Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2022

Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2022

Regio's Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Huishoudens met inkomen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Huishoudens met kinderen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens In huishoudens met laag inkomen (aantal) Beroepsbevolking, gemiddelde 2016-2020 Lager opgeleiden, gemiddelde 2016-2020 (x 1 000) Beroepsbevolking, gemiddelde 2016-2020 Lager opgeleiden, percentage (%)
Nederland 7.771.700 24.400 26.200 392.000 1.388 15
Aa en Hunze 11.300 25.600 26.800 400 1 11
Aalsmeer 12.900 28.400 30.800 400 3 16
Aalten 11.600 23.400 24.500 400 3 20
Achtkarspelen 11.800 21.300 22.100 800 3 20
Alblasserdam 8.100 24.900 26.100 400 2 21
Albrandswaard 10.600 28.900 30.400 400 1 11
Alkmaar 50.900 24.300 25.400 2.200 8 13
Almelo 32.300 22.000 22.500 2.400 6 17
Almere 82.300 24.400 24.400 6.600 17 14
Alphen aan den Rijn 46.900 26.200 27.300 1.900 9 15
Alphen-Chaam 4.000 27.500 29.400 200 1 14
Altena 21.400 26.100 27.300 700 7 23
Ameland 1.600 22.400 23.500 100 0 12
Amersfoort 67.500 26.100 27.800 3.400 10 11
Amstelveen 41.800 28.000 32.500 1.300 4 9
Amsterdam 452.300 23.700 25.700 30.900 48 9
Apeldoorn 72.600 24.600 25.800 3.200 13 15
Arnhem 77.300 21.800 23.900 4.800 11 13
Assen 31.400 23.000 23.700 1.800 4 12
Asten 7.100 25.200 27.700 300 2 20
Baarle-Nassau 3.000 24.400 27.800 100 1 20
Baarn 11.800 27.800 31.200 400 2 14
Barendrecht 18.900 29.000 29.800 800 3 13
Barneveld 20.800 25.300 26.200 1.000 7 23
Beek (L.) 7.400 25.300 27.100 300 1 16
Beekdaelen 16.300 25.200 26.700 500 4 20
Beesel 5.800 23.800 24.900 200 2 21
Berg en Dal 15.800 24.200 26.200 500 4 20
Bergeijk 7.600 26.400 27.800 300 2 16
Bergen (L.) 5.600 23.800 25.000 200 1 20
Bergen (NH.) 14.300 29.100 30.800 400 1 11
Bergen op Zoom 30.600 24.400 25.700 1.700 6 18
Berkelland 19.000 24.100 25.400 600 5 23
Bernheze 11.900 26.300 28.100 400 3 19
Best 12.000 27.400 28.700 400 2 14
Beuningen 10.700 26.000 27.400 400 2 16
Beverwijk 18.700 23.800 24.700 1.000 5 23
De Bilt 19.500 30.900 34.000 700 2 10
Bladel 8.400 25.600 27.200 300 2 17
Blaricum 4.200 38.600 42.500 200 1 16
Bloemendaal 9.900 40.200 46.100 300 1 6
Bodegraven-Reeuwijk 13.500 29.000 29.400 600 3 14
Boekel 4.100 24.400 26.400 200 1 20
Borger-Odoorn 11.100 23.700 24.600 500 2 19
