Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken

Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken

Persoonskenmerken Marges Perioden Langdurige aandoeningen Diabetes (Suikerziekte) Diabetes (Suikerziekte) totaal (%) Langdurige aandoeningen Diabetes (Suikerziekte) Diabetes (Suikerziekte) type 1 (%) Langdurige aandoeningen Diabetes (Suikerziekte) Diabetes (Suikerziekte) type 2 (%)
Totaal personen Waarde 2024 5,2 1,1 4,1
Geslacht: Mannen Waarde 2024 5,9 1,0 4,8
Geslacht: Vrouwen Waarde 2024 4,5 1,1 3,4
Leeftijd: 0 tot 4 jaar Waarde 2024 0,0 0,0 0,0
Leeftijd: 4 tot 12 jaar Waarde 2024 0,4 0,2 0,2
Leeftijd: 12 tot 16 jaar Waarde 2024 0,4 0,1 0,3
Leeftijd: 16 tot 20 jaar Waarde 2024 0,6 0,3 0,3
Leeftijd: 20 tot 30 jaar Waarde 2024 0,8 0,6 0,2
Leeftijd: 30 tot 40 jaar Waarde 2024 1,3 1,0 0,3
Leeftijd: 40 tot 50 jaar Waarde 2024 1,8 0,9 0,9
Leeftijd: 50 tot 55 jaar Waarde 2024 7,2 1,6 5,5
Leeftijd: 55 tot 65 jaar Waarde 2024 9,8 1,7 7,9
Leeftijd: 65 tot 75 jaar Waarde 2024 12,3 1,8 10,5
Leeftijd: 75 jaar of ouder Waarde 2024 15,7 1,7 13,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de ervaren gezondheid en medische contacten van de Nederlandse bevolking vanaf 0 jaar in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2014

Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 4 september 2026
De cijfers over het percentage mensen met een GALI beperking ('GALI beperking', ‘GALI beperking, ernstig’ en ‘GALI beperking, niet ernstig’) waren onjuist. Ten onrechte waren ook mensen meegeteld, waarbij de beperking niet langdurig was. Deze fout zat in de cijfers vanaf 2019. De onjuiste cijfers zijn inmiddels aangepast.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In maart 2027 verschijnen de cijfers over verslagjaar 2026.

Toelichting onderwerpen

Langdurige aandoeningen
Aan alle respondenten wordt gevraagd: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Vervolgens worden verschillende aandoeningen en een restcategorie 'overige aandoeningen' voorgelegd en gevraagd of mensen deze aandoening in de afgelopen 12 maanden hebben gehad. Van drie van die aandoeningen wordt ook gevraagd of men die ooit heeft gehad. Daarnaast wordt (uitgebreider) gevraagd naar suikerziekte (diabetes). De meeste vragen naar specifieke langdurige aandoeningen worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Aandoeningen die niet vaak voorkomen bij jongeren worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Diabetes (Suikerziekte)
Aan alle personen wordt gevraagd: ‘Heeft u / uw kind diabetes, ook wel suikerziekte genoemd?’ Als het antwoord ‘ja’ is wordt gevraagd welk type diabetes mensen hebben, met als antwoordmogelijkheden ‘type 1’, ‘type 2’ en ‘ander type dan 1 of 2’. Mensen die niet weten welk type diabetes ze hebben of weigeren die vraag te beantwoorden, krijgen vervolgvragen over het gebruik van insuline. Op basis van die vervolgvragen worden deze mensen ingedeeld bij type 1 of bij type 2 (zoals voor 2025).

Tot en met 2024 was de vraagstelling anders. Na de vraag over het wel of niet hebben van diabetes volgden de vragen over insulinegebruik. Op basis daarvan werden mensen ingedeeld bij type 1 of type 2. Tot en met 2024 zijn er dan ook geen cijfers over een ander type diabetes dan type 1 of 2.

De percentages van de verschillende types diabetes tellen niet per definitie exact op tot het percentage ‘Diabetes (Suikerziekte) totaal’. Dit kwam tot en met 2024 doordat mensen die op de vervolgvragen naar insulinegebruik ‘weet niet’ of ‘weigert’ antwoordden niet zijn meegeteld bij een van de twee subtypen (dat kan immers niet bepaald worden) maar wel bij het totaal aantal mensen met diabetes. Ook vanaf 2025 kan het een enkele keer voorkomen, namelijk als een respondent die aangeeft diabetes te hebben op alle vervolgvragen ‘weet niet’ of ‘weigert’ antwoordt‘
Diabetes (Suikerziekte) totaal
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft u / uw kind diabetes, ook wel suikerziekte genoemd?
Diabetes (Suikerziekte) type 1
Percentage personen met diabetes type 1.
Diabetes (Suikerziekte) type 2
Percentage personen met diabtes type 2.