Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)

Status cijfer Regio's Perioden Sociale zekerheid Personen in doelgroepregister (aantal) Vastgoed Belastingcapaciteit woningen (mln euro) Vastgoed Belastingcapaciteit niet-woningen (mln euro) Vastgoed Amendement De Pater (mln euro)
Voorlopig Nederland 2026 3.692.928 574.723 19.716
Voorlopig Noord-Nederland (LD) 2026 286.100 46.158 3.164
Voorlopig Oost-Nederland (LD) 2026 713.980 103.022 5.690
Voorlopig West-Nederland (LD) 2026 1.953.684 304.393 5.875
Voorlopig Zuid-Nederland (LD) 2026 739.164 121.150 4.988
Voorlopig Groningen (PV) 2026 96.011 17.845 851
Voorlopig Fryslân (PV) 2026 106.738 16.760 1.395
Voorlopig Drenthe (PV) 2026 83.351 11.553 919
Voorlopig Overijssel (PV) 2026 210.286 34.151 2.174
Voorlopig Flevoland (PV) 2026 78.524 13.838 571
Voorlopig Gelderland (PV) 2026 425.169 55.033 2.946
Voorlopig Utrecht (PV) 2026 334.538 42.104 1.176
Voorlopig Noord-Holland (PV) 2026 771.530 133.811 1.837
Voorlopig Zuid-Holland (PV) 2026 774.855 114.873 1.727
Voorlopig Zeeland (PV) 2026 72.762 13.606 1.134
Voorlopig Noord-Brabant (PV) 2026 545.882 89.230 3.914
Voorlopig Limburg (PV) 2026 193.282 31.920 1.073
Voorlopig Oost-Groningen (CR) 2026 19.096 3.000 228
Voorlopig Delfzijl en omgeving (CR) 2026 6.496 1.696 88
Voorlopig Overig Groningen (CR) 2026 70.419 13.149 534
Voorlopig Noord-Friesland (CR) 2026 50.613 7.961 629
Voorlopig Zuidwest-Friesland (CR) 2026 24.908 4.020 375
Voorlopig Zuidoost-Friesland (CR) 2026 31.217 4.779 391
Voorlopig Noord-Drenthe (CR) 2026 35.681 4.402 354
Voorlopig Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 24.642 3.790 249
Voorlopig Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 23.027 3.361 316
Voorlopig Noord-Overijssel (CR) 2026 70.424 12.072 729
Voorlopig Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 30.921 4.037 265
Voorlopig Twente (CR) 2026 108.941 18.042 1.180
Voorlopig Veluwe (CR) 2026 149.355 19.695 981
Voorlopig Achterhoek (CR) 2026 75.043 9.862 888
Voorlopig Arnhem/Nijmegen (CR) 2026 151.185 18.486 548
Voorlopig Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 49.586 6.990 530
Voorlopig Utrecht (CR) 2026 334.538 42.104 1.176
Voorlopig Kop van Noord-Holland (CR) 2026 73.468 10.466 544
Voorlopig Alkmaar en omgeving (CR) 2026 58.749 7.274 203
Voorlopig IJmond (CR) 2026 43.456 4.832 57
Voorlopig Agglomeratie Haarlem (CR) 2026 70.118 6.185 135
Voorlopig Zaanstreek (CR) 2026 34.516 4.594 81
Voorlopig Groot-Amsterdam (CR) 2026 422.119 94.741 627
Voorlopig Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2026 69.105 5.719 191
Voorlopig Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2026 107.828 11.261 247
Voorlopig Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2026 192.921 25.111 357
Voorlopig Delft en Westland (CR) 2026 51.159 9.302 132
Voorlopig Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 71.854 8.554 281
Voorlopig Groot-Rijnmond (CR) 2026 282.692 50.057 505
Voorlopig Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 68.400 10.588 204
