Overheid; sociale uitkeringen

Overheid; sociale uitkeringen

Uitkeringen Perioden Sociale uitkeringen (mln euro)
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2000 19.098
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2001 20.284
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2002 21.383
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2003 22.429
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2004 22.890
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2005 23.369
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2006 24.169
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2007 25.198
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2008 26.446
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2009 27.580
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2010 28.618
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2011 29.996
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2012 31.415
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2013 32.719
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2014 34.120
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2015 35.814
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2016 36.941
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2017 37.412
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2018 38.125
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2019 39.484
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2020 41.235
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2021 42.956
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2022 44.031
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2023 47.935
Algemene Ouderdomswet (AOW) 2024 51.926
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de sociale uitkeringen door de overheid. De gebruikte begrippen voor de totalen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010). De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen. Er kunnen kleine tijdelijke verschillen met de publicaties van de Nationale rekeningen optreden doordat de gepubliceerde cijfers van de overheidsrekeningen soms actueler zijn. De naamgeving van de individuele uitkeringen is gebaseerd op nationale wetgeving. De uitkeringen die werkgevers moeten betalen in het kader van overige werkgerelateerde socialeverzekeringsregelingen zijn niet inbegrepen in deze tabel.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaarcijfers vanaf 1995.

Status van de cijfers:
Het verslagjaar 2025 heeft de status voorlopig, de verslagjaren 2024 en eerder hebben de status definitief.

Wijzigingen per 1 juli 2026:
De cijfers over het jaar 2025 zijn beschikbaar.
De cijfers over het jaar 2024 zijn bijgesteld naar definitief door geactualiseerde broninformatie.
In het kader van het revisiebeleid van de nationale rekeningen zijn de jaarcijfers van de tijdreeks herzien om onnauwkeurigheden te herstellen. Dit heeft tot de volgende verbeteringen geleid bij de sociale uitkeringen:
- De studiebeurzen (onderdeel van de studiefinanciering) zijn aangesloten op een gedetailleerd overzicht van de saldibalans van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor jaren 2016-2025.
- Het opnieuw kalibreren van de uitkeringen van de lokale overheid gerelateerd aan de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) voor jaren 2017-2025. Vanwege een wijziging in de structuur van de informatie voor derden (Iv3) is het namelijk moeilijker geworden om de niveaus van deze uitkeringen vast te stellen. Het niveau van de Jeugdwet en Wmo-uitkeringen is opnieuw bepaald met behulp van een (aanvullende) uitvraag bij de gemeenten.
- Met behulp van gegevens van het Zorginstituut Nederland (ZIN) wordt de grensoverschrijdende zorg (onderdeel van de Zorgverzekeringswet) nu voor alle jaren geregistreerd op transactiebasis, in plaats van een registratie op basis van het moment van betaling.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De eerste jaarcijfers worden zes maanden na afloop van het verslagjaar gepubliceerd.
Vervolgens worden de jaarcijfers na 18 maanden gereviseerd. Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken.
Informatie over het revisiebeleid van Nationale rekeningen is te vinden onder paragraaf 3 'relevante artikelen'.

Toelichting onderwerpen

Sociale uitkeringen
Sociale uitkeringen worden aan huishoudens toegekend om financiële zekerheid te bieden tegen een aantal risico's (zoals ziekte, invaliditeit, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, het overlijden van naasten en werkloosheid) of om in bepaalde behoeften te voorzien (zoals huisvesting en onderwijs). Hieronder vallen de wettelijke sociale uitkeringen en sociale voorzieningen.