Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Regio's Perioden Inwoners stedelijk en landelijk gebied Totaal stedelijk gebied (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Zeer sterk stedelijk (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Sterk stedelijk (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Matig stedelijk (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Totaal landelijk gebied (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Weinig stedelijk (aantal) Inwoners stedelijk en landelijk gebied Niet stedelijk (aantal) Particuliere huishoudens Huishoudens met relatief laag inkomen (aantal) Centrumfunctie Centrumfunctie (absoluut) Landelijke centrumfunctie (aantal) Centrumfunctie Centrumfunctie (relatief) Landelijke centrumfunctie (%) (%)
Voorlopig Nederland 2026 9.151.530 4.679.830 4.471.700 3.008.800 5.883.690 2.957.670 2.926.020
Voorlopig Noord-Nederland (LD) 2026 421.960 215.460 206.500 264.320 1.087.300 378.180 709.120
Voorlopig Oost-Nederland (LD) 2026 1.372.440 397.600 974.830 818.600 1.622.510 831.950 790.550
Voorlopig West-Nederland (LD) 2026 5.851.410 3.496.190 2.355.220 1.159.620 1.646.500 947.550 698.940
Voorlopig Zuid-Nederland (LD) 2026 1.505.730 570.580 935.150 766.260 1.527.390 799.990 727.400
Voorlopig Groningen (PV) 2026 206.620 140.210 66.400 84.200 312.020 112.280 199.730
Voorlopig Fryslân (PV) 2026 136.660 61.150 75.510 89.690 437.870 149.470 288.400
Voorlopig Drenthe (PV) 2026 78.680 14.100 64.590 90.430 337.410 116.420 220.990
Voorlopig Overijssel (PV) 2026 434.000 160.970 273.030 222.060 539.740 278.860 260.870
Voorlopig Flevoland (PV) 2026 202.620 15.410 187.220 108.410 145.360 85.140 60.220
Voorlopig Gelderland (PV) 2026 735.810 221.220 514.590 488.140 937.410 467.950 469.460
Voorlopig Utrecht (PV) 2026 833.880 383.090 450.800 250.360 324.900 201.690 123.210
Voorlopig Noord-Holland (PV) 2026 2.092.810 1.355.770 737.040 375.020 524.190 305.630 218.560
Voorlopig Zuid-Holland (PV) 2026 2.829.400 1.733.200 1.096.200 484.270 549.730 335.780 213.950
Voorlopig Zeeland (PV) 2026 95.320 24.130 71.190 49.970 247.680 104.450 143.230
Voorlopig Noord-Brabant (PV) 2026 1.109.140 450.620 658.520 552.480 1.002.420 549.880 452.540
Voorlopig Limburg (PV) 2026 396.590 119.960 276.620 213.770 524.960 250.100 274.860
Voorlopig Oost-Groningen (CR) 2026 14.090 0 14.090 26.220 98.880 36.190 62.690
Voorlopig Delfzijl en omgeving (CR) 2026 1.410 0 1.410 11.680 31.700 11.480 20.220
Voorlopig Overig Groningen (CR) 2026 191.120 140.210 50.900 46.300 181.430 64.610 116.820
Voorlopig Noord-Friesland (CR) 2026 76.060 51.530 24.530 38.430 215.480 75.500 139.980
Voorlopig Zuidwest-Friesland (CR) 2026 20.490 3.240 17.240 23.460 98.820 28.720 70.100
Voorlopig Zuidoost-Friesland (CR) 2026 40.110 6.380 33.740 27.800 123.570 45.250 78.320
Voorlopig Noord-Drenthe (CR) 2026 30.720 10.270 20.450 36.290 130.100 49.820 80.270
Voorlopig Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 16.150 0 16.150 33.400 122.040 40.040 81.990
Voorlopig Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 31.800 3.820 27.980 20.740 85.280 26.550 58.730
Voorlopig Noord-Overijssel (CR) 2026 124.840 38.740 86.100 61.410 204.000 92.640 111.370