Voorlopig Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2026 19.365 3.819 267
Voorlopig Overig Zeeland (CR) 2026 53.396 9.787 867
Voorlopig West-Noord-Brabant (CR) 2026 126.805 23.710 948
Voorlopig Midden-Noord-Brabant (CR) 2026 96.650 17.488 890
Voorlopig Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 145.241 19.860 1.044
Voorlopig Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 177.186 28.172 1.032
Voorlopig Noord-Limburg (CR) 2026 51.548 10.374 390
Voorlopig Midden-Limburg (CR) 2026 44.447 7.281 283
Voorlopig Zuid-Limburg (CR) 2026 97.287 14.265 400
Voorlopig Flevoland (CR) 2026 78.524 13.838 571
Voorlopig Aa en Hunze 2026 5.058 492 81
Voorlopig Aalsmeer 2026 7.934 2.008 12
Voorlopig Aalten 2026 4.665 600 43
Voorlopig Achtkarspelen 2026 4.011 535 47
Voorlopig Alblasserdam 2026 3.377 662 4
Voorlopig Albrandswaard 2026 5.536 554 22
Voorlopig Alkmaar 2026 23.365 3.935 64
Voorlopig Almelo 2026 11.173 2.768 115
Voorlopig Almere 2026 41.281 4.930 76
Voorlopig Alphen aan den Rijn 2026 23.505 2.999 114
Voorlopig Alphen-Chaam 2026 2.205 316 53
Voorlopig Altena 2026 10.694 1.420 76
Voorlopig Ameland 2026 1.765 246 22
Voorlopig Amersfoort 2026 37.067 4.304 53
Voorlopig Amstelveen 2026 27.283 3.238 28
Voorlopig Amsterdam 2026 291.904 66.252 298
Voorlopig Apeldoorn 2026 33.521 4.232 135
Voorlopig Arnhem 2026 31.520 3.855 63
Voorlopig Assen 2026 10.963 1.473 26
Voorlopig Asten 2026 3.675 502 44
Voorlopig Baarle-Nassau 2026 1.467 282 42
Voorlopig Baarn 2026 6.800 428 11
Voorlopig Barendrecht 2026 9.925 1.367 8
Voorlopig Barneveld 2026 13.387 2.742 97
Voorlopig Beek (L.) 2026 2.695 602 9
Voorlopig Beekdaelen 2026 6.139 445 38
Voorlopig Beesel 2026 2.291 206 11
Voorlopig Berg en Dal 2026 7.120 633 65
Voorlopig Bergeijk 2026 4.372 571 85
Voorlopig Bergen (L.) 2026 2.379 268 21
Voorlopig Bergen (NH.) 2026 10.885 876 53
Voorlopig Bergen op Zoom 2026 11.969 2.033 144
Voorlopig Berkelland 2026 7.987 1.266 195
Voorlopig Bernheze 2026 7.146 676 77
Voorlopig Best 2026 6.970 930 25
Voorlopig Beuningen 2026 5.356 458 22
Voorlopig Beverwijk 2026 7.923 1.290 14
Voorlopig De Bilt 2026 13.304 951 67
Voorlopig Bladel 2026 4.632 842 51
Voorlopig Blaricum 2026 5.549 218 8
Voorlopig Bloemendaal 2026 10.542 285 14
Voorlopig Bodegraven-Reeuwijk 2026 8.434 882 28
Voorlopig Boekel 2026 2.280 302 49
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens die (mede) als grondslag dienen bij het bepalen van de hoogte van de Algemene Uitkeringen aan gemeenten en provincies. Daarnaast zijn er enkele gegevens ten behoeve van de Decentralisatie Uitkering beschikbaar.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt deze uitkeringen aan de hand van verdeelmodellen. De hiervoor gebruikte eenheden die het CBS levert worden beschreven in de 'Toelichting op de berekeningen van de uitkeringen uit het gemeentefonds 1997 e.v. jaren', zie paragraaf 3. Dit verdeelstelsel is op 1 januari 1998 in werking getreden (Staatsblad, 1997, 526).

