Indicatoren jeugdzorg in natura; gemeenten

Indicatoren jeugdzorg in natura; gemeenten

Regio's Perioden Jongeren met jeugdhulp in natura (% (zie toelichting)) Jongeren met jeugdh. met verbl. in nat. (% (zie toelichting)) Jongeren met jeugdbescherming (% (zie toelichting)) Jeugdbesch. en jeugdh. met verbl. in nat (% (zie toelichting)) Jongeren met jeugdreclassering (% (zie toelichting))
Nederland 1e halfjaar 2026* 11,2 7,5 0,9 46,4 0,3
Noord-Nederland (LD) 1e halfjaar 2026* 12,3 10,0 1,1 52,1 0,4
Oost-Nederland (LD) 1e halfjaar 2026* 11,4 8,6 1,0 49,2 0,3
West-Nederland (LD) 1e halfjaar 2026* 10,7 6,7 0,8 44,9 0,3
Zuid-Nederland (LD) 1e halfjaar 2026* 11,9 6,8 0,9 43,0 0,3
Groningen (PV) 1e halfjaar 2026* 13,2 10,5 1,1 56,3 0,4
Fryslân (PV) 1e halfjaar 2026* 11,8 9,7 1,2 47,5 0,3
Drenthe (PV) 1e halfjaar 2026* 11,9 10,0 0,9 54,7 0,4
Overijssel (PV) 1e halfjaar 2026* 10,5 10,4 1,1 51,7 0,3
Flevoland (PV) 1e halfjaar 2026* 10,6 8,3 1,0 46,5 0,5
Gelderland (PV) 1e halfjaar 2026* 12,2 7,8 0,9 48,0 0,2
Utrecht (PV) 1e halfjaar 2026* 10,4 5,7 0,7 45,2 0,2
Noord-Holland (PV) 1e halfjaar 2026* 10,8 5,7 0,7 39,8 0,3
Zuid-Holland (PV) 1e halfjaar 2026* 10,4 7,7 0,8 48,3 0,4
Zeeland (PV) 1e halfjaar 2026* 14,3 8,4 1,3 44,8 0,3
Noord-Brabant (PV) 1e halfjaar 2026* 11,4 6,2 0,8 42,7 0,3
Limburg (PV) 1e halfjaar 2026* 13,1 8,5 1,2 43,5 0,3
Aa en Hunze 1e halfjaar 2026* 11,8 10,7 0,8 84,8 0,3
Aalsmeer 1e halfjaar 2026* 11,0 5,8 0,6 61,5 .
Aalten 1e halfjaar 2026* 9,7 11,0 0,9 48,8 .
Achtkarspelen 1e halfjaar 2026* 10,6 11,5 1,2 55,2 .
Alblasserdam 1e halfjaar 2026* 8,5 9,8 0,9 41,5 0,3
Albrandswaard 1e halfjaar 2026* 11,3 2,8 0,3 . 0,2
Alkmaar 1e halfjaar 2026* 13,3 5,7 1,2 29,8 0,3
Almelo 1e halfjaar 2026* 13,0 14,9 1,8 53,5 0,5
Almere 1e halfjaar 2026* 12,0 7,1 0,9 46,4 0,7
Alphen aan den Rijn 1e halfjaar 2026* 11,1 6,9 0,8 49,4 0,2
Alphen-Chaam 1e halfjaar 2026* 9,9 4,5 0,6 . .
Altena 1e halfjaar 2026* 10,3 6,4 0,8 50,5 0,2
Ameland 1e halfjaar 2026* 9,0 . . . .
Amersfoort 1e halfjaar 2026* 9,3 6,8 0,6 50,5 0,2
Amstelveen 1e halfjaar 2026* 10,5 2,8 0,4 28,2 0,2
Amsterdam 1e halfjaar 2026* 10,7 6,1 0,7 40,0 0,5
Apeldoorn 1e halfjaar 2026* 11,9 9,8 1,1 49,3 0,3
Arnhem 1e halfjaar 2026* 13,6 8,0 1,1 45,8 0,4
Assen 1e halfjaar 2026* 14,5 7,8 0,8 53,9 0,3
Asten 1e halfjaar 2026* 11,3 6,3 0,8 44,0 .
Baarle-Nassau 1e halfjaar 2026* 10,8 7,2 1,0 . .
Baarn 1e halfjaar 2026* 9,0 5,8 0,4 66,7 .
Barendrecht 1e halfjaar 2026* 11,4 4,4 0,6 28,3 0,2
Barneveld 1e halfjaar 2026* 8,5 11,0 0,8 64,3 0,1
Beek (L.) 1e halfjaar 2026* 12,9 4,0 1,1 . .
Beekdaelen 1e halfjaar 2026* 12,3 6,8 0,6 51,4 .
Beemster 1e halfjaar 2026* . . . . .
Beesel 1e halfjaar 2026* 13,7 7,8 1,6 31,4 0,6
Berg en Dal 1e halfjaar 2026* 10,2 8,3 0,9 48,1 0,5
Bergeijk 1e halfjaar 2026* 10,7 4,3 0,5 66,7 .
Bergen (L.) 1e halfjaar 2026* 12,4 7,0 1,0 . .
Bergen (NH.) 1e halfjaar 2026* 10,6 3,9 0,6 . .