Voorlopig Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 55.740 29.460 26.280 34.900 71.280 36.820 34.470
Voorlopig Twente (CR) 2026 253.420 92.770 160.650 125.740 264.450 149.410 115.030
Voorlopig Veluwe (CR) 2026 280.620 78.450 202.180 167.350 278.920 136.220 142.700
Voorlopig Achterhoek (CR) 2026 57.060 6.390 50.670 107.990 242.910 123.550 119.360
Voorlopig Arnhem/Nijmegen (CR) 2026 362.140 133.350 228.790 172.830 234.380 140.000 94.380
Voorlopig Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 35.990 3.040 32.960 39.970 181.200 68.170 113.030
Voorlopig Utrecht (CR) 2026 833.880 383.090 450.800 250.360 324.900 201.690 123.210
Voorlopig Kop van Noord-Holland (CR) 2026 104.170 13.050 91.120 79.050 205.510 102.430 103.080
Voorlopig Alkmaar en omgeving (CR) 2026 143.300 52.200 91.100 55.240 59.170 35.360 23.800
Voorlopig IJmond (CR) 2026 136.480 66.860 69.620 34.950 31.050 23.560 7.490
Voorlopig Agglomeratie Haarlem (CR) 2026 202.930 148.140 54.790 11.610 22.810 16.270 6.540
Voorlopig Zaanstreek (CR) 2026 130.600 56.160 74.440 20.850 27.790 15.310 12.480
Voorlopig Groot-Amsterdam (CR) 2026 1.223.880 930.240 293.640 133.630 123.300 78.690 44.610
Voorlopig Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2026 151.440 89.120 62.320 39.680 54.560 34.010 20.550
Voorlopig Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2026 328.680 149.580 179.110 63.990 54.930 30.820 24.110
Voorlopig Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2026 829.860 641.560 188.300 58.210 35.430 24.450 10.980
Voorlopig Delft en Westland (CR) 2026 167.030 100.000 67.030 38.390 41.090 29.640 11.450
Voorlopig Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 163.440 83.340 80.110 70.260 118.140 68.220 49.930
Voorlopig Groot-Rijnmond (CR) 2026 1.094.410 671.550 422.860 196.360 220.380 139.850 80.530
Voorlopig Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 245.970 87.180 158.790 57.070 79.760 42.800 36.960
Voorlopig Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2026 9.380 0 9.380 17.660 79.090 31.190 47.900
Voorlopig Overig Zeeland (CR) 2026 85.940 24.130 61.810 32.310 168.590 73.260 95.340
Voorlopig West-Noord-Brabant (CR) 2026 291.180 118.720 172.460 136.820 225.960 138.330 87.630
Voorlopig Midden-Noord-Brabant (CR) 2026 231.550 113.010 118.540 97.870 182.540 97.960 84.580
Voorlopig Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 219.780 57.490 162.290 142.440 319.610 162.600 157.010
Voorlopig Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 366.630 161.390 205.240 175.360 274.310 150.990 123.320
Voorlopig Noord-Limburg (CR) 2026 74.730 23.900 50.840 53.270 163.380 71.970 91.420
Voorlopig Midden-Limburg (CR) 2026 49.910 14.700 35.210 39.410 154.470 68.650 85.820
Voorlopig Zuid-Limburg (CR) 2026 271.950 81.370 190.580 121.090 207.110 109.480 97.620
Voorlopig Flevoland (CR) 2026 202.620 15.410 187.220 108.410 145.360 85.140 60.220
Voorlopig Aa en Hunze 2026 0 0 0 0 25.940 4.790 21.140 2.390
Voorlopig Aalsmeer 2026 920 0 920 16.760 15.560 13.330 2.240 5.800
Voorlopig Aalten 2026 940 0 940 8.680 17.850 9.800 8.050 13.060
Voorlopig Achtkarspelen 2026 0 0 0 0 28.200 13.020 15.180 7.410
Voorlopig Alblasserdam 2026 11.320 0 11.320 5.030 3.890 3.610 280 4.580
