 | 4,8 | 8,6 | 42,2 | 50,2 | 31,0 | 81,2 | 50,6 | 5,9 | 1,4 | 2,6 | 12,4 | 3,0 | 1,6 | 5,7 | 2,4 | 3,8 | 1,0 | 4,4 | 3,5 | 2,9 | 81,6 | 4,1 | 277,2 | 166,8 | 84,1 | 82,7 | 87,5 | 71,5 | 16,0 | 197,9 | 3,1 | 5,5 | 26,9 | 32,0 | 19,8 | 51,8 | 32,3 | 3,8 | 0,9 | 1,6 | 7,9 | 1,9 | 1,0 | 3,7 | 1,5 | 2,4 | 0,6 | 2,8 | 2,3 | 1,9 | 52,1 | 2,6 | 176,9 | 106,4 | 53,7 | 52,8 | 55,8 | 45,6 | 10,2 | 126,3 |
| Paar: geen kind (thuis), tot 65 jaar | 2023* | 997 | 16.488 | 106.753 | 80.244 | 13.836 | 94.079 | 63.039 | 7.383 | 2.084 | 3.743 | 6.994 | 4.950 | 2.251 | 9.948 | 2.504 | 6.066 | 468 | 7.060 | 5.632 | 3.955 | 76.874 | 31.287 | 776.080 | 520.372 | 282.198 | 238.174 | 185.356 | 150.876 | 34.480 | 441.065 | 0,8 | 14,0 | 90,9 | 68,3 | 11,8 | 80,1 | 53,7 | 6,3 | 1,8 | 3,2 | 6,0 | 4,2 | 1,9 | 8,5 | 2,1 | 5,2 | 0,4 | 6,0 | 4,8 | 3,4 | 65,5 | 26,6 | 660,8 | 443,1 | 240,3 | 202,8 | 157,8 | 128,5 | 29,4 | 375,6 | 0,6 | 9,8 | 63,3 | 47,6 | 8,2 | 55,8 | 37,4 | 4,4 | 1,2 | 2,2 | 4,1 | 2,9 | 1,3 | 5,9 | 1,5 | 3,6 | 0,3 | 4,2 | 3,3 | 2,3 | 45,6 | 18,6 | 460,4 | 308,7 | 167,4 | 141,3 | 110,0 | 89,5 | 20,5 | 261,6 |
| Paar: geen kind (thuis), vanaf 65 jaar | 2023* | 610 | 6.902 | 18.714 | 65.057 | 26.274 | 91.331 | 64.300 | 9.118 | 1.828 | 2.924 | 7.505 | 4.694 | 2.782 | 8.423 | 2.824 | 6.635 | 85 | 5.016 | 7.929 | 4.538 | 90.574 | -17.501 | 1.219.124 | 741.257 | 419.932 | 321.324 | 122.912 | 91.888 | 31.025 | 600.780 | 0,5 | 5,2 | 14,1 | 49,2 | 19,9 | 69,0 | 48,6 | 6,9 | 1,4 | 2,2 | 5,7 | 3,5 | 2,1 | 6,4 | 2,1 | 5,0 | 0,1 | 3,8 | 6,0 | 3,4 | 68,4 | -13,2 | 921,1 | 560,0 | 317,3 | 242,8 | 92,9 | 69,4 | 23,4 | 453,9 | 0,3 | 3,6 | 9,8 | 34,2 | 13,8 | 48,1 | 33,8 | 4,8 | 1,0 | 1,5 | 3,9 | 2,5 | 1,5 | 4,4 | 1,5 | 3,5 | 0,0 | 2,6 | 4,2 | 2,4 | 47,7 | -9,2 | 641,7 | 390,1 | 221,0 | 169,1 | 64,7 | 48,4 | 16,3 | 316,2 |
| Paar met 1 of 2 kind(eren) | 2023* | 18.736 | 30.230 | 160.976 | 140.296 | 43.576 | 183.872 | 117.176 | 13.481 | 2.386 | 6.474 | 28.840 | 7.682 | 3.561 | 15.167 | 3.976 | 8.864 | 1.604 | 10.370 | 8.408 | 6.363 | 160.751 | 44.299 | 1.094.606 | 664.352 | 324.206 | 340.146 | 353.076 | 302.981 | 50.096 | 783.331 | 13,1 | 21,2 | 112,7 | 98,2 | 30,5 | 128,7 | 82,0 | 9,4 | 1,7 | 4,5 | 20,2 | 5,4 | 2,5 | 10,6 | 2,8 | 6,2 | 1,1 | 7,3 | 5,9 | 4,5 | 112,5 | 31,0 | 766,3 | 465,1 | 227,0 | 238,1 | 247,2 | 212,1 | 35,1 | 548,4 | 6,5 | 10,5 | 56,1 | 48,9 | 15,2 | 64,1 | 40,8 | 4,7 | 0,8 | 2,3 | 10,1 | 2,7 | 1,2 | 5,3 | 1,4 | 3,1 | 0,6 | 3,6 | 2,9 | 2,2 | 56,0 | 15,4 | 381,5 | 231,5 | 113,0 | 118,5 | 123,0 | 105,6 | 17,5 | 273,0 |
| Paar met meer dan 2 kinderen | 2023* | 8.546 | 10.148 | 36.322 | 40.719 | 18.500 | 59.219 | 33.761 | 3.512 | 532 | 1.698 | 12.071 | 1.844 | 800 | 3.802 | 924 | 2.168 | 313 | 2.582 | 1.951 | 1.562 | 52.261 | 11.483 | 293.760 | 175.081 | 67.152 | 107.929 | 90.256 | 74.622 | 15.634 | 208.935 | 25,3 | 30,0 | 107,4 | 120,4 | 54,7 | 175,2 | 99,9 | 10,4 | 1,6 | 5,0 | 35,7 | 5,5 | 2,4 | 11,2 | 2,7 | 6,4 | 0,9 | 7,6 | 5,8 | 4,6 | 154,6 | 34,0 | 868,9 | 517,9 | 198,6 | 319,2 | 267,0 | 220,7 | 46,2 | 618,0 | 9,7 | 11,5 | 41,1 | 46,1 | 20,9 | 67,0 | 38,2 | 4,0 | 0,6 | 1,9 | 13,7 | 2,1 | 0,9 | 4,3 | 1,0 | 2,5 | 0,4 | 2,9 | 2,2 | 1,8 | 59,1 | 13,0 | 332,5 | 198,2 | 76,0 | 122,2 | 102,2 | 84,5 | 17,7 | 236,5 |