Bergen op Zoom 1e halfjaar 2026* 14,9 4,7 0,9 40,4 0,2
Berkelland 1e halfjaar 2026* 12,7 13,6 1,1 62,7 .
Bernheze 1e halfjaar 2026* 12,3 5,4 0,7 32,6 .
Best 1e halfjaar 2026* 11,4 4,8 0,4 45,5 .
Beuningen 1e halfjaar 2026* 10,7 7,3 0,7 47,1 .
Beverwijk 1e halfjaar 2026* 8,7 9,5 0,9 40,5 0,3
De Bilt 1e halfjaar 2026* 14,4 5,9 0,9 42,9 .
Bladel 1e halfjaar 2026* 11,5 6,5 0,8 36,7 .
Blaricum 1e halfjaar 2026* 11,2 4,7 . . .
Bloemendaal 1e halfjaar 2026* 8,7 . 0,2 . 0,2
Bodegraven-Reeuwijk 1e halfjaar 2026* 9,3 8,0 0,7 64,7 .
Boekel 1e halfjaar 2026* 8,6 6,3 0,4 . .
Borger-Odoorn 1e halfjaar 2026* 12,2 11,9 1,5 48,4 0,4
Borne 1e halfjaar 2026* 11,8 7,7 0,8 45,5 0,7
Borsele 1e halfjaar 2026* 13,5 8,1 1,3 34,4 .
Boxmeer 1e halfjaar 2026* . . . . .
Boxtel 1e halfjaar 2026* 11,5 7,8 1,0 38,6 0,3
Breda 1e halfjaar 2026* 8,8 6,8 0,8 38,7 0,3
Brielle 1e halfjaar 2026* . . . . .
Bronckhorst 1e halfjaar 2026* 11,6 11,6 0,9 50,0 .
Brummen 1e halfjaar 2026* 12,7 5,5 0,8 . .
Brunssum 1e halfjaar 2026* 15,2 10,8 1,3 51,9 0,4
Bunnik 1e halfjaar 2026* 11,8 5,3 0,6 54,5 .
Bunschoten 1e halfjaar 2026* 9,3 12,4 1,4 62,3 .
Buren 1e halfjaar 2026* 13,7 6,3 1,1 40,7 .
Capelle aan den IJssel 1e halfjaar 2026* 12,5 6,0 0,7 51,1 0,7
Castricum 1e halfjaar 2026* 10,0 3,5 0,7 25,6 .
Coevorden 1e halfjaar 2026* 11,1 10,4 0,9 60,4 0,4
Cranendonck 1e halfjaar 2026* 9,8 5,4 0,8 40,0 .
Cuijk 1e halfjaar 2026* . . . . .
Culemborg 1e halfjaar 2026* 10,9 3,3 0,4 . 0,2
Dalfsen 1e halfjaar 2026* 9,6 6,9 0,6 63,9 0,3
Dantumadiel 1e halfjaar 2026* 11,3 14,9 1,4 61,5 .
Delft 1e halfjaar 2026* 13,5 7,2 0,8 50,0 0,1
Deurne 1e halfjaar 2026* 10,8 9,6 0,7 54,8 0,3
Deventer 1e halfjaar 2026* 10,2 10,2 1,2 48,5 0,3
Diemen 1e halfjaar 2026* 9,7 6,0 0,5 32,3 0,4
Dijk en Waard 1e halfjaar 2026* 12,8 5,5 1,1 35,6 0,3
Dinkelland 1e halfjaar 2026* 8,1 12,7 1,0 63,3 .
Doesburg 1e halfjaar 2026* 12,3 11,4 1,4 60,9 .
Doetinchem 1e halfjaar 2026* 11,0 14,7 1,2 50,4 0,4
Dongen 1e halfjaar 2026* 11,8 3,1 0,4 . .
Dordrecht 1e halfjaar 2026* 11,0 9,1 0,9 53,9 0,4
Drechterland 1e halfjaar 2026* 9,1 6,0 0,6 64,0 .
Drimmelen 1e halfjaar 2026* 12,1 4,1 0,8 31,6 .
Dronten 1e halfjaar 2026* 9,8 9,5 0,8 50,0 0,4
Druten 1e halfjaar 2026* 12,9 4,5 0,5 . .
Duiven 1e halfjaar 2026* 13,7 5,1 0,7 55,2 .
Echt-Susteren 1e halfjaar 2026* 17,4 3,5 1,6 15,0 0,4
Edam-Volendam 1e halfjaar 2026* 7,1 6,5 0,3 . .
Ede 1e halfjaar 2026* 10,5 6,5 0,6 45,9 0,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel beschrijft een aantal indicatoren over jeugdzorggebruik per gemeente volgens het woonplaatsbeginsel Jeugd. Door clustering van de gemeenten naar inwonersaantal kunnen gemeenten van dezelfde omvang met elkaar worden vergeleken.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2015
Deze tabel bevat de cijfers vanaf 2021. De cijfers over 2015-2020 staan vanwege een trendbreuk in een aparte tabel die te vinden is via de link 'Tabellen Jeugdzorg' in paragraaf 3.

