Financieel risico hypotheekschuld; eigenwoningbezitters

Financieel risico hypotheekschuld; eigenwoningbezitters

Eigenaar-bewoner Kenmerken van huishoudens Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Gemiddelde hypotheekschuld eigen woning (1 000 euro) Gemiddelde waarde eigen woning (1 000 euro) Gemiddeld bruto-inkomen (1 000 euro) Gemiddeld besteedbaar inkomen (1 000 euro) Schuldrisico kengetallen Hypotheekschuld / woningwaarde (waarde) Schuldrisico kengetallen Hypotheekschuld / bruto-inkomen (waarde) Schuldrisico kengetallen Hypotheekschuld / besteedbaar inkomen (waarde) Schuldrisico klassen Hypotheekschuld / woningwaarde Geen schuld (x 1 000) Schuldrisico klassen Hypotheekschuld / woningwaarde 0 tot 0,7 (x 1 000)
Totaal Particuliere huishoudens 2010 4.134,1 151,0 282,3 . . 0,55 . . 678,7 1.781,4
Totaal Type: Eenpersoonshuishouden 2010 863,5 103,6 239,0 . . 0,43 . . 232,9 307,8
Totaal Type: Meerpersoonshuishouden 2010 3.270,6 163,5 293,8 . . 0,57 . . 445,9 1.473,7
Totaal Type: Eenoudergezin 2010 172,6 140,8 272,2 . . 0,57 . . 29,0 75,0
Totaal Type: Paar, totaal 2010 3.020,1 164,5 293,0 . . 0,57 . . 402,5 1.364,7
Totaal Type: Paar, zonder kind 2010 1.407,6 128,7 290,3 . . 0,39 . . 289,4 672,7
Totaal Type: Paar, met kind(eren) 2010 1.612,5 195,7 295,4 . . 0,70 . . 113,1 692,0
Totaal Type: Meerpersoonshuishouden, overig 2010 77,9 177,5 371,4 . . 0,50 . . 14,3 34,0
Totaal Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2010 38,4 161,8 165,7 . . 1,12 . . 2,4 2,8
Totaal Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2010 1.503,7 210,3 247,1 . . 0,95 . . 67,5 339,3
Totaal Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2010 1.797,6 145,3 302,0 . . 0,44 . . 235,7 1.056,5
Totaal Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2010 794,4 51,3 310,2 . . 0,04 . . 373,2 382,8
Totaal Hoofdkostwinner: 25 tot 35 jaar 2010 544,8 204,9 205,4 . . 1,08 . . 20,1 42,1
Totaal Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 2010 958,9 213,4 270,7 . . 0,85 . . 47,4 297,2
Totaal Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 2010 975,1 169,4 299,0 . . 0,55 . . 87,0 534,8
Totaal Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 2010 822,5 116,6 305,5 . . 0,33 . . 148,7 521,8
Totaal Hoofdkostwinner: 65 tot 75 jaar 2010 484,5 66,4 310,9 . . 0,14 . . 177,1 275,3
Totaal Hoofdkostwinner: 75 tot 85 jaar 2010 249,7 30,7 308,6 . . 0,00 . . 149,6 94,5
Totaal Hoofdkostwinner: 85 jaar of ouder 2010 60,2 15,3 312,1 . . 0,00 . . 46,5 13,1
Totaal Bron: Inkomen als werknemer 2010 2.617,7 173,8 259,9 . . 0,74 . . 176,4 1.054,1
Totaal Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2010 458,6 226,3 366,3 . . 0,61 . . 74,3 185,2
Totaal Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2010 305,0 171,5 312,5 . . 0,57 . . 57,2 123,3
Totaal Bron: Inkomen als dir.-grootaandeelh. 2010 146,6 342,6 480,2 . . 0,69 . . 15,7 58,9
Totaal Bron: Inkomen als overige zelfstandige 2010 7,0 176,6 327,0 . . 0,52 . . 1,4 3,0
Totaal Bron: Overdrachtsinkomen 2010 1.057,7 62,1 301,3 . . 0,11 . . 428,1 542,2
Totaal Bron: Uitkering inkomensverzekering 2010 1.045,3 62,0 302,3 . . 0,11 . . 423,7 537,2
Totaal Bron: Uitkering werkloosheid 2010 29,2 122,0 246,2 . . 0,49 . . 4,5 14,4
Totaal Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid 2010 88,2 88,5 245,7 . . 0,32 . . 18,5 51,0
Totaal Bron: Uitkering pensioen 2010 927,9 57,5 309,4 . . 0,08 . . 400,6 471,8
Totaal Bron: Uitkering sociale voorziening 2010 10,6 66,3 216,3 . . 0,20 . . 3,8 4,6
Totaal Bron: Uitkering bijstand 2010 3,8 60,8 163,3 . . 0,23 . . 1,4 1,3
Totaal Bron: Uitk. sociale voorziening, overig 2010 6,8 69,4 245,7 . . 0,19 . . 2,4 3,3