Voorlopig Albrandswaard 2026 330 0 330 15.060 11.310 10.710 610 2.920
Voorlopig Alkmaar 2026 88.940 43.900 45.040 9.740 14.210 6.020 8.190 124.750
Voorlopig Almelo 2026 36.540 9.140 27.400 22.940 15.300 10.560 4.740 102.610
Voorlopig Almere 2026 141.650 15.410 126.240 49.250 38.670 22.930 15.740 307.980
Voorlopig Alphen aan den Rijn 2026 64.990 45.250 19.750 22.130 28.650 17.800 10.850 93.660
Voorlopig Alphen-Chaam 2026 0 0 0 0 10.540 3.570 6.970 340
Voorlopig Altena 2026 0 0 0 8.100 50.630 17.530 33.100 5.470
Voorlopig Ameland 2026 0 0 0 0 3.800 0 3.800 70
Voorlopig Amersfoort 2026 134.580 51.410 83.180 18.610 10.100 8.260 1.840 252.160
Voorlopig Amstelveen 2026 84.400 52.120 32.270 6.660 4.760 3.200 1.560 73.940
Voorlopig Amsterdam 2026 900.560 797.740 102.830 17.930 16.040 9.580 6.460 2.261.390
Voorlopig Apeldoorn 2026 116.100 30.090 86.010 17.140 35.310 13.870 21.440 246.150
Voorlopig Arnhem 2026 130.370 54.560 75.810 25.140 13.860 11.240 2.620 311.290
Voorlopig Assen 2026 28.950 10.270 18.680 22.080 19.370 14.380 4.980 92.330
Voorlopig Asten 2026 3.170 0 3.170 5.780 8.440 3.850 4.590 6.970
Voorlopig Baarle-Nassau 2026 0 0 0 0 7.200 3.650 3.560 370
Voorlopig Baarn 2026 14.310 1.380 12.930 7.210 3.660 2.080 1.580 9.020
Voorlopig Barendrecht 2026 33.220 1.550 31.670 13.000 2.330 2.020 320 24.800
Voorlopig Barneveld 2026 13.720 0 13.720 14.800 34.630 16.560 18.070 36.070
Voorlopig Beek (L.) 2026 0 0 0 7.790 8.460 3.620 4.840 4.660
Voorlopig Beekdaelen 2026 130 0 130 320 35.380 16.850 18.530 4.470
Voorlopig Beesel 2026 0 0 0 4.860 8.660 5.210 3.450 6.550
Voorlopig Berg en Dal 2026 0 0 0 7.150 28.400 15.970 12.430 6.650
Voorlopig Bergeijk 2026 0 0 0 4.030 15.230 4.290 10.940 3.210
Voorlopig Bergen (L.) 2026 0 0 0 0 13.060 3.970 9.090 800
Voorlopig Bergen (NH.) 2026 1.580 0 1.580 11.820 16.320 8.500 7.820 3.500
Voorlopig Bergen op Zoom 2026 42.920 17.660 25.270 12.000 15.270 11.490 3.780 76.620
Voorlopig Berkelland 2026 0 0 0 11.370 32.550 17.510 15.040 13.440
Voorlopig Bernheze 2026 0 0 0 6.440 26.170 16.280 9.900 6.370
Voorlopig Best 2026 13.520 0 13.520 12.040 6.090 3.690 2.400 19.120
Voorlopig Beuningen 2026 7.640 0 7.640 6.750 12.350 5.900 6.450 9.580
Voorlopig Beverwijk 2026 37.950 29.780 8.180 2.530 2.560 300 2.260 25.290
Voorlopig De Bilt 2026 20.030 0 20.030 7.340 16.430 9.520 6.910 14.660
Voorlopig Bladel 2026 0 0 0 7.010 14.000 7.990 6.010 3.610
Voorlopig Blaricum 2026 4.020 10 4.010 1.630 7.290 6.360 940 740
Voorlopig Bloemendaal 2026 5.020 1.720 3.310 5.880 12.690 9.060 3.640 1.240
Voorlopig Bodegraven-Reeuwijk 2026 10.250 0 10.250 13.340 13.620 4.090 9.540 5.910
Voorlopig Boekel 2026 0 0 0 650 10.820 6.700 4.120 1.910
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die (mede) als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies. Daarnaast zijn er enkele gegevens ten behoeve van de Decentralisatie Uitkering beschikbaar.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', zie paragraaf 3. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Gegevens beschikbaar vanaf: 2023.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: Belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en Amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per 6 januari 2026