Gegevens beschikbaar vanaf: 2023.

Status van de cijfers:
Er worden zowel voorlopige als definitieve cijfers gepubliceerd.

De onderwerpen: Belastingcapaciteit woningen, belastingcapaciteit niet-woningen en Amendement De Pater kunnen door nagekomen berichten ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Wijzigingen per 1 september 2026:
De definitieve cijfers van 2026 voor Sociale zekerheid - Personen met loonkostensubsidie zijn toegevoegd.
De voorlopige cijfers van 2026 voor vastgoed - Belastingcapaciteit woningen, vastgoed - Belastingcapaciteit niet-woningen en vastgoed - Amendement De Pater zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Sociale zekerheid
Personen in doelgroepregister
Het aantal personen per gemeente die tot de gemeentelijke doelgroep behoort en op peildatum 30 juni van het voorgaand jaar met één of meer lopende grondslag(en) arbeidsbeperktheid in het Doelgroepregister opgenomen was.

De grondslagen arbeidsbeperktheid, die bij de gemeentelijke doelgroep behoren, zijn:
- Indicatie banenafspraak.
- Werken met een gemeente-voorziening.
- Verminderde loonwaarde.
- Geldige WSW-indicatie, maar geen sw-plaatsing.
- Begeleiding jobcoach.
- WIW- of ID-baan.
- Tijdelijke registraties, afgewezen Wajong.
- Tijdelijke registraties; schoolverlaters VSO/PRO en MBO entree.
- Afgewezen Wajong aanvragen.
- VSO leerlingen.
- PRO leerlingen.

Het Doelgroepregister is een landelijk register waarin alle mensen staan die vallen onder de banenafspraak. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) beheert dit register. Met de gegevens uit het Doelgroepregister kan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) controleren of werkgevers de afgesproken extra banen voor mensen met ziekte of handicap realiseren. Werkgevers en gemeenten kunnen zien of een werknemer, sollicitant, uitzendkracht of gedetacheerde werknemer in het Doelgroepregister staat.
Naast personen, die onder de banenafspraak vallen, zijn ook personen in het register opgenomen, die niet onder de banenafspraak vallen, zoals bijvoorbeeld personen met een beschikking beschut werk.

Van dit onderdeel worden alleen definitieve cijfers gebruikt.

Vastgoed
De volgende cijfers zijn opgenomen;
- De voorraadcijfers uit de BAG, uitgesplitst naar woningen, woningen met logies en utiliteit (niet-woningen) met logies.
- De belastingcapaciteit van WOZ-objecten woningen en niet-woningen en de waardevermindering op de niet-woningen. Door nagekomen berichten van gemeenten kunnen deze cijfers ondanks de status definitief alsnog worden aangepast.

Met ingang van 2024 wordt de belastingcapaciteit woningen en niet-woningen bepaald volgens een nieuw proces. In dit nieuwe proces blijft de wijze van berekening van de variabelen hetzelfde, maar worden de onderliggende, ontbrekende WOZ-waarden op verbeterde wijze ingeschat. Dit kan bij sommige gemeenten leiden tot grotere verschillen t.o.v. van voorgaande jaren, dan uitsluitend op basis van de waardeontwikkeling verwacht zou worden.




Belastingcapaciteit woningen
De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente onroerendezaakbelasting (OZB) kan worden geheven. Woningen betreffen de onroerende zaken die tot woning dienen, bedoeld in artikel 220, onderdeel b, van de Gemeentewet.
In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.
Met ingang van 2008 worden onroerende goederen getaxeerd naar de waarde per 1 januari van het voorgaande jaar.

Belastingcapaciteit niet-woningen
De belastingcapaciteit wordt bepaald aan de hand van de som van de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vastgestelde waarden van de objecten waarover door de gemeente onroerendezaakbelasting (OZB) kan worden geheven. Niet-woningen zijn de overige onroerende goederen waarin in hoofdzaak bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd. In de belastingcapaciteit worden ook meegenomen de waarden van de objecten waarvan de gemeenten op vrijwillige basis vrijstelling van OZB verlenen.
Met ingang van 2008 worden onroerende goederen getaxeerd naar de waarde per 1 januari van het voorgaande jaar.
Amendement De Pater
Het bedrag waarmee de belastingcapaciteit voor niet-woningen verminderd moet worden in verband met het buiten aanmerking laten van het woondeel bij gemengde panden.
Het amendement De Pater-van der Meer beoogt huishoudens met een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, te laten profiteren van de afschaffing van het gebruikersdeel op woningen, in het kader van de Wet 'Afschaffing gebruikersdeel OZB op woningen'.