Totaal Bron: Studiefinanciering 2010 1,8 105,1 225,9 . . 0,40 . . 0,7 0,4
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2010 170,3 162,1 289,9 . . 0,55 . . 41,3 59,5
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2010 181,0 107,8 225,7 . . 0,46 . . 40,3 74,5
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2010 259,9 105,8 224,7 . . 0,47 . . 56,9 105,0
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2010 327,8 115,7 227,2 . . 0,55 . . 60,1 131,8
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2010 411,1 125,6 233,1 . . 0,59 . . 63,6 169,9
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2010 465,6 133,9 243,0 . . 0,59 . . 64,9 199,5
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2010 512,6 141,7 256,5 . . 0,58 . . 68,9 225,9
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2010 557,4 149,6 274,9 . . 0,56 . . 77,0 253,2
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2010 599,3 164,6 304,4 . . 0,54 . . 86,9 276,6
Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2010 649,0 220,5 412,8 . . 0,51 . . 119,0 285,7
Totaal Vermogen: 1e 10%-groep 2010 624,2 260,4 209,1 . . 1,17 . . 1,5 7,1
Totaal Vermogen: 2e 10%-groep 2010 8,6 202,3 190,5 . . 1,05 . . 0,0 0,1
Totaal Vermogen: 3e 10%-groep 2010 35,4 202,0 191,5 . . 1,04 . . 0,0 0,3
Totaal Vermogen: 4e 10%-groep 2010 101,6 202,5 196,5 . . 1,01 . . 0,2 1,1
Totaal Vermogen: 5e 10%-groep 2010 205,0 199,4 204,9 . . 0,95 . . 0,7 3,8
Totaal Vermogen: 6e 10%-groep 2010 458,7 183,7 218,3 . . 0,82 . . 4,7 99,5
Totaal Vermogen: 7e 10%-groep 2010 620,0 145,2 232,4 . . 0,57 . . 30,1 417,2
Totaal Vermogen: 8e 10%-groep 2010 679,0 105,5 255,7 . . 0,32 . . 109,5 495,1
Totaal Vermogen: 9e 10%-groep 2010 697,6 90,2 312,5 . . 0,18 . . 208,0 440,6
Totaal Vermogen: 10e 10%-groep 2010 703,9 117,3 469,4 . . 0,06 . . 324,0 316,6
Totaal Woningwaarde: 1e 25%-groep 2010 1.033,5 109,3 147,3 . . 0,84 . . 150,2 286,3
Totaal Woningwaarde: 2e 25%-groep 2010 1.033,5 128,4 210,9 . . 0,60 . . 143,3 439,5
Totaal Woningwaarde: 3e 25%-groep 2010 1.033,5 144,1 277,9 . . 0,47 . . 171,8 511,7
Totaal Woningwaarde: 4e 25%-groep 2010 1.033,5 222,0 493,0 . . 0,37 . . 213,4 543,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Particuliere huishoudens 2010 3.455,4 180,7 277,5 . . 0,68 . . 0,0 1.781,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Eenpersoonshuishouden 2010 630,7 141,9 224,8 . . 0,72 . . 0,0 307,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Meerpersoonshuishouden 2010 2.824,7 189,3 289,3 . . 0,67 . . 0,0 1.473,7
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Eenoudergezin 2010 143,5 169,3 264,8 . . 0,68 . . 0,0 75,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Paar, totaal 2010 2.617,6 189,8 288,8 . . 0,67 . . 0,0 1.364,7
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Paar, zonder kind 2010 1.118,2 162,0 282,8 . . 0,55 . . 0,0 672,7
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Paar, met kind(eren) 2010 1.499,4 210,4 293,3 . . 0,75 . . 0,0 692,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Type: Meerpersoonshuishouden, overig 2010 63,6 217,5 365,5 . . 0,65 . . 0,0 34,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 2010 36,0 172,7 164,6 . . 1,13 . . 0,0 2,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 2010 1.436,2 220,2 246,5 . . 0,97 . . 0,0 339,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 2010 1.561,9 167,2 300,3 . . 0,51 . . 0,0 1.056,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 2010 421,2 96,7 308,6 . . 0,26 . . 0,0 382,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 25 tot 35 jaar 2010 524,7 212,7 205,4 . . 1,08 . . 0,0 42,1