| Overige huishoudens | 2023* | 5.114 | 13.488 | 60.294 | 62.077 | 25.388 | 87.466 | 42.420 | 4.996 | 1.052 | 2.251 | 8.860 | 2.907 | 1.356 | 5.979 | 1.451 | 3.427 | 580 | 3.742 | 3.466 | 2.353 | 67.808 | 24.852 | 554.025 | 351.269 | 184.616 | 166.653 | 99.476 | 74.678 | 24.798 | 302.232 | 9,3 | 24,6 | 110,1 | 113,4 | 46,4 | 159,7 | 77,5 | 9,1 | 1,9 | 4,1 | 16,2 | 5,3 | 2,5 | 10,9 | 2,7 | 6,3 | 1,1 | 6,8 | 6,3 | 4,3 | 123,8 | 45,4 | 1.011,8 | 641,5 | 337,2 | 304,4 | 181,7 | 136,4 | 45,3 | 552,0 | 3,8 | 10,1 | 45,1 | 46,4 | 19,0 | 65,4 | 31,7 | 3,7 | 0,8 | 1,7 | 6,6 | 2,2 | 1,0 | 4,5 | 1,1 | 2,6 | 0,4 | 2,8 | 2,6 | 1,8 | 50,7 | 18,6 | 414,3 | 262,7 | 138,1 | 124,6 | 74,4 | 55,8 | 18,5 | 226,0 |
| Inkomensbron: gemengd inkomen | 2023* | 5.198 | 63.957 | 15.485 | 62.264 | 11.336 | 73.599 | 40.394 | 4.479 | 1.080 | 1.996 | 9.269 | 2.762 | 1.239 | 5.544 | 1.411 | 3.509 | 392 | 4.065 | 2.246 | 2.403 | 51.730 | 23.730 | 651.249 | 289.559 | 76.200 | 213.359 | 132.812 | 90.120 | 42.692 | 494.502 | 8,6 | 106,3 | 25,7 | 103,5 | 18,8 | 122,3 | 67,1 | 7,4 | 1,8 | 3,3 | 15,4 | 4,6 | 2,1 | 9,2 | 2,3 | 5,8 | 0,7 | 6,8 | 3,7 | 4,0 | 86,0 | 39,4 | 1.082,2 | 481,2 | 126,6 | 354,6 | 220,7 | 149,8 | 70,9 | 821,7 | 5,3 | 64,9 | 15,7 | 63,1 | 11,5 | 74,6 | 41,0 | 4,5 | 1,1 | 2,0 | 9,4 | 2,8 | 1,3 | 5,6 | 1,4 | 3,6 | 0,4 | 4,1 | 2,3 | 2,4 | 52,5 | 24,1 | 660,4 | 293,6 | 77,3 | 216,4 | 134,7 | 91,4 | 43,3 | 501,5 |
| Inkomensbron: beloning van werknemers | 2023* | 28.900 | 18.317 | 416.103 | 285.296 | 65.182 | 350.480 | 241.796 | 26.145 | 6.577 | 12.931 | 53.598 | 15.771 | 7.178 | 33.123 | 8.490 | 20.028 | 2.434 | 23.699 | 18.730 | 13.088 | 306.978 | 98.352 | 2.278.247 | 1.509.513 | 881.016 | 628.496 | 661.526 | 571.228 | 90.298 | 1.430.260 | 7,8 | 4,8 | 110,3 | 75,7 | 17,3 | 92,9 | 64,1 | 6,9 | 1,7 | 3,4 | 14,2 | 4,2 | 1,9 | 8,8 | 2,3 | 5,3 | 0,6 | 6,3 | 5,0 | 3,5 | 81,4 | 26,1 | 604,1 | 400,3 | 233,6 | 166,7 | 175,4 | 151,5 | 23,9 | 379,3 | 4,9 | 3,0 | 70,3 | 48,2 | 11,0 | 59,2 | 40,8 | 4,4 | 1,1 | 2,2 | 9,1 | 2,7 | 1,2 | 5,6 | 1,4 | 3,4 | 0,4 | 4,0 | 3,2 | 2,2 | 51,8 | 16,6 | 384,8 | 254,9 | 148,8 | 106,1 | 111,7 | 96,5 | 15,2 | 241,5 |
| Inkomensbron: uitkering i.v.m. ouderdom | 2023* | 5.926 | 5.507 | 18.314 | 105.684 | 39.608 | 145.292 | 115.122 | 14.912 | 3.872 | 4.734 | 23.357 | 7.481 | 4.237 | 12.483 | 5.258 | 11.142 | 400 | 7.800 | 11.919 | 7.528 | 154.730 | -39.487 | 1.522.052 | 885.433 | 568.095 | 317.337 | 160.024 | 129.036 | 30.988 | 796.643 | 2,2 | 2,0 | 6,7 | 38,4 | 14,4 | 52,8 | 41,8 | 5,4 | 1,4 | 1,7 | 8,5 | 2,7 | 1,5 | 4,5 | 1,9 | 4,0 | 0,1 | 2,8 | 4,3 | 2,7 | 56,2 | -14,3 | 552,8 | 321,6 | 206,3 | 115,3 | 58,1 | 46,9 | 11,3 | 289,3 | 1,7 | 1,6 | 5,4 | 30,9 | 11,6 | 42,5 | 33,7 | 4,4 | 1,1 | 1,4 | 6,8 | 2,2 | 1,2 | 3,6 | 1,5 | 3,3 | 0,1 | 2,3 | 3,5 | 2,2 | 45,2 | -11,5 | 445,0 | 258,9 | 166,1 | 92,8 | 46,8 | 37,7 | 9,1 | 232,9 |
| Inkomensbron: inkomen uit vermogen | 2023* | 645 | 856 | 3.711 | 18.765 | 1.109 | 19.874 | 10.187 | 764 | 127 | 519 | 1.235 | 739 | 263 | 1.883 | 200 | 1.091 | 24 | 1.226 | 1.659 | 458 | 11.296 | 8.547 | 305.221 | 272.920 | 22.608 | 250.313 | 36.686 | 13.745 | 22.941 | 68.987 | 9,6 | 12,7 | 55,1 | 278,4 | 16,4 | 294,8 | 151,1 | 11,3 | 1,9 | 7,7 | 18,3 | 11,0 | 3,9 | 27,9 | 3,0 | 16,2 | 0,4 | 18,2 | 24,6 | 6,8 | 167,6 | 126,8 | 4.528,2 | 4.049,0 | 335,4 | 3.713,6 | 544,3 | 203,9 | 340,4 | 1.023,5 | 6,6 | 8,7 | 37,7 | 190,8 | 11,3 | 202,1 | 103,6 | 7,8 | 1,3 | 5,3 | 12,6 | 7,5 | 2,7 | 19,1 | 2,0 | 11,1 | 0,2 | 12,5 | 16,9 | 4,7 | 114,9 | 86,9 | 3.104,1 | 2.775,6 | 229,9 | 2.545,7 | 373,1 | 139,8 | 233,3 | 701,6 |