Definitieve cijfers 2023
-Huishoudens met relatief laag inkomen

Voorlopige cijfers 2024
-Huishoudens met relatief laag inkomen

Definitieve cijfers 2024
-Huishoudens met relatief laag inkomen

Voorlopige cijfers 2025
-Huishoudens met relatief laag inkomen

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Inwoners stedelijk en landelijk gebied
Het aantal inwoners per regio ingedeeld naar vijf stedelijkheidsklassen.
De indeling naar stedelijkheidsklasse wordt afgeleid van de Omgevingsadressendichtheid (OAD) die wordt weergegeven in adressen per km².
De volgende klassen worden onderscheiden:
- Zeer sterk stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van 2 500 of meer)
- Sterk stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van 1 500 tot 2 500)
- Matig stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van 1 000 tot 1 500)
- Weinig stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1 000)
- Niet-stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van minder dan 500).

Inwoners landelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen weinig stedelijk en niet stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000).

Het aantal inwoners in het stedelijk gebied is met ingang van 2012 geen onderdeel meer van de uitkeringen uit het Provinciefonds. Inwoners stedelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen zeer sterk stedelijk en sterk stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van 1 500 of meer).
Inwoners in de klasse matig stedelijk worden niet tot landelijk of stedelijk gebied gerekend.


Definitieve cijfers
Met ingang van de cijfers over 2015 wordt de OAD per vierkant van 500 meter bij 500 meter berekend naar de BAG van 1 januari, waarbij aan alle in gebruik zijnde verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen een vierkant van 500 meter bij 500 meter is toegekend.
Inwoners per rastervierkant zijn afkomstig door alle personen van de Basis Registratie Personen per 1 januari van het peiljaar aan vierkanten toe te delen.

Voorlopige cijfers
Berekening wordt uitgevoerd in november van het voorgaand jaar.
De gemeentelijke indeling van het peiljaar is afgeleid van een herindeling en eventuele grootschalige opsplitsing van gemeenten van het voorgaande jaar. Kleinere grenscorrecties tussen gemeenten worden hierbij buiten beschouwing gelaten.
Met ingang van 2015 wordt berekening van voorlopige cijfers van een peiljaar gebruik gemaakt van de BAG van 1 september van het voorgaand jaar voor afleiding van de stedelijkheidsklasse van het vierkant. De toedeling van aantallen inwoners naar stedelijkheidsklasse vindt plaats door gebruik te maken van definitieve bevolkingsaantallen per rastervierkant van 1 januari van het voorgaand jaar.
Totaal stedelijk gebied
Inwoners stedelijk gebied is de som van het aantal inwoners in de klassen zeer sterk stedelijk en sterk stedelijk (Omgevingsadressendichtheid van 1 500 of meer adressen/km2).

Per regio op 1 januari (afgerond op10-tallen).
Zeer sterk stedelijk
Aantal inwoners in zeer sterk stedelijk gebied (Omgevingsadressendichtheid van 2 500 of meer adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Sterk stedelijk
Aantal inwoners in sterk stedelijk gebied (Omgevingsadressendichtheid van 1 500 tot 2 500 adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Matig stedelijk
Aantal inwoners in matig stedelijk gebied (Omgevingsadressendichtheid van 1 000 tot 1 500 adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Totaal landelijk gebied
Aantal inwoners in weinig stedelijk en niet stedelijk gebied (Omgevingsadressendichtheid van minder dan 1 000 adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Weinig stedelijk
Aantal inwoners in weinig stedelijk gebied (Omgevingsadressendichtheid van 500 tot 1 000 adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Niet stedelijk
Aantal inwoners in niet-stedelijk gebied (Omgevingsadressendichtheid minder dan 500 adressen/km²).

Per regio op 1 januari (afgerond op 10-tallen).
Particuliere huishoudens
Een particulier huishouden is een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en zichzelf daar particulier, d.w.z. niet bedrijfsmatig voorziet in huisvesting en dergelijke levensbehoeften.

Een particulier huishouden wordt afgeleid uit de Basis Registratie Personen en belastingdienstgegevens over samenwonende paren met waar nodig gebruikmaking van de Enquête Beroepsbevolking.
Huishoudens met relatief laag inkomen
Het aantal particuliere huishoudens exclusief studentenhuishoudens in een regio in het 2e, 3e en 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling van het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens exclusief studentenhuishoudens.

Het huishoudensinkomen bestaat uit de som van de inkomens van de afzonderlijke leden van de huishoudens.

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt.

In tabellen met inkomensverdelingen zijn de huishoudens in tien inkomensklassen verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (zogenaamde decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen of decielen. Voor de maatstaf geldt het totaal aantal huishoudens met een inkomen in het 2e, 3e en 4e deciel.

Voorlopige cijfers betreffen voorlopige gegevens over het voorgaand jaar. Definitieve cijfers betreffen definitieve gegevens over het voorgaand jaar.


Centrumfunctie
De som van het aantal potentiële klanten van woonkernen van de gemeente.
Het aantal potentiële klanten van een woonkern wordt aangetrokken uit alle woonkernen binnen een bepaalde zoekstraal rondom de eigen woonkern, met inbegrip van die woonkern zelf.
De aantrekking wordt bepaald door het aantal inwoners toegewezen aan een woonkern en de afstand tussen zwaartepunten van woonkernen gerekend over de weg.