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 2010 911,5 224,5 270,2 . . 0,87 . . 0,0 297,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 2010 888,1 186,0 297,9 . . 0,59 . . 0,0 534,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 2010 673,9 142,4 303,4 . . 0,42 . . 0,0 521,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 65 tot 75 jaar 2010 307,4 104,6 308,3 . . 0,28 . . 0,0 275,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 75 tot 85 jaar 2010 100,1 76,7 307,5 . . 0,20 . . 0,0 94,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Hoofdkostwinner: 85 jaar of ouder 2010 13,8 67,1 324,3 . . 0,16 . . 0,0 13,1
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als werknemer 2010 2.441,4 186,3 258,4 . . 0,79 . . 0,0 1.054,1
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 2010 384,4 270,0 370,4 . . 0,72 . . 0,0 185,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 2010 247,8 211,1 312,9 . . 0,70 . . 0,0 123,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als dir.-grootaandeelh. 2010 130,9 383,6 481,0 . . 0,76 . . 0,0 58,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Inkomen als overige zelfstandige 2010 5,7 218,9 328,2 . . 0,66 . . 0,0 3,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Overdrachtsinkomen 2010 629,6 104,3 295,1 . . 0,30 . . 0,0 542,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering inkomensverzekering 2010 621,7 104,2 296,1 . . 0,30 . . 0,0 537,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering werkloosheid 2010 24,7 144,2 244,2 . . 0,60 . . 0,0 14,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid 2010 69,7 112,0 240,5 . . 0,44 . . 0,0 51,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering pensioen 2010 527,3 101,3 305,9 . . 0,28 . . 0,0 471,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering sociale voorziening 2010 6,8 103,1 209,7 . . 0,47 . . 0,0 4,6
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitkering bijstand 2010 2,4 96,3 157,7 . . 0,63 . . 0,0 1,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Uitk. sociale voorziening, overig 2010 4,4 106,7 237,7 . . 0,41 . . 0,0 3,3
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Bron: Studiefinanciering 2010 1,1 171,5 248,4 . . 0,92 . . 0,0 0,4
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 2010 129,0 213,9 287,9 . . 0,75 . . 0,0 59,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 2010 140,7 138,7 222,2 . . 0,66 . . 0,0 74,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 2010 203,0 135,4 217,3 . . 0,67 . . 0,0 105,0
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 2010 267,8 141,6 220,4 . . 0,71 . . 0,0 131,8
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 2010 347,6 148,6 227,6 . . 0,72 . . 0,0 169,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 2010 400,7 155,5 238,7 . . 0,70 . . 0,0 199,5
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 2010 443,8 163,7 252,7 . . 0,69 . . 0,0 225,9
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 2010 480,4 173,5 271,4 . . 0,66 . . 0,0 253,2
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 2010 512,5 192,5 301,0 . . 0,65 . . 0,0 276,6
Eigenaar-bewoner met hypotheekschuld Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 2010 530,0 270,1 407,5 . . 0,65 . . 0,0 285,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het financieel risico van eigenwoningbezitters door hypotheekschuld, woningwaarde en inkomen aan elkaar te relateren. De uitkomsten worden uitgesplitst naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, en inkomens- en vermogensgroepen.