| Inkomensbron: overige | 2023* | 4.741 | 7.146 | 24.881 | 46.100 | 69.085 | 115.184 | 55.646 | 6.843 | 2.075 | 2.984 | 14.225 | 3.152 | 1.614 | 5.943 | 2.451 | 3.830 | 1.176 | 4.242 | 3.973 | 3.139 | 124.731 | -9.323 | 289.546 | 162.352 | 72.519 | 89.834 | 63.148 | 47.788 | 15.360 | 190.342 | 3,4 | 5,1 | 17,6 | 32,7 | 49,0 | 81,6 | 39,4 | 4,8 | 1,5 | 2,1 | 10,1 | 2,2 | 1,1 | 4,2 | 1,7 | 2,7 | 0,8 | 3,0 | 2,8 | 2,2 | 88,4 | -6,6 | 205,2 | 115,0 | 51,4 | 63,7 | 44,7 | 33,9 | 10,9 | 134,9 | 2,2 | 3,3 | 11,6 | 21,4 | 32,1 | 53,5 | 25,9 | 3,2 | 1,0 | 1,4 | 6,6 | 1,5 | 0,8 | 2,8 | 1,1 | 1,8 | 0,5 | 2,0 | 1,8 | 1,5 | 58,0 | -4,3 | 134,6 | 75,5 | 33,7 | 41,8 | 29,4 | 22,2 | 7,1 | 88,5 |
| Hoofdkostwinner: tot 35 jaar | 2023* | 3.727 | 13.203 | 84.794 | 68.603 | 24.050 | 92.653 | 67.350 | 7.476 | 2.250 | 3.919 | 14.468 | 4.182 | 1.902 | 8.913 | 2.777 | 5.402 | 1.242 | 7.349 | 4.073 | 3.397 | 91.400 | 10.645 | 217.081 | 132.440 | 43.239 | 89.201 | 135.094 | 109.478 | 25.616 | 219.735 | 2,3 | 8,2 | 52,8 | 42,7 | 15,0 | 57,7 | 42,0 | 4,7 | 1,4 | 2,4 | 9,0 | 2,6 | 1,2 | 5,6 | 1,7 | 3,4 | 0,8 | 4,6 | 2,5 | 2,1 | 56,9 | 6,6 | 135,3 | 82,5 | 26,9 | 55,6 | 84,2 | 68,2 | 16,0 | 136,9 | 1,8 | 6,5 | 41,7 | 33,7 | 11,8 | 45,6 | 33,1 | 3,7 | 1,1 | 1,9 | 7,1 | 2,1 | 0,9 | 4,4 | 1,4 | 2,7 | 0,6 | 3,6 | 2,0 | 1,7 | 44,9 | 5,2 | 106,7 | 65,1 | 21,3 | 43,9 | 66,4 | 53,8 | 12,6 | 108,0 |
| Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar | 2023* | 12.214 | 20.412 | 105.750 | 94.453 | 33.477 | 127.929 | 82.914 | 9.243 | 2.196 | 4.597 | 21.617 | 5.217 | 2.318 | 10.509 | 2.966 | 6.317 | 817 | 7.642 | 5.243 | 4.234 | 116.391 | 24.742 | 534.639 | 301.613 | 129.367 | 172.246 | 229.472 | 198.840 | 30.632 | 462.499 | 9,3 | 15,6 | 80,6 | 72,0 | 25,5 | 97,5 | 63,2 | 7,0 | 1,7 | 3,5 | 16,5 | 4,0 | 1,8 | 8,0 | 2,3 | 4,8 | 0,6 | 5,8 | 4,0 | 3,2 | 88,7 | 18,9 | 407,5 | 229,9 | 98,6 | 131,3 | 174,9 | 151,6 | 23,3 | 352,5 | 5,6 | 9,4 | 48,8 | 43,6 | 15,5 | 59,0 | 38,3 | 4,3 | 1,0 | 2,1 | 10,0 | 2,4 | 1,1 | 4,9 | 1,4 | 2,9 | 0,4 | 3,5 | 2,4 | 2,0 | 53,7 | 11,4 | 246,8 | 139,2 | 59,7 | 79,5 | 105,9 | 91,8 | 14,1 | 213,5 |
| Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar | 2023* | 15.228 | 26.394 | 130.797 | 120.439 | 38.543 | 158.982 | 100.766 | 10.824 | 2.375 | 5.318 | 25.447 | 6.264 | 2.898 | 12.767 | 3.432 | 7.850 | 1.288 | 9.082 | 7.488 | 5.732 | 139.309 | 36.506 | 963.048 | 598.431 | 288.531 | 309.900 | 270.780 | 226.795 | 43.985 | 635.396 | 10,6 | 18,4 | 91,3 | 84,1 | 26,9 | 111,0 | 70,3 | 7,6 | 1,7 | 3,7 | 17,8 | 4,4 | 2,0 | 8,9 | 2,4 | 5,5 | 0,9 | 6,3 | 5,2 | 4,0 | 97,2 | 25,5 | 672,1 | 417,6 | 201,4 | 216,3 | 189,0 | 158,3 | 30,7 | 443,4 | 6,0 | 10,4 | 51,6 | 47,5 | 15,2 | 62,7 | 39,8 | 4,3 | 0,9 | 2,1 | 10,0 | 2,5 | 1,1 | 5,0 | 1,4 | 3,1 | 0,5 | 3,6 | 3,0 | 2,3 | 55,0 | 14,4 | 380,0 | 236,1 | 113,8 | 122,3 | 106,8 | 89,5 | 17,4 | 250,7 |
| Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar | 2023* | 8.753 | 24.273 | 128.133 | 117.465 | 28.712 | 146.176 | 95.222 | 10.689 | 3.274 | 4.590 | 18.276 | 6.597 | 3.048 | 13.192 | 3.537 | 8.468 | 789 | 8.755 | 8.435 | 5.573 | 123.934 | 39.546 | 1.445.145 | 960.775 | 540.423 | 420.352 | 232.359 | 179.363 | 52.995 | 716.729 | 5,6 | 15,5 | 81,6 | 74,8 | 18,3 | 93,1 | 60,6 | 6,8 | 2,1 | 2,9 | 11,6 | 4,2 | 1,9 | 8,4 | 2,3 | 5,4 | 0,5 | 5,6 | 5,4 | 3,5 | 78,9 | 25,2 | 920,3 | 611,8 | 344,1 | 267,7 | 148,0 | 114,2 | 33,7 | 456,4 | 3,6 | 10,0 | 53,0 | 48,6 | 11,9 | 60,4 | 39,4 | 4,4 | 1,4 | 1,9 | 7,6 | 2,7 | 1,3 | 5,5 | 1,5 | 3,5 | 0,3 | 3,6 | 3,5 | 2,3 | 51,2 | 16,3 | 597,4 | 397,1 | 223,4 | 173,8 | 96,0 | 74,1 | 21,9 | 296,3 |
| Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder | 2023* | 5.488 | 11.501 | 29.020 | 117.149 | 61.538 | 178.689 | 116.893 | 14.911 | 3.636 | 4.740 | 21.876 | 7.645 | 4.365 | 13.595 | 5.098 | 11.563 | 290 | 8.204 | 13.288 | 7.680 | 178.431 | -29.620 | 1.886.402 | 1.126.518 | 618.878 | 507.640 | 186.491 | 137.441 | 49.051 | 946.375 | 2,2 | 4,1 | 10,8 | 43,6 | 22,9 | 66,5 | 43,5 | 5,6 | 1,4 | 1,8 | 8,1 | 2,8 | 1,6 | 5,1 | 1,9 | 4,3 | 0,1 | 3,1 | 4,9 | 2,9 | 66,4 | -11,0 | 702,6 | 419,6 | 230,5 | 189,1 | 69,5 | 51,2 | 18,3 | 352,5 | 1,7 | 3,2 | 8,5 | 34,2 | 18,0 | 52,2 | 34,1 | 4,4 | 1,1 | 1,4 | 6,4 | 2,2 | 1,3 | 4,0 | 1,5 | 3,4 | 0,1 | 2,4 | 3,9 | 2,2 | 52,1 | -8,6 | 551,0 | 329,1 | 180,8 | 148,3 | 54,5 | 40,1 | 14,3 | 276,4 |
| Woningbezit: eigen woning | 2023* | 45.120 | 72.173 | 358.536 | 371.388 | 97.876 | 469.263 | 323.851 | 36.287 | 7.732 | 15.485 | 70.737 | 21.978 | 10.500 | 42.154 | 11.292 | 28.883 | 2.505 | 29.630 | 28.155 | 18.515 | 421.727 | 70.355 | 4.485.719 | 2.591.491 | 1.325.432 | 1.266.059 | 982.954 | 821.511 | 161.443 | 2.877.182 | 9,6 | 15,2 | 75,9 | 78,7 | 20,7 | 99,4 | 68,6 | 7,7 | 1,6 | 3,3 | 15,0 | 4,7 | 2,2 | 8,9 | 2,4 | 6,1 | 0,5 | 6,3 | 6,0 | 3,9 | 89,3 | 14,9 | 949,9 | 548,8 | 280,7 | 268,1 | 208,2 | 174,0 | 34,2 | 609,3 | 6,1 | 9,5 | 47,7 | 49,4 | 13,0 | 62,4 | 43,1 | 4,8 | 1,0 | 2,1 | 9,4 | 2,9 | 1,4 | 5,6 | 1,5 | 3,8 | 0,3 | 3,9 | 3,7 | 2,5 | 56,1 | 9,4 | 596,6 | 344,7 | 176,3 | 168,4 | 130,7 | 109,3 | 21,5 | 382,7 |
| Woningbezit: huurwoning | 2023* | 290 | 23.610 | 119.958 | 146.721 | 88.444 | 235.166 | 139.294 | 16.856 | 5.999 | 7.679 | 30.947 | 7.927 | 4.031 | 16.822 | 6.518 | 10.717 | 1.921 | 11.402 | 10.372 | 8.101 | 227.738 | 11.464 | 560.596 | 528.286 | 295.006 | 233.280 | 71.242 | 30.406 | 40.836 | 103.552 | 0,1 | 6,1 | 30,9 | 37,8 | 22,8 | 60,6 | 35,9 | 4,3 | 1,5 | 2,0 | 8,0 | 2,0 | 1,0 | 4,3 | 1,7 | 2,8 | 0,5 | 2,9 | 2,7 | 2,1 | 58,7 | 3,0 | 144,4 | 136,1 | 76,0 | 60,1 | 18,3 | 7,8 | 10,5 | 26,7 | 0,1 | 4,7 | 23,7 | 29,0 | 17,5 | 46,5 | 27,5 | 3,3 | 1,2 | 1,5 | 6,1 | 1,6 | 0,8 | 3,3 | 1,3 | 2,1 | 0,4 | 2,3 | 2,1 | 1,6 | 45,0 | 2,3 | 110,8 | 104,4 | 58,3 | 46,1 | 14,1 | 6,0 | 8,1 | 20,5 |
| Vermogenssaldo 1e 10%-groep | 2023* | 692 | 2.040 | 17.024 | 19.388 | 14.654 | 34.042 | 25.702 | 2.944 | 1.224 | 1.501 | 6.518 | 1.362 | 676 | 2.783 | 1.234 | 1.768 | 668 | 2.251 | 1.423 | 1.349 | 40.356 | -4.924 | -15.982 | 20.446 | 5.569 | 14.877 | 47.002 | 23.434 | 23.568 | 10.574 | 0,8 | 2,4 | 19,8 | 22,5 | 17,0 | 39,6 | 29,9 | 3,4 | 1,4 | 1,7 | 7,6 | 1,6 | 0,8 | 3,2 | 1,4 | 2,1 | 0,8 | 2,6 | 1,7 | 1,6 | 46,9 | -5,7 | -18,6 | 23,8 | 6,5 | 17,3 | 54,6 | 27,2 | 27,4 | 12,3 | 0,7 | 2,0 | 16,8 | 19,2 | 14,5 | 33,7 | 25,4 | 2,9 | 1,2 | 1,5 | 6,4 | 1,3 | 0,7 | 2,8 | 1,2 | 1,7 | 0,7 | 2,2 | 1,4 | 1,3 | 39,9 | -4,9 | -15,8 | 20,2 | 5,5 | 14,7 | 46,5 | 23,2 | 23,3 | 10,5 |
| Vermogenssaldo 2e 10%-groep | 2023* | 319 | 1.950 | 21.516 | 25.822 | 19.496 | 45.317 | 28.984 | 3.531 | 1.335 | 1.555 | 7.036 | 1.640 | 807 | 3.296 | 1.426 | 2.164 | 459 | 2.384 | 1.715 | 1.635 | 48.479 | -1.513 | 15.701 | 20.302 | 7.881 | 12.422 | 6.116 | 2.187 | 3.928 | 1.514 | 0,4 | 2,3 | 25,0 | 30,0 | 22,7 | 52,7 | 33,7 | 4,1 | 1,6 | 1,8 | 8,2 | 1,9 | 0,9 | 3,8 | 1,7 | 2,5 | 0,5 | 2,8 | 2,0 | 1,9 | 56,3 | -1,8 | 18,2 | 23,6 | 9,2 | 14,4 | 7,1 | 2,5 | 4,6 | 1,8 | 0,3 | 1,8 | 20,0 | 24,0 | 18,1 | 42,2 | 27,0 | 3,3 | 1,2 | 1,4 | 6,5 | 1,5 | 0,8 | 3,1 | 1,3 | 2,0 | 0,4 | 2,2 | 1,6 | 1,5 | 45,1 | -1,4 | 14,6 | 18,9 | 7,3 | 11,6 | 5,7 | 2,0 | 3,7 | 1,4 |
| Vermogenssaldo 3e 10%-groep | 2023* | 357 | 3.870 | 29.574 | 31.799 | 18.748 | 50.547 | 31.783 | 3.854 | 1.316 | 1.681 | 7.225 | 1.834 | 930 | 3.842 | 1.494 | 2.524 | 358 | 2.711 | 2.139 | 1.875 | 50.531 | 2.039 | 49.885 | 55.892 | 30.487 | 25.406 | 13.843 | 8.116 | 5.727 | 7.835 | 0,4 | 4,5 | 34,4 | 37,0 | 21,8 | 58,7 | 36,9 | 4,5 | 1,5 | 2,0 | 8,4 | 2,1 | 1,1 | 4,5 | 1,7 | 2,9 | 0,4 | 3,2 | 2,5 | 2,2 | 58,7 | 2,4 | 58,0 | 65,0 | 35,4 | 29,5 | 16,1 | 9,4 | 6,7 | 9,1 | 0,3 | 3,5 | 27,0 | 29,0 | 17,1 | 46,2 | 29,0 | 3,5 | 1,2 | 1,5 | 6,6 | 1,7 | 0,8 | 3,5 | 1,4 | 2,3 | 0,3 | 2,5 | 2,0 | 1,7 | 46,1 | 1,9 | 45,6 | 51,0 | 27,8 | 23,2 | 12,6 | 7,4 | 5,2 | 7,2 |
| Vermogenssaldo 4e 10%-groep | 2023* | 1.128 | 6.547 | 35.844 | 38.799 | 17.524 | 56.323 | 36.319 | 4.456 | 1.348 | 1.903 | 7.702 | 2.227 | 1.135 | 4.570 | 1.621 | 3.019 | 345 | 3.132 | 2.676 | 2.184 | 53.843 | 4.221 | 118.961 | 112.876 | 70.616 | 42.259 | 46.111 | 38.015 | 8.096 | 52.196 | 1,3 | 7,6 | 41,7 | 45,1 | 20,4 | 65,5 | 42,2 | 5,2 | 1,6 | 2,2 | 9,0 | 2,6 | 1,3 | 5,3 | 1,9 | 3,5 | 0,4 | 3,6 | 3,1 | 2,5 | 62,6 | 4,9 | 138,2 | 131,2 | 82,1 | 49,1 | 53,6 | 44,2 | 9,4 | 60,7 | 1,0 | 5,6 | 30,8 | 33,3 | 15,0 | 48,3 | 31,2 | 3,8 | 1,2 | 1,6 | 6,6 | 1,9 | 1,0 | 3,9 | 1,4 | 2,6 | 0,3 | 2,7 | 2,3 | 1,9 | 46,2 | 3,6 | 102,1 | 96,9 | 60,6 | 36,3 | 39,6 | 32,6 | 6,9 | 44,8 |
| Vermogenssaldo 5e 10%-groep | 2023* | 4.047 | 6.958 | 49.949 | 47.295 | 17.020 | 64.315 | 44.608 | 5.310 | 1.396 | 2.286 | 9.501 | 2.920 | 1.432 | 5.740 | 1.801 | 3.834 | 405 | 4.049 | 3.325 | 2.609 | 61.628 | 6.316 | 232.552 | 158.551 | 102.810 | 55.740 | 110.506 | 99.951 | 10.555 | 184.507 | 4,7 | 8,1 | 58,0 | 55,0 | 19,8 | 74,7 | 51,8 | 6,2 | 1,6 | 2,7 | 11,0 | 3,4 | 1,7 | 6,7 | 2,1 | 4,5 | 0,5 | 4,7 | 3,9 | 3,0 | 71,6 | 7,3 | 270,3 | 184,3 | 119,5 | 64,8 | 128,4 | 116,2 | 12,3 | 214,4 | 3,2 | 5,6 | 39,9 | 37,7 | 13,6 | 51,3 | 35,6 | 4,2 | 1,1 | 1,8 | 7,6 | 2,3 | 1,1 | 4,6 | 1,4 | 3,1 | 0,3 | 3,2 | 2,7 | 2,1 | 49,2 | 5,0 | 185,6 | 126,5 | 82,0 | 44,5 | 88,2 | 79,8 | 8,4 | 147,2 |
| Vermogenssaldo 6e 10%-groep | 2023* | 6.481 | 7.695 | 55.610 | 53.001 | 18.334 | 71.335 | 50.499 | 5.917 | 1.371 | 2.489 | 11.355 | 3.349 | 1.645 | 6.352 | 1.923 | 4.378 | 441 | 4.475 | 3.850 | 2.954 | 68.833 | 6.957 | 361.723 | 197.599 | 129.543 | 68.056 | 138.580 | 126.625 | 11.955 | 302.703 | 7,5 | 8,9 | 64,6 | 61,6 | 21,3 | 82,9 | 58,7 | 6,9 | 1,6 | 2,9 | 13,2 | 3,9 | 1,9 | 7,4 | 2,2 | 5,1 | 0,5 | 5,2 | 4,5 | 3,4 | 80,0 | 8,1 | 420,4 | 229,6 | 150,5 | 79,1 | 161,0 | 147,2 | 13,9 | 351,8 | 4,9 | 5,8 | 42,2 | 40,2 | 13,9 | 54,1 | 38,3 | 4,5 | 1,0 | 1,9 | 8,6 | 2,5 | 1,2 | 4,8 | 1,5 | 3,3 | 0,3 | 3,4 | 2,9 | 2,2 | 52,2 | 5,3 | 274,4 | 149,9 | 98,3 | 51,6 | 105,1 | 96,0 | 9,1 | 229,6 |
| Vermogenssaldo 7e 10%-groep | 2023* | 7.412 | 8.996 | 57.091 | 57.429 | 18.909 | 76.338 | 53.555 | 6.240 | 1.365 | 2.567 | 12.133 | 3.571 | 1.769 | 6.692 | 1.981 | 4.696 | 436 | 4.647 | 4.304 | 3.155 | 72.464 | 7.635 | 499.212 | 258.386 | 172.930 | 85.455 | 144.441 | 130.842 | 13.599 | 385.267 | 8,6 | 10,5 | 66,3 | 66,7 | 22,0 | 88,7 | 62,2 | 7,3 | 1,6 | 3,0 | 14,1 | 4,1 | 2,1 | 7,8 | 2,3 | 5,5 | 0,5 | 5,4 | 5,0 | 3,7 | 84,2 | 8,9 | 580,1 | 300,3 | 201,0 | 99,3 | 167,9 | 152,1 | 15,8 | 447,7 | 5,5 | 6,6 | 42,2 | 42,4 | 14,0 | 56,4 | 39,6 | 4,6 | 1,0 | 1,9 | 9,0 | 2,6 | 1,3 | 4,9 | 1,5 | 3,5 | 0,3 | 3,4 | 3,2 | 2,3 | 53,5 | 5,6 | 368,9 | 190,9 | 127,8 | 63,1 | 106,7 | 96,7 | 10,0 | 284,7 |
| Vermogenssaldo 8e 10%-groep | 2023* | 7.790 | 11.006 | 60.349 | 63.177 | 18.858 | 82.036 | 56.379 | 6.505 | 1.395 | 2.673 | 12.494 | 3.790 | 1.872 | 7.137 | 2.027 | 4.991 | 431 | 4.887 | 4.861 | 3.316 | 75.237 | 9.638 | 667.968 | 353.598 | 239.362 | 114.236 | 148.757 | 131.936 | 16.822 | 463.128 | 9,1 | 12,8 | 70,1 | 73,4 | 21,9 | 95,3 | 65,5 | 7,6 | 1,6 | 3,1 | 14,5 | 4,4 | 2,2 | 8,3 | 2,4 | 5,8 | 0,5 | 5,7 | 5,6 | 3,9 | 87,4 | 11,2 | 776,3 | 410,9 | 278,2 | 132,8 | 172,9 | 153,3 | 19,5 | 538,2 | 5,6 | 8,0 | 43,6 | 45,7 | 13,6 | 59,3 | 40,8 | 4,7 | 1,0 | 1,9 | 9,0 | 2,7 | 1,4 | 5,2 | 1,5 | 3,6 | 0,3 | 3,5 | 3,5 | 2,4 | 54,4 | 7,0 | 483,0 | 255,7 | 173,1 | 82,6 | 107,6 | 95,4 | 12,2 | 334,9 |
| Vermogenssaldo 9e 10%-groep | 2023* | 8.130 | 14.861 | 66.820 | 72.528 | 18.815 | 91.344 | 60.390 | 6.808 | 1.447 | 2.856 | 12.919 | 4.093 | 1.986 | 7.845 | 2.082 | 5.382 | 430 | 5.307 | 5.733 | 3.502 | 79.205 | 14.148 | 925.331 | 517.363 | 345.251 | 172.112 | 157.401 | 134.146 | 23.255 | 565.368 | 9,4 | 17,3 | 77,7 | 84,3 | 21,9 | 106,2 | 70,2 | 7,9 | 1,7 | 3,3 | 15,0 | 4,8 | 2,3 | 9,1 | 2,4 | 6,3 | 0,5 | 6,2 | 6,7 | 4,1 | 92,0 | 16,4 | 1.075,4 | 601,2 | 401,2 | 200,0 | 182,9 | 155,9 | 27,0 | 657,0 | 5,7 | 10,5 | 47,1 | 51,2 | 13,3 | 64,4 | 42,6 | 4,8 | 1,0 | 2,0 | 9,1 | 2,9 | 1,4 | 5,5 | 1,5 | 3,8 | 0,3 | 3,7 | 4,0 | 2,5 | 55,9 | 10,0 | 652,6 | 364,9 | 243,5 | 121,4 | 111,0 | 94,6 | 16,4 | 398,7 |
| Vermogenssaldo 10e 10%-groep | 2023* | 9.054 | 31.860 | 84.717 | 108.871 | 23.962 | 132.832 | 74.926 | 7.578 | 1.534 | 3.653 | 14.801 | 5.119 | 2.279 | 10.719 | 2.221 | 6.844 | 453 | 7.189 | 8.501 | 4.037 | 98.889 | 37.302 | 2.190.964 | 1.424.764 | 515.989 | 908.776 | 241.439 | 156.665 | 84.774 | 1.007.642 | 11,0 | 36,6 | 98,5 | 126,5 | 27,8 | 154,3 | 87,1 | 8,8 | 1,8 | 4,2 | 17,2 | 5,9 | 2,6 | 12,5 | 2,6 | 8,0 | 0,5 | 8,4 | 9,9 | 4,7 | 114,9 | 43,4 | 2.546,2 | 1.655,8 | 599,6 | 1.056,1 | 280,6 | 182,1 | 98,5 | 1.171,0 | 6,3 | 20,9 | 56,2 | 72,3 | 15,9 | 88,2 | 49,7 | 5,0 | 1,0 | 2,4 | 9,8 | 3,4 | 1,5 | 7,1 | 1,5 | 4,5 | 0,3 | 4,8 | 5,6 | 2,7 | 65,6 | 24,8 | 1.454,4 | 945,8 | 342,5 | 603,3 | 160,3 | 104,0 | 56,3 | 668,9 |
| Bron: CBS. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft inzicht in de verdeling van inkomen, consumptie, besparingen en vermogens binnen de huishoudensector, uitgesplitst naar huishoudensgroepen. In tegenstelling tot macro-economische totalen en gemiddelden, die slechts een algemeen beeld geven, maken verdelingsstatistieken zichtbaar hoe economische middelen en ontwikkelingen zijn verdeeld over verschillende delen van de bevolking. Dit is van belang omdat groei van de gehele huishoudenssector niet noodzakelijk betekent dat alle huishoudens daarvan in gelijke mate profiteren. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner, 10%-inkomensgroepen en 10%-vermogensgroepen.