In paragraaf 4 staat meer informatie over zaken die invloed hebben op de vergelijkbaarheid in de tijd van de cijfers in deze tabel.

Status van de cijfers:
De cijfers over het 1e halfjaar van 2026 zijn voorlopig, de cijfers over 2025 zijn nader voorlopig. De overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 oktober 2026:
- De voorlopige cijfers over het eerste halfjaar van 2026 zijn toegevoegd.
- De voorlopige cijfers over 2025 zijn vervangen door nader voorlopige cijfers.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De voorlopige cijfers over heel 2026 worden eind april 2027 gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Jongeren met jeugdhulp in natura
in % van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari

Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet, en in natura door de zorgaanbieder is geleverd. PGB gefinancierde hulp en zorg valt hier dus buiten. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. De hulp is bedoeld voor kinderen en jongeren tot 18 jaar en kan verlengd worden tot 23 jaar. Als de jongere overnacht bij de jeugdhulpinstelling, het pleeggezin of het gezinshuis, is er sprake van jeugdhulp met verblijf.

Zorg in Natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks door de gemeente wordt vergoed.

Persoonsgebonden budget (PGB) is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente.
Jongeren met jeugdh. met verbl. in nat.
in % van alle jongeren met jeugdhulp tot 18 jaar, per 1 januari

Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.

De jongere verblijft in een pleeggezin, gezinshuis, leef- of behandelgroep, gesloten afdeling, GGZ-instelling of soortgelijke locaties waar jeugdhulp geleverd wordt. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.
Jongeren met jeugdbescherming
in % van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari

Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt door de rechter dwingend opgelegd. Het doel van de jeugdbeschermingsmaatregel is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'.
Jeugdbesch. en jeugdh. met verbl. in nat
in % van alle jongeren met jeugdbescherming tot 18 jaar

Jongeren met zowel jeugdbescherming als jeugdhulp met verblijf.

Jeugdbescherming:
Een jeugdbeschermingsmaatregel wordt door de rechter dwingend opgelegd. Het doel van de jeugdbeschermingsmaatregel is het opheffen van de bedreiging voor de veiligheid en ontwikkeling van het kind. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of 'onder voogdij geplaatst'.

Jeugdhulp met verblijf:
Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders.

De jongere verblijft in een pleeggezin, gezinshuis, leef- of behandelgroep, gesloten afdeling, GGZ-instelling of soortgelijke locaties waar jeugdhulp geleverd wordt. Of anders gezegd, de jongere slaapt formeel niet thuis in het eigen gezin. Dit betekent dat het hier alleen om de verblijfsvormen gaat waarbij er sprake is van een overnachting. Ook verblijf in logeerhuizen, alleen tijdens weekenden of juist door de week, vallen onder jeugdhulp met verblijf.
Jongeren met jeugdreclassering
in % van alle jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar, per 1 januari

Jeugdreclassering is een combinatie van toezicht en begeleiding voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Bij jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar kan ook het jeugdstrafrecht toegepast worden op grond van het adolescentenstrafrecht, indien het ontwikkelingsniveau van de dader daartoe aanleiding geeft. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of het openbaar ministerie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart.