Sociaal-economische status; scores per wijk en buurt, regio-indeling 2021

Sociaal-economische status; scores per wijk en buurt, regio-indeling 2021

Wijken en buurten Perioden Gestandaardiseerd inkomen 1e tot en met 40e percentielgroep (%) Gestandaardiseerd inkomen 41e tot en met 80e percentielgroep (%) Gestandaardiseerd inkomen 81e tot en met 100e percentielgroep (%) Gestandaardiseerd inkomen Gemiddelde percentielgroep (Getal) Opleidingsniveau Laag Ondergrens 95%-interval (%) Opleidingsniveau Laag Waarde (%) Opleidingsniveau Laag Bovengrens 95%-interval (%)
Laag Boskoop 2019 16,7 44,0 39,3 67,3 11,5 14,2 16,9
Klein Zwitserland-Laag 2019 50,1 38,0 11,9 43,8 20,6 22,3 24,0
Laag Berg en Dal 2019 35,6 40,7 23,7 54,3 16,0 18,6 21,3
Laageind 2019 . . . . . . .
Laag-Keppel 2019 19,6 41,7 38,7 65,0 16,3 20,2 24,1
Wijk 11 laag Dalem 2019 24,9 45,6 29,5 61,2 15,6 16,5 17,4
Laag Dalem I 2019 35,3 44,1 20,6 53,8 19,2 21,4 23,5
Laag Dalem II 2019 28,2 46,7 25,1 58,4 17,5 19,2 20,9
Laag Dalem Oost 2019 16,3 51,9 31,8 65,7 10,3 12,2 14,0
Laag Dalem Zuid 2019 3,7 23,4 73,0 84,7 0,9 3,2 5,4
Koningslaagte 2019 . . . . . . .
Slaaghwijk 2019 60,3 33,7 6,0 36,0 30,9 31,9 32,9
Prinsenhof laag 2019 24,4 46,7 28,9 61,4 15,5 18,5 21,5
Laaghalen 2019 . . . . . . .
Buitengebied-Laag-Blokland 2019 . . . . . . .
Laagraven 2019 . . . . . . .
Buitengebied Laagraven 2019 . . . . . . .
Buitengebied het Laag Heemaal 2019 . . . . . . .
Laag Zuthem 2019 21,5 49,4 29,2 62,3 11,2 14,2 17,2
Laag Zuthem Kern 2019 18,7 57,6 23,7 61,6 8,6 12,0 15,4
Buitengebied Laag Zuthem 2019 . . . . . . .
Laag-Soeren 2019 28,2 41,9 29,9 59,9 14,1 17,1 20,1
Verspreide huizen bosgebied Laag Soeren 2019 . . . . . . .
De Mors en Plaagslagen 2019 22,1 44,3 33,6 61,8 9,1 16,8 24,4
Laageinde 2019 55,3 37,1 7,7 40,5 34,7 36,1 37,5
Rhederlaag 2019 . . . . . . .
Esse Laag 2019 29,7 35,8 34,5 60,5 15,4 17,4 19,5
Esse Zoom Laag 2019 . . . . . . .
Harculo en Hoog-Zuthem 2019 19,1 41,2 39,7 64,7 6,7 10,5 14,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de sociaal-economische status (SES-WOA) van gemeenten, wijken en buurten in Nederland. Deze status wordt beschreven in termen van de financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van particuliere huishoudens op 1 januari van het verslagjaar. Voor alle gegevens, ongeacht verslagjaar, geldt dat de gemeente/wijk/buurt-indeling van 2021 is toegepast.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2014

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 7 april 2022:
Geen, dit is een nieuwe tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Onregelmatig.

Toelichting onderwerpen

Gestandaardiseerd inkomen
Gestandaardiseerd inkomen
Het besteedbare inkomen van een huishouden bestaat uit het bruto-inkomen (inkomen uit arbeid, eigen onderneming en vermogen, uitkeringen en ontvangen overdrachten) verminderd met betaalde overdrachten (bijv. partneralimentatie), premies en belasting op inkomen en vermogen. Het besteedbaar inkomen wordt gestandaardiseerd door te corrigeren voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Dit gebeurt door het huishoudensinkomen te delen door een equivalentiefactor die uitdrukt hoe groot het schaalvoordeel is bij het voeren van een gemeenschappelijke huishouding, gebaseerd op de uitgaven voor levensonderhoud (bestedingen). Hierbij is het eenpersoonshuishouden als norm gekozen.
1e tot en met 40e percentielgroep
1e tot en met 40e percentielgroep
De toekenning aan percentielgroepen is gebaseerd op alle particuliere huishoudens in Nederland. Deze worden van laag naar hoog gerangschikt op inkomen en vervolgens ingedeeld in honderd opeenvolgende groepen van gelijke omvang: de percentielgroepen. Voor huishoudens in de 1e t/m 40e percentielgroep geldt dus dat deze behoren tot de 40% huishoudens met het laagste inkomen. Nb. Studentenhuishoudens worden per definitie bij deze groep ingedeeld.

41e tot en met 80e percentielgroep
41e tot en met 80e percentielgroep
De toekenning aan percentielgroepen is gebaseerd op alle particuliere huishoudens in Nederland. Deze worden van laag naar hoog gerangschikt op inkomen en vervolgens ingedeeld in honderd opeenvolgende groepen van gelijke omvang: de percentielgroepen. Voor huishoudens in de 41e t/m 80e percentielgroep geldt dus dat 40% van de huishoudens een lager inkomen heeft en 20% van de huishoudens een hoger inkomen.
81e tot en met 100e percentielgroep
81 tot en met 100e percentielgroep
De toekenning aan percentielgroepen is gebaseerd op alle particuliere huishoudens in Nederland. Deze worden van laag naar hoog gerangschikt op inkomen en vervolgens ingedeeld in honderd opeenvolgende groepen van gelijke omvang: de percentielgroepen. Voor huishoudens in de 81e t/m 100e percentielgroep geldt dus dat deze behoren tot de 20% huishoudens met het hoogste inkomen.

Gemiddelde percentielgroep
Gemiddelde percentielgroep
De gemiddelde percentielgroep wordt berekend door de percentielgroepen waartoe de huishoudens in de regio behoren op te tellen en vervolgens te delen door het totaal aantal huishoudens in de regio.
Opleidingsniveau
Opleidingsniveau
Opleidingsniveau betreft het niveau van de hoogste behaalde opleiding. Het opleidingsniveau van een huishouden wordt bepaald door het hoogste opleidingsniveau van de hoofdkostwinner of een eventuele partner.
Laag
Laag
Het hoogst behaalde niveau is laag onderwijs.
Dit omvat het basisonderwijs, het vmbo, de eerste 3 leerjaren van havo en vwo en de entreeopleiding (mbo1, voorheen assistentenopleiding), praktijkonderwijs.

Ondergrens 95%-interval
Ondergrens 95%-interval
Dit is de ondergrens van het interval waarvan met 95% zekerheid verwacht wordt dat de werkelijke waarde er binnen ligt.

Waarde
Bovengrens 95%-interval
Bovengrens 95%-interval
Dit is de bovengrens van het interval waarvan met 95% zekerheid verwacht wordt dat de werkelijke waarde er binnen ligt.