De cijfers zijn samengesteld door microdata over huishoudens (zoals administratieve gegevens en steekproeven) te combineren met de totalen uit de nationale rekeningen. Daarbij is expliciet gekozen voor consistentie met de nationale rekeningen, zodat de verdelingsuitkomsten optellen tot de officiële macro-economische totalen. Om dit te bereiken zijn verschillen in definities, populatie en methoden tussen micro- en macrostatistieken geanalyseerd en, waar nodig, gecorrigeerd. De nationale rekeningen zijn internationaal geharmoniseerd wat betreft concepten en methoden, waardoor de totalen goed vergelijkbaar zijn tussen landen. Door in deze statistiek expliciet aan te sluiten bij deze totalen wordt die internationale vergelijkbaarheid ook op de verdelingsuitkomsten doorgetrokken.
De gehanteerde methodiek is ontwikkeld in internationaal verband binnen expertgroepen van de OECD, ECB en Eurostat, onder meer in het kader van de werkzaamheden van de Expert Group on Disparities in a National Accounts framework (EG DNA). De methodiek is vastgelegd in het OECD Handbook on the Compilation of Household Distributional Results on Income, Consumption and Saving in Line with National Accounts Totals.
Gegevens beschikbaar vanaf: 2021.
Status van de cijfers:
Alle gegevens zijn voorlopig. De macro cijfers waarop aangesloten wordt van 2023 zijn definitief, echter de gebruikte micro data kennen een wisselende status. De methodologie is internationaal in ontwikkeling.
Wijzigingen per 29 januari 2026:
Geen. Dit is een nieuwe tabel.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft in 2024 de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Deze tabel geeft de cijfers na revisie weer. Voor meer informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Cijfers voor de huishoudensverdelingen komen uiterlijk T+2 beschikbaar.
Toelichting onderwerpen
- Totaal bedrag
- Inkomens
- Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
- Bruto exploitatieoverschot
- Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Bruto gemengd inkomen
- Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Bruto beschikbaar inkomen
- Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Sociale overdrachten in natura
- Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
- Bruto alternatief beschikbaar inkomen
- Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Totaal consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
- Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
- Alcoholhoudende dranken en tabak
- Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
- Kleding en schoenen
- Kleding en schoenen
- Huisvesting, water en energie
- Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
- Stoffering en huish. apparaten…
- Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
- Gezondheid
- Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
- Vervoer
- Vervoer
- Informatie en communicatie
- Informatie en communicatie
- Recreatie, sport en cultuur
- Recreatie, sport en cultuur
- Onderwijs
- Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
- Restaurants en accommodatiediensten
- Restaurants en accommodatiediensten
- Verzekeringen en financiële diensten
- Verzekeringen en financiële diensten
- Diverse goederen en diensten
- Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
- Werkelijke individuele bestedingen
- Werkelijke individuele bestedingen van huishoudens zijn gelijk aan sociale overdrachten in natura plus de consumptieve bestedingen.
- Bruto besparingen
- Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt.
- Vermogens
- Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.- Vermogenssaldo
- Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
- Vorderingen
- Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
- Totaal
- Pensioenrechten
- Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).
Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.
Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
- Overige vorderingen
- Overige vorderingen zijn bezittingen van huishoudens exclusief de pensioenrechten.
- Schulden
- Schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald.
- Totaal
- Woninghypotheken
- Totaal van de hypothecaire leningen. Dit zijn langlopende leningen met als onderpand de woning die door de particulier zelf voor bewoning wordt gebruikt. Het betreft hier de waarde van de woninghypotheken aan het einde van de betreffende periode.
- Overige schulden
- Overige schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald exclusief de woninghypotheken.
- Niet-financiële activa
- Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.
- Gemiddeld bedrag
- Bedrag per huishouden.
- Inkomens
- Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
- Bruto exploitatieoverschot
- Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Bruto gemengd inkomen
- Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Bruto beschikbaar inkomen
- Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Sociale overdrachten in natura
- Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
- Bruto alternatief beschikbaar inkomen
- Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag
- Totaal consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
- Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
- Alcoholhoudende dranken en tabak
- Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
- Kleding en schoenen
- Kleding en schoenen
- Huisvesting, water en energie
- Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
- Stoffering en huish. apparaten…
- Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
- Gezondheid
- Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
- Vervoer
- Vervoer
- Informatie en communicatie
- Informatie en communicatie
- Recreatie, sport en cultuur
- Recreatie, sport en cultuur
- Onderwijs
- Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
- Restaurants en accommodatiediensten
- Restaurants en accommodatiediensten
- Verzekeringen en financiële diensten
- Verzekeringen en financiële diensten
- Diverse goederen en diensten
- Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
- Werkelijke individuele bestedingen
- Werkelijke individuele bestedingen van huishoudens zijn gelijk aan sociale overdrachten in natura plus de consumptieve bestedingen.
- Bruto besparingen
- Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt.
- Vermogens
- Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.- Vermogenssaldo
- Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
- Vorderingen
- Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
- Totaal
- Pensioenrechten
- Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).
Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.
Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
- Overige vorderingen
- Overige vorderingen zijn bezittingen van huishoudens exclusief de pensioenrechten.
- Schulden
- Schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald.
- Totaal
- Woninghypotheken
- Totaal van de hypothecaire leningen. Dit zijn langlopende leningen met als onderpand de woning die door de particulier zelf voor bewoning wordt gebruikt. Het betreft hier de waarde van de woninghypotheken aan het einde van de betreffende periode.
- Overige schulden
- Overige schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald exclusief de woninghypotheken.
- Niet-financiële activa
- Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.
- Gestandaardiseerd bedrag
- Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
- Inkomens
- Ontvangsten uit productie, loon, uitkering en vermogen. Zo is de beloning van werknemers het loon uit arbeid dat werknemers ontvangen inclusief de sociale premies ten laste van werkgevers. Tevens worden diverse saldi als inkomen gezien, zoals bruto exploitatieoverschot, bruto gemengd inkomen en bruto beschikbaar inkomen. Ook sociale overdrachten in natura zijn inkomens, die opgeteld bij het bruto beschikbaar inkomen het alternatief beschikbaar inkomen oplevert.
- Bruto exploitatieoverschot
- Het exploitatieoverschot is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.
Bij huishoudens is het exploitatieoverschot gelijk aan inkomsten uit woondiensten vanwege eigen woningbezit.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Bruto gemengd inkomen
- Het gemengd inkomen bestaat bij huishoudens voornamelijk uit het inkomen van zelfstandigen (ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid). Dit inkomen uit zelfstandige activiteit heeft kenmerken van loon en kenmerken van winst omdat werkzaamheden in de hoedanigheid van ondernemer zijn uitgevoerd. Ook valt onder het gemengd inkomen het inkomen uit verhuur van woningen en het inkomen dat verdiend wordt in de grijze en illegale economie.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Beloning van werknemers
- De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
- Bruto beschikbaar inkomen
- Het beschikbaar inkomen geeft aan over welk inkomen een sector kan beschikken na herverdeling van het primaire inkomen door al dan niet verplichte inkomensoverdrachten tussen de sectoren (belastingen op inkomen en vermogen, sociale premies en uitkeringen en overige inkomensoverdrachten).