Bronnen zijn de Basis Registratie Personen (BRP), de Basisregistratie Adressen en gebouwen (BAG), gemeentegrenzen (Kadaster) en het Nationaal Wegen Bestand (Rijkswaterstaat).
De BRP bevat een adressering voor alle in Nederland ingeschreven personen.
De BAG bevat alle stand- en ligplaatsen en verblijfsobjecten aan het begin van jaar T met een locatie in de vorm van X- en Y-coördinaten.
Gemeentegrenzen: begrenzing van de gemeente afgeleid uit de Basis registratie Kadaster.
Nationaal Wegen Bestand (NWB): Door Rijkswaterstaat samengesteld netwerk van, voor wegverkeer toegankelijk, verbonden hartlijnen van wegen met naam en/of nummer in Nederland.

De gemeente wordt aan de verblijfsobjecten, stand- en ligplaatsen toegekend met behulp van de gemeentegrenzen van het Kadaster.
Bij de berekening wordt uitgegaan van de woonkernen zoals gedefinieerd bij verdeelmaatstaf 37 (meerkernigheid), met dien verstande dat een kernvierkant dat op het grondgebied van twee of meer gemeenten ligt als (behorend tot) een woonkern voor ieder van deze gemeenten wordt beschouwd.

Voorafgaand aan de berekening wordt eerst het zwaartepunt van ieder van de woonkernen bepaald. Het zwaartepunt van iedere woonkern wordt afgeleid van op het peilmoment actieve verblijfplaatsen binnen de woonkern bestaande uit verblijfsobjecten met de status “Verblijfsobject in gebruik (niet ingemeten)”, “Verblijfsobject in gebruik”, “Verbouwing verblijfsobject” en “Verblijfsobject buiten gebruik” en actieve standplaatsen en ligplaatsen met de status “Plaats aangewezen”. Het zwaartepunt wordt vastgelegd als een X- en Y-coördinaat en is het gemiddelde van alle actieve verblijfplaatsen binnen de woonkern.

De afstand over de weg wordt bepaald door het zwaartepunt van de woonkern te projecteren op het NWB en de afstand over het netwerk tot iedere woonkern in Nederland te bepalen.
De afstand van een woonkern tot zichzelf wordt op één kilometer gesteld, evenals afstanden tot andere woonkernen die kleiner zijn dan één kilometer.
Vervolgens wordt het inwonertal binnen iedere woonkern van een gemeente bepaald. Inwoners van een gemeente die niet in een woonkern wonen, worden aan de woonkernen van een gemeente toegedeeld naar rato van het inwonertal binnen de betreffende woonkern.

Als eerste stap in de berekening wordt voor iedere woonkern in Nederland het aantal inwoners volgens een formule opgesplitst in aantallen potentiële landelijke klanten naar alle woonkernen gelegen binnen de betreffende zoekstraal, met inbegrip van de woonkern zelf.
Als tweede stap wordt per woonkern het aantal potentiële landelijke klanten afkomstig uit alle kernen gesommeerd.

Definitieve cijfers.
Het definitieve cijfer is gebaseerd op het voorkomen in Basis Register Personen van 1 januari van het peiljaar en de BAG op 1 januari van het peiljaar afgeleid van het BAG-extract van 8 februari van het peiljaar.

Voorlopige cijfers.
Deze wordt gebaseerd op het aantal actieve verblijfplaatsen in de BAG per 1 september van het kalenderjaar voorafgaand aan het peiljaar en het aantal inwoners per 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand van het peiljaar. Gemeentelijke herindelingen die per 1 januari van het peiljaar ingaan worden toegepast. Grenscorrecties van gemeenten zijn op dat tijdstip nog niet verwerkt.
Centrumfunctie (absoluut)
Landelijke centrumfunctie
Verondersteld wordt dat de landelijke aantrekkingskracht van een kern toeneemt met het kwadraat van het aantal inwoners van die kern en afneemt met het kwadraat van de afstand tot die kern, waarbij de afstand wordt gemeten over de weg. Het aantal potentiële klanten van een gemeente is de som van de potentiële klanten van alle woonkernen van de gemeente, verkregen uit alle woonkernen in Nederland. Het totaal aantal potentiële klanten in Nederland is gelijk aan het aantal inwoners.
Centrumfunctie (relatief)
Landelijke centrumfunctie (%)
Percentage aangetrokken personen volgens de landelijke centrumfunctie ten opzichte van het aantal inwoners van een gemeente.