De tabel bevat drie kengetallen voor het financieel risico van eigenwoningbezit:
- hypotheekschuld / woningwaarde,
- hypotheekschuld / bruto-inkomen, en
- hypotheekschuld / besteedbaar inkomen.
Het eerste verhoudingsgetal wordt ook wel loan-to-value (LTV) genoemd, en de andere twee zijn bekend als loan-to-income ratio's (LTI).

Gegevens beschikbaar vanaf: 2006.
Voor de jaren 2006 t/m 2010 zijn geen inkomensgegevens beschikbaar.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2023 zijn definitief. De cijfers over 2024 zijn voorlopig.

Wijzigingen per oktober 2025:
De cijfers over 2023 zijn definitief en voorlopige cijfers over 2024 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers over 2025 komen in het najaar van 2026 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met een eigen woning per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Gemiddelde hypotheekschuld eigen woning
Gemiddelde hypotheekschuld in verband met de eigen woning van particuliere huishoudens, per 1 januari van het verslagjaar.
Dit betreft de stand van de schuld waarover rente is verschuldigd. Opgebouwde tegoeden voor de aflossing van de hypotheek via kapitaalsverzekeringen, spaar-, beleggingshypotheken en dergelijke zijn deels in mindering gebracht.
Gemiddelde waarde eigen woning
Gemiddelde waarde van de woning in eigendom en in gebruik als hoofdverblijf van particuliere huishoudens, per 1 januari van het verslagjaar.
Gemiddeld bruto-inkomen
Gemiddeld bruto-inkomen van particuliere huishoudens.
Het bruto-inkomen omvat inkomen werknemer, inkomen zelfstandige, inkomen uit vermogen, uitkering inkomensverzekeringen, uitkeringen sociale voorzieningen, ontvangen gebonden overdrachten en overdrachten ontvangen van huishoudens.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens.
Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Schuldrisico kengetallen
Deze verhoudingsgetallen geven een indicatie van het financiële risico dat huishoudens lopen door het hebben van een hypotheekschuld.
Drie kengetallen worden onderscheiden:
- hypotheekschuld / woningwaarde (LTV),
- hypotheekschuld / bruto-inkomen (LTI), en
- hypotheekschuld / besteedbaar inkomen (LTI).
Hypotheekschuld / woningwaarde
Mediane LTV van particuliere huishoudens.
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning. Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote LTV heeft.

Hypotheekschuld / bruto-inkomen
Mediane LTI van particuliere huishoudens.
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en het bruto inkomen. Ook wel bekend als loan-to-income (LTI), waarbij hier gekozen is voor het 'bruto-inkomen'. Dit verhoudingsgetal hangt samen met het kunnen dragen van de maandelijkse hypotheeklasten (betalingsrisico). Een LTI gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als er wel een hypotheekschuld bestaat, dan geldt 'hoe lager het inkomen, hoe hoger de LTI en hoe hoger het betalingsrisico'.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote LTI heeft.
Hypotheekschuld / besteedbaar inkomen
Mediane LTI van particuliere huishoudens.
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en het besteedbaar inkomen. Ook wel bekend als loan-to-income (LTI), waarbij hier gekozen is voor het 'besteedbaar inkomen'. Dit verhoudingsgetal hangt samen met het kunnen dragen van de maandelijkse hypotheeklasten (betalingsrisico). Een LTI gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als er wel een hypotheekschuld bestaat, dan geldt 'hoe lager het inkomen, hoe hoger de LTI en hoe hoger het betalingsrisico'.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd. Dit betekent dat precies de helft van de populatie een lagere of even grote LTI heeft.

Schuldrisico klassen
Hypotheekschuld / woningwaarde
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning.
Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.
Geen schuld
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning.
Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.
0 tot 0,7
Verhouding tussen de hypotheekschuld van de eigen woning en de waarde van de eigen woning.
Ook wel bekend als loan-to-value (LTV). Dit verhoudingsgetal hangt samen met het risico op restschuld na verkoop van de eigen woning. Een LTV gelijk aan 0 komt overeen met een eigen woning waarop geen hypotheekschuld rust. Als de LTV gelijk is aan 1 dan is de hypotheekschuld precies gelijk aan de woningwaarde. Bij een LTV groter dan 1 is de hypotheekschuld groter dan de onderliggende woningwaarde.