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Sociale overdrachten in natura
- Sociale overdrachten in natura bestaan uit afzonderlijke goederen en diensten die door overheidsinstellingen en izw's t.b.v. huishoudens gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan individuele huishoudens worden verstrekt. Onder sociale uitkeringen in natura vallen onder andere de uitkeringen van de zorgverzekeringswet, uitkeringen sociale voorziening, de wet maatschappelijke ondersteuning en de algemene wet bijzondere ziektekosten. Sociale uitkeringen in natura kunnen worden verdeeld in vergoedingen van daadwerkelijk door de betreffende huishoudens aangeschafte goederen en diensten en in diensten die rechtstreeks aan de huishoudens worden verleend.
In het tweede geval worden goederen en diensten die door de producenten rechtstreeks aan de begunstigden worden geleverd geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid of door instellingen zonder winstoogmerk. De bestemming voor sociale uitkeringen in natura is vooral terug te vinden in de zorg, maar in mindere mate ook in OV jaarkaarten voor studenten en huursubsidies.
- Bruto alternatief beschikbaar inkomen
- Het alternatief beschikbaar inkomen is het beschikbaar inkomen van huishoudens aangevuld met de bestedingen van overheid en de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens aan sociale overdrachten in natura. Deze variabele vergemakkelijkt vergelijkingen in de tijd en in internationaal verband aangezien er sprake is van verschillen en wijzigingen in de economische en sociale omstandigheden.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Totaal consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
- Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
- Alcoholhoudende dranken en tabak
- Alcoholhoudende dranken, tabak en verdovende en stimulerende middelen
- Kleding en schoenen
- Kleding en schoenen
- Huisvesting, water en energie
- Huisvesting, water, elektriciteit, gas en andere brandstoffen
- Stoffering en huish. apparaten…
- Stoffering, huidhoudelijke apparaten en dagelijks onderhoud van de woning
- Gezondheid
- Gezondheid inclusief gezondheidsdiensten die worden gekocht bij gezondheidscentra van scholen en universiteiten
- Vervoer
- Vervoer
- Informatie en communicatie
- Informatie en communicatie
- Recreatie, sport en cultuur
- Recreatie, sport en cultuur
- Onderwijs
- Deze afdeling bestrijkt alleen onderwijsdiensten. Onderwijs via radio of televisie is inbegrepen.
- Restaurants en accommodatiediensten
- Restaurants en accommodatiediensten
- Verzekeringen en financiële diensten
- Verzekeringen en financiële diensten
- Diverse goederen en diensten
- Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten
- Werkelijke individuele bestedingen
- Werkelijke individuele bestedingen van huishoudens zijn gelijk aan sociale overdrachten in natura plus de consumptieve bestedingen.
- Bruto besparingen
- Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet voor consumptieve bestedingen is gebruikt.
- Vermogens
- Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. De bezittingen bestaan vooral uit pensioenrechten, woningen, grond onder woningen, banktegoeden en chartaal geld, en effecten. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet. De eigen woning en overige onroerende zaken zijn gewaardeerd op marktwaarde.
Enkele zaken zijn bij de berekening van het vermogen niet meegerekend door gebrek aan gegevens. Duurzame consumptiegoederen (met uitzondering van de eigen woning), juwelen en antiek worden niet tot het bezit gerekend.- Vermogenssaldo
- Het vermogenssaldo bestaat uit vorderingen minus schulden plus niet-financiële activa.
- Vorderingen
- Vorderingen zijn bezittingen van huishoudens.
- Totaal
- Pensioenrechten
- Pensioenrechten omvatten financiële aanspraken van huidige en voormalige werknemers op:
a) hun werkgevers;
b) een pensioenfonds;
c) een levensverzekeraar (collectieve contracten).
Bij deze post gaat het om de zogenaamde tweede pijler van het Nederlandse pensioenstelsel, m.a.w. de door werknemers opgebouwde aanvullende pensioenen en niet om de AOW. Onder deze post worden de pensioenaanspraken geboekt, en niet de totale waarde van de beleggingen. De pensioenaanspraken kunnen afwijken van de waarde van de beleggingen. Als de dekkingsgraad bijvoorbeeld 110 procent bedraagt, zijn de beleggingen 10 procent meer waard dan de pensioenaanspraken.
Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders en rechten op niet-pensioenuitkeringen
Voor Nederland bevat deze categorie alleen aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders, rechten op niet-pensioenuitkeringen komen hier niet voor.
Een werkgever kan een contract met een derde sluiten om het pensioenfonds voor zijn werknemers te administreren. Als de werkgever de voorwaarden van de pensioenregelingen blijft bepalen en de verantwoordelijkheid voor financieringstekorten en het recht op financieringsoverschotten behoudt, wordt de werkgever als pensioenbeheerder beschouwd en de eenheid die de werkzaamheden onder leiding van de pensioenbeheerder verricht als pensioenadministrateur. Als de overeenkomst tussen de werkgever en de derde inhoudt dat de werkgever de risico's en verantwoordelijkheid voor een financieringstekort aan de derde overdraagt in ruil voor het recht van de derde om overschotten te behouden, is de derde zowel pensioenbeheerder als pensioenadministrateur.
- Overige vorderingen
- Overige vorderingen zijn bezittingen van huishoudens exclusief de pensioenrechten.
- Schulden
- Schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald.
- Totaal
- Woninghypotheken
- Totaal van de hypothecaire leningen. Dit zijn langlopende leningen met als onderpand de woning die door de particulier zelf voor bewoning wordt gebruikt. Het betreft hier de waarde van de woninghypotheken aan het einde van de betreffende periode.
- Overige schulden
- Overige schulden zijn bedragen die nog dienen te worden betaald exclusief de woninghypotheken.
- Niet-financiële activa
- Niet-financiële activa zijn objecten die een economische waarde hebben, waar eigendomsrechten over kunnen worden uitgeoefend en die niet geldelijk van aard zijn. In de praktijk komt dit bij benadering neer op alle (niet geldelijke) objecten die verkocht kunnen worden. Voorbeelden van objecten die niet verkocht kunnen worden zijn de zee en de lucht. Voorbeelden van activa die geldelijk van aard zijn, zijn aandelen en pensioenen. Niet-financiële activa bestaan uit vaste activa, voorraden, grond, olie- en gasreserves en duurzame consumptiegoederen.