Borne 9.300 25.800 26.800 300 2 13
Borsele 9.500 25.400 26.400 400 2 19
Boxtel 13.500 25.000 26.300 600 3 17
Breda 87.400 24.700 27.900 4.000 13 13
Brielle 7.500 27.800 28.900 300 1 15
Bronckhorst 15.700 25.500 26.400 500 4 18
Brummen 9.300 25.400 26.200 300 2 20
Brunssum 13.900 21.800 22.600 800 3 23
Bunnik 6.300 30.000 31.800 100 1 9
Bunschoten 7.900 25.800 27.400 300 3 25
Buren 10.600 27.200 28.100 400 3 21
Capelle aan den IJssel 30.900 25.000 25.500 2.100 6 19
Castricum 15.400 28.900 30.600 400 3 13
Coevorden 15.600 23.700 24.200 900 3 19
Cranendonck 8.800 25.500 26.900 300 2 20
Culemborg 11.900 25.400 26.600 600 2 14
Dalfsen 11.200 25.200 26.300 400 2 14
Dantumadiel 8.000 21.700 22.800 500 2 23
Delft 53.200 20.700 26.000 2.300 5 10
Deurne 13.600 24.300 25.800 500 4 20
Deventer 44.900 23.300 24.600 2.400 9 16
Diemen 13.200 23.300 27.100 600 1 8
Dijk en Waard 34.000 25.100 25.600 1.500 7 15
Dinkelland 10.200 25.600 27.800 300 2 14
Doesburg 5.200 23.100 23.200 300 1 21
Doetinchem 25.700 23.700 24.700 1.100 5 17
Dongen 11.000 25.200 26.700 400 3 19
Dordrecht 55.600 23.600 24.600 3.200 9 14
Drechterland 8.100 26.100 27.600 300 3 22
Drimmelen 11.500 26.200 27.900 300 2 15
Dronten 17.000 24.200 25.300 1.000 3 12
Druten 7.800 24.300 26.500 400 2 17
Duiven 10.600 25.400 26.100 400 2 11
Echt-Susteren 14.700 24.300 26.200 500 2 13
Edam-Volendam 14.600 27.700 30.300 400 5 24
Ede 47.700 24.500 26.100 2.300 11 17
Eemnes 3.700 28.700 29.000 200 1 11
Eemsdelta 22.200 22.200 22.800 1.300 4 19
Eersel 7.900 27.400 29.300 300 2 24
Eijsden-Margraten 10.700 26.900 28.800 300 2 13
Eindhoven 112.900 23.000 25.300 5.600 15 12
Elburg 9.200 24.000 24.400 400 2 20
Emmen 48.800 22.000 22.800 3.000 11 22
Enkhuizen 8.500 23.700 24.500 400 2 17
Enschede 77.000 20.400 22.600 5.200 12 16
Epe 14.100 25.600 26.100 500 3 20
Ermelo 11.800 25.400 27.500 400 2 16
Etten-Leur 18.400 25.400 26.700 800 4 19
De Fryske Marren 22.100 24.300 25.200 900 4 14
Geertruidenberg 9.500 25.000 26.200 300 2 19
Geldrop-Mierlo 17.300 25.600 26.600 900 3 16
Gemert-Bakel 12.500 24.600 26.200 500 3 17
Gennep 7.900 23.400 24.900 300 1 14
Gilze en Rijen 11.100 25.000 26.300 500 2 16
Goeree-Overflakkee 20.900 25.600 27.100 700 5 21
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die onder andere als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de algemene uitkeringen, Jeugdwet en de Participatiewet.

Gegevens beschikbaar voor 2022

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Wijzigingen per 02-08-2022
Cijfers over het aantal ouders (van kinderen tot 18 jaar) met langdurig psychisch medicijngebruik in 2021 zijn toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Huishoudens met inkomen, 2014
De uitkomsten hebben betrekking op huishoudens in Nederland met inkomen in 2014.
Totaal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen in jaar 2014 (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met kinderen
Aantal particuliere huishoudens met kinderen op 31 december 2014 met inkomen in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met kinderen (exclusief studentenhuishoudens). Dit gaat om paren met kinderen zonder anderen en eenoudergezinnen zonder anderen. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de hoofdkostwinner. Het al dan niet gehuwd samenwonen van de hoofdkostwinner en de aanwezigheid van inwonende kinderen spelen hier een rol.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.


Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen voor huishoudens met kinderen in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Minderjarige kinderen in huishoudens
Totaal aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
In huishoudens met laag inkomen
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen in het 2e, 3e, of 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

Huishoudens zijn in tien inkomensklasse verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen van het voorafgaande jaar. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep 'relatief lage inkomens'.
De populatie omvat alle huishoudens inclusief studentenhuishoudens en institutionele huishoudens; huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen zijn buiten beschouwing gelaten.
Een particulier huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
Een institutioneel huishouden is gedefinieerd als een uit een of meer leden bestaande verzameling van personen, woonachtig in een tot bewoning bestemd gebouw of in een andere bewoonde ruimte, die daar door derden wordt voorzien van huisvesting en van dagelijkse levensbehoeften.
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering (Wet Studie Financiering) ontvangen behoren tot de groep studentenhuishoudens; werkstudenten behoren ook tot deze categorie.
Het 'besteedbaar inkomen' is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals RWW, AOW, WAZ, WAJONG en WAO).

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Beroepsbevolking, gemiddelde 2016-2020
Tot de beroepsbevolking horen personen:
- die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of
- die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Het gaat hier om een vijfjaarsgemiddelde van de beroepsbevolking.
Lager opgeleiden, gemiddelde 2016-2020
Vijfjaarsgemiddelde van het aantal lager opgeleiden in de beroepsbevolking voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

De lager opgeleiden in deze tabel wijken af van de standaard CBS-indeling van de laag opgeleiden. In deze tabel worden personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen volgens de Standaard Onderwijsindeling (SOI) tot de laag opgeleiden gerekend:
- 111 Basisonderwijs:
01001 geen onderwijs gevolgd
01002 onderwijs aan kleuters
01003 basisonderwijs groep 3-8
01004 (basis)educatie
- 121 VMBO-basisberoep/kaderberoeps, mbo1:
01006 praktijkonderwijs
01016 overige beroepsopleiding of cursus met lager niveau
01007 assistentenopleiding (web) bol
01008 assistentenopleiding (web) bbl (incl. geen aanduiding leerweg)
01005 gemeenschappelijke leerjaren avo
01013 vmbo basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
01015 lbo, vbo.
Ten opzichte van de standaard CBS-indeling van laag opgeleiden worden de personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen niet tot de lager opgeleiden gerekend:
- 122 VMBO-gemengd/theoretisch, avo onderbouw:
01009 havo, vwo leerjaar 1-3
01010 mms, hbs, gymnasium leerjaar 1-3
01011 voortgezet speciaal onderwijs
01012 mavo
01014 vmbo theoretische- of gemengde leerweg.
Lager opgeleiden, percentage
Vijfjaarsgemiddelde van het percentage lager opgeleiden in de beroepsbevolking voor de jaren 2016 tot en met 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2022.

De lager opgeleiden in deze tabel wijken af van de standaard CBS-indeling van de laag opgeleiden. In deze tabel worden personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen tot de laag opgeleiden gerekend:
- 111 Basisonderwijs:
01001 geen onderwijs gevolgd
01002 onderwijs aan kleuters
01003 basisonderwijs groep 3-8
01004 (basis)educatie
- 121 VMBO-basisberoep/kaderberoeps, mbo1:
01006 praktijkonderwijs
01016 overige beroepsopleiding of cursus met lager niveau
01007 assistentenopleiding (web) bol
01008 assistentenopleiding (web) bbl (incl. geen aanduiding leerweg)
01005 gemeenschappelijke leerjaren avo
01013 vmbo basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
01015 lbo, vbo.
Ten opzichte van de standaard CBS-indeling van laag opgeleiden worden de personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen niet tot de lager opgeleiden gerekend:
- 122 VMBO-gemengd/theoretisch, avo onderbouw:
01009 havo, vwo leerjaar 1-3
01010 mms, hbs, gymnasium leerjaar 1-3
01011 voortgezet speciaal onderwijs
01012 mavo
01014 vmbo theoretische- of gemengde leerweg.